15 mei, 2008

151 - Amputatie

Ik heb een paar van mijn schatten verkocht. Eigenlijk voor het eerst sinds ik boeken verzamel heb ik boeken verkocht die daadwerkelijk onderdeel uitmaakten van mijn verzameling.

Natuurlijk heb ik al eerder boeken verkocht. Wat heet: een deel van mijn collectie is gefinancierd door boeken die ik van anderen kreeg, sorteerde en vervolgens naar De Slegte en collega's bracht. Om nog maar te zwijgen van al die boeken die ik via Marktplaats van de hand heb gedaan.

Maar dat was anders: het ging om boeken waar ik niet of nauwelijks een emotionele band mee hand en waarvan ik wist dat ze een nuttig doel dienden: het welzijn en de groei van mijn verzameling.

In dit geval ging het echter anders. Ik had in de afgelopen periode, onder andere via Bubb Kuyper, zoveel mooie dingen ingeslagen (zie enkele posts over die aankopen hier, hier en hier) dat ik ver over mijn budget heen was gegaan. En om dat weer te neutraliseren moest ik op één of andere manier geld vinden.

In de jaren die achter mij liggen heb ik veel spullen die ik nog van vroeger had verkocht, om deze om te zetten in papier. Ik heb bijvoorbeeld stapels vinyl singles verkocht aan jukeboxeigenaren, een bijzondere stapel Italo disco maxisingles vond zijn weg naar onvermoede liefhebbers van deze muziek en tal van andere spullen vonden hun weg. Ik heb veel te danken aan Marktplaats!

Maar deze spullen waren nu op, de zolder was leeg, en bovendien brachten ze niet zo heel veel op. Kortom: er moest gesneden worden in mijn collectie.

Met pijn in het hart heb ik een selectie gemaakt van boeken die misschien niet tot de kern van mijn verzameling hoorden, maar wel enige waarde zouden hebben. Een paar bibliofiele uitgaven, stapeltje eerste drukken, al met al een mooie catalogus vond ik zelf. En daarna begon het shoppen bij antiquariaten: wie wil het hebben en voor welke prijs.

De reacties vielen mij niet tegen, maar de verschillen in prijs wel. Tussen het ene en het andere antiquariaat bestond een verschil van 50% (!!!) in de geboden prijs. Het loont dus om te investeren in het benaderen van antiquariaten. De antiquaren bepaalden hun prijs op basis van de verwachte doorlooptijd en de behoefte van hun klantenkring. Het argument wat ik hoorde was dat hoe sneller een boek wordt verkocht, hoe hoger de opbrengst. Een vrij logische redenatie, eigenlijk. En dat vermoedde ik al, vandaar dat ik vooral wat genummerde exemplaren en ander zeldzaam maar mainstream spul had gepakt.

En zo kwam de dag dat ik naar de hoogste bieder, Aioloz in Leiden, ging, met mijn tasje boeken. Aioloz, de plek waar ik in het verleden zoveel moois heb gekocht ging nu mijn boeken verhandelen. Ik ging iets doen wat ik diep in mijn hart niet wilde maar wel nodig was. En toen ik mijn boeken had afgegeven en het geld had gekregen voelde ik mij leeg, beroerd en op één of andere manier erg ongelukkig.

De eigenaar zag waarschijnlijk dat ik niet zo blij was, want hij drukte mij twee kaartjes voor de beurs in de Hooglandse Kerk in Leiden in de hand. Daar ben ik niet heengegaan, uit bezorgdheid dat ik net als de Engelse verzamelaar Meadow (waar ik hier over schreef) mijn eigen bezit zou terugkopen.

Ik hield dapper voor ogen dat ik in plaats van de stapel boeken die nu bij Aioloz was, thuis een rijke collectie nieuwe schatten had die daarvoor in de plaats was gekomen en die - eerlijk is eerlijk - meer tot de kern van mijn verzameling behoorden dan de boeken die ik had verkocht. Dat moest het dan maar waard zijn.

Maar de echte klap kwam pas toen in het eerstvolgende nieuwsbericht van Aioloz dat ik per mail ontving mijn eigen boeken stonden. Ik heb de mail door een ander laten verwijderen.

19 april, 2008

150 - Een groot verzamelaar doet verslag

In de geschiedenis van het boek en in het bijzonder van het verzamelde boek zijn veel bijzondere verzamelaars aan te wijzen. Ze zijn bijzonder omdat ze bijzondere verzamelingen hadden: in omvang, in specialiteit, of allebei. We kennen ze omdat hun verzamelingen aan de basis stonden van bibliotheken of soms omdat ze alles voor hun boeken over hadden, inclusief hun eigen leven. Bibliofielen worden soms bibliomanen.

Neem nu Antonio Flamminio, een Siciliaans filosoof uit de zestiende eeuw die alles overhad voor zijn boeken en uiteindelijk stierf doordat een stapel boeken op hem viel. Of neem Motteley, die niemand in zijn bibliotheek vertrouwde en ook zelden schoonmaakte. Zijn hele fortuin ging aan boeken op en toen hij stierf had hij nog net genoeg geld opzij gelegd om zijn begrafenis van te betalen. Of neem de hertog van Somerset, die in de 16e eeuw drie wagens liet voorrijden bij de bibliotheek van Guild Hall en alles meenam naar zijn huis. De collectie, inclusief bijzondere handschriften, keerde ruim twee eeuwen later weer terug. Of neem Antoine Boutard die boeken kocht per meter en die in zijn leven achthonderdduizend boeken verzamelde die hij in zes huizen had opgeslagen. Of neem de Engelsman Meadow die zoveel boeken verzamelde, dat hij een deel moest verkopen. Hij kon de veiling van zijn geliefde bezit echter niet aanzien en verliet de zaal, kwam verkleed terug en begon op zijn eigen boeken te bieden...

Verhalen over verzamelaars boeien me: te zien hoe genialiteit en gekte soms samen gaat. Fascinerend om de hartstocht voor boeken te zien. Ook onze eigen Boudewijn Büch is een groot verzamelaar, die vol passie over andere verzamelaars schrijft. In Bibliotheken haalt hij het voorbeeld van Johann Georg Tinius aan die verslaafd was aan boeken maar niet genoeg geld had. Daarom ging hij over tot roofmoorden. Van het betere soort waren Jacques Doucet, die honderdduizenden literaire handschriften en boeken verzamelde, Charles Spoelberch de Lovenjoul of Martin Bodmer.

Een bekende Nederlandse verzamelaar was W.H.J. baron van Westreenen-Tiellandt, die de medenaamgever was van het museum Meermanno - Westreenianum.
Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) was jongs af aan was Van Westreenen een hartstochtelijk verzamelaar. Van de verschillende collecties die hij bijeenbracht, was de verzameling boeken de belangrijkste. Hij was beïnvloed door het voorbeeld van zijn veel oudere achterneef Johan Meerman (1753-1815) en diens vader Gerard Meerman (1722-1771). Hun bibliotheek kwam in 1824 onder de hamer, in strijd met wat Johan Meerman in zijn testament had vastgelegd. Van Westreenen probeerde op de veiling door forse aankopen een belangrijk deel van die collectie bijeen te houden en op die manier cultureel erfgoed voor Nederland te bewaren.
Uiteindelijk vermaakte Van Westreenen zijn eigen bezit aan de staat. Sinds 1852 is het voormalige woonhuis van Van Westreenen een museum.

