25 juni, 2007

126 - Bedelboek over Bordewijk

Als boekenverzamelaar ben ik er een groot voorstander van dat mensen mij gratis boeken geven. Er moet toch niets zo leuk zijn voor een boekenbezitter om te weten dat er ergens een verzamelaar is die dolblij is met datgene wat overbodig staat te zijn in andermans boekenkast. Daarom herinner ik met enige regelmaat mensen aan de vreugde van het geven en dat leidt tot een gestage stroom boeken mijn kant op. Maar niet alleen bekenden geven mij boeken, ook bedrijven doen dat.

Als tegenprestatie voor deze ruimhartigheid roep ik de lezers van dit blog op uitsluitend zaken te doen met bedrijven die mij hebben voorzien van gratis boeken.

Dat betekent voor u als lezer het volgende:
En dit zijn nog maar een paar voorbeelden... Afgelopen week was het in elk geval weer raak: ik ontving het jubileumboek van advocatenkantoor Schaap en Partners. Een bedelmail van mij naar het kantoor had direct succes. Het had mij enkele jaren van zoeken kunnen besparen als ik hier eerder op was gekomen. Maar sneupers vragen niet snel om hulp, pas als zij ten einde raad zijn... Gelukkig was Schaap en Partners genereus. Mijn oproep is dus: heeft u een juridisch geschil, meld u zich dan in Rotterdam!

Waarom is dit jubileumboek zo speciaal? Het kantoor Schaap en Partners is de plek waar Bordewijk in zijn advocatenbestaan enkele jaren heeft gewerkt. Hij kreeg een jaar na zijn promotie een plaats als junior bij Mr. J.G. Schürmann, aan de Wijnhaven 48. In 1916 werd het kantoor aan de Boompjes 10 betrokken, en dit is het gebouw dat Bordewijk beschrijft in Karakter: "Een hoog gebouw, smal, een oud herenhuis geweest, hij zag het dadelijk...".

Bordewijk heeft tot 1919 bij Schürmann gewerkt. In het jubileumboek wordt uitgezocht waarom de biograaf van Bordewijk, Reinold Vugs, het in zijn boek uit 1995 verkeerd had; er was verwarring met adresboeken in Rotterdam. Desalniettemin vestigde Bordewijk zich in 1919 als zelfstandig advocaat.

Veel ervaringen uit de jaren bij Schürmann zijn in Bordewijk's werk verwerkt. Zoals de beschrijving van een kantoor, maar ook verschillende van zijn tegenstanders in de rechtszaal zijn zichtbaar in zijn romans of in zijn eigen herinneringen aan de advocatuur (in het boek Geachte Confrère).

Een mooi detail vind ik dat de secretaresse van Schürmann, mevrouw Elizabeth Cornelia Schade, model stond voor juffrouw Te George in Karakter: "En ze gaf hem een hand, het was de eerste handdruk die ze wisselden, haar hand was zo koel van de zee, het voelde verrukkelijk aan." Katadreuffe en Te George horen wel en niet bij elkaar: "Maar die twee jonge mensen waren bestemd elkaar beurtelings aan te trekken." Er is een ontmoeting tussen Katadreuffe en Te George op een mooie dag in de Hoek, samen met Katadreuffe's vriend Jan Maan. Maan beschrijft Te George als volgt: "Wat een schat van een meid zeg... Hoe ken je die?... Is dat iemand van je kantoor?... Een hele dame...".

Kortom, in dit jubileumboek is voor de Bordewijk-liefhebber veel terug te vinden over achtergronden van Bordewijk en over details in zijn werk. Maar natuurlijk ook over de ontwikkeling van het kantoor van Schürmann naar het kantoor Schaap en partners dat nu nog gevestigd is aan de Parklaan 17 in Rotterdam.

Een fraai boek dat een mooie plaats krijgt in mijn Bordewijk-collectie.

19 juni, 2007

125 - Opmars van de papiervisjes

Van links naar rechts: zilvervisje, papiervisje en ovenvisje
Een alarmerend bericht op Nu.nl:
Papiervisje richt vaker schade aan in boekenkast

Uitgegeven: 19 juni 2007 08:32

WAGENINGEN - Nederlanders doen er goed aan de boekenkast in te duiken om te controleren of hun literatuur er nog ongeschonden bijstaat. Volgens het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) in Wageningen is het papiervisje bezig met een opmars.

Het kleine insect is moeilijk te bestrijden en richt vooral grote schade aan in boekenkasten, stelt directeur Nico Vonk dinsdag. Hij bevestigde daarmee een verhaal van soortgelijke strekking in het AD. Het diertje voedt zich met cellulose, een stof die vooral in papier voorkomt. Het doet zich naast oude boeken ook te goed aan behang, foto's en schilderijen. Het papiervisje komt vooral in stedelijke gebieden voor.
Vonk noemt de steeds beter geïsoleerde huizen als oorzaken van de opmars. "Het papiervisje gedijt het best in droge en warme ruimtes. Ze planten zich hier in rap tempo voort." Ook de stijgende temperatuur draagt mogelijk bij aan de opmars van het ongedierte.

Ongediertebestrijder Vonk raadt mensen aan om tweedehands- en bibliotheekboeken uit te kloppen. "De gevolgen zijn pas na langere tijd zichtbaar. Veel mensen zijn zich dus niet bewust van het gevaar en de overlast. Ze denken: ach dat beest sla ik wel dood." Om de beesten te verwijderen is een inzet van een ongediertebestrijder met chemische middelen noodzakelijk. Volgens Vonk kan zo'n behandeling behoorlijk ingrijpend zijn. "Je bent er niet met een chemische behandeling. Het hele huis moet bekeken worden. En als je in een flat of rijtjeshuis woont, moeten alle buren er ook aan geloven."

Wortelvormig
Het lichaam van een papiervisje kan twee centimeter lang worden en ziet er wortelvormig uit. Het visje is familie van het ovenvisje en het zilvervisje.
Op deze site staat dat het rotbeest pas sinds 2002 in Nederland als soort bekend is. Zie hier het artikel waarin de verschillen met de andere soorten worden beschreven. Aanvullende informatie van de website van het KAD:
Papiervisje (Ctenopepisma longicaudatum)

Uiterlijk: Wordt vaak verward met het zilvervisje. Voor het onderscheiden van het verschil is een microscoop nodig. Heeft drie staartdraden. Het papiervisje is ongeveer 13 mm lang. Schade aan etsen, postzegels (eten lijm).
Het papiervisje gedijt het best bij een temperatuur van circa 37 °C. Wordt daarom vooral aangetroffen op warme droge plaatsen, b.v. in de boekenkast of bij de CV.
Een (blok)bestrijding met chemische middelen door een deskundige ongediertebestrijder is noodzakelijk (zie ook bij de duitse kakkerlak). Determinatie van de soort is gewenst.

Zilvervisje (Lepisma saccharina)


Uiterlijk: Heeft drie staartdraden aan het achterlijf. Lengte 7-11,5 mm. Ze zijn meestal een aanwijzing voor een vochtprobleem, zoals een lekkage in gootsteenkastjes, of een ventilatieprobleem.
Bestrijding/wering: Scheppen van een droge atmosfeer in de woning. Bij droog weer zoveel mogelijk luchten.
Het zilvervisje houdt van vochtig en het papiervisje van droog. Maak je een vochtige ruimte droger, of andersom, dan wisselen de beestjes maar het effect is hetzelfde... we zitten in een vicieuze cirkel! Ik zie deze beestjes met enige regelmaat rondkruipen in ons huis. Natuurlijk dood ik ze altijd, maar ze zitten onder vloeren, achter muren en in nissen. Behang hebben we niet, maar dit kan ook een nadeel zijn: misschien komen ze nu nog sneller uit bij mijn prachtige boekencollectie.

Wat moet ik doen? Koel (tegen papiervisjes) en droog (tegen zilvervisjes) houden doe ik al en ik stofzuig regelmatig. Maar wat nog meer? Lijmstroken op de planken leggen zodat ze gevangen worden? Mijn boeken dichtsealen in plastic? Is er een natuurlijke vijand die ik kan loslaten op dit probleem? Hebben andere bibliotheekbezitters nog tips?

