Posts tonen met het label uitpakken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitpakken. Alle posts tonen

30 oktober, 2020

307 - De boeken op reis en op de nieuwe bestemming

Al eerder schreef ik over een aanstaande verhuizing van mijn bibliotheek, en de rest van de inboedel. Dat was in het voorjaar van 2019. Om tijd te winnen had ik de bibliotheek alvast ingepakt. Het aankopen van een geschikt huis bleek echter nog lastiger dan het aankopen van een geschikt boek, en met het laatste ben ik beduidend succesvoller dan met het eerste. Een gekocht huis ketste af en toen we ons er eigenlijk al bij hadden neergelegd dat we niet gingen verhuizen, was daar toch ineens een geschikte woning.

Inmiddels stond de bibliotheek al maandenlang ingepakt. Ik bleek in de tussentijd steeds boeken nodig te hebben die in een van de dozen zaten. En hoewel ik de boeken goed gesorteerd had ingepakt en de dozen duidelijk had gelabeld, heb ik regelmatig gefrustreerd vergeefs dozen opengescheurd op zoek naar een boek dat ik uiteindelijk niet vond. Het werd tijd om ze uit te pakken en opnieuw te ordenen.

Het aardige van het verhuizen van een bibliotheek is dat als je de verhuizers waarschuwt dat het 'best veel' boeken zijn, zij een ander begrip hebben van 'best veel' dan ik. In de ogen van een verhuisbedrijf is 'best veel' boeken maximaal een doos of 10. Als zij dan een kamer zien met ruim 100 boekendozen, moet zelfs de meest ervaren verhuizer toch even slikken. Zeker omdat ik er argwanend bij sta te kijken als de dozen worden verplaatst: het is niet de bedoeling dat mijn boeken beschadigd aankomen op de nieuwe plek. Het valt ook niet mee voor de verhuizers dat de dozen allemaal in de verste zolderkamer staan, zodat ze allemaal al flink wat spierkracht vragen voordat ze überhaupt in de verhuiswagen staan.

Maar uiteindelijk verliep de verhuizing vlekkeloos. In mijn gedachten was de beoogde werkkamer/bibliotheek in die periode steeds kleiner geworden en ik was bang dat ik het overschot aan boeken op allerlei onduidelijke plekken in huis zou moeten opbergen. Na de verhuizing was de helft van de kamer gevuld met opgestapelde boekendozen - plus alle andere spullen waarvan we op dat moment even niet wisten waar we het moesten laten. Het zou nog een hele uitdaging worden om daar een mooie bibliotheek van te maken.

Wat niet hielp was dat we ondertussen in de coronacrisis terechtkwamen. Mijn werk piekte en de noodzakelijke vrije tijd om de boeken te laten wennen aan hun nieuwe woonplaats ontbrak. Het zou uiteindelijk tot de zomer duren - ruim een jaar na het inpakken van de boeken - dat ze allemaal op hun plek in de bibliotheek stonden.

Maar wat een fijne plek is het geworden! De beoogde kamer bleek in werkelijkheid toch veel ruimer dan ik vreesde. De 10 billy's (mét opzetkasten) kunnen er ruim in. Daarnaast zijn er nog wat losse, kleinere kastjes met boeken, een werkplek en dan is er zelfs nog genoeg loopruimte. Sterker nog: met wat handig verplaatsen kan er tzt nog wel een kast bij, dus voorlopig heb ik ruimte genoeg.

Het betekent dat ik mijn boeken ook weer eens goed heb kunnen ordenen, zodat de deelverzamelingen tot hun recht komen. En het allermooiste: er is ruimte voor een klein vitrinekastje, waar ik de boeken die het meeste voor mij betekenen c.q. de hoogtepunten van mijn favoriete schrijvers in kwijt kan.

