Posts tonen met het label Anna Enquist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anna Enquist. Alle posts tonen

03 april, 2012

203 - Feest der Letteren - I

Zoals elk jaar meldde ik mij weer met een volle tas boeken bij de Bijenkorf voor het jaarlijkse Feest der Letteren aan de vooravond van de Boekenweek en de signerende schrijvers die daar rondhangen. En zoals elk jaar was het een middag met opgewektheid en teleurstelling, maar ook met leuke babbeltjes met schrijvers. Ik zal er een paar noemen - volgende keer deel 2.

Allereerst was het Feest der Letteren weer gepropt op een tussenverdieping van de Bijenkorf. Het zal wel bedoeld zijn om een soort van marktidee na te bootsen, maar het zorgt ervoor dat het al snel druk en benauwd wordt. Eén van de eerste auteurs waar ik mij meldde was Renate Dorrestein, en zij merkte op dat het wel heel erg snel heel warm werd. En het moest nog lente worden! Ik kon niet anders dan dit beamen - terwijl de zweetdruppels van mij afgleden. Bij een enkele auteur stond een hele lange rij (Sylvia Witteman, Geert Mak) die zich dan langs de tafeltjes van wachtende andere auteurs slingerde. Dat leverde toch een wat raar beeld op: ik stond minutenlang voor het tafeltje van Robert Vuijsje voor wie ik niets te signeren had te wachten op een auteur die kennelijk populairder was dan hij.

De teleurstelling was de afwezigheid van twee aangekondigde auteurs. Stine Jensen en Connie Palmen waren wel aangekondigd, maar waren er toch niet. Zo bleven er 18 auteurs over. Ook jammer was de afwezigheid van Remco Campert, die er andere jaren standaard was maar het nu kennelijk even voor gezien hield.

Zoals altijd had ik mij goed voorbereid, niet alleen door mijn eigen bibliotheek te plunderen maar ook door bezoekjes af te leggen aan de nabijgelegen antiquariaten Kok en De Slegte. Dit om mijn titels van sommige auteurs aan te vullen zodat er meer boeken de dag zouden eindigen met een handtekening. Grappig was dat bij Kok twee dezelfde titels van Renate Dorrestein stonden, Katten en de kunst van het boekenonderhoud. De boekjes waren identiek, de prijs niet: € 5 en € 15. Ik heb toch maar die van € 5 genomen, hoezeer ik Kok ook een warm hart toedraag. Ook bij Kok: een Franse pocket van Dorrestein voor maar € 3 en een boekje van Stine Jensen (toen ik nog in de veronderstelling was dat ze aanwezig zou zijn). Bij de Slegte sloeg ik een slag met een aantal titels van Tom Lanoye.

Eén van de eerste auteurs die ik zag was Elle van Rijn. Of liever: zij zag mij. Ik keek haar - bij gebrek aan boeken van haar - vriendelijk aan en dat leidde tot haar uitroep (al wijzend): "Jóu moet ik hebben!". Tsja, dan kan je natuurlijk niet weigeren... Toen ik aan haar tafeltje stond, was de mededeling: "Jij gaat een boek van mij lezen". Ik heb haar uitgenodigd dan maar een titel van haarzelf te selecteren. Dat was een aparte situatie: ze gaf aan dat haar recent geschreven boek over de ontvoering van Toos van der Valk niet te kiezen: "Die zou ik niet doen". Toen ik observeerde dat het toch wat vreemd was dat een auteur over een eigen boek zegt dat ze die niet aanraadt, beaamde ze dat. Maar haar romans beschouwt ze als meer eigen en dus een betere kennismaking met haar werk. Ze raadde mij daarom Het vergeten gezicht aan, een spannende roman die speelt tegen de achtergrond van Berlijn en de Tweede Wereldoorlog, de scheiding van Duitsland en de hereniging. Ik kreeg het mee (d.w.z. ik moest het kopen) met het verzoek haar te mailen na lezing. Ik beloofde dat het bovenaan mijn leeslijst zou staan, wat ze leuk vond.
Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik vond het een prima boek. Verrassende inhoud, met veel vaart geschreven en een tamelijk bizar einde dat totaal onverwacht komt. Twee verhaallijnen door elkaar geweven, die zo verschillende geschreven zijn (en typografisch opgemaakt) dat je vergeet dat ze van één en dezelfde schrijver komen.

Zoals beloofd heb ik haar na het lezen gemaild met mijn leeservaring en ik kreeg een vriendelijk mailtje terug, met uiteraard de aanbeveling nóg een boek van haar te lezen.