Wie redt mijn boeken van deze monsters?

12 juni, 2007

124 - Veilingvreugde

Na een eerdere vergeefse poging heb ik eindelijk - voor de allereerste keer - een slag weten te slaan op een boekenveiling. Ruim anderhalf jaar geleden heb ik geprobeerd drie kavels bij Bubb Kuyper te bemachtigen, maar tevergeefs. Bij die kavels werd ik steeds nipt overboden.

Een paar weken geleden werd de nalatenschap van Harry G.M. Prick geveild bij Bubb. Boekengek schreef er ook al over. In het aanbod zaten een paar prachtige kavels, waaronder één met een boek dat ik per se moest hebben. Het gaat om dit boek:

De uitgave Weet u... van Nescio is gemaakt door Guus Middag en Peter Yvon de Vries voor Lieneke Frerichs, die we natuurlijk allemaal kennen als degene die verantwoordelijk is voor een reeks fraaie Nescio-uitgaven. Zij promoveerde op 9 november 1990 en dat moest gevierd worden, onder andere met dit boekje.

Het gaat in deze uitgave allemaal om dit kwatrijn:

Weet U wie ik gezien heb?
die meneer van de Vami
Hij kocht een Cetem van de Ako
op de Giba in de Rai


Nescio schreef dit kwatrijn in augustus 1955 aan een auteur van een krantenrubriek, als reactie op een stukje over de "afkortingenziekte". Bij de promotie van Lieneke Frerichs konden twee afkortingen niet thuisgebracht worden: Giba en Cetem. Die vraag bleef dus openstaan.
Op de Nescio-pagina's van Bert lees ik dat de oplossing twee jaar later door Maurits Verhoeff is gepubliceerd door Maurits Verhoeff in het artikel 'Correspondentie. Een vraag van Nescio aan Charivarius', in Het Oog in 't Zeil, 9 (1992) 2, p. 57-59.

Het bijzondere aan dit boekje is dat het is uitgegeven in een oplage van slechts 25 exemplaren. Waarmee het dus eigenlijk onvindbaar is, omdat dit aantal in het niet valt bij het aantal Nescio-verzamelaars. Ik had het één keer eerder gezien in een catalogus van antiquariaat Fokas Holthuis. Dat was in het najaar van 1998 en toen kostte het 200 gulden. Ik bewaar oude catalogi omdat deze zo'n handig naslagwerk zijn (en omdat ze een nauwkeurig overzicht van gemiste kansen zijn). Ik heb destijds onmiddellijk met Fokas gebeld, maar viste natuurlijk achter het net. Bijna een decennium later blijk ik deze uitgave alsnog voor een prikkie te hebben gekregen. Op de veiling van Bubb stond dit lot, met enkele andere titels, met een richtprijs van 70-90 euro. Ik bood per mail een hoog bedrag, maar het werd afgetikt op 80 euro. Dat betekent dat dit boekje sinds 1998 relatief in prijs gedaald is. Overigens is dit een oneerlijke vergelijking, want een antiquariaat laat zich niet vergelijken met een veiling. Maar mijn bankrekening blijft dit toch een plezierige constatering vinden.

Veilingen zijn overigens vreselijk. Uit pure zelfbescherming ga ik er niet heen, maar bied ik op basis van de catalogus per email. Want ik weet dat ik anders wordt meegesleept met het bieden en in no-time failliet ben. Dit heeft ook een keerzijde: ik heb bij de laatste veiling op 7 lots geboden - waarvan op een aantal zeker geen misselijke bedragen - maar heb er slechts eentje gehaald. Weliswaar precies die ene die ik per se moest hebben, maar er waren een paar fraaie Bordewijk- en Vestdijk-lots die toch ook wel in mijn boekenkasten thuishoorden.

Gelukkig is de score beter dan de vorige keer, toen haalde ik geen enkel lot binnen. De kop is er af en dit smaakt naar meer. In november is de volgende veiling bij Bubb Kuyper en ik ben er klaar voor...

03 juni, 2007

123 - Uitpakliteratuur

Ik bezit twee titels die gaan over het uitpakken van het eigen boekenbezit. Nu ik zelf eindelijk zo ver ben dat ik mijn verzameling dozen weer omvorm tot een bibliotheek kan ik mij goed voorstellen dat deze bezigheid ook bij anderen heeft geleid tot allerlei overpeinzingen.
Want boeken uitpakken moet zorgvuldig gebeuren en dat betekent dat elk boek op de plek komt waar het hoort. Maar tegelijkertijd is het ook nog een kwestie van het ontdekken wat die goede plek is, en dat betekent voortdurend schuiven met stapels en het herinrichten van planken. Omdat een deelcollectie toch meer boeken bevat dan ik dacht, of omdat een sommige boeken toch niet naast elkaar passen. Gelukkig houd ik trouw lijsten bij van mijn verzameling zodat ik kan controleren of alles er nog is en in welke subcollectie het hoort. Het verrassende is dat ik in de loop van de tijd toch minder precies ben geweest dan gedacht. Ik bleek boeken te hebben die niet op de lijst stonden: ik was rijker dan gedacht.
Maar het omgekeerde was helaas ook waar: ergens tussen de nog niet uitgepakte spullen moeten nog minstens drie titels liggen die tot nu toe spoorloos zijn. Ik weet zeker dat het oude huis leeg is, dus ze zijn meegekomen. Maar in welke doos heb ik ze uiteindelijk ingepakt?

Maar het voordeel van het uitpakken van boeken is dat je weer opnieuw met je hele bezit wordt geconfronteerd en dat elk boek dat je hebt zich weer even laat zien – als een dagenlange parade van grote geesten en mooie veroveringen.

Arthur van Schendel heeft in 1937 een kort essay geschreven: Bij het uitpakken van de boeken. Het zijn zijn overpeinzingen wanneer hij “na vele jaren” zijn boeken uitpakt die hij eens had: “Het is louter vriendschap die men voor alle voelt. Na de eerste ontroering van het wederzien, immers het zijn oude vrienden, die alle tegelijk binnenkomen, onderscheidt men ze weder en vindt hun hoekje in de genegenheid terug.” Van Schendel ziet al zijn boeken, ook die hij in zijn vroegste jeugd had, passeren. En hij vraagt zich af of hij ze alle nog wel zou moeten houden. Slechts enkele uitverkorenen verdienen een hoge status: "Tezamen met de klassieken zijn deze welbeschouwd de bibliotheek, en gelukkig is degene die niet, gretig en onverzadigbaar, alles behoudt wat van de drukpers in zijn huis komt, maar zich weet te beperken tot enkelen, die spreken met een stem. Want bezie de menigte der overigen. Daar staan in rijen romans, die gij gekocht hebt om in den trein niet in slaap te vallen; of omdat er in hun tijd een grote roep van ging; of omdat gij niet langs een boekwinkel kunt lopen, zomin als een ander langs een drankwinkel zonder geld uit te geven.” 

Dat laatste geldt helaas ook een beetje voor mij. Maar daar staat tegenover dat ik ook nu nog kan zeggen dat ik een goede hand heb: het valt wel mee met de “menigte van overigen” in mijn bezit. Maar Van Schendel predikt matigheid en een kritisch oog: “Men kan tevreden zijn met en verzameling van boeken, die de bewondering voor edele geesten waarlijk nodig heeft; voor den een zal een tiental hiervan genoeg zijn, de ander verlangt er honderd. Het zullen alle de boeken zijn, tot welke men steeds terugkeert, waarin men steeds iets ontdekt, en alle in een behoorlijke uitgave.” Zo zie ik het ook graag: niet alleen de belangrijke titels, maar vooral ook in een mooie uitgave.