Dit is de vitrinekast. Op de bovenste etage staat onder meer mijn incunabel (lees er hier meer over en hier ook), het boekje van Van Westreenen dat ik in de boedel van mijn overleden oom vond (zie hier) en het cadeau van Adriaan van Dis (lees hier). De plank daaronder o.a. de eerste druk van Nescio (hier beschreven), de luxe uitgave van Tommy Wieringa (zie hier) en een uitgave van Jan van Herreweghe (het houten boekobject). Op de plank daaronder boeken zoals de bibliofiele Bordewijk (zie hier), de multigesigneerde uitgave van Het Nationale Toneel (mooie marktplaatsvondst), de roman van Marcel Möring waar ik aan mocht meewerken en natuurlijk de gesigneerde Holbrook Jackson (veilingkoop). De onderste plank lijkt leeg, maar is het niet: mijn onzichtbare boek (lees er hier over) past daar precies in, het lijkt wel alsof het vitrinekastje er voor is gemaakt. 

Wat er in zo'n vitrinekastje komt is altijd een arbitraire keuze. Het biedt mij in elk geval gelegenheid om bezoekers van de bibliotheek in kort bestek mee te nemen in mijn passie: waarom verzamel ik boeken en welke boeken verzamel ik wel en niet. Ondanks corona komt er natuurlijk best veel aanloop in het nieuwe huis en krijgen veel mensen ook een rondleiding. Dus enig toelichting is wel nodig. De meeste bezoekers komen niet verder dan het vitrinekastje en het werpen van een blik in de rest van de kamer onder het uitroepen "wat veel boeken!". Meestal gevolgd door: "heb je die allemaal gelezen?". Het antwoord dat ik geef ontleen ik meestal aan de column van Umberto Eco die hierover schrijft (in "Hoe rechtvaardig je een persoonlijke bibliotheek", opgenomen in Op reis met een zalm). Het is immers - hoe oprecht ook gesteld - toch een onzinnige vraag die een onzinnig antwoord rechtvaardigt. In navolging van Eco zeg ik dingen als "Ik heb er nog geeneen van gelezen, waarom zou ik ze anders hier hebben staan?" of "Nee, dit zijn de boeken die ik deze maand nog moet lezen, de andere staan elders". Dat is meestal genoeg om de bezoeker in verwarring achter te laten.

En dan de rest van de bibliotheek. Ik heb de boeken als volgt geordend:

Allereerst de kast met bibliofiele uitgaven. Hierin staan al mijn uitgaven van Stichting de Roos (de complete serie, behalve de Escher) en daarnaast een hele serie 'overige uitgaven' van De Roos zoals nieuwjaarsuitgave of speciale uitgaven voor leden. Daarnaast bevat deze kast de complete serie bibliofiele nieuwjaarsuitgaven van Zetcentrale Meppel die ik zo'n 13 jaar geleden op Marktplaats vond. Mijn recente aankoop van de Crawford-deuren reeks staat er ook in, hoewel dit niet per se een bibliofiele uitgave is - maar waar laat ik ze anders? Naast dit alles staan er nog wat losse bibliofiele uitgaven en op de onderste plank verschillende delen uit de Gouden Reeks van Athenaeuem Polak & Van Gennep. Ik hoop die reeks binnenkort uit te breiden, mede aan de hand van het fantastische overzicht van Danny Habets, en dan moet ik een andere plek zoeken want de kast is vol. Bovendien is ook de Gouden Reeks niet echt bibliofiel, dus sowieso moet hij ergens anders.