De volgende bij wie ik neerstreek was Renate Dorrestein. Zoals gezegd had ik van haar een Franse pocket gekocht, namelijk Vices Cachés oftewel Verborgen gebreken. Nu lees ik geen woord Frans, ik kocht dit boek alleen maar om te zien hoe ze erop zou reageren en voor de heb. Zeg nou zelf: voor 3 euro kan je dat boek toch niet laten liggen. Renate Dorrestein vond het erg leuk om die pocket te zien. Ze vertelde dat het haar eerste pocket in Frankrijk was en dat ze een tijdje benauwd was geweest of het wel zou verkopen. Maar ze had gelukkig haar voorschot terugverdiend en dat vond ze toch wel geruststellend. Bij het signeren van Katten en de kunst van het boekenonderhoud merkte ze nog op dat ze dat altijd een erg lastig boekje vond: waar moest ze nu precies signeren (het is een keerboek) en hoe voorkomt ze beschadiging (het is nogal stijf ingebonden). Maar gelukkig ging alles goed en opgelucht kon ik mijn tocht vervolgen.

Ik belandde bij Simone van der Vlugt. Van haar had ik maar één titel bij me, het Literaire Juweeltje Het bosgraf. Ik verontschuldigde me voor dat kleine boekje maar haar reactie was: "nou, dan gaan we dat kleine boekje maar helemaal volschrijven", en met een zwierige opdracht in het juweeltje dwaalde ik verder naar Anna Enquist. Zoals altijd was zij heel vriendelijk en signeerde rustig een stapeltje van mijn boeken. Helaas had ik verkeerd in mijn LibraryThing gekeken want ik dacht dat ik Het meesterstuk nog niet had, maar die had ik al wel. Dus nu heb ik twee keer dit boek, en allebei gesigneerd. Ik beschouw het maar als weelde. Bij het signeren van het herdinkingsboekje Een avond in mei merkte ze op: "dat is een oudje". Slechts achttien jaar is dit boekje uit 1996, maar inderdaad al volwassen naar mensenjaren gerekend.

En voort ging het weer, dit keer naar Jessica Durlacher. Met haar heb ik eigenlijk vooral gepraat over haar vader en ik liet haar weten hoe indrukwekkend ik zijn boeken vond en hoe aangrijpend. Na het lezen van de boeken van Gerhard Durlacher en met name de passage over de omstandigheden in de mijnen waar de V2's werden gemaakt, heb ik letterlijk een nacht niet kunnen slapen in het besef van de wreedheden en de onmenselijkheden die daar plaatsvonden. Jessica Durlacher vond het leuk dat te horen maar ook dat ik een paar boeken van haarzelf bij mij had. Die heeft ze vervolgens zwierig gesigneerd.

Tot slot van dit overzicht toch nog maar even over Sylvia Witteman, één van de hoofdpersonen van dit Feest der Letteren. Want zij had immers het speciale Bijenkorf-boekenmaand-boekje geschreven: Inflatiekroketten, dat in hoge stapels beschikbaar was. Voor haar stond dan ook de langste rij. Toen ik dat bij haar meldde toen ik eindelijk aan de beurt was, reageerde ze: "Ja, daar schrik ik eigenlijk ook van". Het leuke is dat Sylvia Witteman volgens mij helemaal zichzelf is: lekker vrij en geen blad voor haar mond. Dus toen we nog wat doorpraatten over de lange rij zei ze dat het met zo'n schrijversmarkt wel plezierig was, want eigenlijk zijn de bezoekers in de stad wat blasé, die laten niet snel iets signeren. Dus als er dan meer schrijvers komen, gaat het beter. Maar, aldus Witteman, "in de buitengewesten gaat het vaak beter". De buitengewesten - dat is vermoedelijk alles voorbij de Watergraafsmeer...
Het leuke was dat alle bekende personen uit de columns van Sylvia Witteman aanwezig waren: haar drie kinderen die zaten te geinen tussen de kledingrekken en natuurlijk "huisgenoot P" oftewel Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant. En je mag dan nog hoofdredacteur zijn van een voortreffelijke krant, als Sylvia signeert word je vooral geacht op verzoek drinken te halen en in andere noden te voorzien. Wat Remarque dan ook met een glimlach deed. 

Lekker onbevangen, en eigenlijk gold dat voor alle schrijvers die er waren: ze hadden plezier en zaten op hun praatstoel. Dat maakt zo'n bezoekje extra leuk.

Volgende keer zal ik het hebben over de mannelijke auteurs die er waren. Lees tot die tijd mijn verslagen van mijn bezoek aan het Feest der Letteren in de Bijenkorf in 2011 (deel 1, deel 2 en deel 3) en 2009 (hier).