Walter Benjamin, over wiens leven en boeken ik hier en hier al eens eerder schreef, beziet zijn bezit met het oog van een verzamelaar. In het kleine boekje Ik pak mijn bibliotheek uit schrijft hij – waarschijnlijk in 1931 – over het hoe en waarom van het aanleggen van een boekenverzameling. “Ik moet u verzoeken u met mij te verplaatsen in de wanorde van opengebroken kisten, in de lucht vol houtstof, op de met verscheurde papieren bedekte vloer, tussen de stapels na tweejarige duisternis weer aan het daglicht blootgestelde banden”. Benjamin heeft zijn boeken twee jaar moeten missen, wat ook al veel te lang is natuurlijk. En hij beziet zijn boeken op dat moment als het resultaat van “het toeval en het lot”, waardoor ze uiteindelijk in zijn bezit zijn gekomen. Wat het meest glorieuze moment in het bestaan van het boek was. “Voor de ware verzamelaar betekent de aankoop van een oud boek de wedergeboorte ervan”.
Zoals Van Schendel voorstaat, heeft ook Benjamin een periode van matigheid gekend. “Jarenlang – gedurende minstens het eerste derde deel van haar bestaan – heeft mijn bibliotheek uit niet meer dan twee of drie rijen bestaan, die jaarlijks slechts centimeters groeiden. Dat was haar heldhaftige periode”. Daarna sloeg de inflatie toe – er werden veel boeken gekocht – en dan komt het aan op het vinden van de juiste manier om zaken te doen. “Verzamelaars zijn mensen met een tactisch instinct; hun ervaring leert hun dat, wanneer ze een vreemde stad veroveren, het kleinste antiekwinkeltje een vesting, de meest afgelegen kantoorboekhandel een sleutelpositie kan betekenen”. Het gaat erom dat boeken gered worden door ze op te nemen in je eigen bezit: “Voor de boekenverzamelaar ligt namelijk de ware vrijheid voor alle boeken ergens op zijn boekenplanken”. Zo beschrijft Benjamin ook zijn ervaringen bij veilingen en bij kopen via catalogi.

Maar het ging natuurlijk over het uitpakken van de boeken. Daarover zegt Benjamin: “Niets maakt duidelijk hoe fascinerend dit uitpakken is dan de moeite die het kost ermee op te houden.” Hij herinnert zich de steden en winkels waar hij zijn aankopen heeft gedaan, hij herinnert zich de plekken waar de boeken gestaan hebben. En hij concludeert dat hij een tevreden mens is en dat niet zozeer zijn boeken in hem, maar dat hij in zijn boeken woont.

Ik herken veel in wat beide heren schrijven. En nu ik zelf al mijn boeken weer één voor één door mijn handen laat gaan, realiseer me mijn rijkdom. Niet zozeer in de economische waarde van wat ik bezit, maar vooral in de veelzijdigheid ervan en de individuele schoonheid van de boeken. De schoonheid kan betrekking hebben op de inhoud, maar ook op de uitvoering en soms op allebei. En de schoonheid kan voor mij gelegen zijn in de zeldzaamheid: hoe kleiner en obscurer sommige uitgaven, hoe leuker het is om ze te bezitten. De komende tijd zal ik in dit weblog weer een aantal titels uit lichten, zodat mijn lezers een beetje kunnen meedelen in mijn rijkdom. Twee ervan hebben jullie zojuist ontmoet.

06 mei, 2007

122 - Weinig aanwinsten, maar wel groot nieuws uit Parijs

April is een wat slappe boekenmaand geworden. Dat heeft verschillende redenen: mijn boeken zijn na mijn verhuizing nog steeds niet uitgepakt, door het klussen in het nieuwe huis heb ik geen gelegenheid gehad voor het doen van aankopen en het was bovendien ook veel te warm. Behalve de maandelijkse uitgave van Literaire Juweeltjes (ik kom toch elke dag langs een Brunavestiging) is het dus redelijk mager gebleven.

Dat wil zeggen: er kwam goed nieuws uit Parijs. Zoals ik in een eerder bericht schreef, heb ik tijdens een signeersessie de toezegging van Adriaan van Dis gekregen dat hij een exemplaar van Een nieuwe politiek naar mij zou opsturen. Bovendien liet hij weten dat onlangs Onzichtbare stranden was verschenen, een bibliofiele uitgave samen met Pieter Bijwaard. Die moest ik hebben natuurlijk.

Van Dis is inmiddels zijn toezegging nagekomen: een paar dagen al na de Haagse signeersessie ontving ik een envelop uit Parijs. In die envelop mijn langverwachte exemplaar van Een nieuwe politiek, gesigneerd en voorzien van een briefje: "voor uw verzameling". Een dag later plofte Onzichtbare stranden in mijn brievenbus. Nou ja, plofte: het boek is van zodanige omvang dat het niet door de brievenbus past. Daarnaast laat ik een boek van 145 euro liever niet ploffen. Ik neem het voorzichtig in ontvangst en leg het dan zorgvuldig op een veilige plek.


Ik heb het bij herhaling gezegd, maar volgens mij heb ik nu écht alles van Van Dis in huis (hoewel ik dat ten onrecte al eerder dacht, zie hier mijn lotgevallen: deel 1, 2 en 3). Wie meent dat ik nog titels mis, wordt verzocht zich te melden.

Omdat ik zo blij was met beide titels heb ik Van Dis een briefje gestuurd om hem te bedanken (voor de gesigneerde versie van Een nieuwe politiek) en te feliciteren (met de fraaie uitgave van Onzichtbare stranden). Ik heb een boek van eigen makelij bijgevoegd, met opdracht natuurlijk. Want als ik een gesigneerde Van Dis krijg, heeft hij recht op een gesigneerde Sneuper. Als reactie daarop kreeg ik een buitengewoon vriendelijk kaartje uit Parijs. Van Dis beloofde mijn boek te zullen lezen.

Zo kreeg een slappe aprilmaand toch nog een feestelijk tintje. Ik durf de stelling aan dat Van Dis behoort tot de meest vriendelijke en toegankelijke auteurs die er zijn. Ik blijf hem volgen, ook bijvoorbeeld in Buitenhof van 6 mei 2007 waar hij over de Franse verkiezingen vertelt.

Inmiddels zijn de eerste verhuisdozen uitgepakt dus ik heb goede moed dat mei weer een boekiger maand wordt dan april.

10 april, 2007

121 - Looplezen

De dagen worden langer en dat betekent dat de tijd weer is aangebroken voor looplezen. Looplezen is lopen terwijl je ondertussen leest. Of lezen terwijl je loopt, dat mag ook. En dan bedoel ik niet het lezen van binnenkomende sms'jes, boodschappenbriefjes of de krant, maar het lezen van serieuze tekst. Ook bedoel ik niet lezen terwijl je loopbewegingen maakt, zoals op zo'n apparaat bij de sportschool. Looplezen doe je buiten op straat, of in de vrije natuur. Tot slot bedoel ik niet lopen terwijl één iemand voorleest, ook al is hier sprake van een recordpoging en deden 517 mensen mee. Dat wil zeggen: die ene die voorlas was aan het looplezen, de anderen niet.

Ik looplees meestal terwijl ik van huis naar OV loop en vice versa. In het OV zitlees ik maar dat is niet speciaal, want dat doen meer mensen (de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik meestal stalees). Daarnaast looplees ik terwijl ik langere tijd moet lopen als ik van locatie naar locatie ga. Meestal zijn die wandelingen zó saai, dat ik mij ondertussen beter kan bezig houden met iets nuttigs, zoals lezen.

Looplezen vereist durf en speciale vaardigheden. Durf, omdat het natuurlijk enig risico heeft. Als je loopleest heb je onvermijdelijk minder oog voor je omgeving. Als je de plek waar je loopleest minder goed kent, zijn er allerlei dreigende obstakels waar je tegenop kan botsen. Maar met een beetje vaardigheid voorkom je dat. Je moet dus durven om je vaardigheden toe te passen.