De volgende kasten worden gedomineerd door de boeken over boeken: de bovenste vijf planken van elke kast bevatten deze deelcollectie, in totaal dus circa 7 meter. Daaronder staan dan  onder meer de poëzieuitgaven, theaterteksten en de klassieke auteurs. Die laatste zijn voornamelijk boeken uit de Ambo Klassiek-reeks en van Athenaeum Polak & Van Gennep. 
De overige boeken - Nederlandse fictie en fictie van buitenlandse auteurs - staan in 5 kasten die in de vorm van een gangetje zijn neergezet, zodat je echt tussen de boeken kan staan. Ik moet daar alleen nog iets aan de verlichting doen, want het is een beetje donker, maar het is een mooi plekje waar alle boeken kunnen staan. Tussen de standaardplanken van de billy's heb ik extra planken gevoegd, zodat een standaard billy niet zes, maar acht planken heeft. Weliswaar kunnen niet alle boeken nu rechtop staan, maar ik heb wel 10 planken extra en zo kan ik alles goed kwijt. Ruim 34 meter fictie staat tot mijn beschikking. Een laatste kast bevat verschillende series: alle literaire juweeltjes, de uitgaven van de slibreeks en verschillende reeksen van CPNB-uitgaven (zoals van de Maand van de geschiedenis of de Maand van het spannende boek). 
Het is een mooie uitstalling van boeken. In de hoek van de kamer staat mijn bureau en dat is mijn thuiswerkplak. Vanaf mijn stoel kan ik de meeste boeken zien. Als ik tijdens het werk even een moment pauze neem ben ik omringd door mijn vrienden die naar mij terugkijken vanaf hun comfortabele plek in de nieuwe bibliotheek, waar ze ruim kunnen ademen en hopelijk veel nieuwe vrienden kunnen verwelkomen.

03 juni, 2007

123 - Uitpakliteratuur

Ik bezit twee titels die gaan over het uitpakken van het eigen boekenbezit. Nu ik zelf eindelijk zo ver ben dat ik mijn verzameling dozen weer omvorm tot een bibliotheek kan ik mij goed voorstellen dat deze bezigheid ook bij anderen heeft geleid tot allerlei overpeinzingen.
Want boeken uitpakken moet zorgvuldig gebeuren en dat betekent dat elk boek op de plek komt waar het hoort. Maar tegelijkertijd is het ook nog een kwestie van het ontdekken wat die goede plek is, en dat betekent voortdurend schuiven met stapels en het herinrichten van planken. Omdat een deelcollectie toch meer boeken bevat dan ik dacht, of omdat een sommige boeken toch niet naast elkaar passen. Gelukkig houd ik trouw lijsten bij van mijn verzameling zodat ik kan controleren of alles er nog is en in welke subcollectie het hoort. Het verrassende is dat ik in de loop van de tijd toch minder precies ben geweest dan gedacht. Ik bleek boeken te hebben die niet op de lijst stonden: ik was rijker dan gedacht.
Maar het omgekeerde was helaas ook waar: ergens tussen de nog niet uitgepakte spullen moeten nog minstens drie titels liggen die tot nu toe spoorloos zijn. Ik weet zeker dat het oude huis leeg is, dus ze zijn meegekomen. Maar in welke doos heb ik ze uiteindelijk ingepakt?

Maar het voordeel van het uitpakken van boeken is dat je weer opnieuw met je hele bezit wordt geconfronteerd en dat elk boek dat je hebt zich weer even laat zien – als een dagenlange parade van grote geesten en mooie veroveringen.

Arthur van Schendel heeft in 1937 een kort essay geschreven: Bij het uitpakken van de boeken. Het zijn zijn overpeinzingen wanneer hij “na vele jaren” zijn boeken uitpakt die hij eens had: “Het is louter vriendschap die men voor alle voelt. Na de eerste ontroering van het wederzien, immers het zijn oude vrienden, die alle tegelijk binnenkomen, onderscheidt men ze weder en vindt hun hoekje in de genegenheid terug.” Van Schendel ziet al zijn boeken, ook die hij in zijn vroegste jeugd had, passeren. En hij vraagt zich af of hij ze alle nog wel zou moeten houden. Slechts enkele uitverkorenen verdienen een hoge status: "Tezamen met de klassieken zijn deze welbeschouwd de bibliotheek, en gelukkig is degene die niet, gretig en onverzadigbaar, alles behoudt wat van de drukpers in zijn huis komt, maar zich weet te beperken tot enkelen, die spreken met een stem. Want bezie de menigte der overigen. Daar staan in rijen romans, die gij gekocht hebt om in den trein niet in slaap te vallen; of omdat er in hun tijd een grote roep van ging; of omdat gij niet langs een boekwinkel kunt lopen, zomin als een ander langs een drankwinkel zonder geld uit te geven.” 