27 mei, 2011

188 - Treinlezers

De spoorwegen maken al jaren reclame voor het gebruik van de trein als leesruimte. De realiteit is echter dat die ene dag per jaar dat je gratis kan reizen met het boekenweekgeschenk de meeste treinlezers oplevert en dat de rest van de tijd de gemiddelde treinreiziger zich bezighoudt met het bijwerken van facebook, of twitteren, of naar muziek luisteren (en in een enkel geval een ebook lezen). Maar boeken, die zie je niet zoveel is mijn ervaring.

Maar vandaag was een uitzonderlijke situatie. Ik zat in de avondspits in de trein op een plek met een dubbele bank. In potentie zeven medereizigers - maar we waren met z'n vijfen. Wat ik zo uitzonderlijk vond was dat niemand van deze vijf bezig was met z'n telefoon of laptop. Drie lazen een boek, één sliep en de vijfde keek naar buiten.

Ik wil graag weten wat mijn reisgenoten lezen en ook daarin was ik prettig verrast. Als eerst ikzelf: vanmorgen trof ik op Den Haag Centraal het Literaire Juweeltje van juni aan: het boekje Grieks voetbal van Anna Enquist. Meestal komen de literair juweeltjes pas op de eerste van de maand beschikbaar, maar op een of andere manier was deze een week vervroegd. Twee mooie - eerder gepubliceerde - verhalen van Enquist, precies genoeg voor het ritje naar huis. Beide verhalen hebben voetbal als thema, hoewel voetbal niet de hoofdrol speelt maar eerder als decor dient. Het eerste verhaal speelt op het startpunt van Flevoland: werkeiland Lelystad. Een interessant decor voor een verhaal als dit, zeker omdat ik ook nog wat sporen in Flevoland heb liggen. Het tweede verhaal vertelt de martelgang langs ziekenhuizen na een vervelende beenbreuk. Mooie verhalen van een klasseschrijfster, waarbij teloorgang een centrale rol speelt maar zonder dat de verhalen droefgeestig worden.

Ik hou ervan om te gluren naar de titels die medereizigers lezen (ik schreef er in 2005 ook al eens over). Het kostte wat tijd, maar ik heb het ontdekt. Mijn overbuurvrouw las Zionoco van Leon de Winter. Daar heb ik weinig over te zeggen want ik ken het boek niet en heb het niet gelezen. Maar mijn rechterbuurman las een voor mij onbekend boek: de Hasjkruiser van Henry de Monfreid. Nog in de trein zocht ik de details van dit boek (sorry, ik was toen ineens de enige dissonant in het groepje) op en ik kwam op de fantastische beschrijving van Achille van den Branden over dit boek. De beschrijving is zó aantrekkelijk, dat er maar één ding opzit: ik moet dat boek lezen!

Achille schrijft onder meer:
De hasjkruiser is ook als Penguin Classic verschenen, en dat is volledig terecht. Dit boek lezen, dat is de spanning proeven, misschien niet van de pionier, maar dan toch van de waaghals. Monfreid is direct, nieuwsgierig en verstoken van alle sentiment. De Fransman, niet toevallig bewonderd door Edgar du Perron, leeft pas op bij de aanblik van gevaar en houdt ervan de strijd aan te binden met de elementen.
en:
Hij is bovendien een hele goeie observator, en een mensenkenner. Hij maakt zijn handen vuil, gaat om met matrozen, smokkelaars en bureaucraten, en kent het dierlijk instinct van de mens uit de eerste hand. Met sympathie tekent Monfreid de primitieve inheemse bevolking en laat die soms positief afsteken tegen het klatergoud van het Franse koloniale bestuursapparaat. En wanneer iemand die veel meemaakt ook nog eens kan schrijven, ontstaat vanzelf een aantrekkelijk boek.
Snel op zoek dus naar een mooi exemplaar van dit boek. Tamelijk bizar dat ik nog nooit op deze titel was gestuit, maar gelukkig heeft een onvermoede medereiziger mij op dit spoor gezet. Heeft iemand al eens iets van Monfreid gelezen? En?

Overigens waren ook de andere treinreizigers in een wat andere staat dan gemiddeld. Achter mij zat iemand die een stofzuiger meetorste in een vuilniszak en daarachter iemand die een kamerplant aan het verhuizen was. Het leek wel een collectieve ban-het-mobieltje dag, zelfs ik heb die reis mijn smartphone verder in de zak gehouden. Het leverde veel mooie observaties én een goede boekentip op. Leve de trein!