De vaardigheden zijn dat je in staat moet zijn naast tekst op te nemen een zekere notie van je omgeving te hebben. Je moet alert zijn op onverwachte tegenliggers en natuurlijk van oneffenheden op je pad (of hondenpoep, oneffenheid en smerigheid ineen). Je moet hetgeen je leest met één hand kunnen vasthouden (want in de andere draag ik mijn koffertje). Je moet in staat zijn om te voorkomen dat de wind je bladzijden omslaat.

Als dat allemaal lukt is looplezen een aangename bezigheid. Zeker als de dagen langer worden: als ik mijn huis uitstap kan ik al looplezen. In de herfst en winter is het 's morgens en 's avonds zo donker, dat looplezen uitgesloten is. Tenzij ik een mijnwerkershelm met lamp opzet, maar dan wacht ik liever tot de lente.

Ik zie maar weinig mensen looplezen. Dat is een gemiste kans, want looplezen is helemaal niet zo moeilijk. Voor mensen die er tegen opzien is hier een handleiding. En al die verhalen over mensen die van stoepranden afglijden, door auto's worden aangereden of anderszins tegen iets aanbotsen: de ware looplezer onderscheidt zich van de amateurs doordat hij/zij zonder enig besef van de afgelegde afstand en de oversteekplaatsen die gepasseerd zijn onbeschadigd op de plaats van bestemming aankomt.

Zoals ik.

24 maart, 2007

120 - Van Dis in Verwijs

Een groot voordeel van de Boekenweek is dat het voor schrijvers een goed moment is om op tournee te gaan. Tot mijn grote plezier zag ik dan ook een aankondiging dat Adriaan van Dis geïnterviewd zou worden in boekhandel Verwijs in Den Haag.

Ik ben optredens van Adriaan van Dis de laatste jaren vaak misgelopen: als hij ergens voorlas dan kon ik niet, of het was te ver weg, of er was een andere reden. Maar nu kon ik er bij zijn, en dat heb ik grondig voorbereid: ik had tien titels bij me om te laten signeren en ruim op tijd zat ik op de tweede rij, fototoestel in de aanslag. Rond kwart over zeven arriveerde de schrijver, in pak, met een felgroene tas in zijn hand.

Het interview werd gehouden door Wim Willems en hij had de nieuwe roman van Van Dis grondig gelezen. Maar eigenlijk had Van Dis geen vragen nodig: na elke korte vraag van Willems gaf Van Dis een minutenlang antwoord waarbij hij de ontstaansgeschiedenis van De Wandelaar mixte met zijn eigen ervaringen in Parijs en allerlei andere thema's. Kortom, het was zeer onderhoudend en het uur met Van Dis vloog om.

Bijgaand twee fragmenten van het interview. In het eerste legt Van Dis het een en ander uit over zijn ervaringen in Parijs en zijn visie op het boek. In het tweede leest hij een stuk voor uit De Wandelaar.



Van Dis over stappentellers, dopamine, Hugo, branden, het ontstaan van boeken...




Van Dis leest voor: pagina 157 uit De Wandelaar

Daarna kwam het natuurlijk aan op signeren. De meeste aanwezigen lieten een exemplaar van De Wandelaar signeren en een flink aantal ook het boekenweekessay van 2004 Onder het zink. Un abécédaire de Paris of het boekenweekgeschenk van 1996 Palmwijn. Maar mijn stapeltje was toch wel wat specialer dan dat: een exemplaar van Nathan Sid, maar dan het nieuwjaarsgeschenk van Meulenhoff dat niet in de handel was en dus het echte officiële debuut van Van Dis, een eerste druk, gebonden editie, van Indische Duinen, een eerste druk, gebonden, van Zilver en een exemplaar van de bibliofiele uitgave Bergen. Dat is een uitgave in een serie van de provincie Noord-Holland, waarin over elke Noord-Hollandse gemeente een verhaal van een bekende auteur en een zeefdruk van een bekende kunstenaar waren opgenomen. In Bergen is dat Adriaan van Dis samen met Doris Groeneveld. Elke uitgave is in slechts 100 exemplaren verschenen. Het verrassende was dat Van Dis bij die laatste opmerkte: "Die heb ik zelf niet eens...".
Kortom: binnenkort bezit ik meer titels van Van Dis, dan Van Dis zelf. Ik heb even overwogen om mijn exemplaar van Bergen aan hem cadeau te doen, maar omdat ik er tien jaar naar heb gezocht besloot ik het toch maar niet te doen.

In elk geval was mijn stapeltje boeken voor hem aanleiding op te merken: "U heeft echt alles van mij". Naar eer en geweten kon ik hem antwoorden: "Op één ding na. Ik mis namelijk nog steeds een exemplaar van het gedicht Een nieuwe politiek, uitgegeven door De Balie in 1998." De reactie van Van Dis was dat hij nog een paar exemplaren van dit gedicht thuis had, en er mij wel eentje wilde sturen. Als ik tenminste bereid was mijn adres te geven. Dat was ik natuurlijk, maar enigszins verontschuldigend zei Van Dis dat het wel even kon duren (ze liggen natuurlijk in Parijs en hij was nu in Den Haag). Maar hij zou het niet vergeten, beloofde hij.

Maar nóg was het niet op die avond (hoeveel weelde kan een mens verdragen?). Toen ik met mijn tweede stapeltje Van Dis-exotica langs kwam (onder meer de uitgave Classics van de VSB-bank, de lezing Brieven zonder grieven van PTT Post, een exemplaar van Een waarze sat van Wolters-Noordhoff en de uitgave Adriaan van Dis in Veenendaal van het CLV en de bibliotheek Veenendaal) vroeg Van Dis zich af of ik misschien ook een exemplaar van Onzichtbare stranden had. Volgens hem was het een schitterende uitgave, net uit en beslist iets voor een verzamelaar die alles al had.

Ik moest bekennen dat ik die titel niet kende. Toch weer een hiaat in de verzameling! Maar inmiddels heb ik het boek achterhaald: het is een uitgave van Hein Elferink en bestaat uit een verhaal van Van Dis en 18 houtsnedes van Pieter Bijwaard. Hier is de catalogus van Elferink. Alleen de prijs is fors: 175 euro maar liefst.

Maar wie compleet wil zijn moet er wat voor over hebben. En het is een rib uit mijn lijf, maar een mooie bekroning op deze avond. Stuur maar op, Hein!

12 maart, 2007

119 - Moet ik dat allemaal lezen?

Het is de eeuwige vraag van de bezoeker aan de boekenbezitter: "Heb je dat allemaal gelezen"? Het is ook de vraag die boekenlezers zich stellen. Ik schreef er hier al eerder over, in de Spits stond met een verslagje van een recent onderzoek van de BBC, waaruit een top 10 volgt van boeken die Britten niet hebben uitgelezen. De ranglijst staat hier. Van de top 10 bezit ik alleen Tolstoj en Dostojewsky, maar ik heb ze wél allebei gelezen. Al ruim 6 jaar geleden stelde BBC aan lezers trouwens de vraag: "Be honest, have you actually read them?". Kennelijk was het antwoord toen al en nu dus weer "nee".
Ook in België is het onderzoek gedaan, toen "won" Het verdriet van België van Claus. Zie hier de Belgische lijst waarvan ik 6 van de titels bezit én gelezen heb. Tot slot nog een kort lijstje uit Nederland.


Maar er is hoop voor hen die het niet redden: je hóeft ook niet alle boeken te lezen. Ik las een opgetogen stukje in de Volkskrant van 9 maart: de wetenschapper Pierre Bayard schreef in Comment parler des livres que l'on ná pas lus? hoe je kan praten over nooit gelezen boeken. Het is helemaal niet nodig om Ulyssus te lezen om er zinvol over te kunnen praten. Een aardig artikel bij de BBC laat zien hoe je bluft over Oorlog en vrede van Tolstoj: Ever read War and Peace? No need to...