Onlangs kocht ik het fraaie boek Journaal van W.H.J. van Westreenen van zijn reizen naar Londen, Cambridge en Oxford in de jaren 1834 en 1835. In linnen gebonden, met goudopdruk. Het reisdagboek laat zijn dubbele belangstelling zien: het reizen zelf en het zien van nieuwe steden en landschappen en het verzamelen van boeken met een voorkeur voor incunabelen. Hij beschrijft van dag tot dag waar hij is, wat hem opvalt en wat hij koopt. Een voorbeeld:

"Den 30en Juny en 1en July doorliep ik weder verscheidene gedeelten der stad, - bezocht nog eens de Westminster Zaal, die een platte ingang heeft - de Expositie van schilderyen van levende meesters, bestaande echter voor 't grootste gedeelte in pourtretten, alsmede eenige afgietsels van antieke beelden, etc. in verscheidene zaalen van het fraaye Sommersets-house, - de St Pauls-kerk - de Post-Ofice, etc. de bank van Engeland; doorreed met eene wagen gezegd omnibus die 19 persoonen van binnen bevat, zonder de koetsier en afroeper achter, nevens de ingang geplaatst, verscheide nog door my onbezogte straaten, onder andere Cornhill, en zag zoo in 't voorbyryden de Gevangenis Newgate, de Zaal Guildhall - en de kerk van Newgate achter deeze gelegen, zoodat de straat tusschen dezelve en de gevangenis loopt.
Ik bezocht verschillende boekhandelaaren als Bohn - by het Strand (by deezen vondt ik het exemplaar der Charta Magna op pergament met origineele teekening voor keizer Alexander bestemd, waarvoor hy 700 Lst: vroeg) - Thorpe in de Bedfordstreet, Longmann Paternoster Row - en wederom de Hren Foss en Payne, waar ik verscheidene drukken op pergament als de Cicero van 1466 - de Isidorus van Augsburg 1472 - en de bulle van 1455 beschouwde."

Het is mooi om te zien hoe deze Baron het reizen en het verzamelen combineerde. Hij besteed in zijn aantekeningen meer tekst aan de boeken die hij ziet, in musea en bibliotheken, dan die hij zelf koopt. Toch ging hij naar Londen met een doel: hij wilde werken uit de bibliotheek van G.F.W. Kloss, die toen geveild werd, kopen. Maar er waren meer kapers op de kust, de Bodleian Library vermeldt op zijn webpagina's "Some 560 incunabula, mainly printed in Germany and, when known, nearly all with an earlier German provenance, were acquired from the collection of Georg Franz Burkhard Kloss (1787-1854), a physician from Frankfurt am Main, whose sale was held in London in 1835; the Bodleian spent a total of 343.30 there. The Kloss collection reflects an interest in the traditional academic disciplines". De catalogus van die veiling is overigens hier nog te koop.

Van Westreenen wist ook een aantal incunabelen te kopen en die zijn voor de liefhebber te zien in zijn eigen museum. Het is mooi te zien hoe deze verzamelaar zijn bezit vermeerderde: niet door roofmoord, niet door diefstal, niet door het zich ontzeggen van eerste levensbehoeften maar door het systematisch zoeken naar waardevolle aanvullingen voor zijn boekenbezit. Het reisverslag is een weergave van een paar maanden uit het boeiende leven van deze man.

27 maart, 2008

149 - Wat zouden Remco, Ward en Rudy denken?

Het is te bizar voor woorden, maar tijdens de Boekenweek met als thema "Van oude mensen..." zijn drie gerenommeerde Nederlandse auteurs overleden. En niet alleen dat: ze waren ook nog alledrie geboren in 1929. Het nieuws over de dood van Hugo Claus was misschien wel het grootst. En terecht, want hij was toch wel de grootste van de drie. Op 5 april 1929 werd hij geboren in Brugge en hij zal herinnerd worden om Het verdriet van België. En door zijn poëzie, schilderkunst, filmscenario's en theaterstukken. Zelf heb ik geen grote collectie Claus. Een eerste druk van Het verdriet van België, een eerste druk van Belladonna en een gesigneerde uitgave van zijn bundel De Groeten, uitgegeven ter gelegenheid van Gedichtendag. Claus heeft veel gedichten geschreven waar de dood in voorkwam. Mooi is echter zijn gedicht Envoi, uit de bundel Alibi uit 1985. De laatste strofe: 
Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten, 
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde 
waar de graven lachten als zij hun gasten zien, 
het ene lijk gestapeld op het andere. 
Ga nu en wankel naar haar 
die ik niet ken.

Maar ook de dood van Dirkje Kuik kwam onverwacht. De op 7 oktober 1929 geboren William Kuik overleed in haar slaap. Eerlijk gezegd heb ik nooit wat van Dirkje Kuik gelezen en kende ik haar alleen van mijn naam. Ik bezit dus niets van Dirkje, behalve een aantal gedichten die in verzamelbundels staan zoals in de dikke Komrij. Ook zij heeft over de dood gedicht, het gedicht Stervende man komt uit de bundel 45 gedichten uit 1969. 
De oehoe ziet de zevenslaper in de nacht, 
nog is het leven niet geweken. 
De oude blaasbalg piept en hijgt 
onder de bontgekleurde deken, 
het schrompelhoofd geel als citroen 
houdt dodenwacht. 
Dan driemaal dat is scheepsrecht, 
spitst de tong zich uit de mond, 
een benauwde houten vogel, 
die koekoek roept 
en staat het uurwerk stil. 
 

Tot slot overleed ook de op 21 juni 1929 in Amsterdam geboren Ed Leeflang, die in 1979 debuteerde maar toch niet echt grote naam maakte. In elk geval heeft hij mijn boekenkast niet bereikt. Een strofe uit zijn gedicht Museum uit zijn bundel Bezoek aan het vrachtschip uit 1985: 
De mouwen liggen uitgespreid 
zodat het nog gedachten kan omhelzen, 
die in dat leven niet zijn uitgesproken 
en van dat sterven niet zijn afgeleid. 

Drie auteurs uit 1929 overleden in één week. Zit daar een verband tussen? Waarschijnlijk niet. Toch was het bijna een kwartet geweest, Henk Romijn Meijer (geboren 9 augustus 1929) overleed vorige maand in Frankrijk. Het getuigt in elk geval van grote solidariteit tussen deze jaargenoten dat zij gezamenlijk de tocht naar het hiernamaals maken en zo de Boekenweek van extra cachet voorzien, maar het berooft ons in één klap wel van een generatie auteurs. Gelukkig zijn er nog Nederlandstalige auteurs uit 1929 in ons midden: de op 28 juli 1929 geboren Remco Campert is misschien wel de bekendste, en mijn favoriete levende 1929-er, maar niet de enige. Ondanks dat hij mooi kon dichten over sterven, is hij nog onder ons. Lees maar De stervende grootvader: Mijn hand, als de magere vogeltjes in de winter, plukt aan het laken. Mijn keel, die zingen frivool vond, kreunt nu van pijn. O mijn dochter, rouw en berouw breken in mijn ogen aan. Wie zijn dan de andere 1929-ers? Nou, bijvoorbeeld auteurs als Ward Ruyslinck (17 juni, bekend van Het reservaat en Ontaarde slapers), Armando (18 september, die recent een deel van zijn kunstwerken in vlammen zag opgaan), Rudy Kousbroek (1 november, lijstduwer voor Partij voor de Dieren), Kees Fens (18 oktober, die briljante stukken over klassieke literatuur schrijft in de Volkskrant), Andries Welkenhuysen en M.C. van den Toorn (hoewel dat geen literaire auteurs zijn. Wel grappig dat Andries debuteerde op 63-jarige leeftijd), en Wies van Groningen, Zouden al deze 1929-ers inmiddels onrustige gevoelens hebben? Vragen ze zich af wie van hen de volgende is van wie een necrologie zal verschijnen? Schrijven ze de onrust op dit moment van zich af? De conclusie is wel dat 1929 een jaar was waarin veel literair talent werd geboren, zeker als we bedenken dat het ook nog het geboortejaar was van Renate Rubinstein (16 november), de in 2006 gestorven J.P. Guépin en de vermoorde Anne Frank. De conclusie is ook dat er nog veel generatiegenoten onder ons zijn. En dat is, op de dag van de begrafenis van Hugo Claus, een geruststellende gedachte.

