10 juli, 2023

345 - Een feestbundel voor Laurens Janszoon Coster (1824)

Dit bericht wordt op een historische dag en een historisch moment gepubliceerd. Op 10 juli 2023, exact om half tien gaat/ging het bericht live. Een datum en een moment die nu betrekkelijk anoniem voorbij gaat, maar dat was 200 jaar geleden wel anders. Op 10 juli 1823, om half tien 's morgens, was het moment dat het startschot klonk voor een grootse nationale viering van de uitvinding van de boekdrukkunst. Met als centrale figuur daarbij Laurens Janszoon Coster

De uitvinding van de boekdrukkunst

Als je tegenwoordig vraagt wie de uitvinder was van de boekdrukkunst, dan krijg je daarop een eensluidend antwoord: Gutenberg. Of meer precies, Johannes Gensfleisch zur Laden zum Gutenberg (1400-1468) met de Gutenberg-Bijbel (1455) als bekendste publicatie van zijn hand. Deze uitspraak kan op zichzelf al wat genuanceerd worden: Gutenberg was niet zozeer de uitvinder van de boekdrukkunst, maar hij ontdekte een effectieve manier om met losse letters te drukken, in plaats van het al langer bestaande blokdrukken. Blokdrukken doe je door volledige pagina's in een blok te snijden en die te gebruiken om te drukken. Maar met losse letters zijn correcties veel sneller aan te brengen en is überhaupt een pagina veel sneller te zetten, en dus is de boekproductie veel hoger. Los daarvan bestond het drukken met losse letters waarschijnlijk al langer, mogelijk vanaf het jaar 1000 in China, waarvoor Bi Sheng de eer krijgt.

In Nederland was echter heel lang sprake van een andere opvatting: niet Johannes Gutenberg, niet Bi Sheng maar Laurens Janszoon Coster was degene die de eer toekwam als uitvinder van de boekdrukkunst. Deze opvatting heeft eeuwen standgehouden en bibliotheken zijn volgeschreven met bewijzen dat Coster toch echt een paar jaar voor Gutenberg het drukken met losse letters had ontwikkeld. Het verhaal is dat Coster zijn uitvinding deed, maar dat een van zijn knechten met de kennis naar Mainz trok en daar aan Gutenberg overdroeg, die zijn 'uitvinding' vervolgens wereldkundig maakte. Tegenwoordig is algemeen de opvatting dat dit verhaal niet waar is en dat het nog maar de vraag is of Laurens Janszoon Coster echt bestaan heeft, of dat hij wellicht een boekdrukker was maar niet de uitvinder (zie bijvoorbeeld de uitgave Laurens Janszoon Coster was zijn naam van Lotte Hellinga en Clemens de Wolf). De claim dat Coster de uitvinder is van de boekdrukkunst, was vooral ook ingegeven door ambities van de stad Haarlem en van sommige inwoners van de stad. Het versterkte de positie van de stad en haar inwoners als Coster als uitvinder kon worden neergezet. Los van de persoon Coster waren er wel altijd verschillende aanwijzingen dat er 'iets' was gebeurd in Haarlem: In de Keulse Kroniek uit 1499 vermeldt de eerste Keulse drukker Ulrich Zell dat de boekdrukkunst in 1450 in Mainz werd toegepast, maar dat voor die tijd al Vurbyldung in de Nederlanden was geweest. En dan zijn er nog verschillende ongedateerde drukwerkjes uit Holland (of mogelijk Utrecht) waarvan lang is gedacht dat ze uit de periode voor 1450 stammen, en dus een bewijs dat er voor Gutenberg als in Haarlem (of Utrecht) werd gedrukt met losse letters.

De strijd met Mainz is lang gevoerd. Het bekende standbeeld van Coster op het marktplein in Haarlem is in 1856 mede neergezet omdat in Mainz eerder een standbeeld van Gutenberg werd opgericht en men vond dat het bestaande standbeeld van Coster daarbij te mager afstak. Toch was in die tijd al sprake van twijfel over de Coster-claim. In de jaren daarna is overvloedig aangetoond dat het toch echt Gutenberg is die met de eer mag strijken. Helemaal uitsluiten dat Coster echt heeft bestaan én dat hij in 1423 daadwerkelijk de geclaimde uitvinding deed kan niet, maar er bestaat ook geen echte steun meer voor de Coster-claim, omdat elk feitelijk bewijs ontbreekt. Hoewel Jan Poortenaar nog in 1947 een boekje publiceerde met de veelzeggende titel Coster - niet Gutenberg (Naarden: In den Toren). Dat de herinnering aan Coster nog altijd levend is bewijst Renate Dorrestein, die in haar boekje Katten en de kunst van het boekenonderhoud (1992) schrijft: "Ik woon zelf namelijk óók in Haarlem, waar overigens, wat de Duitsers ook mogen beweren over hun Gutenberg, de boekdrukkunst is uitgevonden. We hebben een standbeeld van Laurens Janszoon Coster met de letter in zijn hand die hij rond 1440 in de Haarlemmer Hout uit een boom sneed, en toen begon de victorie."

Het blijft fascinerend om in wereld van de Coster-legende te duiken. Een paar namen spelen daarin een grote rol: Hadrianus Junius (1511-1575) die de legende overtuigend in de wereld bracht en Antonius van der Linde (1833-1897) die de legende uiteindelijk vakkundig om zeep hielp. Hadrianus Junius beschrijft in zijn boek Batavia (1588) uitvoerig hoe Coster tijdens een wandeling in de Haarlemmerhout van beukenschors letters sneed, waarna van het één het ander kwam. Perkamentus kocht een exemplaar van Batavia in 2020 en schreef er hier een bijdrage over. Een mooie analyse van Joost Robbe over de verhalende structuur van de mythe van Junius is geplaatst in het tijdschrift Internationale Neerlandistiek en is hier te lezen. Het verhaal van Junius is tot ver in de 19e eeuw de drager geweest van de Coster-claim. Antonius van der Linde, geboren in Haarlem, maakte een eind aan Haarlems aanspraken op de uitvinding van de boekdrukkunst. Hij publiceerde in 1869-1870 een reeks artikelen in De Nederlandsche Spectator, waarin hij de Coster-mythe ontkrachtte en stelde dat Gutenberg de echte uitvinder van de boekdrukkunst was. Hij haalde zich daarmee zoveel woede en hoon op de hals dat hij daarom naar Duitsland moest verhuizen.

De feesten van 1823

Waarom vertel ik dit nu allemaal? Nou, vooral omdat ik tijdens jongste veiling van Burgersdijk en Niermans de hand wist te leggen op het boek Gedenkschriften wegens het vierde eeuwgetijde van de uitvinding der boekdrukkunst door Laurens Janszoon Koster, van stadswege gevierd te Haarlem den 10. en 11. julij 1823, onder redactie van Vincent Loosjes. Precies 400 jaar na de vermeende uitvinding van Coster vond alles plaats wat in deze bundel is opgetekend, die onmiskenbaar middenin in de Costermythe staat. En precies 200 jaar daarna - in het jaar dat we eigenlijk opnieuw grootse Costerfeesten hadden moeten vieren in ons land - kocht ik dit boek. Het boek markeert wat mij betreft een hoogtepunt van de Costertraditie. Maar zoals ook de toewijzing van de uitvinding van de boekdrukkunst een zaak van stedelijke identiteit was, gold dat eigenlijk ook wel voor de feesten in 1823. Ik las een boeiende scriptie van Carolien Boender uit 2014 waarin ze laat zien dat de festiviteiten van 1823 ook een zaak van nationale identiteit waren: Nederland was nog maar kort een politieke eenheid en had die identiteit nodig. De feesten rondom de uitvinding van de boekdrukkunst pasten prima in die behoefte.

De inhoud van de feestbundel

Deze uitgave van Vincent Loosjes onderstreept het nationale karakter. Het boek start met een lijst intekenaren op de uitgave, die 41 pagina's lang is. Als eerste op de lijst staat de Koning der Nederlanden, die goed was voor 6 exemplaren (2 op drukmediaan, 2 op schrijfmediaan en 2 op velin). Ik ging natuurlijk op zoek naar bekende namen in die lijst. Allereerst mijn eigen achternaam, en ik vond inderdaad een naamgenoot op de intekenlijst die destijds student theologie in Leiden was. Verder was C.P.E. Robidé van der Aa één van de intekenaren, hem kennen we als auteur en mede-oprichter van het tijdschrift De Gids (zijn mede-oprichter Potgieter behoort trouwens niet tot de intekenaren).  Van de drukkersfamilie Enschedé uit Haarlem tekenen er verschillende leden in. En we vinden ook baron W.H. van Westreenen Tiellandt, de mede-naamgever van het Museum van het Boek van wie ik een handgeschreven briefje bezit waar in in 2016 over schreef. Ik heb de catalogus van de bibliotheek van het Museum gecheckt waarin onder andere de boeken van Van Westreenen staan vermeld,  en vond inderdaad twee exemplaren van deze bundel. Opvallend is ook de lijst met tientallen leesgezelschappen (van Almkerk tot Zwolle) die hebben ingetekend op een exemplaar

Na de lijst met intekenaren volgt een uitgebreide weergave van de aanloop naar, en de viering van, het feest van de boekdrukkunst, in “Haarlem, derzelver wieg en bakermat”. De tekst start met een uitvoerige bespreking van het onderzoek van Jacobus Koning die uiteraard bewees dat de Costerclaim feitelijk juist was. Er was nog wel wat twijfel over het precieze moment van de uitvinding. Maar men was overtuigd dat het tijdvak 1420-1425 was en dus werd 1823 geprikt als feestjaar - en daarmee het jaar van de uitvinding op 1423 gezet. Dit mede omdat het al 1822 was en dus te kort dag om in dat jaar een feest te organiseren. Dit besluit werd genomen door een commissie, waarvan de samenstelling en beraadslagingen ook uitgebreid worden weergegeven. Ter voorbereiding op het feest werden diverse dichters gevraagd om een lofzang in te sturen, waarmee een prijs kon worden gewonnen. De gouden medaille ging naar Hendrik Tollens, de zilveren naar Johannes Nierstrasz jr. en de bronzen naar Adriaan Beeloo. Voor zover ik kan zien hebben zij alledrie ook ingetekend op een exemplaar van deze bundel.

De aankondiging van het ringsteken.
Afbeelding uit de veilingcatalogus
van Bubb Kuyper (veiling 78, kavel 57)
Uiteindelijk ging het feest van start, op donderdag 10 juli 1823 begon de dag met 21 kanonschoten, waarna vlaggen in de hele stad verschenen. Om half tien ‘s morgens - op de minuut af 200 jaar voor dit blog verscheen - zette de stoet (“met ongedekten hoofde”) zich in beweging van het Raadhuis naar de Bavo, die geschikt was gemaakt om 4.000 gasten te herbergen. Een lange opsomming van notabelen, vertegenwoordigers van provincies, kerken, schutterijen, gemeenteraden, waterschappen, genootschappen en stichtingen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen laat zien hoe nationaal deze viering was. Hierbij paste uiteraard een lofdicht: “De eeuw van twijfel is verdwenen / Haarlem zegeviert, dees stad / Mag, door Koster zich beroemen / Als der kunsten bakermat”. Na onder meer een voordracht van Johannes van der Palm en het voorlezen van het lofdicht van Hendrik Tollens, ging het gezelschap terug naar het Raadhuis. Na wat verversingen ging het gezelschap naar de Haarlemmerhout om de onthulling van het Costermonument in de Haarlemmerhout, waar de eerste letters waren gesneden.

