Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen

14 december, 2021

326 - Een maaltijd voor bouquinistes

Het begint een goede gewoonte te worden dat ik elke publicatie van Stichting Desiderata al in de originele uitvoering bezit. Behalve helaas die eerste dan, van Nodier. Maar van de zomerpublicatie Hayward Ho! bezat ik al één van de zeer schaarse originele exemplaren, zoals ik eerder schreef. Het leverde mooi vergelijkingsmateriaal op: welke passages waren tussen 1998 en 2021 gewijzigd en waarom? Duidelijk was dat de 2021-versie fantastisch mooi was uitgevoerd (en voor de liefhebber nog steeds te bestellen) en dat de tekst grotendeels intact was gebleven (maar dat een paar goede grappen waren gesneuveld). 

Twee uitgaven van hetzelfde boek

Ook van de winterpublicatie 2021 kan ik nu twee versies laten zien. Ik voeg deze in een lange rij van dubbels die ik in mijn bibliotheek heb staan. Vandaag plofte de hernieuwde uitgave van Ewoud Sanders' boekje 'Als dank voor de gelukkigste momenten in mijn bestaan' op de mat, en ook nog eens fraai gesigneerd. Het krijgt een plekje in mijn categorie 'Boeken over boeken' (als 394e boek in die categorie, tevens het 501e gesigneerde boek in mijn collectie) en komt te staan naast dezelfde uitgave uit 2017. En natuurlijk naast die andere uitgave van Sanders die ik heb: De handel en wandel van de boekenjood, een boek dat ik cadeau kreeg van Perkamentus, ter viering van het tienjarig bestaan van dit blog in 2014.

Xavier Marmier
Het thema voor deze publicatie is het befaamde "Banquet des bouquinistes" dat op 20 november 1892 in het Parijse Le Grand Véfour werd georganiseerd ter nagedachtenis aan de Franse letterkundige Xavier Marmier. Marmier overleed op 12 oktober 1892 en had 1000 francs (tegenwoordig zo’n 6.000 euro) nagelaten om daarmee een feestmaal te organiseren voor de bouquinistes langs de Seine, als dank voor de vele plezierige momenten die hij had doorgebracht bij zijn speurtocht naar boeken. Op 29 september 2017 vond in Amsterdam een reprise van dit diner plaats ter gelegenheid van Boeken in de Beethovenstraat. Ewoud Sanders verzorgde daarbij de inleiding die in een publicatie van uitgeverij De Kan (oplage: 100) verscheen. Hierin geeft Sanders achtergrondinformatie over Marmier, maar ook het menu van zijn diner is bewaard gebleven. Jasper Videler kookte dit menu vervolgens opnieuw in 2017.

En nu is er dan een heruitgave van het boekje van Sanders. Sanders put in zijn beschrijving uitvoerig uit het boek van Octave Uzanne, Bouquinistes et bouquineurs uit 1893, waarin Uzanne uitgebreid verslag doet van het diner, inclusief het menu en de toespraken die werden gehouden. Daarnaast haalt Sanders diverse oude bronnen aan, zoals krantenverslagen van dit diner uit het eind van de 19e eeuw. En ook geeft hij een mooie schets van Marmier als auteur, maar ook als bibliofiel. En dat laatste is natuurlijk ook een goede reden voor de Stichting Desiderata om dit werk opnieuw uit te geven en een hopelijk groter publiek te geven dan de uitgave uit 2017.

Verschillen en overeenkomsten

Ewoud Sanders signeert o.a. mijn boek
(foto via Facebook / St. Desiderata)
De nieuwe uitgave is op het niveau van de tekst niet heel verschillend van de eerdere uitgave. Voor het overgrote deel is de tekst gelijk, met een paar minieme tekstuele aanpassingen. Wel is er een aanvulling op de wijze waarop het diner in de pers is besproken. Zowel in aanloop naar het diner als daarna is er redelijk wat over gepublliceerd. Het onderstreept natuurlijk de bijzonderheid van dit diner, en het spreekt ruim een eeuw later nog steeds tot de verbeelding.

Een veel groter verschil tussen de uitgaves is de uitvoering. Zoals we inmiddels gewend zijn bij Desiderata-uitgaven (na drie publicaties mogen we toch al spreken van een aantal kenmerkende elementen) is ook dit boekje prachtig verzorgd. Mooi gebonden, mooi papier, fijne letter en tot overmaat van luxe een heleboel extra afbeeldingen. En een paar afbeeldingen die in 2017 ook al waren gebruikt zijn veel mooier afgedrukt. Zo ademt ook dit boekje weer volop liefde voor het boek en is het een aanwinst voor mijn boekenverzameling. Als ik de beide uitgave zo naast elkaar zie staan dan zijn de verschillen in uitvoering en kwaliteit immens: het verschil tussen een ‘gewone’ gelegenheidsuitgave en een met passie gemaakt boekje.