Dat laatste geldt helaas ook een beetje voor mij. Maar daar staat tegenover dat ik ook nu nog kan zeggen dat ik een goede hand heb: het valt wel mee met de “menigte van overigen” in mijn bezit. Maar Van Schendel predikt matigheid en een kritisch oog: “Men kan tevreden zijn met en verzameling van boeken, die de bewondering voor edele geesten waarlijk nodig heeft; voor den een zal een tiental hiervan genoeg zijn, de ander verlangt er honderd. Het zullen alle de boeken zijn, tot welke men steeds terugkeert, waarin men steeds iets ontdekt, en alle in een behoorlijke uitgave.” Zo zie ik het ook graag: niet alleen de belangrijke titels, maar vooral ook in een mooie uitgave.

Walter Benjamin, over wiens leven en boeken ik hier en hier al eens eerder schreef, beziet zijn bezit met het oog van een verzamelaar. In het kleine boekje Ik pak mijn bibliotheek uit schrijft hij – waarschijnlijk in 1931 – over het hoe en waarom van het aanleggen van een boekenverzameling. “Ik moet u verzoeken u met mij te verplaatsen in de wanorde van opengebroken kisten, in de lucht vol houtstof, op de met verscheurde papieren bedekte vloer, tussen de stapels na tweejarige duisternis weer aan het daglicht blootgestelde banden”. Benjamin heeft zijn boeken twee jaar moeten missen, wat ook al veel te lang is natuurlijk. En hij beziet zijn boeken op dat moment als het resultaat van “het toeval en het lot”, waardoor ze uiteindelijk in zijn bezit zijn gekomen. Wat het meest glorieuze moment in het bestaan van het boek was. “Voor de ware verzamelaar betekent de aankoop van een oud boek de wedergeboorte ervan”.
Zoals Van Schendel voorstaat, heeft ook Benjamin een periode van matigheid gekend. “Jarenlang – gedurende minstens het eerste derde deel van haar bestaan – heeft mijn bibliotheek uit niet meer dan twee of drie rijen bestaan, die jaarlijks slechts centimeters groeiden. Dat was haar heldhaftige periode”. Daarna sloeg de inflatie toe – er werden veel boeken gekocht – en dan komt het aan op het vinden van de juiste manier om zaken te doen. “Verzamelaars zijn mensen met een tactisch instinct; hun ervaring leert hun dat, wanneer ze een vreemde stad veroveren, het kleinste antiekwinkeltje een vesting, de meest afgelegen kantoorboekhandel een sleutelpositie kan betekenen”. Het gaat erom dat boeken gered worden door ze op te nemen in je eigen bezit: “Voor de boekenverzamelaar ligt namelijk de ware vrijheid voor alle boeken ergens op zijn boekenplanken”. Zo beschrijft Benjamin ook zijn ervaringen bij veilingen en bij kopen via catalogi.

Maar het ging natuurlijk over het uitpakken van de boeken. Daarover zegt Benjamin: “Niets maakt duidelijk hoe fascinerend dit uitpakken is dan de moeite die het kost ermee op te houden.” Hij herinnert zich de steden en winkels waar hij zijn aankopen heeft gedaan, hij herinnert zich de plekken waar de boeken gestaan hebben. En hij concludeert dat hij een tevreden mens is en dat niet zozeer zijn boeken in hem, maar dat hij in zijn boeken woont.

Ik herken veel in wat beide heren schrijven. En nu ik zelf al mijn boeken weer één voor één door mijn handen laat gaan, realiseer me mijn rijkdom. Niet zozeer in de economische waarde van wat ik bezit, maar vooral in de veelzijdigheid ervan en de individuele schoonheid van de boeken. De schoonheid kan betrekking hebben op de inhoud, maar ook op de uitvoering en soms op allebei. En de schoonheid kan voor mij gelegen zijn in de zeldzaamheid: hoe kleiner en obscurer sommige uitgaven, hoe leuker het is om ze te bezitten. De komende tijd zal ik in dit weblog weer een aantal titels uit lichten, zodat mijn lezers een beetje kunnen meedelen in mijn rijkdom. Twee ervan hebben jullie zojuist ontmoet.