Natuurlijk waren er in de stad allerlei activiteiten. Zoals het ringsteken, gewonnen door J.G. Feije - die er een paar zilveren sporen aan overhield. Er was op verschillende plaatsen muziek, en de dag werd afgesloten met vuurwerk. Met dat vuurwerk werden allerlei figuren afgebeeld, zoals een tempel met daarin de naam van Coster.

De tweede dag kenmerkte zich weer door allerlei activiteiten. Zoals een tentoonstelling in het kerkgebouw van de Doopsgezinde Gemeente, waarbij verschillende door Coster gedrukte boeken werden tentoongesteld. Deels waren dit blokdrukken, deels boeken met losse letter gedrukt:

Terwijl de bijgevoegde oorspronkelijke bewijsstukken de waarheid der berigten van Junius, en de wettigheid en welspraak op de eere der uitvinding op eene zoo in het oog loopende en overtuigende wijs staafden, dat alle deskundigen, die deze Tentoonstelling bezigtigden, hun leedwezen betuigden, dat de geleerde Buitenlanders, die voor de meestervarenen in de geschiedenis der Boekdrukkunst gehouden worden, en nog de aanspraken van Mentz of Straatsburg boven die van Haarlem blijven verdedigen, niet de beschouwing van het hier bijeengebragte genieten konden, als welke alleen meer, dan de uitvoerigste verhandelingen en best ontwikkelde vertoogen geschikt was, om hen van hunne dwaling terug te brengen

Op de tweede dag stonden ook de kinderen centraal, vooral die van de armenscholen “die aan Kosters uitvinding hunne beschaving zouden te danken hebben”. De schutterij organiseerde ook nog het “schieten naar den Vogel”. Hierbij zegevierde Lambertus Zwartjes , wat hem een zilveren tabaksdoos opleverde. Frans Jan de Vries bleef net achter bij Lambertus maar ging er met een zilveren Pijpedop vandoor . Helaas ging het toen regenen, maar na het wegtrekken van de buien ging het feest gewoon door.

Naast Haarlem waren er ook feesten in Hoorn, Dordrecht, Rotterdam en Groningen en ook die staan in de bundel beschreven. Meestal betrof het daar optochten van drukkersgezellen. Later die maand waren er ook in Haarlem nog verschillende andere tentoonstellingen, onder meer van een drukpers waarmee Coster gewerkt zou hebben.

De eerder genoemde redevoeringen en lofdichten staan integraal afgedrukt in het derde deel van de bundel. Johannes van der Palm zingt de lof van Coster maar waarschuwt ook voor de negatieve gevolgen van de drukpers. Daarna wordt de feestzang van Tollens afgedrukt alsmede een hele reeks anders feest-, lof- en lierzangen. Daarna volgt de integrale tekst van een toneelstuk over Laurens Janszoon Coster van de hand van W.E. Warnsinck. Afwisselend zien we de Genius der Beschaving, der Verlichting, der Wetenschappen, der Kunsten en der Menschheid zich eerst beklagen, dan Coster zegenen en na zijn uitvinding de lof zingen: “Mijn rijkdom bleef voor de aard’ verborgen / toen Koster, de aard’ tot heil, verscheen / Nu rees voor mij de schoonste morgen, / En de eeuw der duisternis verdween.”

Het toneelstuk is helaas niet opgevoerd, omdat de Haarlemse schouwburg hier niet geschikt voor was en opvoering in de Amsterdamse Schouwburg bleek te kostbaar. Na de tekst van de bundel volgen diverse bijlagen, zoals het rapport van de commissie die het onderzoek heeft gedaan naar het jaar van de uitvinding en die een plan voor het feest ontwierp, een onderzoek naar de Costerclaim en het uitgewerkte plan voor het feest. Interessant is nog bijlage E, waarin de boeken worden beschreven die Coster tussen 1420 en 1440 in Haarlem gedrukt heeft (en die op de tentoonstelling waren te zien). Eerst wordt herhaald hoe Coster de uitvinding deed en hoe vervolgens zo succesvol was, dat hij handen tekort kwam. Dus nam hij “vreemde hulp te baat, en stelde knechts op de drukkerij te werk, en verbond hen onder eede tot stilzwijgzaamheid”. Maar helaas, in de kerstnacht van 1439 nam “een zeker vreemdeling, eed en pligt verzakende, den voornaamsten voorraad van stempels, matrijzen, letteren, enz bij elkander” vertrok naar Mainz en verpatste het aan Gutenberg. De opsomming van boeken begint met een Abecedarium, toegeschreven aan Coster die dit drukte voor zijn kleinkinderen. Algemeen wordt nu aangenomen dat dit werk stamt uit het laatste kwart van de 15e eeuw. Als nummer 10 wordt de Spiegel onzer behoudenis genoemd, lang beschouwd als Coster’s belangrijkste werkt en ook genoemd door Junius. Het boek is echter rond 1471 gedrukt en bevindt zich nu in het Museum van het Boek, waarbij de band nog steeds claimt dat het boek van Coster komt. Naast enkele andere drukken bevat de lijst getuigschriften van Coster, door hem ondertekend en verschillende andere bewijzen van zijn bestaan. Na nog wat andere dankbetuigingen in de bijlagen wordt de bundel afgesloten.

Het herlezen van dit alles geeft een aardig beeld van de feestelijkheden in de stad. De gedetailleerde beschrijvingen van aantallen mensen, de versieringen in specifieke straten en de geuren en kleuren van de feestelijkheden zorgen dat het enthousiasme bijna voelbaar is. Het is bijna jammer dat de aanleiding bij nader inzien niet bestond en alle woorden over de arme Gutenbergianen die zo misleid zouden zijn, achteraf vooral op de Haarlemmers zelf sloegen. Desondanks is het boek een monument van de Costerlegende en alleen al daarom een waardevolle toevoeging aan mijn boekenkast.

Nog wat andere publicaties

Zoals ik aan het begin van dit stukje al zei is er veel geschreven over Coster en de claim dat hij de uitvinder van de boekdrukkunst was. In de meeste Nederlandstalige boeken over boeken wordt zijn naam genoemd, in de anderstalige veel minder. In mijn boekenkast vond ik nog een paar specifieke voorbeelden:

  • In het in 1994 verschenen vierde deel van Herman de la Fontaine Verwey's Uit de wereld van het boek staat een mooie bijdrage over de in Amsterdam wonende Engelsman George Smith, die in de 18e eeuw een aantal boeken vervalste (d.w.z. in incomplete boeken een jaartal en plaats toevoegde) alsof de boeken rond 1450 waren gedrukt. In één geval wordt hierbij ook de naam van Coster genoemd, die een boek gedrukt zou hebben. Smith verzon ook een verhaal over een knecht van Coster, Frederik Corcellis, die de kunst van het drukken naar Engeland zou hebben gebracht. Het artikel verscheen eerder in het tijdschrift De Gulden Passer en is uiteraard via het geweldige DBNL na te lezen.
  • In het vierde jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen uit 1994 schrijft Nop Maas een artikel dat vooral focust op de bibliofiele kant van de Coster-ontmaskeraar Antonius van der Linde. Aan de hand van o.a. veilingcatalogi beschrijft Maas het enorme boekenbezit van Van der Linde en hoe hij zijn boeken bij elkaar bracht. Uiteraard was een deel van zijn boekenbezit gewijd aan de Coster-studie. Twee jaar later schreef Maas nog een artikel over Van der Linde, dit keer over de relatie met Multatuli maar ook daar komt zijn Coster-studie aan bod. Te lezen bij DBNL.
  • In december 1940 publiceerde J. Brandt & Zoon en P. Proost & Zoon  ter gelegenheid van de herdenking dat 500 jaar eerder de boekdrukkunst was uitgevonden, een vertaling van twee hoofdstukken uit het boek van Douglas C. McMurtrie met de titel The Book. De Nederlandse vertaling heet Over de uitvinding van de boekdrukkunst en hierin betoogt McMurtrie uitgebreid dat het Gutenberg was die de uitvinding deed. McMurtrie gaat in een slothoofdstuk in op andere pretendenten, waaronder Coster. McMurtrie zegt: "Doch er is één pretendent, wiens aanspraken niet eenvoudig ter zijde kunnen worden geschoven, daar zijn zaak ondersteund is door ernstige en wetenschappelijke pleitbezorgers in een strijd die nog niet geëindigd is." Vervolgens behandelt hij de bekende feiten over Coster inclusief de mysterieuze onbekende drukwerkjes uit het midden van de 15e eeuw.

01 juni, 2023

344 - ChatGPT schrijft een blog over boeken verzamelen en het herkennen van waardevolle boeken

Inmiddels heb ik voor dit blog al 343 stukjes zelf geschreven. Ik denk dat ik hier nog tot in lengte van jaren mee kan en wil doorgaan, maar het kan ook zijn dat mijn inspiratie op een dag opdroogt. Op zo'n moment helpt het om een co-auteur te hebben. Ik vroeg mij af of ChatGPT in staat zou zijn om een bijdrage voor dit blog te schrijven. Het is niet onlogisch dat dat zou kunnen. Over ChatGPT is veel te doen: ChatGPT wordt gezien als een bedreiging voor veel beroepsgroepen, maar tegelijkertijd als een zegen voor andere beroepen. Er wordt dan ook veel met ChatGPT geëxperimenteerd, zoals een poging om het VWO-eindexamen Nederlands te maken (resultaat: nipt gezakt). Rob van Essen schreef onlangs nog een informatieve blog over de inzet van AI om romans te schrijven. Zijn conclusie: "Kortom, niets om je druk over te maken, algauw zal het genre weer van ons zijn en kunnen we weer gewoon doormodderen zoals we altijd al deden.". Na dit stukje zal het voor mij dus ook wel weer doormodderen worden. 

Het leek mij desondanks goed bij wijze van test ChatGPT te vragen om een bijdrage over een paar fundamentele onderwerpen in dit blog: hoe bouw je een solide boekenverzameling op, hoe herken je waardevolle boeken en wat typeert de boekenverzamelaar? Ik heb deze korte vragen gesteld en niet aangegeven hoe lang of kort het antwoord moet zijn. Voorafgaand heb ik voor de zekerheid - in het kader van AI-zelfreflectie - de vraag gesteld of het eerlijk is dat ik ChatGPT dit blog laat schrijven. En ik sluit af met een door ChatGPT geschreven gedicht over verzamelen van boeken. Hieronder staat wat ChatGPT van dit alles maakte. In sommige gevallen heb ik wat verdiepende vragen gesteld, maar alle tekst hieronder is zonder verbeteringen, aanvullingen, verwijderingen of wijzigingen integraal overgenomen van ChatGPT. Het is aan de lezer van dit blog om te bepalen of hiermee een waardige co-auteur voor dit blog is gevonden. Zelf vind ik de informatie die ChatGPT geeft nuttig en compleet, maar het mist inderdaad iets van authenticiteit en persoonlijke betrokkenheid, zoals ChatGPT ook zelf concludeert in antwoord op de eerste vraag.