Detail van gravure van 
Jean Henri Marlet (1821)

Een jas met diepe zakken

Eén van de kenmerken van Xavier Marmier bij zijn tochten langs de Seine-oever is zijn jas met ruime zakken, waar eenmaal gekochte boeken in konden worden bewaard. Een dergelijke jas komen we ook al tegen in die eerste publicatie van Stichting Desiderata, De bibliomaan. In de bibliomaniakale aantekeningen van Ed Schilders bij dat verhaal wordt geschreven over de speciale jas met grote zakken die de hoofdpersoon Théodore laat maken. Bozig zegt hij tegen zijn kleermaker: "Meneer, deze jas is de laatste die ik door u laat maken als u nóg eens vergeet er zakken op te zetten in kwartijnformaat". Ed Schilders suggereert dat Nodier wellicht is geïnspireerd door de "bibliomannenmode" die hij op de kades van de Seine voorbij zag slenteren, of anders door de prentkunst in die tijd (zie afbeelding hiernaast). Het boek van Nodier verscheen in 1831 en Marmier leefde zo'n 40-50 jaar later als bibliofiel. Kennelijk zijn dergelijke jassen lang in zwang geweest. 

Zoals gezegd wordt in Octave Uzannes boek uitgebreid verslag gedaan van het bouquinistes-maal en daarin komen de jaszakken nog een keer terug. Uzanne citeert uit de toespraak van Choppin d'Arnouville bij het diner, die over Marmier zegt (ik haal dit uit de Engelse vertalilng van het boek; The book-hunter in Paris):

Often in returning from the Palais I have found him searching or reading in the bitter wind, and if I ventured to advise him to be careful, he would reply by showing me some little book thrust into the depths of his pocket (p. 230)

Overigens konden dergelijke jassen niet alleen voor gekochte boeken gebruikt worden, maar waren ook nuttig bij andere kwade bedoelingen. Lawrence Thompson verhaalt in zijn essay Bibliokleptomania (Peacock Press, 1968 - oorspronkelijke uitgave 1944) van verschillende stelende bezoekers van de bouquinistes:

Another abbé whom Cim protects with the simple designation of "B..." terrorized the bouquinistes of the left bank with his thefts around the turn of the century. He was frequently denounced, but he would always become highly indignant, reproaching the poor shopkeeper bitterly for his blasphemously suspicious nature that made him distrust a clergyman. (p. 26).
One nineteenth-century Parisian book thief became such a well-known nuisance among the bouquinistes that they got together and refused to tolerate him any longer. Accordingly, on the day after each "succesful" theft he would receive a bill from his victim setting forth author, title and price of the missing book. At the Hôtel des Ventes he would be stopped at the door and asked whether or not he had taken this or that volume "by error". "Ma foi, oui!" was the invariable and always unembarrassed reply, and the volume(s) would be immediatiely and uncermoniously restored. One worthy female devotee of Paul Boruget who apparaently lacked either the means or desire to buy this author's works became known among the dealers on the left bank as "la dame au parapluie" for her unusual place of concealment. (p. 38)

Waar de ene bezoeker van de bouquinistes hen op slinkse wijze probeert te bestelen, beschouwt de ander ze als leveranciers van blijvend geluk en trakteert ze vervolgens op een heerlijke maaltijd. Dat laatste is een mooi gebaar dat navolging verdient. We zouden allemaal als boekenliefhebbers onze favoriete boekhandelaar aan onze tafel moeten nodigen. Ik vind in elk geval dat de redactie van Stichting Desiderata voor alweer een mooie uitgave op zijn minst een goede borrel heeft verdiend. Ik hoop dat er snel eens gelegenheid komt om die met elkaar te drinken!

