30 oktober, 2007

136 - Hoe werkt een beek ehhh.. een boek?

In deze tijd waarin nogal eens de discussie wordt gevoerd over het einde van het boek (zie dit bericht, over de iLiad, die de definitieve concurrent van het boek moet worden...), is het goed om nog eens terug te denken aan het moment van de introductie van het boek. Want vergeet niet dat het boek zoals wij dat kennen een revolutie was en de wereld heeft veranderd. Toch viel het voor de eerste gebruikers niet mee om de functionaliteit van het boek te leren kennen en te waarderen. Gelukkig was er ook in die tijd een helpdesk. Zie bijgaand hilarisch filmpje waarop die moeizame eerste stappen zijn vastgelegd. Wie had gedacht dat het boek zou uitgroeien tot zo'n groot succes?



11 oktober, 2007

135 - Bezoek uit Frans-Polynesië

Eén van de boeiendste onderdelen van een weblog zijn de bezoekersstatistieken. Het is één van mijn vaste rituelen om 's ochtends de statistieken van de dag ervoor door te nemen. Hoeveel bezoekers zijn er geweest? Waar komen ze vandaan? Hoe zijn ze bij mij gekomen?
Om al deze vragen te kunnen beantwoorden heb ik verschillende statistieken aan mijn weblog hangen. Voor het statistische werk gebruik ik Motigo, vooral omdat die van de fijne grafieken en statistieken produceert. Voor het precieze speurwerk hoe de bezoekers naar dit blog komen heb ik Extreme Tracking, die genereert heel precies met welke zoekopdracht of via welke link men mijn blog bereikt.

Eén van de mooie onderdelen van Motigo is dat een kaartje wordt gemaakt waarop wordt aangegeven waar ter wereld de bezoekers vandaan komen. Aangezien dit een Nederlandstalig blog is over (vooral) Nederlandstalige literatuur, is het niet verbazend dat de meeste bezoekers uit Nederland komt. Daar staat dan ook in de regel een propje met aanwijzertjes van de Nederlandse bezoekers.

Vandaag zag ik ineens iets heel bijzonders: ik heb vannacht (Nederlandse tijd, maar in Polynesische tijd was het rond 3 uur 's middags) bezoek gekregen van iemand uit Frans-Polynesië. Dat wil zeggen: de provider Mana staat in Pirae, op Tahiti.

Was het een vakantieganger of iemand die permanent op Tahiti woont? Zoveel informatie geeft Motigo helaas niet, alleen dat er twee hits kwamen binnen een paar minuten. Wel blijkt uit de statistieken van Extreme Tracking dat deze persoon via Google bij mij kwam toen hij/zij zocht naar (informatie over) Adonis/Bel-ami, dat is een magistraal boek van Guy de Maupassant. Niet zo gek dat iemand van een Franstalig eiland zoekt naar informatie over een Franse roman. Ik hoop alleen maar dat hij/zij iets wijzer werd van mijn blog.

Franse literatuur en Tahiti zijn geen vreemden van elkaar. Boudewijn Büch had al lang geleden vastgesteld dat Tahiti goed voorzien is van Franse literatuur. Tijdens één van de afleveringen van "De Wereld van Boudewijn Büch" was hij op Tahiti en in de boekhandel van Papeete, de hoofdstad van Tahiti, bleek de hele Franse literatuur beschikbaar. Misschien heeft iemand in diezelfde boekhandel een Franse editie van het boek van De Maupassant gekocht, is vervolgens op zoek gegaan naar meer informatie over dat boek en kwam op mijn blog terecht.

Hoe dan ook tegen deze bezoeker wil ik alsnog zeggen: maeva (welkom) en araua'e (tot snel).

03 oktober, 2007

134 - De coming-out van de boekensnuiver

Uitgevers van elektronische boeken worden kennelijk licht wanhopig, getuige dit bericht op boekennieuws.com: "Muffe boekengeur voor e-books". Een uitgever van elektronische boeken hoopt zijn verkopen te laten stijgen door geurstickers uit te delen die ruiken naar muffe boeken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat studenten het liefst gebruikte studieboeken kopen. Niet alleen vanwege de lage prijs, ook vanwege de geur.
Geurstickers moeten nu helpen de verkopen van e-books op te krikken. De website CafeScribe zegt ’s werelds eerste stinkende e-book te verkopen. Vanaf volgende maand krijgt iedereen die via de website een e-book aanschaft een kras-en-ruik sticker met een muffe oude boekengeur thuisgestuurd.

