Terwijl ik tijdens een saaie vergadering de nieuwe berichten op AD.nl zat te checken, zag ik dat er twee interessante berichten werden gepost.
De eerste had betrekking op een onderwerp waar ik onlangs over schreef: teruggevonden boeken. Dit keer is het boek niet gevonden door langdurig speuren in stoffige archieven of het forceren van langdurig dichtgeroeste ladenkasten, maar door het geduldig scrollen langs alle boeken van een auteur op de onvolprezen website boekwinkeltjes.nl. Een onbekende novelle van Cornelis Bastiaan Vaandrager dook op die manier op en kwam in het bezit van Karel ten Haaf, "hogelijk gewaardeerd – vooral door zichzelf – als prozaïst" zo schrijft hij in zijn blogbiografie.
Ondanks dat het nieuws vandaag door toedoen van de uitgeverij in alle media verscheen, is de vondst niet van de laatste tijd. Op het literaire weblog Tzum werd al op 18 augustus 2011 verslag gedaan van de vondst van het manuscript en een mooie beschrijving van de aankoop ervan.
Ik moet bekennen dat ik zelf ook wel eens bij tijd en wijle langs álle boeken van mijn geliefde schrijvers scroll op boekwinkeltjes.nl. Gewoon om te zien of er een uitgave tussenzit die ik nog niet ken, een of andere in kleine oplage verschenen roofdruk of een speciale editie. Maar zoiets bijzonders als dit manuscript is mij nog niet geworden, al was ik erg blij met twee via boekwinkeltjes gescoorde zeldzame titels van Hugo Brandt Corstius à €1 per stuk (zie hier en daar).
Het tweede bericht waar mijn oog op viel was die van de Duitse ambtenaar die tienduizenden boeken bleek te hebben gestolen. Nu is het stelen van boeken helaas niet zo zeldzaam, en het stelen van zeldzame boeken al helemaal niet. Of het nu om Harry Potter gaat of om Galileo's Sidereus Nuncius (samen met nog een paar boeken ter waarde van in totaal € 2 miljoen: William Jacques), je kan er kranten over vol schrijven. Of boeken natuurlijk: Owen Gingerich schrijft in zijn boek The book nobody read over Copernicus' De Revolutionibus onder meer over diefstal van exemplaren van dit zeldzame boek om ze vervolgens via veilingen te verkopen. Of neem Allison Hoover Bartlett met haar boek The man who loved books too much.
Dus het was niet zozeer mijn verbazing over de diefstal. Maar vooral de tekst van het bericht. In het oorspronkelijke bericht stond: "Een Duitse wetenschapper blijkt een halve bibliotheek bij elkaar te hebben gestolen. In zijn huis heeft de politie ongeveer 24.000 waardevolle boeken gevonden." Kortom: 24.000 boeken wordt beschouwd als een halve bibliotheek. Oftewel: een hele bibliotheek bestaat uit ongeveer 50.000 boeken.
Ik dacht dat ik best een aardig boekenbezit had... Maar ik blijk toch nog maar 1/25e bibliotheek bij elkaar gekocht en gekregen te hebben.
Ik heb een nieuw doel! Op naar een hele bibliotheek van 50.000 boeken!
Een blog over het verzamelen van boeken en over de zoektocht naar boeken. Door de eigenaar van de Bibliotheca Scatebra (4500+ titels). Waar vind ik mijn boeken? Hoe krijg ik wat ik zoek? Sinds 15 juli 2004 schrijf ik min of meer regelmatig op dit blog over mijn hoogte- en dieptepunten. De naam van het blog is ontleend aan Ayolt Brongers, de enige ware boekensneuper. Lees mee met mijn zoektocht en mijn vondsten... Deze website wordt gearchiveerd door de KB, nationale bibliotheek.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label Owen Gingerich. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Owen Gingerich. Alle posts tonen
06 maart, 2012
09 november, 2006
111 - Boek over boeken
Van alle boeken om te lezen zijn de boeken die over boeken gaan eigenlijk mijn favorieten. We kennen in Nederland de boeken van onze eigen Boudewijn Büch over zijn onverzadigbare speurtocht naar boeken. In het Engelse taalgebied verschijnen de laatste jaren steeds meer boeken van boekenliefhebbers: Nicholas Basbanes, het koppel Goldstone en Harold Rabinowitz zijn voorbeelden. Het lezen van boeken van auteurs die vertellen hoe zij op zoek zijn naar boeken, omgaan met boeken, wat zij tegenkomen in de wereld van het antiquarische boek: ik vind het allemaal om te smullen en het zijn boeken waardoor je je eindelijk eens echt begrepen voelt. Deze auteurs hebben emoties die ik ook heb, teleurstellingen die ik herken en juichen om gebeurtenissen waar ik om juich. Kortom: boeken over boeken zijn fantastische literatuur.