Terwijl ergens anders het boekenbal losbarst en ik mij schrap zet om morgen weer aankopen te doen, stelt het mij gerust dat er een plan B is. Ik wil alles lezen wat ik heb, maar als ik daar om één of andere reden niet in slaag, schaar ik mij bij de volgelingen van Bayard. Volgens hem is de meest belezen man de bibliothecaris uit Mann ohne eigenschaften van Musil, die alle boeken kent maar er geen een heeft gelezen. Dat boek van Musil moet ik dus lezen, en daarna die van Bayard.

11 februari, 2007

118 - Opgedoken boeken bij de Slegte

Het was weer een feestje bij De Slegte. Door het betoog van Sander en de reacties in de comments op zijn stuk besloot ik dat het boek Verzonken boeken van Komrij met stip op mijn wishlist zou moeten stijgen.

En zo geschiedde dat ik ronddwaalde in De Slegte in Den Haag en besloot dat ik dringend bij de K moest kijken en ziedaar: het boek van Komrij stond er. Een nette eerste druk, 2,5 euro.

Het maakt niets uit dat de tekst van het boek integraal op het web staat, namelijk hier. Want zo kan iedereen genieten van het briljante stuk over bibliofilie, dat ik thans op papier bezit:

"De bibliofiel wordt door velen beschouwd als een fijn-proever, een liefhebber van mooie dingen die met zorg een uitgelezen verzameling bijeenbrengt. Niets is minder waar. De bibliofiel is een veelvraat, een slokop, een ordinaire op-stapelaar. Boeken zijn voor hem geen doel, maar een middel. Een middel om zich, in een mantel van beschaving, te gedragen als een wilde die met pijl en boog door het oerwoud rent om hitsig alles neer te leggen wat hem voor de voeten loopt. Zodra zijn prooi terneerligt steekt hij alweer, met atavistische drift, zijn neusvleugels uit in de richting van ander wild. De bibliofiel staat nog 't dichtst bij Tarzan van de apen. Als de bibliofiel na lang speuren een vurig gewenst boek heeft gevonden en bijgezet in zijn trofeeënkast, verliest hij er prompt alle interesse in. Hij is al op zoek naar een ander boek. Zolang de bibliofiel leeft blijft zijn buit dood liggen, als een gehoorzame hond. Pas na de dood van de jager zelf komt de hond weer tot leven. Wee het boek dat in de handen van een bibliofiel valt! Het blijft dood zolang zijn baas leeft. Alleen bij het overlijden van bibliofielen vinden boeken baat."

Beschaamd bedenk ik mij dat ik ook een zolder vol lijken heb, die smachten naar mijn overlijden opdat zij juichend in catalogi van antiquariaten kunnen staan. Maar ik ga nog jaren mee, en tot die tijd verzamel ik ijverig verder.

Van de weeromstuit kocht ik ook nog een uitgave van Stichting de Roos. Over nut en noodzaak van deze mooie Rozen schreef ik hier. Het bijzondere is dat ik voor een kast vol boeken kan staan, en dan het ene boek er uithaal waar iets mee is. Zoals deze Roos, die onopgemerkt tussen allerlei oninteressante boeken stond. Het is Het Westeinder handschrift, een uitgave uit 1978. Het Westeinder handschrift is op het oog een Vondel-achtig toneelwerk en volgens de aankondiging in het werk afkomstig uit 1691. In werkelijkheid is het in 1961 geschreven door de toenmalige minister van Onderwijs Jo Cals die in het Westeinde-ziekenhuis in Den Haag lag. Hij was ziek was ten tijde van de behandeling van de mammoetwet en in dit stuk zijn alle "personaedjen" in het stuk in feite personen die bij de totstandkoming van de mammoetwet waren betrokken. Zoals "Margaretha van Arnheim, vorstin ad interim" die in werkelijkheid Marga Klompé is.

Het grappige is dat op de site van Parlement & Politiek wel te vinden is dat Cals de mammoetwet tot stand bracht en in het Westeinde lag, maar niet dat hij daar dit boekje schreef. Cals is ook de minister-president wiens kabinet na de roemruchte nacht van Schmelzer viel.

Kortom, een bijzonder boekje, niet alleen door de historische waarde, maar ook door de bibliofiele waarde (want elke uitgave van Stichting De Roos telt 175 exemplaren) en omdat dit een voorbeeld is van een boek dat suggereert authentiek historisch te zijn, maar het niet is.

Ik ben gek op uitgaven van De Roos. Ze zijn altijd fraai uitgevoerd en meestal onbetaalbaar, maar deze mocht ik hebben voor... 7 euro. Waardoor ik nu al 19 rozen bezit. Een fraai boeket!

10 februari, 2007

117 - Reeksdissonanten

Wat moet je doen als je een serie spaart, maar je wilt één van de boeken in die serie toch echt niet in huis hebben?

Dat klinkt een beetje gek misschien, maar ik kijk wel degelijk kritisch naar de boeken die ik bezit. Ik ben wel een bibliofiel, maar geen bibliomaan: ik hoef niet zoveel mogelijk boeken te verzamelen, ik verzamel alleen boeken die ik belangrijk vind. En er zijn enkele auteurs waar ik zo’n afkeer van heb, dat ik hun boeken niet in mijn bibliotheek wil zien.

Eén ervan is Gerard Reve. In een wereld die soms vol lijkt te zijn met Revianen, die hun eigen handleidingen schrijven over hoe je Reviana moet verzamelen (en waarbij ik een tijdje geleden het bericht las dat € 25.000 is betaald voor Reve’s eigen exemplaar van De Avonden) voel ik me soms een eenling. Maar ik heb helemaal niets met Reve en ben al een tijd geleden na het lezen van Een circusjongen definitief afgehaakt. Zijn humor is niet leuk, zijn verhalen zijn slecht, zijn levensstijl irriteert me: Reve komt er dus niet in. De consequentie daarvan is bijvoorbeeld dat ik in het rijtje met uitgaven van de literaire boekenmaand van De Bijenkorf (startend met De liefde tussen mens en kat van W.F. Hermans uit 1985 en doorlopend tot De heetste dag van het jaar van Martin Bril uit 2006) een exemplaar van 1995 mis. Dat is namelijk Op zoek van Reve. Ik zit dus met een permanent hiaat in een serie. Zijn mijn principes dat waard?


Een tweede voorbeeld is Ronald Giphart. Ik wordt zó moe van zijn semi-literaire oversekste gezwam dat ik geen Giphart tussen mijn boeken duldt. Waarom zou ik het lezen? Wat is er nu zo goed aan Giphart? Zijn Groot Literair Lees Kijk Knutsel en Doe Vakantieboek was erg grappig en ik heb gelachen om Prins Willem de Dikke. Maar kom bij mij niet aan met de Giphart-romans zoals Giph, Ik ook van jou en Ik omhels je met duizend armen, want ze verdwijnen onmidellijk weer, het liefst richting oud papier (hoewel ik er ook wel weer een paar euro via Marktplaats aan wil verdienen). Inmiddels doet zich nu een dilemma voor. Een recent deeltje uit de serie 1-euro-boekjes die door B for Books wordt uitgegeven is het verhaal Heblust van Ronald Giphart. Ik heb het gekocht en helaas: het is toch weer een kansloos verhaal. Wat moet ik met het verhaal van een slikkende en snuivende hoofdpersoon die vol trots terugdenkt aan een massa-orgie terwijl ze zich op haar dakterras ligt te bevredigen? Ik vrees dan ook dat deze Giphart dezelfde route gaat als de andere Giphartjes tot nu toe. Met als gevolg dat zich ook in deze serie een hiaat gaat voortdoen: ik zal structureel deze serie niet compleet hebben. En dat terwijl ik een tijdje geleden nog een punt maakte van het vinden van Niemand op heel Vlieland (dat ik inmiddels in mijn bezit heb). Ik hecht aan volledigheid, maar niet ten koste van alles.