De geur van boeken is inderdaad belangrijk, maar ook het gevoel van papier en omslag en het geluid van bladeren. Wil een e-book voor mij interessant worden, dan moet de pc dus ingepakt worden in papier en er moet een mp3 met bladergeluid meegeleverd worden.

Hoe zit dat eigenlijk met de geur van boeken? Daar blijkt onder boekenbezitters al veel over geschreven te zijn. Zo maakt Brendon Wilson duidelijk dat de geur van boeken niet onder één noemer te vatten is:
"It’s not just the smell of the paper they’re printed on, it’s more than that. It’s the smell of page-turn sweat, infused painstakingly in each page of a thriller novel, the spilled ingredients hastily swabbed off the pages of a recipe book, the oil embedded in the binding of “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance” by the guy who threw the book across his garage when he realized it didn’t contain instructions on how to fix his Yamaha two-stroke engine. It’s the smell of people who care about learning something new."

Brendon lijkt zich een beetje generen voor zijn liefhebberij om aan boeken te ruiken, net als Steven Poole die vermoedt dat sommigen het "a bit of fishy fetish" vinden. Desalniettemin wijst hij ons op een heus standaardwerk van ene Hans Rindisbacher: The Smell of Books. A Cultural-Historical Study of Olfactory Perception in Literature, waarin de rol van de geur in de Europese literatuur wordt beschreven. Poole zelf heeft net als Wilson een onderscheid in geuren gemaakt:
"Different kinds of books have characteristic smells, too, from the no-nonsense, almost newspapery tang of cheap paper and ink of a paperback thriller, to the high-class, sweet-polish aroma of the glossy coffee-table book."

Iedereen die wel eens een boek vast heeft gehouden kent dit verschil. Logisch ook, want er zijn talloze soorten papier en inkt en stof en elk boek heeft dus zijn eigen unieke geur waar je van leert houden. Want boeken en geuren horen bij elkaar, dat heeft CafeScribe goed gezien. Niet voor niets kennen we in Nederland zegswijzen als "met je neus in de boeken zitten" en "in boeken neuzen". Kennelijk is de geurbeleving karakteristiek voor het omgaan met boeken.

Wie dat niet wil en geurloze boeken zoekt kan zich wenden tot deze noodgreep, maar ik vraag me af of je dan wel echt van boeken houdt. Zoals Dominique het beschrijft, zo is het:
"Het gebeurt dat ik daarbij word betrapt. In echte boekenwinkels kijkt men er niet van op. Dan glimlacht zo’n verkoopster eens en wendt zij discreet de blik af, om mij in alle peis en vree van de geur van het boek te laten genieten. Vermoedelijk is zij zelf een boekengeurenjunkie."

Zoals voor zoveel zaken, hebben de Britten ook hier weer een organisatie van gelijkgestemden voor opgericht. Wend je tot de British Book-sniffing Enthusiast's Homepage voor tips en trucs over het ruiken aan boeken.

In het Nederlands heten dit soort mensen boekensnuivers.

Boekensneuper, boekensnuiver: het ligt allemaal dicht bij elkaar. Van boeken geniet je met alle zintuigen.

18 september, 2007

133 - De week van de gesigneerde boeken

Ik blijk inmiddels een fijne neus te hebben voor plekken waar boeken worden uitgedeeld. Je zou het natuurlijk ook stom toeval kunnen noemen, maar soms lijk ik over de boeken te struikelen.

Op 14 september had ik bijvoorbeeld een afspraak nabij Utrecht CS en toen ik in de ochtendspits op het station aankwam, zag ik midden op CS een opstopping ontstaan: een kluwen mensen, muziek, mensen met sandwichborden: daar was iets aan de hand. Al snel bleek het om een signeersessie van schrijver-miljonair Marjan Berk en Yvonne Kroonenberg te gaan.