Zojuist heb ik het boek van Owen Gingerich uit (ik schreef 70 blogs geleden over de aankoop ervan...): The book nobody read. In dit boek beschrijft Gingerich zijn zoektocht naar alle eerste en tweede drukken van Copernicus' meesterwerk De Revolutionibus Orbium Coelestium Libri Sex. Gingerich, een Harvard-professor in de geschiedenis van de astronomie, heeft tientallen jaren over de wereld gereisd om waar hij maar kon persoonlijk exemplaren van De Revolutionibis te bekijken en de annotaties erin te onderzoeken.
Het resultaat van die zoektocht is beschreven in een apart boek, het bij uitgeverij Brill in Leiden verschenen boek An Annotated Census of Copernicus' De revolutionibus waarin alle bekende exemplaren gedetailleerd worden beschreven: de huidige en vroegere eigenaren (zoals Galileo, Kepler en Tycho Brahe), de aantekeningen die erin zijn gemaakt en wat dat zegt over de ideeënontwikkeling in de astronomie in de 16e en 17e eeuw, et cetera.
Maar in The book nobody read is de zoektocht zelf beschreven. En het boek leest als een thriller. Gingerich is in staat hoofdstuk na hoofdstuk een wereld open te vouwen waarin hij tal van onderwerpen beschrijft die op één of andere manier samenhangen met de publicatie van het boek van Copernicus. Hij vertelt over de historie van de boekdrukkunst, hij verklaart de 16e eeuwse Europese politiek, de wetenschapsontwikkeling, de kerkelijke tradities. Hij maakt ingewikkelde astronomische, natuurkundige en wiskundige ideeën inzichtelijk. En terwijl hij dat doet heb je helemaal niet het idee dat je een complex boek aan het lezen bent. Integendeel: zoals Gingerich het beschrijft lijkt het een verzameling eenvoudige onderwerpen. Het is een adembenemend verslag waarin stukje voor stukje de geschiedenis van één boek, zijn lezers en de betekenis voor de wereld wordt neergezet.
Het hart van het boek vormt natuurlijk de beschrijving van de reizen: hoe Gingerich exemplaren van De Revolutionibis vindt op de meest onmogelijke plekken, hoe de boeken (na soms een spoor van oorlogen en diefstallen) op de plek gekomen zijn waar ze gekomen zijn, hoe hij in bibliotheken in (toen nog) het Oostblok binnenkomt om zijn werk te doen... het is allemaal even fascinerend. Door zijn werk en zijn bekendheid als Harvard professor is Gingerich deskundige geworden met betrekking tot dit boek. Dat betekent dat hij met enige regelmaat door veilinghuizen gevraagd werd om exemplaren te inspecteren. Hij heeft elke vlek en elke aantekening in alle bekende exemplaren beschreven en gefotografeerd. Daarom kan hij vrijwel elk individueel exemplaar herkennen. Meer dan eens bleken de ter veiling aangeboden exemplaren te zijn die gestolen waren uit armlastige bibliotheken ergens in Europa. En tragisch genoeg kwamen die exemplaren niet altijd weer terug op de plek waar ze hoorden. Daarmee krijg je ook een inkijkje in de wereld van de handel in zeer zeldzame boeken, de wereld van gefortuneerde verzamelaars die soms tonnen overhebben voor zeldzame boeken. En nu haalt Gingerich er af en toe een gestolen De Revolutionibis uit, maar je moet er niet aan denken wat er nog meer aan gestolen boeken wordt verhandeld, waarvan de diefstal door de betreffende bibliotheek nog niet eens is opgemerkt omdat het boeken zijn die misschien eens in de paar jaar door een lezer worden opgevraagd...