17 maart, 2008

148 - Schietschrijver

Dramatisch bericht in alle kranten vandaag: een Duitse soldaat heeft bekend dat hij de piloot was die tijdens de Tweede Wereldoorlog Antoine de Saint-Exupéry heeft neergeschoten. De Saint-Exupéry is de schrijver van De Kleine Prins, het meest vertaalde boek uit de Franse literatuur. Nadat de schutter zijn daad bekende tegenover een Franse krant werd het vervolgens opgepikt door NRC, Guardian, New York Times, Fox news en natuurlijk Tuscaloosa News. Uiteraard is het een drama om één van je favoriete auteurs te vermoorden en aangezien de dood van De Saint-Exupéry decennialang een mysterie was, is het nieuws. Aan de andere kant doet het geen recht aan die andere 71.999.999 doden van deze oorlog: elke dood was dramatisch. De Duitsers lieten zich niet onbetuigd bij het vermoorden van auteurs. De Saint-Exupéry werd dan misschien 'per ongeluk' vermoord, dat gold niet voor auteurs als Etty Hillesum, Jan Campert, Peter Hammerschlag, Anton de Kom, A.M. de Jong en vele, vele anderen. Toch is het goed dat Horst Rippert - broer van de bebaarde zanger Iwan Rebroff - alsnog spijt betuigt. 

De Saint-Exupéry was gevechtspiloot in de oorlog. Er zijn meer auteur-soldaten geweest, zoals David Webster, maar in het bijzonder toch ook Jaroslav Hasek, die soldaat was in de Eerste Wereldoorlog en een briljant boek schreef: De lotgevallen van de brave soldaat Svejk. Eén van de beste anti-oorlogsboeken, vooral omdat de schijnbaar argeloze, altijd vriendelijke soldaat Svejk door elk bevel letterlijk te nemen en tot in het absurde uit te voeren, het autoritaire gezag en militaristisch gedrag te kijk zet. En daarmee duidelijk maakt hoe belachelijk oorlog eigenlijk is. 

02 maart, 2008

147 - Lot 228: Jacques den Haan is here!

En toen was ik ineens de bezitter van een kleine collectie uitgaven van Jacques den Haan. Eén van de lots bij Bubb Kuyper die ik binnenhaalde bestond wat mij betreft vooral uit het boek van Van der Meulen, waar ik hier al over schreef. Maar zoals in de omschrijving stond waren er ook nog "24 others". Van die 24 waren er 5 uitgaven van Jacques den Haan.

De vraag is of ik daar blij mee ben. Ik ben natuurlijk blij met élk boek, maar de vraag is of ik zó blij ben met Jacques dat ik hem een ruime plaats in mijn boekenkast gun. Hoewel die vraag eigenlijk al beantwoord is, want in mijn CPNB-verzameling staan al de uitgaven Goed Geboekt (geschenk, 1954) en Het gevaarlijke boek (essays, 1958) van zijn hand en bovendien heb met enige regelmaat verwezen naar één van de bijdragen in Verzamelen is ook een kunst. Onsterfelijkheid in oude boeken dat door Den Haan is samengesteld (zie hier en hier). Zo beschouwd bezit ik al veel Den Haan.

Maar nu heb ik enkele uitgaven van Den Haan die ik nog niet eerder kende en die een nieuwe beoordeling vragen. De vraag daarbij is: wie is Jacques den Haan eigenlijk? Op de site van DBNL staat een lijstje met zijn publicaties (één van de vijf die ik nu heb ontbreekt daar overigens) maar verder geeft het weinig informatie. Gelukkig staat hier al meer informatie: hij was een ex-boekverkoper die zijn ervaringen daarover heeft opgeschreven en die daarnaast nog veel meer essays over boeken, boekverkopers, verzamelaars en lezers heeft geschreven. Zo beschouwd is hij een beetje de Boudewijn Büch van de jaren '50 en '60. Eén ding heeft hij in elk geval voor op Büch: er is een prijs naar hem vernoemd, de Jacques den Haan bokaal voor de beste boekverkoper in Groningen. Verder was hij op veel fronten actief, hij schreef bijvoorbeeld de flaptekst voor de derde druk van Nescio's De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje (1947) en hij was een vermaard criticus in zijn tijd. W.F. Hermans zei in 1962 over hem: "De enige criticus die een beetje leesbaar over boeken schrijft en die daarbij ook nog voldoende belezen is, is Jacques den Haan." Maar dat kwam natuurlijk omdat Den Haan een heel positieve recensie over De donkere kamer van Damocles had geschreven (blijkt uit deze lijst).

Tussen de vijf exemplaren die ik bij Bubb van Den Haan kocht zaten ook exemplaren van Het gevaarlijke boek en Verzamelen is ook een kunst, die ik nu dus dubbel heb. Verder heb ik nu Boeken en publiek (1947, Bayard Reeks no. 24), Jacques den Haan staart uit het raam. Luchtigs over leven en lezen (1962) en Ja, 't is een blij gezicht... (1958, Prikkel pocket 224). Jacques den Haan staart uit het raam is een oubollig boekje, een verzameling columns over onder meer zijn ervaringen als boekverkoper. Het weerspiegelt de tijdgeest en is duidelijk bijna een halve eeuw oud. De stukjes die hij schrijft zijn elders beter geschreven - bijvoorbeeld over bibliomanie of over de onechtheid van bestsellers. Ik bedenk me dat een boek als dit eigenlijk een gebundeld weblog is: een rijtje luchtige observaties over dingen die je bezighouden. Het is geruststellend te weten dat ook mijn weblog over een tijdje oubollig zal worden gevonden, .

Boeken en publiek is een lezing die Den Haan in 1946 hield in het Waaggebouw in Amsterdam ter gelegenheid van de tentoonstelling van boeken, manuscripten en portretten "Kunst van het Woord in Zuid en Noord". Deze lezing - 62 jaar geleden gegeven - gaat vooral over het bijzondere van lezen en boeken, maar is net zo gedateerd als Staart uit het raam. Ja, 't is een blij gezicht is een dubbeluitgave: een korte beschouwing van Den Haan over het fenomeen "pocket-book" dat toen in opkomst was en daarna een hele serie belegen cartoons van de in 2006 overleden Frits Müller over grafische termen (de term "gietmond" gaat vergezeld van een tekening over iemand die een borrel drinkt).

Kortom, wat moet ik er mee? Dit soort boeken is onverkoopbaar, dus op Marktplaats zetten heeft geen zin. Weggooien is jammer, daar zijn ze dan toch niet onleesbaar genoeg voor. En omdat ze over boeken gaan en Den Haan ook een paar hele mooie dingen geschreven heeft, besluit ik bij deze om ze allemaal op te nemen in mijn bibliotheek, in de categorie "boeken over boeken".

Welkom thuis, Jacques.