0. Is het eerlijk om dit te doen?  

Het gebruik van ChatGPT om een blog te laten schrijven is een persoonlijke keuze, maar het is belangrijk om enkele overwegingen in gedachten te houden. 

  • Originele content: Als je een blog wilt publiceren, is het belangrijk dat de inhoud origineel is en je eigen gedachten, kennis en perspectieven weerspiegelt. Hoewel ChatGPT in staat is om tekst te genereren, is het geen vervanging voor de creativiteit en authenticiteit van menselijk schrijven. Het is essentieel om je eigen stem en stijl te laten zien in je blog. 
  • Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid: ChatGPT baseert zijn antwoorden op de trainingsdata die het heeft ontvangen. Hoewel het model toegang heeft tot een breed scala aan informatie, kan het toch fouten maken of onjuiste informatie verstrekken. Het is belangrijk om de gegenereerde inhoud te verifiëren en te controleren op nauwkeurigheid voordat je deze publiceert. 
  • Creatieve input: Het schrijven van een blog is vaak een creatief proces waarbij je je eigen ideeën en persoonlijke ervaringen kunt delen. Als je ChatGPT gebruikt om een blog te schrijven, kan het zijn dat je beperkt bent in de mate van creatieve input die je kunt leveren. Het is belangrijk om te bepalen in hoeverre je de controle wilt behouden over de creatieve aspecten van je blog. Als je ervoor kiest om ChatGPT te gebruiken bij het schrijven van een blog, is het raadzaam om de gegenereerde inhoud kritisch te beoordelen, aan te passen en aan te vullen met je eigen kennis en perspectieven. Het kan ook nuttig zijn om de tekst te laten controleren door een menselijke redacteur of een betrouwbare bron voordat je de blog publiceert.
Uiteindelijk is het belangrijkste dat je een blog creëert die authentiek is en een waardevolle bijdrage levert aan je lezers.

1. Hoe bouw je een solide boekenverzameling op? 

Introductie

Het opbouwen van een boekenverzameling is een prachtige hobby die je kunt koesteren en delen. Of je nu een gepassioneerde lezer bent of een liefhebber van zeldzame boeken, het aanleggen van een solide boekenverzameling is een avontuur op zich. In deze blogpost delen we enkele waardevolle tips om je te helpen bij het verzamelen van boeken en het creëren van een verzameling waar je trots op kunt zijn.

Bepaal je verzamelgebied

Een belangrijke stap bij het opbouwen van een boekenverzameling is het bepalen van je verzamelgebied. Wil je je richten op klassieke literatuur, non-fictie, sciencefiction of misschien zelfs zeldzame boeken? Door een specifiek focusgebied te kiezen, kun je gerichter zoeken en je kennis over dat genre verdiepen. Het is zeker ook mogelijk om boeken te verzamelen zonder een specifiek verzamelgebied te kiezen. Het verzamelen van boeken kan een persoonlijke passie zijn, en sommige mensen genieten van het verwerven van boeken die hen interesseren, ongeacht het genre, de auteur of het onderwerp. Hier zijn een paar benaderingen voor het verzamelen van boeken zonder een specifiek verzamelgebied te kiezen: 

  • Eclectische verzameling: Verzamel boeken die je aanspreken op basis van hun inhoud, schrijfstijl, coverontwerp of een andere persoonlijke voorkeur. Dit kan resulteren in een gevarieerde en eclectische verzameling van boeken die je interesse en nieuwsgierigheid weerspiegelen. 
  • Klassiekers en literatuur: Richt je op het verzamelen van klassieke werken uit de wereldliteratuur. Dit kunnen bekende romans, poëziebundels, toneelstukken of filosofische werken zijn. Kies boeken die algemeen erkend worden als belangrijk en invloedrijk in de literaire wereld. 
  • Mooie boekuitgaven: Concentreer je op het verzamelen van boeken met bijzondere fysieke kenmerken, zoals speciale edities, prachtige illustraties, unieke bindwijzen of luxe uitgaven. Dit stelt je in staat om boeken te verzamelen die niet alleen inhoudelijk interessant zijn, maar ook esthetisch aantrekkelijk. 
  • Thema-gebaseerde verzamelingen: Hoewel je geen specifiek verzamelgebied hoeft te kiezen, kun je ervoor kiezen om boeken te verzamelen rond bepaalde thema's die je interesseren. Bijvoorbeeld boeken over reizen, geschiedenis, wetenschap, kunst of spiritualiteit. Dit kan je verzameling een zekere cohesie geven. 
Onthoud dat het verzamelen van boeken een persoonlijke en subjectieve activiteit is. Het belangrijkste is dat je geniet van de boeken die je verzamelt en dat ze een waardevolle toevoeging zijn aan je leeservaring. Verzamel boeken die je nieuwsgierigheid prikkelen, je kennis vergroten en je inspireren. 

Verken verschillende bronnen

Om je boekenverzameling te laten groeien, is het belangrijk om verschillende bronnen te verkennen. Bezoek boekenwinkels, zowel nieuw als tweedehands, snuffel rond op boekenmarkten, bezoek bibliotheekuitverkoop en bekijk online boekenplatforms en veilingen. Door verschillende bronnen te verkennen, vergroot je de kans om unieke en waardevolle exemplaren te vinden. 

Let op de staat van de boeken

Bij het verzamelen van boeken is de staat van de exemplaren belangrijk. Zorg ervoor dat de boeken in goede staat verkeren, tenzij je specifiek op zoek bent naar zeldzame exemplaren met bijvoorbeeld historische waarde. Vermijd boeken met ontbrekende pagina's, beschadigde kaften of ernstige slijtage, tenzij je bereid bent ze te restaureren. Doe onderzoek en wees selectief: Voordat je een boek aan je verzameling toevoegt, is het verstandig om wat onderzoek te doen. Controleer de waarde, de zeldzaamheid en de reputatie van de auteur. Wees selectief en voeg alleen boeken toe die je echt interesseren of waar je een speciale band mee hebt. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. 

Houd je boeken goed

Een solide boekenverzameling vereist ook aandacht voor het behoud van de boeken. Zorg voor een geschikte opslagruimte met een goede temperatuur en vochtigheidsgraad. Vermijd direct zonlicht, vochtige omgevingen en plaats boeken rechtop in plaats van gestapeld om schade aan de ruggen te voorkomen. Regelmatig schoonmaken en voorzichtig omgaan met de boeken helpt ook bij het behoud ervan. 

Bouw een netwerk op

Verzamelen gaat niet alleen over boeken, maar ook over de mensen waarmee je je passie kunt delen. Bouw een netwerk op met andere boekenliefhebbers, bezoek boekenclubs, bijeenkomsten of evenementen in jouw regio. Het delen van ervaringen, tips en mogelijk zelfs het ruilen van boeken kan een waardevolle aanvulling zijn op je verzamelervaring.

Conclusie

Het opbouwen van een solide boekenverzameling is een boeiende en lonende reis. Door je focusgebied te bepalen, verschillende bronnen te verkennen, selectief te zijn en aandacht te besteden aan het behoud van je boeken, kun je een verzameling creëren waar je trots op kunt zijn. Onthoud dat het niet alleen gaat om het aantal boeken, maar ook om de waarde en betekenis die ze voor jou hebben. Geniet van het verzamelen en blijf altijd op zoek naar nieuwe schatten voor je boekenplanken.

Met deze tips ben je goed op weg om een solide boekenverzameling op te bouwen. Veel succes en veel plezier met je verzamelavontuur! 

2. Hoe herken je waardevolle boeken? 

Het herkennen van waardevolle boeken bij het zoeken op boekenmarkten en in tweedehands winkels kan een uitdagende taak zijn. Hier zijn enkele tips die je kunnen helpen waardevolle boeken te identificeren.

Onderzoek vooraf

Doe vooraf wat onderzoek naar boeken die mogelijk waardevol zijn. Leer over bekende auteurs, klassieke literatuur, zeldzame uitgaven en populaire boeken uit verschillende tijdperken. Dit helpt je om potentieel waardevolle boeken te herkennen wanneer je ze tegenkomt. Er kunnen ook waardevolle boeken zijn die minder bekend zijn, dus het is altijd de moeite waard om alert te zijn en je kennis voortdurend uit te breiden.

Controleer de uitgave

Kijk naar de uitgever, druk en het jaar van publicatie. Soms zijn bepaalde uitgevers of eerste drukken meer gewild onder verzamelaars. Zeldzame of eerste edities van bekende boeken kunnen aanzienlijke waarde hebben. 

Let op handtekeningen en aantekeningen

Als je een boek tegenkomt met een handtekening van de auteur, een persoonlijk bericht of aantekeningen van een bekend persoon, kan dit de waarde van het boek verhogen. Dit voegt een historische of sentimentele waarde toe. 

Kijk naar de conditie van het boek

Over het algemeen zijn boeken in goede staat meer waard dan boeken met ernstige beschadigingen. Let op de kaft, de pagina's, de aanwezigheid van ontbrekende pagina's, scheuren of vlekken. Boeken in originele staat hebben over het algemeen een hogere waarde. 

Doe prijsonderzoek

Als je een boek tegenkomt dat je mogelijk waardevol lijkt, doe dan prijsonderzoek. Raadpleeg online boekenwinkels, veilingwebsites of zoek naar vergelijkbare boeken om een idee te krijgen van de marktwaarde. Let op dat prijzen kunnen variëren afhankelijk van de conditie, zeldzaamheid en vraag naar het boek. 

Raadpleeg experts

Als je serieus geïnteresseerd bent in waardevolle boeken, overweeg dan om advies in te winnen bij boekexperts, antiquariaten of bibliothecarissen. Ze kunnen je helpen bij het beoordelen van de waarde en het identificeren van potentieel waardevolle boeken.Houd er rekening mee dat het herkennen van waardevolle boeken een leerproces is en dat het tijd kan kosten om ervaring op te doen. Vertrouw op je kennis, wees geduldig en wees bereid om te leren terwijl je je verzamelavontuur voortzet. 

Onthoud dat de waarde van een boek niet alleen wordt bepaald door het financiële aspect. Persoonlijke interesse, sentimentele waarde en de vreugde die je uit het boek haalt, zijn ook belangrijke factoren bij het opbouwen van je boekenverzameling.