Gingerich beschrijft ook de wording van zijn census van alle door hem bekeken exemplaren. Mooi is dat hij bekent dat die census niet compleet is. Sinds de publicatie daarvan heeft hij nog enkele exemplaren van De Revolutionibus getraceerd, onder meer door te kijken in catalogi die hij eerder over het hoofd zag. Bovendien is onbekend hoeveel exemplaren nog onontdekt zijn - bijvoorbeeld bij particulieren of in gesloten museumcollecties ofzo. Dat weerhoudt uitgeverij Brill niet om de census aan te kondigen met de woorden "The Annotated Census lists and describes - on the basis of direct examination - all of the 560 located copies of the first and second editions of Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium that survive". Ondanks deze niet helemaal correcte omschrijving roept dit boek een grote begeerte in mij op na lezing van het andere boek van Gingerich. Zo gaat het natuurlijk altijd: je neemt het enthousiasme van een auteur over en volgt zijn spoor. Jammer genoeg is het boek een beetje te prijzig.
In mijn onwetende periode was ik zelf heel dichtbij één van de exemplaren van De Revolutionibis. In de Librije in Zutphen, waar ik een paar maanden geleden was, bevindt zich één van de vijf exemplaren in Nederland van de eerste druk. Ter vergelijking: België heeft er vier en Duitsland 46. Overigens bezitten zowel Mexico als de Filippijnen een eerste druk en Japan zelfs zes. Hoe dan ook, ik schreef al dat de boeken in Zutphen verboden aan te raken waren, maar de Copernicus ligt natuurlijk helemaal achter slot en grendel. Jammer genoeg wordt het Zutphense exemplaar niet separaat in The book nobody read beschreven, kennelijk was het niet van een bijzondere eigenaar en bevatte het geen bijzondere aantekeningen. Maar de Librije is te feliciteren met dit prachtige bezit!
Voor wie verder wil lezen: hier een interview met Gingerich. En hier een fraai artikel over Gingerich en zijn zoektocht, met mooie foto's uit verschillende exemplaren van De Revolutionibus. Het boek van Gingerich verscheen in het Nederlands bij uitgeverij Ambo, zie hier een Nederlandstalige recensie.
Zojuist heb ik het boek van Owen Gingerich uit (ik schreef 70 blogs geleden over de aankoop ervan...): The book nobody read. In dit boek beschrijft Gingerich zijn zoektocht naar alle eerste en tweede drukken van Copernicus' meesterwerk De Revolutionibus Orbium Coelestium Libri Sex. Gingerich, een Harvard-professor in de geschiedenis van de astronomie, heeft tientallen jaren over de wereld gereisd om waar hij maar kon persoonlijk exemplaren van De Revolutionibis te bekijken en de annotaties erin te onderzoeken.Het resultaat van die zoektocht is beschreven in een apart boek, het bij uitgeverij Brill in Leiden verschenen boek An Annotated Census of Copernicus' De revolutionibus waarin alle bekende exemplaren gedetailleerd worden beschreven: de huidige en vroegere eigenaren (zoals Galileo, Kepler en Tycho Brahe), de aantekeningen die erin zijn gemaakt en wat dat zegt over de ideeënontwikkeling in de astronomie in de 16e en 17e eeuw, et cetera.
Maar in The book nobody read is de zoektocht zelf beschreven. En het boek leest als een thriller. Gingerich is in staat hoofdstuk na hoofdstuk een wereld open te vouwen waarin hij tal van onderwerpen beschrijft die op één of andere manier samenhangen met de publicatie van het boek van Copernicus. Hij vertelt over de historie van de boekdrukkunst, hij verklaart de 16e eeuwse Europese politiek, de wetenschapsontwikkeling, de kerkelijke tradities. Hij maakt ingewikkelde astronomische, natuurkundige en wiskundige ideeën inzichtelijk. En terwijl hij dat doet heb je helemaal niet het idee dat je een complex boek aan het lezen bent. Integendeel: zoals Gingerich het beschrijft lijkt het een verzameling eenvoudige onderwerpen. Het is een adembenemend verslag waarin stukje voor stukje de geschiedenis van één boek, zijn lezers en de betekenis voor de wereld wordt neergezet.