18 februari, 2008

146 - 5-tig-duizend!

Vandaag, maandag 18 februari om 10.06 uur, meldde zich de 50.000e bezoeker van mijn weblog. Dat leidt deze keer tot een bijdrage die niet direct over boeken of schrijvers gaat, maar waarin ik uitsluitend mijzelf bewierook.

Ik heb al een paar keer geschreven over de statistieken van mijn blog, omdat ik het zo fascinerend vind om te zien hoe bezoekersstromen lopen en hoe je dat kunt beïnvloeden. En bovendien ben ik onder de indruk dat kennelijk zovelen de moeite nemen om mijn blog te lezen. Toen ik bijna precies 3½ jaar geleden met bloggen begon had ik daar weinig verwachtingen over. Ik was dan ook blij verrast toen binnen twee maanden 500 bezoekers de weg naar mijn blog hadden gevonden. In mei 2006 begroette ik de 20.000e bezoeker. En nu dus 50.000. Waar het stopt? Wie zal het zeggen...

In elk geval ziet de bezoekersgrafiek per maand er aldus uit.

Volgens mij is sprake van meer stabiele bezoekersaantallen per maand en ik schat dat het gemiddeld op ongeveer 1.400 per maand terecht zal komen, dat betekent ongeveer 16.500 tot 17.000 bezoekers per jaar. Als dat zo is, begroet ik rond de jaarwisseling 2010-2011 de 100.000e bezoeker. Ik laat u tegen die tijd weten of het gelukt is.

Nog even iets over de 50.000 bezoeker, hij/zij is afkomstig uit Emmeloord, bekeek 6 pagina's op mijn blog en bereikte mij via een link die staat op de pagina van collega-boekenblogger Boekengek. Ik vind het een passende doorverwijzing voor zo'n memorabel moment en dank bij deze Boekengek voor zijn bijdrage aan deze mijlpaal.

50.000 is een mooi getal. Daarom wordt aan het bereiken van 50.000-mijlpalen alom aandacht besteed. In Zwolle werd de bouw van het 50.000e huis vergezeld van een gedicht.
Maar er zijn ook tal van bloggers die het vieren, zoals deze, deze, deze, deze, deze en deze, om er een paar te noemen.

Als je kijkt naar de zojuist uitgelekte lijst van Best Verkochte Boeken dan is een oplage van 50.000 de categorie waarin zich ook de Aanslag van Harry Mulisch zich bevindt. Hoewel: Mulisch bereikte dit in één jaar, en ik in drie en een half. Maar het gaat om het idee.

Beste lezers, ik ga u niet bedanken want dat deed ik een paar weken geleden al. Ik ga nu verder met het drinken van champagne.

16 februari, 2008

145 - The Shell - meer informatie bekend

Lo van Wachem
Deze keer dan toch iets meer over de mysterieuze uitgave The Shell van Adriaan van Dis. Hoewel het boek zelf ondanks alle naspeuringen een mysterie blijft wil ik het natuurlijk wel hebben. Anders is mijn collectie Van Dis niet compleet. Ik besloot daarom de auteur zelf maar eens naar de feiten over The Shell te vragen. Het duurde even voor ik antwoord kreeg en eerlijk gezegd had ik niet verwacht antwoord te krijgen: wat moet een drukbezet auteur en televisiemaker als Van Dis met al die vragen van één van zijn lezers?

Tot ik op een dag toch antwoord kreeg, dit is wat Adriaan van Dis schreef:
“Beste X,
Uw brief arriveerde in woelige tijden. Net na mijn Afrika reis (voor 7 documentaires) en tijdens een verhuizing in Parijs. The Shell schreef ik voor het afscheid van de heer Walter pres dir vd Shell of is het Wagter (?). In piepkleine oplage. Ga ik wel eens tot een echte novelle uitwerken. Ik kan u niet aan een exemplaar helpen. Als troost: Leeftocht. Hartelijke groet, Adriaan.”
Het was overigens bij het afscheid van Lo van Wachem dat het boekje verscheen, maar het is logisch dat het 15 jaar later niet helemaal meer scherp in de herinnering van Van Dis staat.

De documentaires waar hij op doelt worden inmiddels uitgezonden en geven een fascinerend beeld van het Afrika van vandaag. Maar duidelijk is ook dat The Shell bestaat en al is de oplage klein, het zal ooit in mijn kast staan. Net zoals ik een exemplaar van Weet u… over Nescio (oplage: 25) na jaren in mijn bezit heb gekregen en net zoals Weer een nieuw vak van Hugo Brandt Corstius ooit in mijn kast belandde. Als het mij lukt om temidden van fanatieke Nescio-jagers een exemplaar van Weet u… op de kop te tikken, zal het mij zeker lukken met The Shell (voor goede tips houd ik mij aanbevolen).

O ja, en de "troostvolle Leeftocht" waar Van Dis aan refereerde, is ook nog eens gesigneerd. Zie hier een afbeelding.


31 januari, 2008

144 - Ik ben toegedicht

Vandaag was het een superieure gedichtendag. Zoals elk jaar toog ik ter gelegenheid van gedichtendag naar Verwijs in de Passage in Den Haag. Verwijs is de plek waar ik twee jaar geleden een indrukwekkende performance van Menno Wigman zag en waar ik drie jaar geleden achter het net viste toen er op gedichtendag boeken werden uitgedeeld (wat de boekhandel later ruimschoots goedmaakte).

Enfin, genoeg herinneringen aan deze boekhandel en door de storm toog ik dus naar mijn traditionele gedichtendag-plek. In de winkel was een medewerker aanwezig die winkelende klanten toedichtte door hen een gedicht voor te lezen uit de bundel van Mark Boog, de auteur van de bundel van dit jaar.

Ik werd verblijd met het gedicht Wie, geniaal...
Wie, geniaal, genadeloos, heeft de spiegels opgehangen
in deze kamer? Wie haalt ze weg? Wie stoort zich eraan
behalve die gestoord wil zijn? Ik draai me naar je om

en daar ben je, precies waar ik dacht dat je zou zijn.
Ik reik en raak je. Geen glas. Geen gezichtsbedrog.

maar vingertop aan vingertop dat wat ik, bij gebrek
aan woorden, beschrijf als wij. Je knikt, glimlacht,

draagt stenen bij aan een heel ander huis dan voorzien,

bouwt de illusies op die de zin zijn van onze zintuigen.
Ik hef mijn oude loflied aan op de deuren en de muren.

Voorlopig niet op reis, zoveel is zeker. Geen doel
dat niet verbleekt in dit witte licht, geen oog dat ziet.
Piet Gerbrandy schreef in de Volkskrant al een lovende recensie over deze bundel, en terecht. Maar ik was verbaasd dat het me zoveel deed om toegedicht te worden. Ik stond daar in de winkel en tegenover mij stond iemand gepassioneerd een gedicht aan mij voor te dragen. Ik vond het indrukwekkend, ontroerend zelfs. Mijn eerste gedachte toen ik deze medewerker zag was: waarschijnlijk word ik weer over het hoofd gezien, net als toen en toen. Groot was mijn opluchting toen ik werd opgemerkt en toegesproken. Een optreden met één toeschouwer. Het was het meest indrukwekkende optreden dat ik ooit had meegemaakt.

O ja, ik kreeg ook nog de gedichtendag-zakdoek, met een gedicht van Eva Gerlach. En ik kocht de bundel van Mark Boog natuurlijk. Dat is al de negende gedichtendagbundel die is verschenen en gelukkig heb ik ze allemaal (waarvan twee gesigneerd: Hugo Claus en Menno Wigman).