3. Wat typeert de boekenverzamelaar? 

Het verzamelen van boeken kan een passie zijn die mensen veel voldoening en plezier geeft. Boekenverzamelaars hebben vaak een diepe liefde voor literatuur, kennis en het geschreven woord. Ze genieten van het ontdekken van nieuwe auteurs, het verkennen van verschillende genres en het verzamelen van boeken die hen inspireren. Boekenverzamelaars zijn vaak gepassioneerde lezers en hebben een brede kennis van boeken en literatuur. Ze kunnen boeiende gesprekspartners zijn als het gaat om literaire onderwerpen, schrijvers, stijlen en thema's. Veel boekenverzamelaars vinden het leuk om hun verzameling te delen met gelijkgestemde mensen, zoals boekenclubs of literaire gemeenschappen. Bovendien kan het verzamelen van boeken een creatieve en intellectuele uitdaging zijn. Het vergt vaak onderzoek, het ontwikkelen van expertise en het identificeren van waardevolle exemplaren. Boekenverzamelaars kunnen genieten van het speuren naar zeldzame boeken, het ontdekken van verborgen juweeltjes in tweedehandsboekwinkels of het bijwonen van boekenbeurzen en veilingen. Net als bij elke hobby of interesse variëren de persoonlijkheden en interesses van boekenverzamelaars. Sommige zijn misschien introvert en genieten van stille momenten met een goed boek, terwijl anderen graag boeken delen en discussiëren met anderen. Kortom, boekenverzamelaars zijn vaak nieuwsgierige, kenniszoekende en gepassioneerde mensen die genieten van de wereld van boeken en literatuur.

De boekenverzamelaar kan verschillende kenmerken hebben, maar over het algemeen zijn er enkele eigenschappen die vaak worden geassocieerd met mensen die boeken verzamelen. Hier zijn enkele typische eigenschappen van boekenverzamelaars:

  • Passie voor literatuur: Boekenverzamelaars hebben meestal een diepe liefde voor literatuur en het geschreven woord. Ze hebben een oprechte interesse in boeken en de verhalen, ideeën en kennis die ze bevatten. Ze kunnen urenlang genieten van het lezen en verkennen van verschillende genres en auteurs. 
  • Kenniszoekers: Boekenverzamelaars hebben vaak een sterke drang om kennis op te doen. Ze vinden het leuk om nieuwe auteurs en werken te ontdekken, en ze kunnen een brede kennis hebben van literaire geschiedenis, stromingen en belangrijke werken. Ze zijn nieuwsgierig en staan open voor nieuwe ideeën en perspectieven. 
  • Waardering voor fysieke boeken: Boekenverzamelaars hebben vaak een speciale waardering voor fysieke boeken. Ze genieten van de geur, het gevoel en het uiterlijk van boeken. Het bezitten van tastbare exemplaren is belangrijk voor hen, en ze kunnen waarde hechten aan zaken als boekbindwerk, illustraties en zeldzaamheid. 
  • Streven naar compleetheid: Sommige boekenverzamelaars hebben de neiging om te streven naar volledigheid in hun verzameling. Ze willen bijvoorbeeld alle werken van een bepaalde auteur, alle boeken in een specifiek genre of een complete reeks van een bepaalde serie verzamelen. Dit streven naar volledigheid kan een stimulans zijn om te blijven zoeken en verzamelen. 
  • Zorgvuldigheid en toewijding: Boekenverzamelaars besteden vaak veel tijd en zorg aan het opbouwen en onderhouden van hun collectie. Ze zijn bereid om tijd te besteden aan onderzoek, het bezoeken van boekenwinkels en beurzen, en het zorgvuldig bewaren en beschermen van hun boeken. Ze waarderen hun verzameling en behandelen hun boeken met respect. 

Het is belangrijk op te merken dat niet alle boekenverzamelaars dezelfde eigenschappen hebben en dat iedereen zijn eigen unieke benadering van het verzamelen van boeken kan hebben. De mate van passie, kennis en toewijding kan variëren, maar over het algemeen delen boekenverzamelaars een liefde voor boeken en een waardering voor hun waarde en betekenis.

4. Een gedicht over het verzamelen van boeken 

In de wereld van woorden en papier,
Verlies ik mezelf, mijn hart vol plezier.
Een verzamelaar van verhalen, dat ben ik,
Mijn boekenplanken vol, een schat zo rijk.

Elke pagina is een nieuwe reis,
Waar ik in andere werelden verwijs.
Van avonturen groot en klein,
In elk boek schuilt een uniek festijn.

Ik dwaal door genres, een onbegrensde zee,
Van romans tot poëzie, er is altijd wat te zien.
Historische kronieken, filosofisch betoog,
Elk boek roept nieuwsgierigheid omhoog.

Ik speur naar zeldzaamheden en eerste drukken,
Verborgen juweeltjes waar anderen naar smukken.
De geur van oude pagina's in mijn neus,
Verzamelen van boeken, een passie die ik niet verheus.

Elke titel brengt een verhaal tot leven,
Met elke bladzijde die ik omsla, wordt mijn geest verheven.
De letters dansen en vormen een geheel,
Als ik me verlies in de magie van het boekenspel.

Een verzamelaar van boeken, door de tijd heen,
Mijn collectie groeit, als een rivier diep en breed.
Want in elk boek, hoe oud of nieuw,
Schuilt een wereld die me raakt, die me ontvleugt.

Dus verzamel ik woorden, verhalen en dromen,
Elk boek brengt me naar onbekende oorden.
Een ode aan de boeken, een passie zo puur,
Verzamelen van verhalen, een schat die ik koester, uur na uur.

15 mei, 2023

343 - De beste catalogus uit Leiden in jaren...

... is de tekst van een tweet die ik stuurde in antwoord op de mededeling van Perkamentus dat hij een mooi kavel had gewonnen bij veiling 357 van het Leidse veilinghuis Burgersdijk en Niermans, de voorjaarsveiling van 2023. Daarmee doe ik het veilinghuis natuurlijk veel te kort, want B&N heeft over het algemeen in elke veiling een mooie en veelzijdige catalogus met een fraai aanbod. Of het deze keer objectief "de beste" was, is natuurlijk niet te zeggen. Alleen, dit keer was sprake van een catalogus die meer dan anders aansloot bij mijn verzamelgebieden, wat ongetwijfeld te maken had met het feit dat de catalogus boeken bevatte uit de collecties van Jos Swiers en Wim Zaal. Met als gevolg dat de rubrieken Literatuur, Geïllustreerde boeken, Bibliografie en Bibliofilie uitstekend gevuld waren zodat ik veel moeite had om een keuze te maken uit de vele prachtige kavels met boeken. 

Zoals altijd nam ik mij voor om vooraf schriftelijk te bieden en niet mee te gaan in het live bieden. Ik vertrouw mijzelf daarin onvoldoende en ben waarschijnlijk een type dat uiteindelijk voor teveel geld boeken koop. Na langdurige lezing en herlezing van de catalogus besloot ik op 14 kavels te bieden. Een mix van boeken over boeken, Nederlandse en vertaalde literatuur en bibliofiele uitgaven. Op alle 14 kavels bood ik in mijn ogen een meer dan redelijk bedrag, waarbij ik toch ook wel hoopte dat ik niet alles zou winnen want dan waren de financiële gevolgen niet te overzien. Die hoop kwam uiteindelijk weer iets te goed uit want nadat de laatste hamerslag van de veilingmeester had geklonken bleek in het bezit te zijn gekomen van 4 kavels. Wat ik ook wel weer een beetje weinig vond. Het blijft jammer te constateren dat sommige kavels waar ik mijn zinnen op had gezet voor een veel hoger bedrag dan de geschatte opbrengst weggingen terwijl in mijn ogen vergelijkbare kavels voor maximaal de geschatte prijs zijn geveild. Ik had dat liever anders gezien... 

Wat beelden uit deze veiling

Tussen de vele kavels waren er verschillende echt bijzondere. Vooraf was er aandacht voor de schets van Van Gogh van een koffiedrinkende oude man. Geschat op €80.000 werd deze afgehamerd op €220.000. Er werden ook twee eerste drukken van Het achterhuis geveild. De eerste was het "Goudse exemplaar", een geschenk van Miep Gies aan de verzetsheld Martin Mobach. Dit exemplaar was ooit voor een euro gevonden op een boekenmarkt. Ingezet op €4.500 is dit exemplaar voor €11.000 in het bezit gekomen van een Amerikaanse bieder. Het tweede exemplaar is ook een eerste druk, maar zonder bijzondere provenance en ook van iets mindere kwaliteit. Geschat op €3.200 bleef het onverkocht. Ik hoop nog wel eens op zo’n vondst, maar ik ben nooit verder gekomen dan een derde druk voor een euro, die via Marktplaats toch weer 35 euro opbracht.
Ik heb op deze veiling onder andere een paar aanvullingen op mijn collectie Stichting de Roos gekocht (zie onder), maar veel van de aangeboden De Roos-uitgaven had ik al in bezit. Wat mij opviel was dat op een exemplaar van het Book of Psalms uit 1947 fors geboden werd. Deze uitgave verscheen in 1947, als zesde uitgave van De Roos. De typografie werd verzorgd door Jan van Krimpen, die de exemplaren ook signeerde. Voor zover ik kan zien was dit niet per se een heel bijzonder exemplaar - behalve dat in het algemeen dit als één van de fraaiste uitgaven van De Roos wordt gezien. Het veilinghuis schatte dit boek dan ook op €150, een redelijk bedrag voor dit boek op een veiling. Niet al te lang geleden werden een paar exemplaren bij Bubb Kuyper geveild, die ook werden ingezet op 150 en elk €230 opbrachten. In 2008 kocht ik mijn exemplaar eveneens bij Bubb Kuyper, toen voor €170. Maar deze keer werd het boek afgehamerd op €550.

De kavels die ik niet won

Tien niet gewonnen kavels waren er op deze veiling. Het meest jammer vond ik het missen van de uitgave van Richard de Bury's Philobiblon uitgegeven door de Carbolineum pers in 2006.  Dit zou mooi passen bij mijn collectie Philobiblon's. Het exemplaar dat werd aangeboden kwam uit de collectie van Jos Swiers. De inzet was €120 en ik bood ruim meer dan het dubbele voor dit boek. Maar helaas werd het uiteindelijk afgehamerd op €450 en dat was voor mij toch echt te gortig. Ook een paar andere Carbolineum-uitgaven gingen aan mij voorbij. Zoals het kavel met onder meer de uitgave Ton Kok. 60 jaar antiquaar en Een wandeling langs Leidse boekhandels. Ging uiteindelijk voor €300 weg, net boven mijn hoogste bod. 

Een ander kavel dat ik misliep was de complete serie jaarboeken van de Nederlands Genootschap van Bibliofielen, aangevuld met een set Jaarboeken voor Nederlandse Boekgeschiedenis. Het ging mij met name om de eerste set. Ik mis namelijk nog twee delen daaruit: het jaarboek 2019 en het register op de eerste 10 uitgaven (en de kartonnen hoes rondom de eerste 10 uitgaven).  Mijn idee was om die eruit te halen, de rest door te verkopen en dan zo ongeveer break-even te spelen. Maar dat ging dus helaas niet door en de twee delen uit de serie blijven op mijn verlanglijstje staan.

De kavels die ik wel won

Ik had niet heel lang nodig om te treuren over de gemiste kavels, toen ik de zaterdag na de veiling mijn nieuwe boeken in een zonovergoten Leiden ging ophalen. Ik zal de komende blogs nog wat nieuwe aanwinsten voorstellen. Heel blij ben ik in elk geval met een paar aanwinsten in mijn collectie De Roos. Waarschijnlijk allemaal uit het bezit van Jos Swiers, enkele uitgaven waren nog aan hem geadresseerd. Ik koop mijn Rozen nog steeds het liefst tweedehands. Weliswaar heb ik dan geen eigen nummer, maar ik sprokkel de hele serie zo toch redelijk voordelig bij elkaar. 