Het is goedbeschouwd nog een wonder dat mijn serie boekenweekgeschenken compleet is. Want Gala van Giphart viel mee en die gedoog ik. Zolang Reve niet in beeld is als geschenkauteur (het scheelde niet veel, ooit) zal dit ook zo blijven. Gelukkig is er nog kwaliteit voldoende in deze wereld. Als ik spinnend van tevredenheid mijn planken vol Nederlandse, Russische, Engelse, Franse, Italiaanse, Zuid-Amerikaanse topauteurs zie dan mis ik de beide heren ook niet echt. Hebben alle andere auteurs dan zo’n voorbeeldig leven geleid? Vast niet, er zitten heuse griezels tussen (zoals Louis-Ferdinand Céline, en met Sartre ben ik het ook heus niet altijd eens). Maar zolang ze een goed verhaal weten te vertellen en hun persoonlijkheid zich niet irritant opdringt in het verhaal, mogen ze vooralsnog blijven staan.

26 januari, 2007

116 - Van dode schrijvers niets dan goeds

In deze tijd, waar de canons over ons heenrollen, is door het Letterkundig Museum een hele fraaie opgesteld: de top 100 van grootste Nederlandse en Vlaamse dode schrijvers aller tijden. De naam van de canon is Pantheon. Een mooi lijstje bekende namen, waarbij de 'gelukkigen' op geboortedatum worden genoemd, waardoor het geen top 100 in de zin van een hitparade is geworden. De discussie over de vraag of Elsschot een groter schrijver was dan Boon hoeft niet gevoerd te worden. Ze staan in elk geval beide in de top 100.
Pieter Langendijk
Een snelle control-F stelt mij gerust dat Nescio en Bordewijk gewoon opgenomen zijn in de canon. Dat Multatuli erin staat is evident en ook Hermans, Bomans, Heijermans en Emants verdienen een plaatsje. Vestdijk, Langendijk en Bilderdijk mochten niet ontbreken. Maar ook Couperus en Revius, Marsman en Blaman, van den Vondel en van Schendel: ze zijn er allemaal bij. Evenals Jan van der Noot, Hugo de Groot en H.C. Poot. En natuurlijk Huygens, Tollens en Paaltjens. Voor wie het niet opviel: let vooral op de alliteraties bij deze opsomming. Het lijkt wel poëzie! 5% Van de lijst heet trouwens Jacob: Van Maerlant, Cats, Revius, van Lennep en Israël de Haan zijn opgenomen. En 4% heet Willem: die Madoc maakte, Bilderdijk, Kloos en Elsschot vinden we terug. Voeg daar de 3% Karel bij (van Mander, van de Woestijne en van het Reve) en het is duidelijk dat wie later in de canon opgenomen wil worden het meeste kans maakt als hij Willem Karel Jacob Dijkmans heet. De enige die daar qua naam een beetje bij in de buurt komt is Joseph Willibrordus Adrianus Dijkmans die in 1990 het proefschrift Aspects of geomorphology and thermoluminescence dating of cold-climate eolian sands schreef. Maar die zie ik nog niet zo snel in deze canon eindigen. Voor vrouwen (slechts 14 van de 100 trouwens) geldt overigens dat je het beste Anna kunt heten (Bijns, Roemers Visscher, Blaman) en gemakshalve reken ik Anne (Frank) dan ook maar mee. Opmerkelijk is dat één van de opgenomen vrouwelijke auteurs eigenlijk een duo is: Betje Wolff en Aagje Deken moeten het met één plekje doen.
Anna Bijns
Zo zijn er dus 101 auteurs in de top 100 en ook is er nog een 0-positie, namelijk alle anonieme auteurs die meesterwerken zoals Beatrijs, Karel en de Elegast, Mariken van Nimwegen en dergelijke hebben nagelaten. Een top 100 met ruim 100 deelnemers, dat is toch knap gedaan. Opvallend is dat sommigen van twee walletjes eten. Erasmus, Hugo de Groot, Spinoza, Vincent van Gogh en Anne Frank komen ook al voor op de canon van Nederland. Ik vind eigenlijk: maak een keuze, de anderen hebben het al moeilijk genoeg. Multatuli doet het netjes: een boek op de canon van Nederland (Max Havelaar natuurlijk) en hijzelf in de canon van dode schrijvers. Zo'n lijst is een feest van herkenning. Hoe lang is het geleden dat ik Rhijnvis Feith las? Zijn "Julia" toch voor het laatst op de middelbare school. En ik heb nooit geweten dat Vestdijk, Walschap en Slauerhoff in hetzelfde jaar zijn geboren (1898). En van wie heb ik nog nooit iets gelezen uit de top 100? Dat zijn er nog best veel: Henric van Veldeke, Willem, die Madoc maakte, Jacob van Maerlant, Jan van Ruusbroec, Anna Bijns, Dirk Volkertszoon Coornhert, Jan van der Noot, Karel van Mander, Jacob Revius, A.C.W. Staring, Hendrik Tollens, Virginie Loveling, Jacques Perk, Cyriel Buysse, Stijn Streuvels, Karel van de Woestijne, Maria Dermoût, Cola Debrot, Albert Helman en Hans Faverey zijn mij de afgelopen jaren waarschijnljk ten onrechte ontgaan.
Jan van der Noot
En dan heb je nog de categorie die niet in de top 100 is geëindigd, maar wat mij betreft volkomen ten onrechte. Hier mijn allitererende argumentatie. Want waarom wel A. Roland Holst maar niet H. Roland Holst? Wel du Perron maar niet Ferron kan ik nog begrijpen. En geen Marugg is goed, maar waar is dan ineens Büch gebleven. Wel Achterberg maar geen Herzberg? Wel Cats, maar geen Van der Leeuw? Wel Huygens maar geen Boutens? Ik denk dat mijn lijst er toch een tikje andes zou hebben uitgezien. En de vraag is natuurlijk hoe de lijst er over 10 jaar uitziet. Wie valt eruit als Haasse of Claus of andere auteurs op leeftijd overlijden? Komt Haasse in plaats van Buysse? En mag Hugo Claus de plaats van Hugo de Groot? Verdwijnt Lucebert als Campert komt? Neemt Harry Mulisch de plaats van Carry van Bruggen? Ik hoop op een bijgewerkte lijst per decennium en een lijst met afvallers. Dat houdt de discussie levendig. Ik ga in elk geval op zoek naar een paar titels van auteurs in de canon die ik nog niet ken. Virginie Loveling, ik had nog nooit van u gehoord maar waar zijt gij thans? 

08 januari, 2007

115 - Oud papierprijzen in Arnhem

Ik moest voor een zakelijke afspraak in Arnhem zijn en op weg terug naar het station, terwijl ik eigenlijk op weg was naar De Slegte, kwam ik langs de Bijenkorf. Daar zag ik aangeplakt dat er een "Internationale Magazijn Verkoop" aan de gang was. Met kortingen tot wel 70%! Ik rook boeken, althans ik had zoiets in de advertentie gelezen, en dus begaf ik mij naar de kelder van het filiaal om de tafels te zoeken met boeken met korting. Met een volle tas, maar enigszins bedrukt, verliet ik het filiaal. In de kelder stonden de tafeltjes met boekaanbiedingen. Het was er leeg. Achter de kassa zat een man met een snor enigszins droevig voor zich uit te kijken. Iedereen in Arnhem die van boeken hield had besloten niet in de kelder van de Bijenkorf te zijn. De advertentie bleek gelogen te hebben. Want waar de spullen van Calvin Klein, McGregor, Ralph Lauren, Arrow en Tommy Hilfiger weggaan met kortingen tot 70% mogen de boeken weg met kortingen van 90%. Persoonlijk vindt ik dat een tragisch signaal, kennelijk zijn boeken lastiger te slijten dan een foeilelijke enkellaars van Diesel. De wereld holt achteruit. Hoe dan ook, uiteindelijk stond ik met mijn tien titels bij de droevige man achter de kassa. En nadat hij de hele stapel had gescand gaf de kassa een eindtotaal aan van 4,66 euro. Een gemiddelde van minder dan 50 cent per stuk. Daaronder bevinden zich dan wel zes ontbrekende deeltjes uit de serie kleine boekjes die de Bezige Bij uitgaf ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de uitgeverij (waaronder Anekdotes rondom de dood van Mulisch en Ohi, hoho, bang bang van Campert), een hilarische verzameling reportages van De Boer en De Cocq onder de titel De Boer en De Cocq verslaan de wereld en een exemplaar van Over en weer, de verzameling gedichten die Remco Campert en Cees Nooteboom aan elkaar schreven. Een strofe: 
Brieven, gedichten, Gedichten als brieven, Een hand schrijft, bezorgt, Andere handen stempelen, verzamelen, Jute zakken, een vliegtuig, En dan mijn vriend de postman Die met zijn fiets het pad oprijdt, en jouw gedicht.
Zoals gezegd: 4,66 voor al dit moois. De droevige man naar de kassa keek naar het totaalbedrag en toen naar mij. Het leek alsof hij zich verontschuldigde voor het feit dat het moois voor zo weinig geld de winkel verliet. Ook ik verontschuldigde mij en overwoog het dubbele te betalen. Maar laf als ik ben deed ik dat niet en zei alleen "het is wel wat weinig voor zo'n stapel". De man zei: "oud papier levert nog minder op". Daar hebben we het toen maar bij gelaten. Wat viel er nog meer te zeggen? Ik ben blij dat ik een tas met boeken uit de Bijenkorf heb gered. Als er nog boekenliefhebbers zijn die bereid zijn meer dan de oud papierprijs te betalen voor een boek, laten zij dan naar de Bijenkorf in Arnhem gaan, en de droevige man achter de kassa verlossen van te lage opbrengsten. Met de Slegte is het vandaag niks meer geworden.