Beide auteurs hebben een boekje geschreven voor de serie Leeslicht. In Leeslicht verschijnen boeken voor volwassenen in gewone taal. En die serie werd op Utrecht CS gepromoot, mede door het laten signeren van de boeken door de auteurs. Die boeken lagen in grote stapels om hen heen en waren gratis voor wie ze wilde hebben.
Het was natuurlijk wel jammer dat Kader Abdolah er niet zat. Maar ik ga zeker niet ondankbaar doen over mijn gesigneerde exemplaren. Al was het maar om dat beide dames temidden van de drukte zo ontspannen bleven en voor iedereen een vriendelijk woord hadden. Zie hier voor een persbericht over de actie.

Een paar dagen later was ik op de lancering van het boek van oud-hoofdcommissaris van politie Joop van Riessen. Hij heeft veertig jaar bij de Amsterdamse politie gewerkt en zijn ervaringen uit die tijd zijn nu vastgelegd in een boek: In naam der wet. Het was een leuke borrel met veel bekenden uit de politie- en mediawereld. Van John van den Heuvel tot Eric Nordholt: ze waren er allemaal om te vieren dat Joop een boek had geschreven.
En het is een heel leuk boek geworden. Geen literatuur, maar wel een met vaart verteld verhaal van een eigenwijze politieman die nog één keer zijn licht laat schijnen over de ontwikkeling van de misdaad in Amsterdam en in Nederland. Een aanrader! Zie hier voor mediaberichtgeving: AT5 en De Pers.
En ook Joop was zo goed het boek te signeren, waarmee de oogst van die week op drie gesigneerde boeken stond.

Maar het was nog niet op. Toen ik thuis kwam van de boekpresentatie lag er een pakje op me te wachten: antiquariaat André Swertz bleek het laatste puzzelstukje te hebben van mijn serie bibliofiele relatiegeschenken van de Zetcentrale Meppel. Ik schreef al eerder over de geweldige verrassing toen ik deze serie kocht bij Markplaats, en hoe ik onder de indruk was van de kwaliteit en schoonheid van elk individueel boek. En dat ik naast een grote buit ook een nieuwe opdracht had binnengehaald: het zoeken van het laatste boek uit de serie.

Via Antiqbook heb ik het uiteindelijk gevonden. En ook dit laatste ontbrekende stukje bleek mij te kunnen verrassen. Het ontvangen van een bijzonder boek went namelijk nooit. Het verhaal van Guy de Maupassant, Mademoiselle Fifi, is op A4 formaat uitgegeven, met harde omslag en op fraai papier uitgevoerd. Alles is weer goed aan dit boek: het lettertype, de illustraties van Kurt Löb: perfectie werd weer zichtbaar. Maar het mooiste kwam nog, want bij nader onderzoek bleek dit exemplaar, net als twee andere deeltjes, gesigneerd te zijn door Löb zelf.

Eén week, vijf werkdagen, vier totaal uiteenlopende gesigneerde boeken: soms is er bijna teveel weelde ineens voor een boekensneuper. Aan de andere kant: op welke andere plek krijgen deze prachtexemplaren zoveel waardering als bij mij?

10 september, 2007

132 - Nieuw Van Dis-mysterie: hulp gezocht

Ergens in Nederland ligt een boek dat in mijn verzameling hoort. Ik weet dat het er is en ik weet dat het in mijn verzameling zal komen. Maar noch ik, noch het boek, noch de huidige bezitter kennen het precieze moment.

Wederom ben ik verrast met een volslagen onbekende uitgave van Adriaan van Dis. Nadat ik al eerder op lacunes in mijn collectie werd gewezen (zoals ik hier en hier schreef over Een nieuwe politiek en hier over Op de televisie) was ik ten onrechte - en dat wist ik eigenlijk al, maar ik negeerde die wetenschap - in de veronderstelling dat ik de enige echte complete Adriaan van Dis-collectie in Nederland bezat. Ik bezit immers meer titels van Van Dis dan Van Dis zelf, zoals ik hier al aangaf.