Het hart van het boek vormt natuurlijk de beschrijving van de reizen: hoe Gingerich exemplaren van De Revolutionibis vindt op de meest onmogelijke plekken, hoe de boeken (na soms een spoor van oorlogen en diefstallen) op de plek gekomen zijn waar ze gekomen zijn, hoe hij in bibliotheken in (toen nog) het Oostblok binnenkomt om zijn werk te doen... het is allemaal even fascinerend. Door zijn werk en zijn bekendheid als Harvard professor is Gingerich deskundige geworden met betrekking tot dit boek. Dat betekent dat hij met enige regelmaat door veilinghuizen gevraagd werd om exemplaren te inspecteren. Hij heeft elke vlek en elke aantekening in alle bekende exemplaren beschreven en gefotografeerd. Daarom kan hij vrijwel elk individueel exemplaar herkennen. Meer dan eens bleken de ter veiling aangeboden exemplaren te zijn die gestolen waren uit armlastige bibliotheken ergens in Europa. En tragisch genoeg kwamen die exemplaren niet altijd weer terug op de plek waar ze hoorden. Daarmee krijg je ook een inkijkje in de wereld van de handel in zeer zeldzame boeken, de wereld van gefortuneerde verzamelaars die soms tonnen overhebben voor zeldzame boeken. En nu haalt Gingerich er af en toe een gestolen De Revolutionibis uit, maar je moet er niet aan denken wat er nog meer aan gestolen boeken wordt verhandeld, waarvan de diefstal door de betreffende bibliotheek nog niet eens is opgemerkt omdat het boeken zijn die misschien eens in de paar jaar door een lezer worden opgevraagd...
Gingerich beschrijft ook de wording van zijn census van alle door hem bekeken exemplaren. Mooi is dat hij bekent dat die census niet compleet is. Sinds de publicatie daarvan heeft hij nog enkele exemplaren van De Revolutionibus getraceerd, onder meer door te kijken in catalogi die hij eerder over het hoofd zag. Bovendien is onbekend hoeveel exemplaren nog onontdekt zijn - bijvoorbeeld bij particulieren of in gesloten museumcollecties ofzo. Dat weerhoudt uitgeverij Brill niet om de census aan te kondigen met de woorden "The Annotated Census lists and describes - on the basis of direct examination - all of the 560 located copies of the first and second editions of Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium that survive". Ondanks deze niet helemaal correcte omschrijving roept dit boek een grote begeerte in mij op na lezing van het andere boek van Gingerich. Zo gaat het natuurlijk altijd: je neemt het enthousiasme van een auteur over en volgt zijn spoor. Jammer genoeg is het boek een beetje te prijzig.In mijn onwetende periode was ik zelf heel dichtbij één van de exemplaren van De Revolutionibis. In de Librije in Zutphen, waar ik een paar maanden geleden was, bevindt zich één van de vijf exemplaren in Nederland van de eerste druk. Ter vergelijking: België heeft er vier en Duitsland 46. Overigens bezitten zowel Mexico als de Filippijnen een eerste druk en Japan zelfs zes. Hoe dan ook, ik schreef al dat de boeken in Zutphen verboden aan te raken waren, maar de Copernicus ligt natuurlijk helemaal achter slot en grendel. Jammer genoeg wordt het Zutphense exemplaar niet separaat in The book nobody read beschreven, kennelijk was het niet van een bijzondere eigenaar en bevatte het geen bijzondere aantekeningen. Maar de Librije is te feliciteren met dit prachtige bezit!
Voor wie verder wil lezen: hier een interview met Gingerich. En hier een fraai artikel over Gingerich en zijn zoektocht, met mooie foto's uit verschillende exemplaren van De Revolutionibus. Het boek van Gingerich verscheen in het Nederlands bij uitgeverij Ambo, zie hier een Nederlandstalige recensie.
23 februari, 2005
41 - Het boek dat ik al had (2)
Vorige keer schreef ik over een boek dat ik kocht, terwijl ik er al een exemplaar van had staan. Het zal ieder duidelijk zijn dat dit een vergissing was. Tenzij je erop uit bent om de hele oplage van een boek te kopen, is een dergelijke aanschaf overbodig.
Deze opmerking lijkt vreemder dan hij is. Er is in elk geval iemand die probeert de hele oplage van een boek in kaart te brengen, Owen Gingerich heeft er een fascinerend boek over geschreven.
Hij heeft elk bekend exemplaar van de eerste en tweede oplage van Copernicus’ boek "De revolutionibus orbium coelestium" uit de 16e eeuw in kaart gebracht. Hij heeft 580 exemplaren over de hele wereld bekeken en onderzocht wie de vroegere eigenaars waren en wat ze met het boek hadden gedaan.