31 december, 2006

114 - Sneupen in 2006: een overzicht

Traditioneel geef ik op deze plek een jaaroverzicht van wat ik het afgelopen jaar allemaal met boeken heb beleefd. Zie hier de jaaroverzichten over 2005 en 2004.

Dit jaar was een goed boekenjaar. Tot mijn grote vreugde kon ik in totaal 68 titels aan mijn bezit toevoegen, dus ruim één exemplaar per week (2005: 41, 2004: 61). Maar het gaat niet alleen om kwantiteit, het gaat vooral om kwaliteit.

En met kwaliteit bedoel ik natuurlijk in de eerste plaats Nescio: drie titels kwamen mijn kant op. Natuurlijk de nieuwe uitgave van De uitvreter, geïllustreerd door Joost Swarte en daarnaast Nesico in Nijmegen van Bert Vanheste. Erg blij ben ik dat ik eindelijk een mooi exemplaar van Over Nescio. Beschouwingen en interviews heb gevonden. Over de eerste twee schreef ik hier, over de laatste hier.

Maar 2006 was ook een goed Bordewijk-jaar. Eén nieuwe uitgave, namelijk Vrouwenhaar, en via Marktplaats heb ik eerste drukken van Apollyon en Noorderlicht gevonden. Het zijn niet de allerbeste edities (de binnenzijde van Noorderlicht laat wat los en beide zijn zonder stofomslag) maar de prijs was dan ook laag.

Marktplaats en Ebay blijven toch geweldige plekken om boeken te vinden. Bordewijk en Nescio staan beide ook in mijn bijzondere exemplaar van Kristal 1935, waarin de handtekening van Bordewijk staat. Jammer dat zoveel andere Nederlanders ook toegang tot Marktplaats hebben, daarom gaat er ook nog wel eens wat aan m'n neus voorbij. 2006 Had namelijk ook een zeer goed Hugo Brandt Corstius-jaar kunnen worden, maar een aantal titels die ik al lang zocht gingen aan mijn neus voorbij naar een andere HBC-verzamelaar. Wel ben ik zeer blij met het al wat oudere Vormen en woorden van hem en het dit jaar verschenen Eetgeenvlees. Maar het had dus het dubbele kunnen zijn...

Een ander walhalla voor verzamelaars is boekwinkeltjes.nl. Daar heb ik één van mijn drie aanwinsten van Margriet de Moor vandaan, een mooie eerste druk van De virtuoos. Ook De kegelwerper en Op de rug gezien (de uitgave in de serie literaire juweeltjes) haalde ik binnen.

De laatste die speciale vermelding verdient is Marcel Möring. Ook van hem drie aanwinsten: zijn nieuwste roman Dis, de maand-van-de-filosofie-uitgave Lijdenslust en een bijzondere uitgave van De Kotzker. Daarmee komt mijn totaal aantal exemplaren van dit vroege verhaal van Möring op vier: twee in de speciale uitgave van de Februari-boekhandels (totaaloplage 4400, ik heb exemplaren van Het Martyrium in Amsterdam en Den Boer in Baarn), één als speciale uitgave van Bureau Obelon (jaarwisselingsgeschenk 1996-1997) en nu één als speciale uitgave van dagblad De Morgen.

Verdere Nederlandse literatuur aanwinsten: alle twaalf de deeltjes van Literaire Juweeltjes van dit jaar (ja, ook die van Vonne van der Meer. Daarover later meer. Bedankt Rick!), alle uitgaven in het kader van de Boekenweek, de Kinderboekenweek, de Maand van het Spannende Boek en natuurlijk de uitgave van Dubbelspel van Arion in het kader van Nederland Leest. Het geschenk in het kader van Gedichtendag van Menno Wigman (zie hier mijn verslag) ontbrak niet dit jaar evenals boeken van Bril, Campert, Dantzig, Adriaan van Dis, Haasse, Van der Heijden, Hermans, Abel Hertzberg, Noordervliet, Nooteboom, Pos, Springer en de verhalenbundels Oudergewoonte en Over X-jes (etc.) die ik in grote dankbaarheid ontving van een lezer van dit weblog.

Maar ook buitenlandse literatuur stroomde binnen. Dit jaar heb ik Meir Shalev gecompleteerd, mede naar aanleiding van een bijdrage van Bibliofilos. Ik besloot de paar missende titels aan te vullen, dus kocht ik (wederom via boekwinkeltjes.nl) eerste drukken van De Bijbel nu, Vooral over de liefde en De geest van het verhaal. Tot mijn grote vreugde kwam er ook een nieuwe roman van hem af, Een duif en een jongen. Verder titels van Hosseini, Baudelaire, Echenoz en Diderot, Flaubert, de Maupassant, Swale, Amos Oz, Manzoni en Martorell, Owen Gingerich, Potok en Philip Roth.

Heerlijk al die boeken. Als ik de opsomming zie ben ik weer helemaal tevreden. Alleen lijd ik aan het tegenovergestelde van Boekengek. Hij is verhuisd en heeft nu meer reistijd (en dus meer leestijd) maar minder energie om te schrijven. Ik heb momenteel veel reistijd en leestijd, maar weinig energie. Dus ga ik verhuizen. Dus heb ik, net als boekengek, al mijn boeken moeten inpakken, een planning moeten maken waar het allemaal komt te staan (is nog niet gelukt: te veel boekenkasten voor te weinig vierkante meters) en wacht ik het moment af tot ik mijn schatten weer kan uitpakken.

Hopelijk leidt dit volgend jaar tot meer bijdragen. Want dit jaar waren het er (inclusief deze) 30, in 2005 konden jullie 52 nieuwe berichten lezen. Het aantal bezoekers is wederom gestegen: dit jaar heb ik ruim 14.000 hits mogen tellen tegen ongeveer 13.500 in het jaar ervoor. Traditioneel blijkt november de beste maand te zijn, maandag de beste dag en tussen 9 en 10 uur 's avonds het beste moment. Ik verwacht dan ook op de avonden van 5, 12, 19 en 26 november 2007 weer veel bezoekers.