Het was een mooie dag, want ik ben toegedicht.

26 januari, 2008

143 - Ga weg en krijg een boek

Een tijdje geleden schreef ik over een tip van een andere verzamelaar over een voor mij nog onbekende uitgave van Adriaan van Dis. Het ging om de uitgave The Shell, kennelijk verschenen bij het afscheid van een of andere bestuurder van de oliemaatschappij.

Dit boekje blijft mij maar bezighouden: waarom krijgen sommige mensen dit soort mooie dingen? Ik bevind mij helaas nog niet in de positie dat ter gelegenheid van mijn afscheid door literaire auteurs speciale uitgaven worden geschreven. Verschillende andere mensen wel, waaronder deze Shell-directeur. Maar hij is niet de enige. Een paar voorbeelden uit eigen bezit:
  • Toen de inmiddels overleden Harry Lockefeer vertrok als hoofdredacteur van de Volkskrant, schreef Hugo Brandt Corstius het boekje De Hoofdredacteur (oplage: 1000), waarin hij terugblikt op de hoofdredacteuren die hij in zijn rijke carrière heeft ontmoet. Hij schrijft: “Voor columnisten is Harry de ideale hoofdredacteur – en ik zeg dat op grond van een ruime ervaring met de soort. Hij laat je met rust, maar hij laat wel even merken dat hij je leest.”
  • Manuel van Loggem schreef een boekje voor het afscheid van Jan Manders van de zetcentrale Meppel (eveneens oplage 1000), waar de serie nieuwjaarsgeschenken van afkomstig was waar ik zo dolgelukkig mee was (lees hier het verhaal). Jan Manders was adjunct directeur van de zetcentrale en mede verantwoordelijk voor de serie bibliofiele uitgaven. De hoofdrol in dit verhaal van Van Loggem wordt gespeeld door ene Jan Wanders, die afscheid neemt van zijn bedrijf.
  • Bij uitgeverij De Buitenkant verscheen in 2001 (in een oplage van – u raadt het al – 1000) een verzameling gedichten over boek, bibliotheek en lezer bij het afscheid van J.H. de Swart als bibliothecaris van de Vrije Universiteit. Het zijn vooral Nederlandstalige gedichten, waaronder het beroemde (maar niet zo complimenteuze) De Bibliofiel van Nico Scheepmaker en Het boek van Lucebert. De bundeling heet Niet nog een boek, naar het gedicht van Yang Wangli:
    De klassieken heb ik gelezen,
    ben erop uitgestudeerd,

    aan gedichten overat ik me,
    hoef ze niet meer.

    Maar mijn rusteloze geest zoekt voort

    en lijkt nooit tevreden,
    ik probeer op het raampapier
    de regendruppels te tellen.
  • Toen Maarten Asscher afscheid nam van uitgeverij Meulenhoff verscheen de bundeling Over x-jes, de zandloper en de herenbobbel, met bijdragen van de auteurs van Meulenhoff. Ook Adriaan van Dis was een Meulenhoff-auteur, van hem staat het verhaal Naar het ballet in de bundel. Verder doen auteurs als Amos Oz, André Brink, Kester Freriks, Oek de Jong, Herman Koch, Marcel Möring, Nelleke Noordervliet, Jan Siebelink, Carolijn Visser en Dirk van Weelden mee.
  • Joop van Riessen nam enkele jaren geleden afscheid als hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. Ter gelegenheid daarvan schreef misdaadauteur Simon de Waal De zaak van Riessen. De herinneringen van medewerkers aan Van Riessen zijn in de vorm van een rechtszaak tegen hem (omdat hij weigert met pensioen te gaan) weergegeven. In dit boek staan ook enkele van mijn herinneringen aan Van Riessen opgenomen in het verhaal (maar ik zeg niet welke dat zijn).
Vier mooie voorbeelden van afscheidsliteratuur. Ik had een heel ander stukje voor ogen toen ik begon te schrijven in plaats van deze opsomming; ik heb namelijk wel iets bijzonders te vertellen over dat boekje van Adriaan van Dis. Maar ik ben weer eens blijven dwalen in mijn eigen bibliotheek en die bijdrage moet wachten tot een volgende keer.

06 januari, 2008

142 - 17.265 keer bedankt voor 213 woorden aandacht

Blogs zijn net boeken: ze willen gelezen worden. En boekenblogs zijn in dat opzicht dubbel behoeftig: ze willen zelf gelezen worden én ze willen dat de beschreven boeken gelezen worden. Daarmee doen boekenblogs een groot appèl op de bloglezer en ik kan me voorstellen dat dit vechten tegen de bierkaai is in deze tijd van ontlezing, maar we houden desondanks moedig stand. Daarom wil ik alle 17265 lezers van 2007 bedanken. Of liever: alle bezoekers. Want mijn teller telt wel clicks, maar het is de vraag of mijn blog daadwerkelijk wordt gelezen. Misschien surft het grootste deel alleen maar voorbij.

Dus vraag ik opheldering aan Google Analytics. Die leert dat 75% van de bezoekers unieke bezoekers zijn - dus 25% is teruggekomen. En men bleef gemiddeld 44 seconden op mijn blog hangen. Hoeveel lees je in 44 seconden? In die tijd lees ik zelf ongeveer 213 woorden (zojuist getest). Dat betekent dat de gemiddelde lezer van dit stukje op dit punt al ruim de helft van zijn aandacht heeft opgebruikt. Ik troost mij met de gedachte dat alle 17.265 bezoekers samen vorig jaar precies 211 uur en één minuut mijn blog hebben gelezen. Dat is pas serieuze aandacht!

Daarvoor wil ik u hartelijk danken, met dit stukje dat precies 213 woorden telt. 

28 december, 2007

141 - Lot 228: Over de liefhebberij voor boeken

Het vervolg van Sneuper's veilingavonturen bij Bubb Kuyper leidt langs een lot met boeken over boeken. Waarom heb ik überhaupt op dit lot ingetekend?

In 2004 kocht ik een exemplaar van Bibliotheken van Boudewijn Büch. Het eerste hoofdstuk gaat over "boekenhaat, boekenliefde en bibliotheken", kortom de gebruikelijke thema's van Büch. Als hij ingaat op het verschijnsel "pathologische verzamelaars", schrijft hij:
"Otto Mühlbrecht heeft over dat aspect aan het einde van de vorige eeuw een mooi boek geschreven. Dat boek werd door R. van der Meulen in 1896 voor Nederland bewerkt: Over de liefhebberij voor boeken. In dit boek komt het heerlijke hoofdstuk voor 'De liefhebberij tot hartstocht geworden - bibliomanie'. Er worden in dit hoofdstuk de raarste mensen opgevoerd. (...) De Nederlander die tussen zijn boeken wilde sterven, in het midden van de vorige eeuw, mag ook een opvallende patiënt worden genoemd. De dominee die zijn boekerij voor een groot bedrag kon verkopen maar sprak: 'Ik verkoop mijn lijf niet,' evenzeer."