Maar het blijkt niet waar. Er is namelijk wederom een bijzondere uitgave opgedoken: een boekje met de titel The Shell, uitgegeven ter gelegenheid van het pensioen van Lo van Wachem als President van de Raad van Commissarissen van de Royal Dutch/Shell groep. Het boekje is prachtig gebonden in linnen en stamt uit 1992. Er is veel onbekend over dit boekje: wat is de oplage, wat is de inhoud, hoe groot is het en hoe dik en waarom heeft Van Dis het überhaupt geschreven? Hij heeft het geschreven ergens tussen In Afrika (1991) en Indische Duinen (1994). Naar verluid bevat het fragmenten uit In Afrika.

Ik heb het boekje nog nooit ergens zien aangeboden worden ondanks mijn ijverige zoektochten. Maar ik weet desondanks zeker dat er ergens een exemplaar op mij ligt te wachten. Het hoort in mijn boekenkast én in de boekenkast van de tipgever, die net zo naarstig speurt als ik. Die geluksvogel wist nog een scan van omslag en colofon op te duikelen, maar ik sta op alle fronten op achterstand.

Er is niets mooiers voor een verzamelaar dan een mysterie. Een onbereikbaar boek dat nog geruime tijd de aandacht zal vragen en alleen op creatieve wijze verkregen kan worden. Maar ik ben bereid het genot van het bezitten van een uitdaging op te offeren voor de geruststelling van het bezit. Dus als er lezers zijn die meer details kunnen geven over deze uitgave maar liever nog over de verblijfplaats van dit boekje zelf, dan wel ergens twee exemplaren hebben liggen waarvan zij het bij nader inzien rechtvaardig vinden dat zij in de boekenkast van ondergetekende én tipgever terechtkomen, u kunt mij dag en nacht mailen en mijn dankbaarheid zal eeuwig zijn.

01 september, 2007

131 - Literair Italië

Standbeeld van Goethe in het kasteel in 
Malcesine aan het Gardameer

De vakantie is weer voorbij, met een ruime week Gardameer. Tot mijn verrassing bleef Goethe mij daar achtervolgen. Net zoals twee jaar geleden in Weimar, waren ook hier de sporen van Goethe zichtbaar. Over Weimar schreef ik hier en hier. Zo intens als in Weimar was Goethe niet aanwezig, maar hij was er geweest, had enthousiast geschreven over Torbole, had in 1786 geslapen in het kasteel van Malcesine (waar nu dus een Goethe-zaal is) en dus zijn er met enige regelmaat tentoonstellingen over Goethe en het Gardameer. Maar die heb ik allemaal links laten liggen, want ik kwam voor iets anders.

Ter gelegenheid van Italië had ik namelijk de lijvige roman van Manzoni meegenomen: De verloofden oftewel I promessi sposi. Het relaas over de Lucia en Renzo die willen trouwen, maar worden tegengewerkt door de omstandigheden van hun tijd, machtige edelen, de pest en alles wat daaruit voortvloeit speelt zich af in de omgeving van Milaan dus in de buurt van het Gardameer. Ruim voor de eenheid van Italië was het leven van eenvoudige mensen niet makkelijk en Manzoni beschrijft op schitterende wijze hoe zij met hun omstandigheden omgaan en hoe het er in het Italië van de 17e eeuw aan toeging. Het boek is tegelijkertijd een roman en een geschiedenisboek en bijzonder geschikt voor een zonnige week Italië. Al was het maar omdat Manzoni met deze roman grondlegger was van het moderne Italiaans: hij schreef het in een taal die bedoeld was om als standaard te fungeren. Het boek staat symbool voor de eenwording van Italië. Daarom is het ook verplichte literatuur voor iedere schoolgaande Italiaan. Het deed mij goed te weten dat de Italianen om mij heen in elk geval hetzelfde boek hadden gelezen als ik.

Renzo en Lucia zijn twee gelieven, eenvoudige boerenkinderen van het Lombardische land. Zij worden weerhouden van hun huwelijk op een afgesproken dag (8 november 1628) door toedoen van de edelman-schurk Don Rodrigo, die zijn zinnen op Lucia heeft gezet. Hij weet dorpspastoor Don Abbondio op zeer Italiaanse wijze te intimideren via zijn bravi (een soort desperado's) zodat deze het huwelijk niet durft te voltrekken. De verloofden moeten vluchten, worden gescheiden, doorstaan beproevingen, hervinden elkaar en trouwen uiteindelijk. Mazoni beschrijft op indrukwekkende wijze de pest in Milaan en de heldenrol van de geestelijken in de stad, maar ook de verwoestingen die optreden wanneer een huurlingenleger door het gebied trekt tijdens een van de eindeloze oorlogen in dat gebied.
Meer informatie over Manzoni en zijn grote roman vind je hier en natuurlijk hier.