Deze keer kocht ik onder meer de fraaie uitgave Helmut Salden Uncovered 1:1. Deze uitgave verscheen in het jubileumjaar van Stichting de Roos (de Stichting bestond 75 jaar). Helmut Salden Uncovered 1:1 toont schetsen en werktekeningen voor boekomslagen van 1939 tot 1970, gereproduceerd op ware grootte. Helmut Salden was een jonge boekontwerper en typograaf uit Essen, die voor de nazi’s naar Nederland was gevlucht. Hij werd na de Duitse inval gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar overleefde de oorlog in strafkampen. Na de bevrijding verscheen een lange rij fraaie uitgaven van Salden. Zo is het bekende omslag van Het achterhuis van zijn hand. Hij ontwierp ook Menno ter Braaks Verzameld werk in zeven delen bij Van Oorschot, dat werd bekroond met de Staatsprijs voor Typografie (die later ook werd gewonnen door o.a. Van Krimpen, Witte en Elffers). Maar ook voor Van Oorschots Russische Bibliotheek ontwierp Salden tientallen banden. De met de hand getekende auteursnamen werden zijn handelsmerk. Salden overleed in 1996. Het Huis van het Boek/Museum Meermanno eerde hem in 2018 met een expositie en een goed geïllustreerde publicatie. De door Matthieu Lommen en Karen Polder verzorgde uitgave uit 2020 verscheen zowel bij De Roos (uitgave 191) als in een handelseditie. Mooi is dat bij de Roos-editie het nummer van de uitgave in de stijl van Salden op het omslag staat.

De tweede uitgave van De Roos die ik kocht was van Kester Freriks, Indië, Indonesië en daarna. Dit was uitgave 192 van De Roos. Een prachtige uitgave met daarin naast een essay van Freriks bijzondere illustraties van Margot de Jager. Naast de twee reguliere uitgaven takelde ik ook nog een serie jaarwisselingsuitgaven naar binnen, waarvan de meest bijzondere die voor 2021 is. Dat zijn twee door Joost Swarte getekende persiflages op Kuifje-omslagen, geïnspireerd door de Corona pandemie. Het is een van de weinige De Roos-jaarwisselingsuitgaven die gezocht is, de meeste van die uitgaven blijven vrij onbekend en worden nauwelijks verhandeld. Des te leuker om ze te verzamelen want het zijn over het algemeen typografische pareltjes. Intussen heb ik van de meeste jaren al een exemplaar in bezit. Dat kwam mede door het rijk gevulde sigarenkistje dat ik een paar jaar geleden bij Bubb Kuyper kocht. Met deze jongste veiling kon ik in elk geval, samen met de uitgave van Swarte, weer een paar recente exemplaren aan de collectie toevoegen.

Maar een uitgave van De Roos komt nooit alleen van de veiling, meestal zijn het verzamelkavels die worden aangeboden. Dus voorlopig ben ik wel weer even zoet om via Catawiki de dubbele exemplaren te verkopen. Hopelijk kan ik zo nog iets van de veilingkosten terugverdienen.

30 maart, 2023

342 - Elie Luzac's standaardwerk Hollands Rijkdom (1780-1783)

Ik weet niet of mijn blogs elke keer inspiratie zijn voor mijn lezers, maar ik heb voor de gelegenheid met mijn vorige blog in elk geval mijzelf geïnspireerd. In termen van bezoekers van mijn blog scoorde mijn verslag van mijn reis door eeuwen boekgeschiedenis niet meteen heel hoog, wat mij het ergste doet vrezen voor deze aflevering. Want ik ga nog even door op het laatste thema van vorige keer: de boekcultuur in Nederland, en in het bijzonder Leiden, in de 18e eeuw. Centraal staat deze keer een recente aankoop, helemaal in lijn met mijn vorige blog: de vierdelige uitgave van Luzac's Hollands Rijkdom uit 1780-1783. Maar voordat ik op dat boek inga, neem ik eerst nog een lange aanloop om de context te schetsen.

Elie Luzac: 18e-eeuwse veelschrijver, intellectueel, uitgever en netwerker

Het boek van Rietje van Vliet over Elie Luzac (1721-1796) waar ik vorige keer over schreef bleef bij mij hangen. Het mooie van het schrijven van een boek rond één centrale figuur is dat de persoon om wie het gaat diepgang krijgt en dat je niet alleen de feiten over zijn leven hoort, maar ook gevoel krijgt bij hoe iemand als persoon is en functioneert. Met zijn mooie en lelijke kanten. Wyger Velema schrijft in een recensie over dit boek een mooie kenschets van Luzac: 

Deze levendige publicist ontbrak het evident aan de originaliteit van een Hume, een Diderot of een Kant, maar in het intellectueel tamelijk vlakke landschap van de Nederlandse achttiende eeuw (een constatering die ondanks decennia van herwaardering voor dit tijdvak onverminderd van toepassing blijft) behoorde hij zonder twijfel tot de beste geesten. (...) Hij was, zoals E.H. Kossmann in zijn aan Luzac gewijde oratie van 1966 opmerkte, ‘een van die auteurs die sneller schrijven dan God lezen kan.’ Luzac schreef probleemloos over de meest uiteenlopende onderwerpen, maar filosofie, politieke theorie, natuurrecht, politieke economie en politiek waren zijn meest geliefde terreinen. Hij becommentarieerde tal van grote denkers van de Europese Verlichting, van Montesquieu tot Rousseau en van Leibniz tot Wolff. In zijn belangrijkste werken deed hij zich kennen als een aanhanger van een rationalistische, gematigde, tolerante en politiek behoudende Verlichting.

Luzac als de man die sneller schreef dan God kan lezen... Nu is Luzac ook al de Vestdijk van de 18e eeuw. Het is met de persoon van Luzac dus maar net met welke bril je hem bekijkt. Rietje van Vliet koos in haar boek het perspectief van de boekhandelaar/uitgever. De eerdergenoemde Kossmann bekijkt Luzac vanuit het perspectief van politieke geschiedenis. Hij zegt

Ik wil voor Luzac niet meer opeisen dan hij verdient. Hij was noch een groot denker noch een groot schrijver. Toch lijkt me dat hij recht heeft op diepere aandacht dan hem gemeenlijk geschonken wordt. Want hij heeft, naar het mij voorkomt, karakteristieke termen en definities gevonden voor wat men naar analogie van het verlichte despotisme zou kunnen noemen: het verlichte conservatisme. 

Bert Tieben beschouwt Luzac vanuit economisch perspectief en kijkt naar diens bijdrage aan de ontwikkeling van het economisch denken in Nederland. Hij vergelijkt het denken van Luzac met Adam Smith. Tieben zegt:

Wat was er verlicht aan de denkbeelden van deze conservatief? Het is de rationele benadering van maatschappelijke vraagstukken. (...) Een rode draad bij Luzac is de constatering dat niemand arbeid verricht uit oogpunt van het algemeen belang, maar louter om het eigenbelang te dienen. (...) Luzac begreep terecht dat de marktprijs een relatieve prijs is. (...) Had de economische professie maar naar Luzac geluisterd, dan hadden we ons de omweg via de arbeidswaardeleer kunnen besparen.

En over zijn boek Hollands Rijkdom

De kern van het boek is dat vrijheid noodzakelijk is om de koophandel en dus de welvaart van een land te doen bloeien. Het begrijpen van dit proces is wat Luzac koophandelskunde noemt. (...) Keer op keer stelt Luzac dat alleen de centrale overheid kan optreden in het algemeen belang. Voor de bescherming van de handel en andere algemene belangen was de zichtbare hand nodig van de stadhouder: een positie die hem in zijn eigen tijd op veel kritiek en zelfs molest kwam te staan. Het beginsel dat voor goed werkende markten een sterke overheid vereist is, wordt in onze tijd juist steeds beter begrepen. 

Luzac was een veelzijdig man, iemand die zich actief bewoog in / kennis had over een Europees netwerk van verlichtingsdenkers. En als schrijver en uitgever daarin een voorname rol speelde, hoewel ook hij in de snel veranderende tijden aan het einde van de 18e eeuw met tegenslag te maken kreeg. Zo werd hij al eens getrakteerd op een paar klappen vanwege zijn politieke opvattingen en ook als uitgever / boekhandelaar betaalde hij de prijs voor zijn vasthoudende "verlicht conservatieve" koers in tijden van revolutie: zijn klanten bleven weg. Maar ook al eerder in zijn carrière ging hij confrontaties niet uit de weg: welbewust publiceerde hij het toen uiterst controversiële boek L'Homme machine van La Mettrie omdat hij de vrije uitwisseling van ideeën, de vrijheid van meningsuiting, een belangrijke waarde vond. Van Vliet laat overigens mooi zien hoe op basis van zijn ervaringen Luzac later in zijn leven desondanks pleitte voor een begrenzing van die vrijheid, want ongelimiteerde vrijheid kan volgens hem uiteindelijk leiden tot bewuste kwaadsprekerij en destabilisering van de samenleving.

Enkele kernpublicaties van Luzac

Luzac schreef veel en gaf veel van zijn eigen publicaties ook uit. Een paar van die uitgaven springen er uit. Een ervan is Reinier Vryaarts Openhartige Brieven een kwartaalschrift dat Luzac zelf volschreef en uitgaf. Weliswaar onder pseudoniem, maar iedereen wist dat het Luzac was van wie de Brieven afkomstig waren. In de verschillende uitgaven becommentarieerde Luzac de maatschappelijke ontwikkelingen van zijn tijd. Hij nam daarin ook duidelijk stelling als orangist tegenover de patriottische overtuigingen in het land. 

Een andere belangwekkende uitgave van Luzac, volgens sommigen zelfs zijn bekendste werk, is Hollands Rijkdom. Of meer precies de vierdelige uitgave Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen Staat; de toeneemende vermeerdering van deszelfs koophandel en scheepvaart; de oorzaaken, welke tot derzelver aanwas medegewerkt hebben; die, welke tegenwoordig tot derzelver verval strekken; mitsgaders de middelen, welke dezelven wederom zouden kunnen opbeuren, en tot hunnen voorigen bloei brengen die tussen 1780 en 1783 verscheen. Hollands rijkdom, een vertaling en uitbreiding van een oorspronkelijk Frans werk, kan worden beschouwd als de eerste volledige handelsgeschiedenis van Nederland. Daartoe werd het oorspronkelijke werk waar Luzac zich op baseerde, La richesse de la Hollande (1778) van Jacques Accarias de Sérionne, "merkelijk veranderd, vermeerderd, en van verscheiden misslagen gezuiverd", aldus de titelpagina. De omvang van de Nederlandse uitgave is met zijn ruim 2400 pagina’s dan ook meer dan driemaal die van de Franse.