Sindsdien prijkt dit boek op mijn wenslijst en tot mijn vreugde zat een exemplaar ervan ook in de veiling van Bubb. De omschrijving van lot 228 was:
Meulen, R. van der. Over de liefhebberij voor boeken. Leyden, A.W. Sijthoff, 1896, VIII,347,(3),(78 advert.)p., 18 (col./ fold.) plates/ facs., over 200 textills., orig. hcl. with gilt and dec. wooden sides, large 8vo.
- Occas. sl. foxed. Binding partly (sl.) worn.
Buijnsters, P.J. Het verzamelen van boeken. Een handleiding. Utr., HES, (1992), 2nd rev. enl. ed., 320p., ills., orig. cl. w. dustwr. - AND 24 others, incl. sm. publications, i.a. TWEE EEUWEN BRANDT EN PROOST. Een bijdrage tot de geschiedenis van de boekbinderij, de uitgeverij van bijbels en kerkboeken en den papierhandel in Nederland (...) (Amst., 1942, (col.) plates, ills., orig. hcl., 4to) and J. ROMIJN and A.L. SÖTEMANN (ed.), Bont-boek over Bond en boek. Een gevarieerde verzameling opstellen over het uitgeven, produceren en distribueren van boeken (Ibid., 1955, ills., orig. wr.).
En nu is dit boek van mij! Interessant was dat de nota van de vorige eigenaar, de weledelgeboren heer G. van Dijk uit Wormerveer, er nog in zat. Deze heeeft het boek op 2 december 1960 - dus 37 jaar eerder - gekocht bij antiquariaat en boekhandel Langerveld te Rotterdam. Het boek kostte toen fl. 7,50 oftewel omgerekend 3,40 euro. Er bestaat nog steeds een antiquariaat Langerveld in Burgh-Haamstede, maar of het dezelfde is weet ik niet.

Over de liefhebberij voor boeken is een indrukwekkend fraai boek. Het door Büch aangehaalde hoofdstuk over bibliomanie is het vierde hoofdstuk van het boek. Daarvoor schrijft Van der Meulen hoofdstukken over de stoffelijke waarde van boeken (waarin hij merkwaardige schommelingen in prijzen beschrijft), over de pleegvaders van het boek (met een prachtige losse kleurenfacsimile van een pagina uit de Gutenbergbijbel uit 1455 op ware grootte) en over de bibliofilie en de liefhebberijen die er mee in verband staan. Van der Meulen beschrijft daarin verschillende redenen waarom verzamelaars verzamelen: om de zeldzaamheid van uitgaven, om de waarde ervan of om andere redenen. Eén van die redenen is volgens Van der Meulen de curiositeit van titels, zo noemt hij onder meer Geschockeerde Blom-Cap, t'samen ghenaeyt van veelderhande lappen, ende wel warm gevoert met Schotse Bockenvellen, gemaeckt op 't versoeck van verscheyden, niet Tulpisten, maer oprecht Bloemisten uit de tijd van de tulpenhandel. Aparte aandacht heeft hij voor ex-libris en boekdrukkers- of uitgeversmerken en natuurlijk bijzondere banden, waarvan talloze fraaie voorbeelden zijn opgenomen. Hierbij is separaat een schitterende "specimen van chromolithographie vervaardigd in het etablissement van P.W.M. Trap te Leiden" opgenomen, bestaande uit een "afbeelding der versierde snede van een door Albertus Magnus gebonden Bijbel".

Vervolgens zijn er hoofdstukken over de liefhebberij voor boeken in Engeland ("het eldorado der bibliophilen"), in Frankrijk (waar men "den smaakvollen boekenminnaar moet zoeken. Geen land heeft zooveel degelijke boekenkenners en -verzamelaars aan te wijzen als Frankrijk") en in Duitsland en Nederland (in de beide landen "kan van de eigenlijke bibliophilie maar weinig sprake zijn"). Voor Nederland worden Martinus Nijhoff en Frederik Muller aangehaald als pleitbezorgers voor de liefhebberij van boeken. Muller was antiquaar en bibliograaf in Amsterdam en later ook veilingmeester, waarbij hij onder andere de bibliotheken van Van Lennep en Joh. Enschedé veilde. Hij stond overigens niet bekend om zijn goedkope boeken, koopjes waren er op zijn veilingen nooit, aldus Van der Meulen. Ook Nijhoff was antiquair en veilingmeester.

Opmerkelijk is dat in het boek een "aanhangsel" aanwezig is van bijna 80 pagina's die in feite één grote reclamefolder is voor Sijthoff-uitgaven, waaronder de "Handleiding voor het zelfvervaardigen van linnengoed, het wasschen van onderkleeren, huishoud- en beddelinnen en hunne verder verzorging". Voor slechts fl. 1,50 bij de boekhandel. Dat aanhangsel is een mooie staalkaart van de Nederlandse boekhandel aan het einde van de 19e eeuw.

Wie was Van der Meulen eigenlijk? Rimmer Reinders van der Meulen werd 28 december 1850 te Bolsward geboren als oudste zoon van Reinder Rimmers van der Meulen en Sibbeltje Rientses Dijkstra, zo lees ik in zijn levensbericht. Hij werd opgeleid tot werk in de boekhandel en heeft onder meer jarenlang de jaarlijkse catalogus van in Nederland uitgegeven boeken verzorgd (Brinkman's catalogus). Overigens trouwde hij met de dochter van Brinkman. Naast diverse bibliografische werken publiceerde hij in 1883 Boekhandel en Bibliographie, dat door boekhandelaren wordt beschreven als "een handboek, welks degelijke bewerking van het grootste nut kan zijn tot het verkrijgen van een grondige kennis van ons vak". Over de liefhebberij voor boeken verscheen dus in 1896, "het plan daartoe, zegt de schrijver in zijn Voorbericht, was reeds geruimen tijd geleden opgevat, maar nam een vasteren vorm aan, toen de uitgever hem uitnoodigde tot een Nederlandsche bewerking van Otto Mühlbrecht's Die Bücherliebhaberei am Ende des 19. Jahrhunderts. De bedoeling van den schrijver was echter meer iets te geven in den trant van Henri Bouchot's Le Livre en Percy Fitzgerald's The book fancier; al erkent hij gaarne de verplichting die hij ook aan Mühlbrecht's arbeid heeft gehad, in zijn geheel heeft het Hollandsche werk een van het Duitsche afwijkend karakter gekregen." Fitzgerald's boek is trouwens hier te downloaden.

Van der Meulen publiceerde nog enkele boeken over het boekenvak en het drukkerswezen. Hij overleed in 1825. Zijn zoon schrijft: "Den 30sten September 1925 verzond hij zijn laatste proef van de September-aflevering der Nederlandsche Bibliographie; den 23sten October overleed hij aan een ziekte, waarvan de eerste verschijnselen zich in de eerste helft van het jaar hadden geopenbaard. Toen Van der Meulen op den stillen herfstmiddag van den 26sten October naar zijn laatste rustplaats werd geleid, werd aan zijn graf stil en in woorden getuigd van de dankbaarheid en waardeering voor den bibliograaf, den bibliothecaris en den schrijver over het boek, zij die het meest in hem verloren, betreurden den mensch." Van der Meulen werd 74 jaar.

Al met al is dit boek een lust voor het oog door de schitterende uitvoering van de illustraties en de mooie voorbeelden in de tekst. Dat mijn boek een licht beschadigde band heeft is niet zo heel erg; de inhoud maakt het meer dan goed. Het heeft nu al een ereplaats in mijn bibliotheek. Niet voor niets gebruikt de universiteit van Maastricht het boek als kapstok om de eigen boekenverzameling te beschrijven.

Ik had ook iets willen vertellen over al die andere fraaie boeken in lot 228, maar dat moet wachten tot een volgende keer. Ik kom gewoon woorden tekort om het boek van Van der Meulen te beschrijven. Volgende keer ga ik in op de boeken van Kruizinga, Den Haan en Buijnsters en anderen die ik met Van der Meulen op de kop tikte.