Maar Noord-Italië is natuurlijk ook de streek van die twee andere geliefden, die wél trouwen maar ook niet gevrijwaard worden van problemen en uiteindelijk sterven: Romeo en Julia. Verona is de stad waar elke toerist het beeld van Julia kan bekijken en aanraken, het balkon van het huis waar ze woonde (later aangebouwd, maar toch...) en het graf waarin zij ligt. Verona is een schitterende stad, één groot openluchtmuseum in feite en de binnenstad staat natuurlijk niet voor niets op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het amfitheater is ongekend mooi. Toch is het er verrassend rustig, behalve natuurlijk in het steegje naar het huis van Julia. Dat stukje Verona is één grote kermisattractie: iedereen wil naast Julia staan en gefotografeerd worden, iedereen wil op het balkonnetje staan en terwijl de ene na de andere bus fotograferende toeristen wordt uitgeladen ontstaat een geweldig gedrang. Maar je moet het gezien hebben. Even snel kijken dus en vervolgens onmiddellijk wegwezen.

De beschermheilige van Verona is Zeno, dat deed me denken aan dat magistrale boek van Italo Svevo: Bekentenissen van Zeno. Maar dat boek had ik al uit, dus dat hoefde niet mee. Bovendien kreeg ik in dat ene weekje de ruim 600 Manzonipagina's maar amper uit. Manzoni en het Gardameer: het is de moeite waard.

16 augustus, 2007

130 - CPNB in Ermelo: een nieuwe deelverzameling is geboren

Om verschillende redenen vind ik Ermelo een leuk dorp. Er woont bijvoorbeeld familie van mij. Maar ook heel belangrijk is dat er een heel erg fraaie boekwinkel aanwezig is: Riemer en Walinga. Het is een boekwinkel met een prachtig interieur en een hele rustige sfeer. En ze hebben een goede collectie boeken. Wat ik zelf erg fraai vindt zijn de etalages: deze worden vaak op kleur ingericht en dat geeft een mooi effect. Niet voor niets is Riemer één van de boekhandels die is opgenomen in het mooie bladerboek Boekhandels in beeld dat dit jaar werd uitgegeven door de Nederlandse Boekverkopersbond.

Het fijne aan Riemer is dat ze één keer per jaar uitverkoop hebben. Op die momenten weet ik steeds de hand te leggen op mooie literaire uitgaven, waar kennelijk in Ermelo verder geen belangstelling voor is. Ik vraag me af waarom men dat soort dingen dan inkoopt, maar het feit dat ik ze vervolgens in de uitverkoop kan meenemen, is wat mij betreft voldoende rechtvaardiging.

Afgelopen week was het een CPNB-dagje in Ermelo. Ik vond allereerst drie uitgaven van de jaarlijkse 4- en 5 mei bijeenkomsten. Op 4 en 5 mei worden ter gelegenheid van de herdenking en de viering diverse voordrachten gehouden. De organisatie is in handen van het Comité 4 en 5 mei. Bij de herdenking op 4 mei wordt een literair auteur gevraagd voor een lezing over het thema herdenking. Ook wordt vaak een speciaal gedicht ter gelegenheid van de herdenking geschreven. De afgelopen jaren hebben bijvoorbeeld Jessica Durlacher, Adriaan van Dis, Geert Mak, Anna Enquist en Tessa de Loo dergelijke lezingen gehouden.

De toespraak op 5 mei gaat over het thema vrijheid en daar worden politici en andere publieke figuren voor gevraagd. Alexander Rinnooy Kan, Dick Benschop en Ruud Lubbers zijn enkele sprekers uit het verleden.

Sinds 1996 worden deze bijdragen uitgegeven door de CPNB samen met het Comité 4 en 5 mei. Deze dunne boekjes kosten 7,50 per stuk maar ik probeer ze uiteraard voor veel minder op de kop te tikken. Dat lukte afgelopen week bij Riemer: de edities van 2004, 2005 en 2006 lagen daar voor een euro per stuk op mij te wachten.