Maar dat was ik niet van plan. In elk geval niet met het boek van Van Dis dat ik nu dubbel heb. Toch heb ik afgelopen weekend – toen ik het voorrecht had het antiquariaat in de kelder van boekhandel Donner in Rotterdam te bezoeken – weer een boek gekocht dat ik al had, maar dit keer bewust. Het is het tweede (en laatste) deel in de serie Nescio-cahiers: een bundeling van tien "Kronkels" van Simon Carmiggelt over Nescio. Ik had deze al, maar niet de uitgave zoals die bij Donner stond: de gebonden en genummerde eerste druk. Mijn exemplaar was een ingenaaid exemplaar en ongenummerd. En er is maar één echte eerste druk, en die stond bij Donner: een vlekkeloos exemplaar, als nieuw, gebonden en met stofomslag. Voor de statistiek: ik bezit nu nummer 159 van 200. Mocht een nieuwe Gingerich ooit op zoek gaan naar álle 200 exemplaren van deze Nescio-uitgave, dan kan hij of zij voor nummer 159 bij mij terecht. Maar wie de vorige eigenaar was - die het boek hardvochtig dumpte bij Donner - weet ik dan helaas niet.
Waarom koop ik een boek dat ik al heb? Voor het antwoord heb ik maar weer eens gezocht in Basbanes’ boek Among the gently mad. Daarin komen verschillende verzamelaars aan het woord die dezelfde afwijking hebben. "I always made it a point to move up in quality whenever I could", zo zegt één van hen. "It remains on my shelves, a hedge against the day I find a better copy I can afford" zegt een ander over een minder fraai exemplaar van een geliefd boek.
Ik ben in elk geval gelukkig dat ik weer een streep heb kunnen zetten door één van de boeken op mijn verlanglijst. Ik zet ze netjes naast elkaar, de twee Nescio-cahiers. Want ik doe mijn andere exemplaar natuurlijk niet van de hand.
Deze opmerking lijkt vreemder dan hij is. Er is in elk geval iemand die probeert de hele oplage van een boek in kaart te brengen, Owen Gingerich heeft er een fascinerend boek over geschreven.
Hij heeft elk bekend exemplaar van de eerste en tweede oplage van Copernicus’ boek "De revolutionibus orbium coelestium" uit de 16e eeuw in kaart gebracht. Hij heeft 580 exemplaren over de hele wereld bekeken en onderzocht wie de vroegere eigenaars waren en wat ze met het boek hadden gedaan.
Maar dat was ik niet van plan. In elk geval niet met het boek van Van Dis dat ik nu dubbel heb. Toch heb ik afgelopen weekend – toen ik het voorrecht had het antiquariaat in de kelder van boekhandel Donner in Rotterdam te bezoeken – weer een boek gekocht dat ik al had, maar dit keer bewust. Het is het tweede (en laatste) deel in de serie Nescio-cahiers: een bundeling van tien "Kronkels" van Simon Carmiggelt over Nescio. Ik had deze al, maar niet de uitgave zoals die bij Donner stond: de gebonden en genummerde eerste druk. Mijn exemplaar was een ingenaaid exemplaar en ongenummerd. En er is maar één echte eerste druk, en die stond bij Donner: een vlekkeloos exemplaar, als nieuw, gebonden en met stofomslag. Voor de statistiek: ik bezit nu nummer 159 van 200. Mocht een nieuwe Gingerich ooit op zoek gaan naar álle 200 exemplaren van deze Nescio-uitgave, dan kan hij of zij voor nummer 159 bij mij terecht. Maar wie de vorige eigenaar was - die het boek hardvochtig dumpte bij Donner - weet ik dan helaas niet.
Waarom koop ik een boek dat ik al heb? Voor het antwoord heb ik maar weer eens gezocht in Basbanes’ boek Among the gently mad. Daarin komen verschillende verzamelaars aan het woord die dezelfde afwijking hebben. "I always made it a point to move up in quality whenever I could", zo zegt één van hen. "It remains on my shelves, a hedge against the day I find a better copy I can afford" zegt een ander over een minder fraai exemplaar van een geliefd boek.
Ik ben in elk geval gelukkig dat ik weer een streep heb kunnen zetten door één van de boeken op mijn verlanglijst. Ik zet ze netjes naast elkaar, de twee Nescio-cahiers. Want ik doe mijn andere exemplaar natuurlijk niet van de hand.
Abonneren op:
Posts (Atom)