Mijn exemplaar van Hollands Rijkdom 

Ik ging na lezing van het boek Van Vliet om mij heen kijken om te zien of ik een betaalbaar werk van Luzac kon vinden. Liefst een van zijn meer significante werken. Tot mijn grote plezier werd een complete serie van Hollands Rijkdom op Marktplaats aangeboden, en voor een mooi bedrag van 30 euro mocht ik het hebben. Het exemplaar heeft wel wat werk en liefde nodig: van deel 4 ontbreekt de rug helemaal, van deel 1 is de rug los en verscheidene voor- en achterplatten zijn los. Maar de boeken zijn compleet en de boekblokken in goede staat, dus sowieso een hele fijne aankoop.

Bij het bestuderen van de staat van de boeken vielen mij nog een paar dingen op. Allereerst dat in één van de delen een klein briefje zat met het nummer "187" erop. Dit is een papiertje wat naar mijn ervaring door veilinghuizen wordt gebruikt om kavels te nummeren. Mijn setje is kennelijk eerder in een veiling als kavel 187 verkocht. Ik heb geen idee wanneer of waar en kon ook niet in catalogi van een aantal recente boekenveilingen deze set boeken bij dit kavelnummer terugvinden. 

De uitsnede uit de pagina die op mijn
boekband is te zien

Het tweede is dat bij de twee delen waar de rug van mist, te zien is dat de ruggen zijn verstevigd met bedrukt papier, mogelijk van andere boeken. Op basis van de paar leesbare woorden kon ik terugvinden wat het was: de ruggen van in elk geval twee boeken blijken verstevigd met delen van het voorblad van de uitgave La régence: journal des échecs, Volume 1, een schaakboek uit... 1849. Het lijkt er op dat mijn set boeken bijna vijftig jaar na verschijning is ingebonden of opnieuw is ingebonden. Op zich was het niet ongebruikelijk dat je oningebonden boeken kocht en dat je die naar eigen smaak kon laten inbinden. Alleen het feit dat dit zo lang na verschijnen gebeurde vind ik wel bijzonder. Ook omdat het een redelijk doorsnee band is waar ze nu in zitten, en niet een of andere fraaie privéband voor een persoonlijke bibliotheek. Maar wellicht waren de oorspronkelijke banden beschadigd en hechtte de toenmalige eigenaar aan goede nieuwe banden zonder daar veel voor te willen uitgeven.Wat ook kan is dat het boek überhaupt pas veel later door iemand is gekocht. Uit de boedelbeschrijving van Luzac na zijn overlijden blijkt dat er begin 19e eeuw nog 212 exemplaren van het werk op voorraad waren, en via Delpher vond ik advertenties van boekhandels die het werk midden 19e eeuw ook nog aanbieden. Zoals de Haagse antiquaar J.L.C. Jacob die in 1844 een set aanbiedt voor 9 gulden (en vervolgens in 1851 een advertentie plaatst waarin hij het eerste deel zoekt). In 1847 plaatst de Haagse boekhandelaar Van Stockum ook een advertentie met gezochte titels, waaronder Luzac’s Hollands Rijkdom. Het boek was in die tijd nog gewild, en goed verhandelbaar.

Over de productie van Hollands Rijkdom

Hierboven is al iets gezegd over de betekenis van Hollands Rijkdom en het economisch denken dat daarin is neergelegd. Rietje van Vliet beschrijft in haar boek uitvoerig de context van deze publicatie. Luzac had in de jaren daarvoor al meerdere uitgaven rond het thema koophandel op de markt gebracht. Het was een tijd van extreme rijkdom van de Republiek, maar alom werd ook geschreven over de signalen van achteruitgang, zowel in tijdschriften als in boeken, die in diverse landen verschenen. Adam Smith’s Wealth of nations uit 1776 past in dat discours, maar hij was lang niet de enige die over dit thema publiceerde. Van De Sérionne publiceerde Luzca bijvoorbeeld in 1766 al een werk over commercie in Europa. Dit werk werd een kassucces. Na een paar andere werken over koophandel publiceerde Luzac in 1778 dan ook La richesse de la Hollande van De Sérionne en ook dat werk verkocht goed. Maar omdat er een aantal kritische recensies over het boek waren verschenen en ook Luzac zelf het werk langdradig en onvolledig vond, besloot hij een eigen bewerking te maken en die op de markt te brengen. Ook zijn kritiek op Jan Wagenaar, die hij verweet in zijn standaardwerk Vaderlandsche historie te weinig aandacht te hebben voor de economische geschiedenis van de Republiek, inspireerde hem. Hij bracht daarom een prospectus uit voor het standaardwerk dat hem voor ogen stond, met een intekenprijs van 9 gulden voor de hele set. Het liep storm met de intekeningen (390 exemplaren werden op voorhand verkocht) en een jaar later verscheen het eerste deel van Hollands Rijkdom. Hoewel in de prospectus was beloofd dat de vier delen binnen 16 maanden zouden verschijnen, duurde het uiteindelijk drie jaar voordat het werk af was. Uiteindelijk had Luzac er een mengeling van economische en politieke opvattingen van gemaakt, wat hem op veel kritiek kwam te staan. Met grote stelligheid betoogde hij immers het nut van het stadhouderschap voor de bloei van de natie, en dat in een tijd dat de tegenstellingen tussen patriotten en prinsgezinden steeds scherper werd. Maar Luzac koos duidelijk partij, ook tegen Wagenaar en ook dat dat laatste werd hem aangerekend. In het vierde deel reageerde hij dan ook scherp op de kritiek op de eerste drie delen. Vanuit het patriottische kamp was men niet mals voor Luzac: “Dus is de schrijver van Hollands Rijkdom slechts een verachtelijke vleier van het Huis van Oranje, een vijand der nationale vrijheid”. Aldus de door Rietje van Vliet aangehaalde Leidse publicist François Bernard. Er werden overigens ook Duitse vertalingen van Luzac’s werk voorbereid, met de aankondiging dat (net als Luzac deed bij De Sérionne) het werk aangepast en verbeterd moest worden. Ondanks alle kritiek werd het werk een bestseller, en na Luzac’s dood werd in 1801 nog een tweede druk op de markt gebracht. Zie overigens voor een interessant artikel over de verschillen tussen de Franse en Nederlandse uitgave deze link.

Inhoud van de vier boeken

Zoals gezegd is deze uitgave een uitbreiding van de oorspronkelijke Franse uitgave. Voor Luzac veel werk om het om te schrijven voor het beoogde publiek en ook de nodige bronnen er bij te zoeken. Hij verontschuldigt zich steeds voor de beperkte kwaliteit en late verschijning: "Het zelve zoude veel eerder te voorschijn gekomen zijn, had ik 'er minder tijd en moeite aan besteed." Maar ook: "echter zoude het eerder, en ook wat minder gebreklyk, van de pers zyn afgekomen, was ik minder met andere bezigheden bezet geweest."
  • Het eerste deel begint met een uitgebreid voorwoord waarin Luzac de algemene thematiek van zijn boek neerzet en daarna nog een inleiding ("de koophandel ten gelijke tijde met de vrijheid in Holland is opgekomen, en er, als 't ware, te gelijk met dezelve is geboren"). Het eerste deel kent verder drie hoofdstukken waarin vooral de opkomst van de verschillende hoofdthema's in zijn boek wordt beschreven: opkomst van de scheepvaart vanaf oude tijden en idem over de opkomst van de koophandel. Hij begint bij Julius Caesar en de Batavieren en komt via de Noormannen uit bij de glorietijd van de vaderlandse handel in de 16e en 17e eeuw. In het derde hoofdstuk beschrijft hij de scheepvaart en koophandel sinds de opkomst van de vrije staat, volgens Luzac te markeren vanaf 1566, het moment van verzet tegen Filips II. Hij gaat dieper in op de Oost- en West-Indische maatschappijen, de handel op verschillende landen en de visserij. Het eerste deel sluit af met een lange reeks bijlagen, meestal verschillende documenten die zijn betoog moeten ondersteunen: een brief, een verdrag, octrooien, vergunningen, een plakkaat, enz. Sowieso onderbouwt Luzac zijn verhaal grondig maar mooi is dat hij ook verschillende historische documenten opneemt, soms integraal en soms samengevat.  
  • Het tweede deel begint ook met een voorwoord en daarna een lijst met intekenaren op deze uitgave. Hieruit blijkt dat voor de bibliotheek van de Prins van Oranje 2 exemplaren waren bestemd. Voor het overige staan er veel boekverkopers op de lijst, verder diverse leesgezelschappen, advocaten, schepenen, notarissen, predikanten en kooplieden. Maar ook de burgemeester van Monnickendam, een kostschoolhouder in Noordwijk, een chirurgijn uit Maassluis en een huisman (?) uit Garnweert. 
    In dit deel staan de hoofdstukken 4 en 5. Hoofdstuk 4 gaat over de oorsprong en oprichting van de admiraliteiten. Hoofdstuk 5 heet geen hoofdstuk maar “hoofddeel” en gaat over de "staat der verenigde gewesten", met in paragrafen speciale aandacht voor de VOC en WIC algemeen, vervolgens specifiek aandacht voor Suriname (zie uitgebreider hier), Berbice, Essequebo en Demerari, Curacao, St. Eustatius en overige gewesten. Dan gaat Luzac in op haringvangst, walvisvangst, kabeljauwvangst om vervolgens nog in te gaan op koophandel in Europa, handel in effecten en de staat van fabrieken en manufacturen. Ook hier aan het slot weer een lijst met bijlagen, nog langer dan in het eerste deel, met wederom tal van officiële documenten die zijn betoog onderbouwen. Zoals de "memorien van de vrije planters in de colonie de Berbice, aan de directeuren van gemelde colonie, met de antwoorden op dezelven". Maar ook een rapport over de toestand in Oost-Indië, uit 1664.
  • Het derde deel begint wederom met een bericht aan de lezer, waarin Luzac verzucht dat hij zich niet had gerealiseerd dat hij zoveel te veranderen, verhelpen en vermeerderen zou hebben aan de oorspronkelijke Franse uitgave. Verder herhaalt hij daar met nadruk het belang van vrijheid voor de koophandel: "Niemant is meer dan ik overtuigd, dat de koophandel zonder vrijheid niet bestaan kan; de vrijheid is de ziel van alle koopmanschap: ik beken 't."
    Dit deel bevat de hoofdstukken 6 en 7 en in deze hoofdstukken staat de opkomst en bloei van de koophandel echt centraal. Hoofdstuk 6 beschrijft de opkomst daarvan sinds de "vereenigden staat", en hoofdstuk 7 gaat in op de verdere bloei daarvan. In hoofdstuk 7 is dan specifiek aandacht voor de staatsgeschiedenis, de burgerlijke vrijheid, de voortreffelijkheid van de stadhouderlijke staatsregering (hier zie je wel heel nadrukkelijk de orangistische kant van Luzac) en van verbonden, verdragen en reglementen. Uiteraard wederom met een lijst met bijlagen waarin die verschillende aangehaalde verdragen en verbonden worden gereproduceerd.
  • Het vierde deel focust meer op het verval van de periode van rijkdom van Nederland. Het telt ook veel meer hoofdstukken, genummerd 8-21. De hoofdstukken gaan in op de oorzaken van dit verval. Luzac gaat in op de schadelijke invloed van belastingen, van de "staatsgesteltenis", van het gebrek van verbintenissen met vreemde mogendheden, het gebrek aan een goede krijgsmacht en van het geven van krediet. Ook gaat hij in op het verval van Oost- en West-Indische bezittingen en van "onzer Colonien" in het algemeen. Vanaf hoofdstuk 17 doet Luzac suggesties voor een hernieuwde opleving van de koophandel, zowel als het gaat om de binnenlandse koophandel als om scheepvaart en fabrieken. Het boek sluit af met een lijst van 15 punten waarin Luzac nog eens samenvat hoe hij er over denkt. Niet verbazend is het eerste punt "het handhaaven der tegenwoordige regeeringsvorm onzes vaderlands", maar al twee jaar na publicatie van dit boek ontstond helaas voor hem de Bataafse Republiek. Die wens van Luzac is daarmee niet uitgekomen. Verder pleitte hij oa voor belastingen op voorwerpen "van pracht en weelde", maar expliciet niet op de koophandel. Ook "het vermijden van oorlog" is een belangrijk punt. Na deze hoofdstukken volgt nog een narede waarin Luzac verantwoording aflegt over zijn keuzes. Zo zegt hij: "Ik weet wel, en ik hebbe het vooruitgezien, dat 'er velen zouden vallen over mijne overweegingen raakende de constitutie van ons gemenebest, en de noodwendigheid der stadhouderlijke regeeringe" en dat dit niet hielp bij de verkoop. Verder gaat hij uitgebreid in op de kritiek dat hij de historicus Jan Wagenaar te weinig prijst. Hij vindt het allemaal prima wat men van Wagenaar vindt, "al wilde men hem een goud standbeeld in zijne vaderlijke stad oprichten, hem vergoden", maar Luzac vindt dat Wagenaar veel te weinig aandacht schenkt aan onderwerpen die in Hollands Rijkdom wel worden benoemd. 
    Ook dit vierde deel kent een aantal bijlagen, waaronder een groot vel met een overzicht van de goederen die zijn ingeklaard bij de Waag, rond 1610. 
Daarmee sluit Luzac zijn werk af. Het is fijn om deze historische uitgave zelf in bezit te hebben. De vier delen krijgen een mooi plekje in mijn bibliotheek, in afwachting van de noodzakelijke reparaties. Ik hou daarnaast mijn ogen open voor nieuwe aanwinsten van Luzac, hopelijk lukt het om ook nog een complete set van Reinier Vryaart op de kop te tikken. 