03 augustus, 2006

104 - Nog meer smakelijke boeken

Het is toch merkwaardig dat na het schrijven van een stukje over het eten van boeken, een ongewoon thema als dat je toch blijft bezighouden. Ik dank degenen die gereageerd hebben op mijn vorige bijdrage. Met name de verwijzing van Rick is heel speciaal. Hij stuurde mij deze link, met een televisie-optreden van de ADHD-kok Pierre Wind die een heus eetbaar boek heeft gemaakt. Zijn creatie is de ultieme droom voor bibliofagen. Het is namelijk zowel een oorspronkelijk kookboek, d.w.z. als kookboek te gebruiken en in de kast te zetten, maar ook naar wens op te eten, met een omslag van marsepein, bladzijden van ouwel en een dropveter als bindmiddel. Wind gaat dus nog een stapje verder dan de deelnemers aan het "International Edible Book Festival", want de creaties daar líjken hooguit op een boek. Maar wat Wind maakt ís een boek, en nog eetbaar ook.

In het boek Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel dat ik nu met groot plezier lees (later daarover meer) komt het eten van teksten terzijde ook terug. In het hoofdstuk “leren lezen” beschrijft Manguel de ontwikkeling van het leesonderwijs door de eeuwen heen. Zo beschrijft hij ook de middeleeuwse Joodse gemeenschap: “Het ritueel van lezen werd uitvoerig gevierd. Bij het Wekenfeest, Sjavoeot, wanneer herdacht wordt dat Mozes de Thora uit Gods handen heeft ontvangen, werd de jongen die ingewijd zou worden, omhuld met een gebedskleed en door zijn vader naar de leraar gebracht. De leraar nam de jongen op schoot en liet hem een lei zien waarop het Hebreeuwse alfabet was geschreven, een passage uit de schrift en de woorden: “Moge de Thora je werk zijn.” De leraar las de woorden voor, en het kind herhaalde ze stuk voor stuk. Vervolgens werd de lei met honing bestreken, en het kind likte die op, waardoor het de heilige woorden lijfelijk in zich opnam. Ook werden Bijbelteksten geschreven op gepelde hardgekookte eieren en op honingkoeken, die het kind dan opat nadat het de verzen hardop aan de leraar had voorgelezen."  

Het eten van heilige teksten, dat lijkt een beetje op wat ik in mijn vorige stukje schreef over de profeten Ezechiël en Johannes. Woordenaar wees terecht op het boekje Eetlezen van Remco Campert, dat ik nota bene zelf bezit. Campert gebruikt het verorberen van boeken als metafoor voor zijn verwijzingen naar anders schrijvers, en een dergelijk metafoor is niet ongebruikelijk. Wederom Manguel schrijft in het hoofdstuk “metaforen van lezen” het volgende: “Zoals schrijvers spreken van het in elkaar flansen van een verhaal, het opwarmen van een tekst, halfgare ideeën voor een intrige, het peperen van een scène of een sausje voor naakte feiten, de ingrediënten van broodschrijverij in klef proza veranderen, van een stevig brok vol toespelingen waarin de lezers hun tanden kunnen zetten, zo spreken wij, de lezers, van het smaken van een boek, we zeggen dat we er voedsel in vonden, dat we een boek in één keer hebben verslonden, dat we een tekst opbraken of uitspuwen, dat we een passage herkauwen, de woorden van een dichter over onze tong laten rollen, dat we onszelf trakteren op poëzie, dat we leven op een dieet van detectiveverhalen. 

In een essay over de kunst van het studeren heeft de zestiende-eeuwse Engelse geleerde Francis Bacon [interessante naam trouwens in dit verband!] het proces samengevat: “Sommige boeken zijn bedoeld om van te proeven, andere om in te slikken en enkele om te kauwen en te verteren.” (…) Uiteindelijk, toen de kunst van het lezen zich ontwikkelde en verbreidde, werd de gastronomische metafoor een algemene retorische kunstgreep. In de tijd van Shakespeare verwachtte men deze in literaire gesprekken en koningin Elizabeth I maakte er zelf ook gebruik van bij de beschrijving van het lezen van heilige boeken: “Ik wandel vele malen in de aangename weiden van de Heilige Schrift, waar ik de gezonde groene kruiden van zinnen pluk, ze eet door ze te lezen en ze naderhand kauw en langdurig plaats in de zetel van het geheugen […] opdat ik minder de bitterheid van dit ellendig leven moge proeven.” Omstreeks 1695 was deze metafoor zozeer opgenomen in de taal dat William Congreve er een parodie op kon maken in de openingsscène van Love for Love, waar de pedante Valentine tegen zijn lijfknecht zegt: “Lezen, lezen, kerel! En verfijn je trek; leer te leven van onderricht; laat je verstand genieten en kastijd het vlees; lees en neem je voedsel tot je dor de ogen; hou je mond gesloten en herkauw hetgeen je begrepen hebt.” “U zult verduiveld dik worden van zo’n papieren dieet”, zo luidt het commentaar van de knecht. 