Gezien het aantal reacties op de berichten wordt het blog gelukkig ook nog gelezen door de mensen die erop verdwalen. Dat komt onder meer doordat ik steeds hoger score bij Google. Wie bijvoorbeeld zoekt naar De Slegte vindt mijn weblog als 4e hit na het intoetsen van "slegte". Erg trots ben ik echter dat iedereen die zoekt op "boeken weblog" via Google mij als eerste hit krijgt (daarmee 1.489.999 verwijzingen achter mij latend). Het doet mij goed dat ik het nummer één weblog ben op het web! Niet verwonderlijk dat het zoekwoord "boeken" in ruim 11% van de verwijzingen van zoekmachines naar mij voorkomt.
Hoog scoren ook de zoekwoorden "boek", "dis", "nescio", "slegte" en "recensie". Bezoekers aan mijn website kwamen dus vaak via Google, Ilse en Altavista tot mij maar ook via verzamelaars.pagina.nl, boeken.pagina.nl en antiquariaten.startkabel.nl. Enkele honderden hits kreeg ik van lezers van het boek Wembley van Richard Osinga, waarvan de verschillende delen in weblogs verschenen. Lezers van Wembley kwamen via Ik en mijn Lada bij mij (voor deel 12) en gingen vervolgens door naar rolsjebolsjeblog.
Het meest blij ben ik natuurlijk met de hits via bibliofilos, boekengek, ricksbooks, jan coucke, kapitein en lezenetcetera: mijn collega-bloggers die ik, samen met alle andere lezers, een voorspoedig, boekenvol en verrassend 2007 toewens.

Tot volgend jaar!

21 december, 2006

113 - Cadeautips voor mij

Voor al die mensen die staan te springen om mij cadeaus te geven, maar die per se een keertje géén boek willen geven, heb ik de volgende ideeën. Het hoeft namelijk niet altijd een boek te zijn als je mij iets geeft, ik heb een brede smaak en iets heel anders is ook goed: Zitten op/in mijn eigen bibliotheek: de boekenstoel (bibliochaise) Niet de tijd vergeten als ik lees: een boekenklok Voor een verfrissing tijdens het lezen: de boekenmok Natuurlijk de onvermijdelijke stropdas, voor als ik nieuwe boeken ga halen Die ik op deze onzichtbare boekenplanken wil leggen, de selfshelf Gezellig muziekje erbij tijdens het lezen, maar zonder opvallende boxen. Nog meer meubeltjes, voor als er bezoek is Maar als dat allemaal wat te omslachtig is: graag toch een boek. Of twee. Of meer. Leg ze daar maar neer. Fijne feestdagen! 

08 december, 2006

112 - Flonkerend en gesigneerd Kristal uit 1935

Sint Nicolaas heeft dit jaar buitensporig zijn best gedaan. Dat wil zeggen: pakjesavond zelf was zeer bevredigend (de nieuwe Möring, de nieuwe Shalev, om maar wat te noemen. Beide verwoestend besproken in de Volkskrant, maar ik waag het er toch maar op) maar het was vooral ook het pakje dat ’s middags in de bus plofte dat mijn grote vreugde wekte.

Ik had namelijk onlangs in een zenuwslopende veiling bij eBay een boek gewonnen. De veiling was zenuwslopend omdat ik – nadat ik eerst in mijn ogen had gewreven om te zien of er stond wat ik dacht dat er stond – ten onrechte dacht dat er weinig meebieders zouden zijn voor het boek dat ik op het oog had. Dus nadat ik een bod had gedaan met een stevig maximum (dat zoals jullie weten dan automatisch door eBay wordt aangepast als anderen gaan bieden) keek ik kalmpjes vijf minuten voor tijd naar de actuele stand. Toen bleek dat ik overboden was. Ik wist dat ik 10 seconden voor de slottijd mijn finale hogere bod zou moeten doen (want dan had mijn tegenstrever die kennelijk ook online was geen tijd meer om mij te overbieden) maar dat bod moest dan wel hoog genoeg zijn. En het maximum van mijn tegenstander kende ik natuurlijk niet. Dat vereiste een goede gok van mijn kant. Tot mijn grote vreugde was ik enkele minuten de trotse bezitter van een boek. Het kostte me al met al € 43.

Het boek in kwestie is een exemplaar van Kristal 1935, een niet zo heel zeldzame uitgave uit 1935 waarin een staalkaart wordt gegeven van Nederlandse auteurs van dat moment. Alle auteurs hebben nieuw werk ingeleverd; het boek bestaat dus uitsluitend uit voor het eerst gepubliceerde stukken. Het zijn er tientallen, waaronder bekende namen als Nescio, Bordewijk, Jan Campert, Bloem, Nijhoff, De Perron, Vestdijk etc. Maar ook inmiddels vergeten auteurs als W.A. Wagener, A.J.D. van Oosten, Victor Varangot, Halbo Kool en E. Raedt-De Canter.
Wat deze uitgave bijzonder maakt is echter dat het boek is gesigneerd door een aantal auteurs die erin staan. Volgens de advertentie waren dat Jan Engelman, Marianne Philips, Henrëtte van Eyk, Emmy van Lokhorst, A. Roland Holst, M. Nijhoff, Mien Proost, de eerdergenoemde E. Raedt-De Canter en … Bordewijk. Dat laatste is waar ik op aansloeg want gesigneerde boeken van Bordewijk zijn zeldzaam. Ik heb er nog maar weinig voorbij zien komen in catalogi. Het feit dat een handtekening van Bordewijk stond in een boek waarin ook een verhaal van Nescio staat (die helaas niet mee signeerde) maakte dat ik zonder enige twijfel in het bezit moest komen van dit boek. Vandaar mijn zenuwslopende eBay-sessie en mijn grote vreugde bij het succes.

Een vergelijkbaar boek als deze wordt aangeboden door één van mijn favoriete antiquariaten, Fokas Holthuis. Lees hier wat de omschrijving bij Fokas is:
"Afgezien van het feit dat in Kristal veel belangrijk werk in eerste druk te vinden is, maken met name de vaak elders niet gepubliceerde portretten en karikaturen deze uitgave bovengemiddeld interessant.
Dit exemplaar draagt als toegevoegde weelde op pagina 8 de handtekeningen van Emmy van LOKHORST, Martinus NIJHOFF, A. ROLAND HOLST, Mien PROOST, Henriëtte van EYK, Marianne PHILIPS, Eva RAEDT de CANTER en Jan ENGELMAN."

De aandachtige lezer merkt dat het boek dat ik heb gekocht gelijk is aan dat van Fokas: alle handtekeningen uit dat exemplaar staan ook in de mijne. Met één verschil: de handtekening van Bordewijk. Het is goed te bedenken dat de waarde van een exemplaar zonder Bordewijk’s handtekening volgens Fokas al € 95 is. En dan heeft dat boek nog een gevlekte en beschadigde omslag, in tegenstelling tot de mijne.

Ik moest natuurlijk wel zeker weten dat ik een authentieke handtekening van Bordewijk te pakken had. Gelukkig had de verkoper foto’s bijgevoegd. Dit is de foto van de pagina met handtekeningen van mijn exemplaar (pijl digitaal toegevoegd):

Zoekend op het internet vond ik bij het Utrechtse antiquariaat Boek2 een andere gesigneerde Bordewijk, een exemplaar van Meneer en mevrouw Richebois. Ook hiervan is een foto gemaakt.

Jullie zien: geen twijfel mogelijk, ik heb een handtekening van Bordewijk. Het is goed te weten dat Boek2 voor dit gesigneerde exemplaar € 350 vraagt, waarbij ik mij afvraag of hier sprake is van een tikfout, of dat een handtekening van Bordewijk nog zeldzamer is dan ik dacht. Maar hoe dan ook, er is maar weer eens onderstreept wat een goede aankoop ik heb gedaan. Ik ga er ook van uit dat mijn handtekening uit de jaren '30 stamt. Of zou een latere lezer dit boek aan Bordewijk hebben voorgelegd in zijn hoogtijdagen na de oorlog?

Toch is de waarde van het boek uiteindelijk tamelijk irrelevant: ik zal het boek nooit meer verkopen. Het zal vooral door mij bewonderd worden en het is leuk te weten dat ik een goede koop heb gedaan. Samen met de originele boze brief van de zoon van Bordewijk (daarover schreef ik hier) is dit boek inmiddels een pronkstuk in mijn verzameling.