01 maart, 2023

341 - Vier eeuwen boekgeschiedenis in drie vuistdikke boeken

De afgelopen weken heb ik mij ondergedompeld in een paar dikke pillen waarin de rol van het boek in de Westerse samenleving uitvoerig aan de orde komt. En dat vanuit het perspectief van (soms individuele) drukkers en boekhandelaars, maar met uitgebreide vertakkingen naar de ontwikkeling van ideeën over de moderne samenleving en de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen door de eeuwen heenb. Onbewust werd ik zo meegenomen langs een cultuurgeschiedenis van vier eeuwen - maar met tal van parallellen met de hedendaagse samenleving. Dat is het mooie van geschiedenis, het leert ons uiteindelijk iets over ons leven vandaag. Een mooie opfrisser kortom, niet alleen leerzaam als het gaat om de geschiedenis van de rol van het boek zelf maar vooral de ontwikkeling van de moderne samenleving zoals we die nu kennen. Waarbij de focus bij het lezen verschoof van Zuid-Europa naar het noorden, en uiteindelijk inzoomde op Leiden. Hieronder ga ik in op de drie boeken die ik las. Aanraders zijn het alledrie, maar de lezer moet wél van details houden. In elk van de boeken passeren bijvoorbeeld letterlijk honderden titels de revue, maar ook talloze namen van schrijvers, drukkers en hun tijdgenoten en en passant worden tal van historische feiten aangehaald (en meestal toegelicht). Een aantal van de genoemde titels heb ik nog nagezocht, maar daar ben ik uiteindelijk mee gestopt. Tenzij de aangehaalde titel om een of andere reden historisch interessant was, dan natuurlijk wel. Zoals deze of deze.

15e/16e eeuw

Het boek van King, met op het
omslag iemand die niet
Vespasiano is
Ik trapte af met het recente boek van Ross King, De boekhandelaar van Florence. De boekhandelaar uit de titel is de Florentijn Vespasiano da Bisticci (1421-1498) die uitgroeide tot één van de belangrijkste boekhandelaren uit de 15e eeuw. Hij opereerde op het snijvlak van de belangrijkste ontwikkeling van zijn tijd, de uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters. Tot zijn dood bleef hij voorvechter van het maken van manuscripten, met de hand geschreven boeken, die wat hem betreft niet alleen mooiere maar ook inhoudelijk betere boeken opleverde dan boeken die met een drukpers werden geproduceerd. Maar Vespasiano was ook een man die een voorname rol speelde in het ontsluiten van werken van klassieke auteurs, uit de Griekse en Romeinse tijd dus. Hij had contacten met tal van vooraanstaande wetenschappers en machthebbers uit het Italië van die tijd en uit grote delen van Europa, die allemaal de weg naar zijn boekhandel wisten te vinden. Daardoor wist hij waar zich specifieke manuscripten bevonden en kon hij die laten reproduceren voor zijn klanten. Zoals werken van Cicero, Vergilius, Lucanus, Plinius (de Oude en de Jongere), Seneca, Plato of Aristoteles. Het was ook de tijd dat er in heel Europa actief werd gezocht naar verloren gewaande manuscripten omdat de lezers in de renaissance behoefte hadden aan die kennis  - en er werden er aardig wat teruggevonden in kloosters. Deze moesten vervolgens natuurlijk beschikbaar gemaakt worden voor lezers. Vespasiano had een heel bestand aan kopiisten beschikbaar en het proces van het maken van zo'n manuscript, inclusief het vinden van de juiste versie en het corrigeren van fouten, wordt door King uitvoerig uit de doeken gedaan. King maakt vele uitstapjes naar persoons- en plaatsbeschrijvingen, achterhaalt hoe Vespasiano zich staande hield in allerlei politieke intriges door machthebbers uit verschillende kampen te vriend te houden. Tegelijkertijd wordt ook het dagelijks leven in al zijn gruwelijkheid beschreven, waaronder moordpartijen in de openbare ruimte wanneer een machtsgreep faalt. Inclusief triomfantelijk rondgedragen hoofden. Om nog maar te zwijgen over de gevolgen van de pest. Maar ook de val van Constantinopel en de korte aanwezigheid van veroveraar Mehmet II op het Italiaanse vasteland worden uitvoerig besproken. Die Mehmet II blijkt trouwens een verzamelaar van manuscripten te zijn geweest, die niet toeliet dat waardevolle manuscripten werden vernietigd. Mooi is de beschrijving van Vespasiano's betrokkenheid bij het vullen van de bibliotheek die door Cosimo de' Medici werd gesticht: hij zou hiervoor ruim 200 (handgeschreven)  werken leveren. Dit was overigens slechts één van de prestigieuze opdrachten die hij uitvoerde, omdat hij bekend stond om de kwaliteit die hij leverde en dat was voor hooggeplaatste opdrachtgevers van essentieel belang wanneer ze een vooraanstaande bibliotheek wilden opbouwen. King schetst dat als er dan al gedrukte boeken bijkwamen, deze in een aparte ruimte werden bewaard (want minder van kwaliteit).

Wat ik leerde uit dit boek is dat er in de late middeleeuwen in Europa veel en veel meer manuscripten werden gepubliceerd (=geschreven) dan gedacht. Van de meer dan 10 miljoen exemplaren die tijdens de jaren 500-1500 werden geproduceerd, werden bijna de helft tijdens de vijftiende eeuw geschreven. Tussen 1400 en 1470 liet elk decennium een exponentiële stijging van geschreven manuscripten noteren (dus ook nog na Gutenbergs doorbraak). En ook dat het met de geletterdheid in de late middeleeuwen op zich wel meeviel, hoewel het opbouwen van een bibliotheek naast leesvaardigheid behoorlijk wat kapitaal vroeg. Duidelijk is ook dat het even duurde voordat de drukpers echt een succes werd en zich wijd verspreidde over Europa, ondanks dat boeken goedkoper werden. De techniek was nog jong en complex en de investeringen hoog. Het snijden van de matrijzen, het gieten van de letters en het vastzetten ervan in een raam – telkens rekening houdend met het spiegelschrift – vergden nauwkeurigheid en oplettendheid. Om twee à drie pagina’s te zetten rekende men op een werkdag van veertien uur. Het is dus niet verwonderlijk dat er na 1500 nog steeds boeken werden (over)geschreven. Pas vanaf het einde van de eeuw begon de boekdrukkunst het volledig over te nemen. Maar zelfs toen was het nog zo dat (over)schrijvers en illuminatoren nog steeds voldoende werk hadden omdat ze de gedrukte boeken nog altijd rubriceerden en verfraaiden met verluchte beginletters. Wat King ook schetst is dat veel van de eerste drukkers failliet gingen omdat het toch moeilijk was een winstgevend bedrijf op te zetten. In mijn beleving was het met manuscripten vrij snel afgelopen, maar het duurde dus enige decennia voordat het gedrukte boek het pleit won. Talloze titels die in de tweede helft van de 15e eeuw van de drukpers rolden bestaan overigens niet meer. De titels zijn te herleiden uit drukkerscatalogi en andere geschriften, maar de boeken zelf zijn er niet meer. De oplagen waren vaak ook laag: een oplage van 300 was al heel wat in die tijd. Eeuwen van oorlog en conflict hebben helaas tot grote verliezen van dit culturele erfgoed geleid, ook al was het bezit van zo'n gedrukt boek destijds best bijzonder. Niet zozeer voor de rijke bovenlaag (die zagen immers meer in manuscripten) maar vooral voor burgers die nu wellicht voor het eerst toegang kregen tot geschreven boeken. 

Natuurlijk besteed King vooral aandacht aan de situatie in Florence en daardoor komen de ontwikkelingen in andere steden - zoals Venetië, waar iemand als Aldus Manutius uiteindelijk een voorname rol speelde - maar beperkt in beeld. Desondanks is juist de keuze voor Florence en Vespasiano in het bijzonder goed te volgen. Vespasiano bevond zich op het kantelpunt van een historische ontwikkeling, op de plek waar de renaissance volop bloeide. Daardoor kan zowel gedetailleerd het komen en gaan van bezoekers in een boekwinkel worden geschetst, en tegelijkertijd het verhaal van de renaissance als geheel worden verteld. Ook wordt duidelijk dat Florence achterbleef op de ontwikkeling, en misschien kwam dat ook wel door Vespasiano. Waar in andere steden al snel drukkers hun plaats innamen (steden als Venetië, maar ook Bologna en Padua) was dat in Florence anders. Misschien wel omdat Vespasiano als geen ander in staat was zijn klanten te bedienen met de juiste boeken, van de juiste kwaliteit op het juiste moment. Ook al kostte het gedrukte boek 80% minder dan een manuscript, de belangrijkste afnemers van boeken waren kennelijk zo tevreden dat er nauwelijks prikkel was om over te stappen op het gedrukte boek. Maar uiteindelijk werd ook Vespasiano ingehaald door de tijd en toen de eerste drukkerij vanuit klooster San Jacopo di Ripoli voet aan de grond kreeg en succesvol werd, trok hij zich terug op het platteland om van zijn oude dag en zijn geschreven boeken te genieten.