13 december, 2007

140 - Lot 2517: Multatuli

In de Volkskrant verscheen vorige week een enthousiaste recensie van Kees Fens over het zojuist verschenen facsimile van het handschrift van de Max Havelaar van Multatuli. Alom en terecht is de Max Havelaar erkend als belangrijkste boek in de Nederlandse literatuur en het is dus terecht dat het oorspronkelijke handschrift beschikbaar wordt gemaakt voor de lezers van het meesterwerk. Fens schrijft: "En toch zal ieder die Multatuli bewondert, de reproductie willen hebben. Als het zichtbaar verslag van de ontstaansgeschiedenis van een meesterwerk." Zie hier de pagina van uitgeverij Lubberhuizen van dit boek en hier een verslagje van de presentatie ervan op 6 december jongstleden.

Helaas heb ik deze facsimile (nog) niet in mijn bezit. Ik was immers druk met enkele andere aankopen in de laatste veiling van Bubb Kuyper. Eén van de lots was een Multatuli-lot. De omschrijving ervan:
Multatuli. Volledige werken. Vol. I-XVI. Ed. G. Stuiveling. Amst., G.A. van Oorschot, 1950-1984, 16 vols., plates, india-paper, orig. giltlettered cl. w. (unif.) dustwr.
- Some vols. w. minor defects.
Over Multatuli. Vol. 1-37. Ed. E. Francken a.o. Amst., Huis aan de drie grachten, 1978-1996, 37 vols., ills., orig. (unif.) wr. - AND 4 others.
Ik bezat al een deel van de Volledige Werken van Multatuli, namelijk de delen 8-25. Daarin staan al zijn briefwisselingen en veel nagelaten teksten. Ik heb gefascineerd zijn correspondentie gelezen rondom de verschijning van Max Havelaar, prachtig om de wording te zien van een boek dat later een monument in de Nederlandse literatuur zou worden. Dat zal ongeveer hetzelfde gevoel zijn als Fens had bij het doorbladeren van het facsimile.

Maar nu heb ik dan eindelijk ook de delen 1 tot en met 7, in eerste druk nog wel, zodat alle delen van Multatuli's verzameld werk in mijn kast staan. Eindelijk ben ik af van alle losse edities van zijn werken, nu is het één complete serie geworden.

Bij dit lot zaten ook "4 others". De vraag is natuurlijk wat die "4 others" zijn en dat bleek pas bij het ophalen van de boeken. Welnu, het viel niet tegen: het zijn een uitgave van de Minnebrieven, een uitgave van het Multatuli-genootschap door W.F. Wertheim, een exemplaar van Genie en Wereld - Multatuli (dat is een verzameling essays over Mulatuli uit 1970 met bijdragen van o.a. Garmt Stuiveling, Hella Haasse en Beb Vuyk) en een exemplaar van de Van Oorschot-uitgave van essays over Multatuli uit 1950 (behorend bij het verzameld werk). In deze laatste uitgave onder meer een bijdrage van Du Perron die in 1937 schreef: "ik heb een lievelingstheorie - die ik nog steeds geen aanleiding vindt te herzien - dat onze hele literatuur drie, zegge drie werkelijk grote prozaschrijvers rijk is: Multatuli, Couperus en Van Schendel. (...) Multatuli de rijkste persoonlijkheid, de geniaalste figuur." Ook Hermans, Elsschot, Vestdijk, Vosmaer, Carmiggelt, Ter Braak en Busken Huet zijn in deze kleine prachtuitgave terug te vinden.

In Genie en Wereld zit (uiteraard) een heel hoofdstuk over de Max Havelaar die vooraf wordt gegaan door een serie afbeeldingen. Die begint met een los ingeplakte tekening van Johan Braakensiek van Multatuli op het zolderkamertje van Au Prince Belge, bezig met zijn boek. Fens schrijft: "Iedereen hoort de tekening van de schrijvende Multatuli – in armzalige kleding, duidelijk kou lijdend in een kamertje van niks – van Johan Braakensiek te kennen."
Voor wie het niet kent: zie hierboven (met dank aan DBNL). Natuurlijk bevat het boek ook een afdruk van een pagina uit het handschrift dat dus nu in facsimile beschikbaar is en afdrukken van verschillende drukken en vertalingen van de Max Havelaar.

Een heerlijk toetje bij dit lot zijn 37 afleveringen van het tijdschrift Over Multatuli, dat nog steeds bestaat en ook wordt uitgegeven bij uitgeverij Bas Lubberhuizen (men is inmiddels aangekomen bij nummer 59). Aan de verschillende nummers hebben de bekende Multatulianen in de loop der jaren bijgedragen: in de eerste plaats Garmt Stuiveling, maar ook Nop Maas, Multatuli-biograaf Dik van der Meulen en auteurs als Karel van het Reve en W.F. Hermans.

Die laatste kwam ik ook al tegen in de verzameling essays van Van Oorschot, waarin hij stelt dat er zonder Multatuli zelfs geen Nederlandse literatuur zou zijn. Hij zegt: "Multatuli moest de hele Nederlandse literatuur in zijn eentje opbouwen: de roman, het drama, de poëzie, het prozagedicht, de rhetoriek en het pamflet. (...) Zodoende werd het enige leesbare proza voortgebracht dat de 19e eeuw heeft opgeleverd." In Over Multatuli is Hermans in het eerste nummer (maart 1978) al paraat. Daar schrijft hij over de afbeeldingen van Multatuli. In feite is het een bijdrage over de geschiedenis van de fotografie waarbij hij zijn conclusies gebruikt om de echtheid van enkele bekende portretten van Multatuli te betwisten. De volledige tekst van deze bijdrage staat overigens ook hier.

Hermans heeft in de eerste 30 nummers van Over Multatuli 7 bijdragen gehad. Interessant is die uit nummer 17 (september 1986), waarin hij schrijft over de fotografische herdruk van de vijfde druk van de Max Havelaar (Bezige Bij, 1986). Dat is de editie van 1881 en het was de laatste waaraan Multatuli zelf had meegewerkt (hij overleed in 1887). In die editie waren wijzigingen aangebracht ten opzichte van eerdere uitgaven. Volgens Hermans is deze editie dus gezaghebbend, en niet bijvoorbeeld de door Garmt Stuiveling geredigeerde versie die in het Volledig Werk is opgenomen. Hermans zegt: "Een dergelijke combinatie van diverse lezingen zou feitelijk Max Stuivelaar door Garmt Haveling moeten worden genoemd. (...) De door Stuiveling samengestelde teksten doen vermoeden dat deze professor beter wist wat goed was, dan de schrijver."

Eén en al gezelligheid dus weer met Hermans. Maar ook hij was op zoek naar de meest oorspronkelijke bedoeling van de schrijver. Die is in 'zijn' uitgave van 1986 te vinden, maar nu dus ook in de facsimile van het handschrift. En gelukkig is ook de Volledig Werk-versie terug te vinden in mijn boekenkast. Hoe dan ook: Max Havelaar is nog net zo springlevend als bij de verschijning 147 jaar geleden.

04 december, 2007

139 - Hier is...