Lezen en eten, Eetlezen zo je wilt, het blijkt een lange literaire traditie te zijn. Als ik binnenkort de stevige maaltijd van Manguel verorberd heb zal ik verder berichten over verrassende ingrediënten die ik daarin heb aangetroffen.

n.b. zie hier een blog van latere datum van Paul van de Capelleveen van de KB over hetzelfde thema

07 juli, 2006

103 - Smakelijke boeken

Nee, ik wil het niet hebben over Sonja Bakker, sonjabakkeren, montignaccen, Laura Esquivel of enig andere wijze waarop in boeken aandacht wordt besteed aan eten. Vandaag wil ik het hebben over het eten van boeken. Het eten van boeken kan twee vormen aannemen: het feitelijk eten van een boek (het kauwen op papier dus) en het eten van zaken die verwijzen naar boeken. Het feitelijk eten van boeken is niet zo opzienbarend, hooguit irritant, wanneer het de activiteit van allerlei ongedierte betreft: zilvervisjes, boekenwurmen, muizen en andere beesten die je liever kwijt dan rijk bent in je bibliotheek knagen al eeuwenlang aan boeken. Het wordt pas bijzonder als mensen over gaan tot het eten van boeken, een verschijnsel dat bekend staat als bibliofagie.

Bekend zijn voorbeelden uit de Bijbel, zoals die waarin de profeet Ezechiël wordt opgedragen een boekrol te eten (Ezechiël 2:8 - 3:3) evenals Johannes (Openbaringen 10:8-11). In beide gevallen smaakt het boek naar honing, maar bij Johannes brandt het vervolgens in zijn maag. Buiten deze profeten wordt bibliofagie vooral toegepast bij wijze van straf: auteurs werden soms gedwongen hun manuscript waarvan de inhoud de autoriteiten niet aanstond op te eten, het alternatief was bijvoorbeeld onthoofding. Theodore Reinking koos hier in 1644 bijvoorbeeld voor en verorberde zijn "Dania ad exteros de perfidia Suecorum" na het boek eerst gekookt te hebben. 

Het eten van zaken die verwijzen naar boeken is al met al een smakelijker onderwerp. Ik kwam erop doordat ik op de site van boekendrop terecht kwam, waar drop in de vorm van boeken wordt aangeboden. Boekendrop wordt omschreven als zacht-zoete drop in de vorm van een boekje. Ik ben dol op drop en op boeken, dat betekende dat ik deze combinatie niet kon laten liggen. Op de site staan winkels waar het te koop is, en omdat ik toch in Amsterdam was besloot ik een paar zakjes te halen bij antiquariaat JOOT, aan de Hartenstraat in Amsterdam. De adviesprijs van de zakjes is € 1,25 maar JOOT vraagt er rustig € 1,50 voor. Daarvoor krijg je dan een zakje met 150 gram drop, middelbruin van kleur en in de vorm van een op zijn rug liggend opengeslagen boek. Probeer je het boek dicht te slaan dan breekt de rug helaas, maar heb je vervolgens wel twee aparte dropjes, en dat is ook niet weg. De openliggende pagina's zijn beschreven, dat wil zeggen er staan kringeltjes op die regels moeten voorstellen. De smaak van de drop is prima, redelijk neutraal. De substantie is stevig genoeg, het is geen echt zachte drop gelukkig, maar het kauwt wel lekker weg. Kortom, ik heb met recht drie zakjes gekocht waarvan de eerste inmiddels verorberd is tijdens het schrijven van deze bijdrage. 

Het eten van boekendrop kan voortaan in het bijzonder plaatsvinden op 1 april, dat is namelijk sinds 1999 de internationale boekeneetdag. Deze dag is ingesteld door Judith A. Hoffberg en Béatrice Coron op de geboortedag van de Franse gastronoom Jean-Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826). De bedoeling is dat allerlei lekkers wordt bereid rond het thema boek, en vervolgens gezamenlijk opgegeten. Zie deze website die aan deze dag is gewijd en waar foto's van allerlei creaties staan. Lees hier het inmiddels vermaarde essay van Blake Elskin in de New York Times over bibliofagie en boekeneetdag. Ed Schilders schrijft hier (wel even omlaag scrollen) over bibliofagie en verbaast zich over de kwestie van de beer die wel of niet een exemplaar van de brieven van Augustinus aan Hiëronymus heeft opgegeten. Waarom zou een beer dat doen? Welnu, de Bijbel laat al zien dat sommige manuscripten naar honing smaken. Smakelijk lezen!