Dit is niet het eerste non-fictie boek van Ross King over de renaissance. Hij schreef ook al boeken over Leonardo da Vinci en Michelangelo. Duidelijk is dat hij goed in de materie zit en hij is in staat het tijdperk levendig te beschrijven en tegelijkertijd is duidelijk dat hij grondig onderzoek heeft gedaan. Van de 525 pagina’s in het boek zijn er 74 gewijd aan eindnoten, bibliografie en index. Een fraaie bespreking van het boek van de hand Patrick Praet vind je hier.

16e/17e eeuw

Daarna last ik het boek van Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen, De boekhandel van de wereld. Met dit boek richten zij de schijnwerper op de Gouden Eeuw in Nederland en proberen zij te achterhalen hoe groot de productie van de drukkers was in die tijd en wat de invloed was van deze productie in andere landen. Mede door dit boek werd Pettegree de winnaar van de Menno Hertzbergerprijs 2023. In het boek van King ging het ook al af en toe over de ontwikkelingen in het gebied dat we nu kennen als Nederland, maar nog wel in de zijlijn. De focus lag daar, naast Italië, meer op Duitstalige landen omdat daar de eerste ontwikkelingen op het gebied van drukpersen plaatsvonden. In dit boek wordt echter ingezoomd op de productie van boeken vanuit het Nederlands grondgebied. Niet alleen als het ging om de fraaie folio-uitgaven die we vandaag nog in allerlei bibliotheken vinden, maar vooral met het oog op al het inmiddels verdwenen drukwerk: schoolboeken, almanakken, schotschriften, pamfletten, aanplakbiljetten, religieuze literatuur en al dat soort producties. Hoeveel verschillende uitgaven werden gedrukt in welke oplages? Waarom werden deze gedrukt? Hoeveel was dit in totaal? Hoe verdienden drukkers hun geld en waar kwam dat geld vandaan? Wat had de gemiddelde burger op de plank staan en hoeveel werd besteed aan lectuur? Het levert een fascinerend inzicht op als het gaat om de publicaties die in de 17e eeuw het daglicht zagen. De auteurs komen tot duizelingwekkende getallen als het gaat om gepubliceerde titels, en de overgrote meerderheid daarvan is inmiddels verloren gegaan. Want heel veel van wat gedrukt werd, was bedoeld om intensief en kortstondig gebruikt te worden. Zoals schoolboeken en almanakken, maar ook de vele pamfletten in het politieke debat van die tijd. Het werd daarom niet bewaard en niet verzameld en is - uitzonderingen daargelaten - verdwenen. Toch weten de auteurs uit allerlei bronnen te herleiden wat er zoal gepubliceerd werd, en wat het effect daarvan was op de samenleving. De titel verwijst naar de unieke positie van drukkers en boekverkopers in de 16e eeuw in heel Europa, maar ook tot in het net veroverde Amerikaanse vasteland.


Wat ik leerde uit dit boek was veel. Bijvoorbeeld dat het karakter van Nederlanders - en dan vooral als het gaat om de twistzieke kant ervan en de neiging tot polariseren - weinig is veranderd. De auteurs laten zien hoe er diverse pamflettenoorlogen woedden waarbij, soms ook tot verbazing van buitenlandse bezoekers, iedereen met een mening deze meende te moeten publiceren in allerhande publicaties. Daarbij werden opruiing, fake-news en complottheorieën niet geschuwd, met soms desastreuze gevolgen (denk aan de dood van de gebroeders De Witt en Van Oldenbarnevelt). Het was het Twitter van de 17e eeuw, net zo grimmig en net zo anoniem als in de 21e eeuw. Wat ik ook leerde was hoe het systeem van stadsdrukkers functioneerde, wat de rol van de stadsaanplakker was (zoals de verplichte dagelijkse rondjes en hoe lang een biljet moest hangen - en hoe hoog de boete is als je een locatie overslaat) en hoe boekproductie in het algemeen plaatsvond. Of welke verplichte boeken aan boord van VOC-schepen waren, zoals die Willem Barentsz bij zich had tijdens zijn overwintering op Nova Zembla. Maar ook het boekenplankje van Rembrandt komt aan bod. De auteurs hebben gemeentelijke archieven, krantenadvertenties, veilingcatalogi, bibliotheken en andere bronnen doorzocht om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen. Duidelijk is dat de Republiek in die tijd niet alleen  hyperkapitalistisch was maar ook tamelijk corrupt en in elk geval zonder al te veel scrupules handel dreef. De vaderlandse drukkers en boekverkopers vonden het geen probleem om met gerichte acties Engelse en Franse vakbroeders het faillissement in te jagen en bepaalde vakgebieden internationaal te domineren. Zo zijn er fascinerende inkijkjes in de rol van de beroemde firma Elzevier en wat zij zoal op voorraad hadden - en waarom. Ondertussen krijgt de lezer ook nog wat achtergronden mee over de verschillende oorlogen met Engeland, de politieke, religieuze en economische ontwikkelingen in de Republiek en korte biografieën over de hoofdpersonen. Een schat aan informatie over de periode waarin het Nederland zoals we dat nu kennen gevormd werd.

Dit boek was iets dikker dan de vorige (608 pagina’s), waarvan 506 pagina’s tekst en 102 pagina’s afbeeldingen, eindnoten, bibliografie en namenregister. 

18e eeuw

Het laatste boek dat ik las was Elie Luzac. Boekverkoper van de Verlichting. Dit is al een wat ouder boek, uit 2005, en het was de dissertatie van Rietje van Vliet. Waarschijnlijk is om die reden dit het boek met de meeste bronvermeldingen: behalve 472 pagina’s met de eigenlijke tekst, zijn er maar liefst 226 pagina’s met noten, 9 bijlagen, namenregister en bibliografie. In dit boek ligt de focus bijna geheel op Leiden. Natuurlijk gaat het ook om de ontwikkelingen in en rond Nederland in breder perspectief, maar het focuspunt is het effect op de Leidse samenleving, Leidse boekhandelaars en in het bijzonder het leven van deze boekverkoper en politiek activist Elie Luzac. Die trouwens - net als bijvoorbeeld Vespasiano een paar eeuwen daarvoor - deel uitmaakte van een internationaal netwerk wetenschappers en invloedrijke personen, die er aan bijdroegen dat hij de status en positie kreeg als vooraanstaande boekverkoper. Ook in dit boek wordt via de beschrijving van het leven en het werk van een concrete persoon een mooie beschrijving gegeven van de maatschappelijke context waarin Luzac leefde en werkte, de spanningen op dat moment en hoe het boek als verspreider van ideeën een functie had in die samenleving. Luzac was een slimme man die een goede neus had voor wat zijn lezerspubliek zocht. Hij beperkte zich tot wetenschappelijke werken, maar wist tal van auteurs aan zich te binden waar hij goed aan verdiende. Tegelijkertijd was zijn invloed op zijn eigen fonds groot: hij gaf veel van zijn eigen werk uit, of hij redigeerde teksten van auteurs in zijn fonds. 

Een publicatie van Luzac
Ook van dit boek leerde ik weer heel veel. Ik merkte dat ik nog redelijk kon aanhaken bij de beschreven historische gebeurtenissen in de eerste twee boeken, van de 15e tot de 17e eeuw. Maar de 18e eeuw bleek bij mij een behoorlijk blinde vlek. Van Vliet gaat gedetailleerd in op de rol van Luzac in de voortwoekerende strijd tussen patriotten en orangisten. Zij beschrijft de effecten van de stadhouderloze tijdperken op de boekverkoop en -productie. Maar ik moest echt even opzoeken hoe dat nou zat met de Oostenrijkse Nederlanden, de Pruisische inval, de rol van Frankrijk (en de Franse revolutie) versus Engeland en natuurlijk de burgeroorlog die in die tijd in Nederland uitbrak. Of wie Christiaan Wolff ook al weer was en wat de Wolffianen nu precies voorstonden. De parallel met de eeuw hiervoor was voor mij toch wel de onvoorstelbare publicatiedrift via pamfletten, plakkaten en boeken van een brede groep in de samenleving. Net als in de Gouden Eeuw bestookten individuen en groepen elkaar met grote hoeveelheden teksten, waarbij het waarheidsgehalte niet altijd relevant was. Het leerde mij dat die pennenstrijd in de samenleving niet iets geïsoleerds was in de tijd van het ontstaan van de Republiek, maar dat dit eeuwenlang doorging en kennelijk dus in de Nederlandse volksaard zit. Zoals eerder geconstateerd: tot op de dag van van vandaag. De rol van de Staten bij het geven van toestemming voor publicaties (het kopijrecht), hoe dat recht verhandeld werd en hoe daar in de praktijk mee werd omgegaan was ook een boeiend aspect in dit boek. Verschillende hoofdpersonen uit de 18e eeuw ken ik wel, maar nu kreeg ik meer context. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de Amsterdamse historicus Jan Wagenaar zo’n felle tegenstander van Luzac was en dat ze elkaar voortdurend schriftelijk onder vuur namen.

Van Vliet schetst de economisch neergang van de Republiek in die periode, wat natuurlijk ook effect had op de boekhandel. Het contrast met de Gouden Eeuw was groot: niet alleen verloor de boekensector haar positie in Europa, maar de veelgeroemde vrijheid van denken en drukpers in de Republiek werd ook steeds minder. Sterker nog: omwille van politieke allianties (Frankrijk respectievelijk Engeland niet boos maken) werden tal van publicaties verboden en werden boekhandelaren actief vervolgd als zij verboden lectuur verhandelden. Maar afhankelijk van wie er aan de macht was (orangist of patriot), werden de publicaties van de andere partij verboden. Luzac, als overtuigd orangist, had in de patriottentijd veel last van zijn overtuigingen. Hij is zelfs een keer mishandeld voor zijn overtuigingen, maar ook klanten meden zijn winkel tegen het einde van de 18e eeuw. Zelf was hij een groot pleitbezorger van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers, totdat ook hij zag dat er soms grenzen werden overschreden. Waar Pettegree en Der Weduwen tegen het einde van hun boek al laten zien dat de Gouden Eeuw daadwerkelijk op zijn eind loopt, wordt in het boek van Van Vliet de neergang (als het gaat om de rol van de Republiek op de Europese boekenmarkt) uitvoerig beschreven.

Tot slot

Het was grotendeels toeval dat ik deze boeken in deze volgorde las. Ze lagen op mijn stapel te lezen boeken en ik vond dat het er tijd voor was. Maar uiteindelijk was het een fascinerende leeservaring en een mooie reis door de geschiedenis. Elk van de boeken heeft als belangrijke waarde dat de ontwikkeling van de boekcultuur in de bredere historische context wordt geplaatst en verlevendigd wordt met fascinerende portretten van personen uit die tijd. Mijn hoofd zit nu vol met nieuwe feiten en inzichten. Maar ook met verlangen naar boeken die ik nooit zal bezitten, omdat ze simpelweg niet meer bestaan of onbetaalbaar zijn.