Vandaag was de eerste aflevering van de herhaling van Hier is... Adriaan van Dis op het themakanaal Cultura. Ik ben nog aan het puzzelen met de ontvangst van dit kanaal, maar hier alvast een filmpje met een paar memorabele momenten: Annie Cohen-Solal die flirt met Van Dis ("Hebt u zijn [Sartre's] verleidingstactieken wel nodig? U bent erg lang, hij was klein. U bent zeer aantrekkelijk, hij was lelijk"), Hermans die niet onderbroken wenst te worden ("Ik ben helemaal uit Parijs gekomen om u te woord te staan en die kostbare tijd moet u mij gunnen") en natuurlijk de ruzie met Oltmans ("Zit je hier nou stoer te doen voor de televisie? (...) Je zit hier rotzooi te maken, dat moet je bij mij niet doen. (...) Je kan opdonderen, ik denk er niet over"). Gaat dat zien dus. Dit voorproefje smaakt in elk geval naar veel meer. 


Voor wie écht niet van Van Dis houdt: maak u geen zorgen, dit blog gaat binnenkort over een paar hele bijzondere boeken die sinds kort in mijn bezit zijn en die door hele andere auteurs geschreven zijn. Om de tijd tot het zover is te bekorten: een filmpje van een Nescio-liefhebber. Een tekst van Nescio en mooie beelden. Zo zou het altijd moeten zijn.


26 november, 2007

138 - Leeftocht langs natte boeken

Enkele dagen geleden verscheen het nieuwe boek van Adriaan van Dis: Leeftocht. Ik wist al een tijdje dat het zou komen, want dat had ik gehoord tijdens een signeersessie ter gelegenheid van de verschijning van De Wandelaar, waar ik eerder over schreef. Sowieso was het goed nieuws, want ook afleveringen van Hier is.... worden herhaald. Niet dat ik de zender Cultura kan ontvangen, maar leuk nieuws is het wel.

Het leuke aan Leeftocht is dat het - zoals beloofd - een overzicht van veertig jaar schrijverschap biedt, maar ook dat de bijdragen thematisch zijn geordend. Daardoor krijg je een goed beeld van wat over thema's als - bijvoorbeeld - "oorlog", "Afrika" of "boos" is geschreven.

Bij "boos" vond ik een mooie tekst uit 1984, Boeken te water (eerder verschenen in NRC Handelsblad). Daarin beschrijft Van Dis zijn ontzetting na het bestormen van de bibliotheek van de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging (NZAV, zie afbeelding) door actievoerders. Ondanks de foute positie van deze club inzake de apartheid, geeft het volgens Van Dis "geen pas bibliotheken te bestormen". De actievoerders "zagen in de bibliotheek het papiergeworden kwaad: 'Het materiaal van de vereniging ligt nu waar het hoort: in de goot en in de gracht." Achteraf zei een actievoerder "Ik heb met pijn in het hart prachtige boeken het water in geflikkerd.". En wat lag daar dan tussen? Nou, bijvoorbeeld "zeventiende en achttiende-eeuwse reisbeschrijvingen en de uitzonderlijke verzameling eerste gedrukte Afrikaanstalige teksten".

Een jammerlijke onderneming die het einde van de apartheid niet heeft bespoedigd maar wel een collectie boeken heeft vernietigd "die voornamelijk werd gebruikt door onderzoekers en studenten die het land kritisch bezien".

Ik was benieuwd of er 23 jaar na dato nog iets van deze gebeurtenis was terug te vinden. De NZAV bestaat nog steeds en de bibliotheek ook, hier is meer informatie. Op de site staat niets over de bestorming uit 1984. De bibliotheek, die na de bestorming niet meer openbaar was, is inmiddels weer vrij toegankelijk. Ik vond hier (in een tragische opsomming van libraries and archives destroyed) een vermelding van het incident (scrollen naar 1984) en tot mijn verrassing wordt Boudewijn Büch als bron gebruikt, hij heeft er kennelijk in Folia van 21-28 januari 1984, p. 5 over geschreven. Hier nog een vermelding (pagina 17 onderaan). Het stukje van Büch kan ik niet meer terugvinden. Op deze pagina, die volledig lijkt te zijn, staat niets van Büch in Folia van 1984 vermeld.

De bestorming van de bibliotheek van de NZAV is een voorbeeld van een lange reeks aan zinloze boekvernietigingen. Het schijnt maar niet door te dringen dat dergelijke bibliolythie doelloos en zinloos is. Het is goed dat Van Dis daar weer eens de aandacht op vestigt.

Over de andere 62 bijdragen in Leeftocht zal ik een andere keer verder schrijven.

sneuper

Dank aan boekenliefhebber voor de tip in het commentaar: actuele bibliolythie in het door Van Dis zo geliefde Parijs en een onderstreping van zijn zorg voor de gang van zaken in de voorsteden. Parijse bibliotheek gaat in vlammen op, meldt de papieren man.

06 november, 2007

137 - Timboektoe herrijst

Timboektoe - wisten we nog dat het bestond? Nee, het is niet de film naar het boek van Carry Slee waar ik op doel en ook niet
het boek van Paul Auster, maar de ruim een millennium oude stad in Malizie Wikipedia! 

Timboektoe - synoniem voor onbereikbare verten en eeuwige dromen en daarmee bruikbaar in spreekwoorden en gezegden. Maar al weer heel lang geleden door de boeken van Maryse Condé voor mij heel dichtbij gekomen. Op 22 juni 1991 kocht ik de 611 pagina's tellende Rainbow-pocket Segou 1 en een week later, op 27 juni 1991, kocht ik de 591 pagina's van Ségou 2. Wat ik me herinner van het lezen ervan is de kracht van het verhaal en de wijze waarop de Islam in die stad werd gevestigd.

Van de 17de tot de 19de eeuw was Ségou de hoofdstad van een machtig Bambara koninkrijk en alle omliggende volkeren waren schatplichtig aan de Bambara. In 1861 werd de stad veroverd door de Tukulor-heerser El Hadji Omar, die alle inwoners dwong om zich te bekeren tot de islam. De opkomst van de islam in de 19de eeuw en de neergang van Ségou wordt beschreven door Maryse Condé in haar tweedelige epos.

Dat heeft niets met Timboektoe te maken. Maar Ségou en Timboektoe liggen tegenwoordig in hetzelfde land dus de associatie is niet heel erg gezocht. En het lezen van Ségou gaf me ook een beeld van hoe het er in Timboektoe aan toe is gegaan.

Timboektoe is een stad van net iets meer dan 30.000 inwoners (formaat Bussum, Maassluis of Renkum) die zijn historische staat koestert maar ook vooruit kijkt. Timboektoe blijkt duizenden oude manuscripten te bevatten die met hulp van de Luxemburgse overheid in een moderne bibliotheek moeten worden ondergebracht. De manuscripten zijn ooit naar Timboektoe gekomen toen het nog het intellectuele hart van dat deel van Afrika was en een grote universiteit bevatte, maar waren lang vergeten.

En nu hoopt Timboektoe op een nieuwe toekomst. Want wie met boeken zijn verleden kan aantonen, heeft ook een toekomst. Boudewijn Büch schreef: "Een cultuur is dan pas volledig wanneer zij uitenttreuren beschikbaar is. Eén mens kan haar niet omvatten. Daarom is de bibliotheek uitgevonden. De schat- en gruwelkamer van de schrijvende mensheid." De Volkskrant had enkele weken geleden een artikel over de hoop voor Timboektoe, gebaseerd op dit artikel in de New York Times. Daarin een mooi citaat van Ismaël Diadé Haïdara: "Ik ben historicus. Ik weet dat steden zelden een tweede kans krijgen. Maar wij krijgen die nu wel, doordat we hebben vastgehouden aan ons verleden."

Ik gun deze mythische stad haar tweede kans. Het is mooi dat deze oude boeken een nieuwe toekomst geven.