Eenmaal thuisgekomen besloot ik eens op een rijtje te zetten welke van deze uitgaven ik al heb. En ziedaar: een deelverzameling was geboren. Want ik bleek van de uitgaven vanaf 1996 alles te bezitten behalve 1996 en 2001 (en 2007, maar die haal ik wel bij Riemer in de uitverkoop van volgend jaar). Naast elkaar gezet is dat wederom een mooi rijtje. Tegelijkertijd bleek ik 2005 bij nader inzien al te hebben. Het is daarom goed dat ik nu op een rijtje heb hoe de serie eruit ziet en welke ik nog mis. Dat maakt het zoeken makkelijker. Zie hier voor de complete serie. Ik heb een nieuwe deelverzameling opgericht en gelukkig is deze alweer bijna compleet.

Het is overigens geen straf om 2005 dubbel te hebben, want daardoor las ik opnieuw het indrukwekkende gedicht van Hagar Peeters:

Twee minuten

Met prikkeldraad kun je niet schrijven
maar een omheining kun je ook oprichten
door samen op een plein stil te staan en te zwijgen

Door de stilte twee minuten lang
met duizenden lichamen te vullen
die hun verzet in één adem boven de dam laten hangen
wordt gezegd dat nooit weer betekent altijd
in het geweer komen tegen

Twee minuten - de vonk van verliefdheid
heeft minder nodig om over te springen, nog korter dan de kogel
en in veel minder tijd trekt in de uitwaaierende
parade van je laatste adem heel je leven langs je.

Wanneer het waar is dat voor je dood gaat
de essentie van je leven als een zwijgende film
aan je voorbijflitst, dan ontvouwt zich
aan de zwijgenden op het plein
de kern van de geschiedenis.

Twee minuten om de doden te vragen
welk verleden zij
ons ter overweging laten.

Twee minuten om onszelf die vraag te stellen.
de rest van de tijd die we hebben
geeft misschien antwoord.


Eenmaal binnengestapt bij Riemer deed ik overigens bij de rest van de uitverkoopbakken nóg een goede vondst. In 2005 heeft de CPNB een jubileumboek uitgegeven ter gelegenheid van de vijftigste kinderboekenweek: Voor altijd jong. Zoals ik hier al schreef, stond dit boek vanaf verschijning op mijn verlanglijst. En hier werd mijn geduld beloond: voor slechts 15 euro was het boek van mij.
Het blijkt een fantastisch bladerboek te zijn, met prachtige foto's van kinderen en gezinnen in de afgelopen 50 jaar: foto's van hobby's, van verzamelingen, van vakanties en uiteraard van boeken en kinderboekenweekgeschenken.

Het boek verscheen destijds in een oplage van 4.000. Dat is niet veel en het is jammer dat dit fraaie tijdsbeeld daarom maar een beperkt lezerspubliek krijgt. Maar ik ben heel blij dat ik het van mijn wensenlijstje kan afstrepen. Het was wederom geen vergeefse wandeling naar Riemer, afgelopen week in het zonnige Ermelo.

02 augustus, 2007

129 - Een doos Russische schatten

Soms gebeuren er wonderen via Marktplaats. Op sommige dagen stuit je tussen de 4,5 miljoen advertenties ineens op een nooit gedachte buitenkans. Ineens houd je zomaar een schat in je handen.

Jaren geleden kende ik iemand die bij Meulenhoff werkte, de uitgeverij. Zij wist dat ik boeken verzamelde en gaf mij een schitterend boekje: Asja van Toergenjev. Het boekje was om diverse redenen mooi: het was geïllustreerd door Kurt Löb, het was mooi ingebonden op lekker papier en het was in een beperkte oplage verschenen. Het was namelijk een nieuwjaarsgeschenk van de Zetcentrale Meppel, waar ik toen nog nooit van had gehoord. Tegenwoordig heet het bedrijf trouwens GrafiData.

Ik hoopte dat ik het jaar daarop weer een geschenk van de Zetcentrale zou krijgen via dit Meulenhoff-contact, maar dat gebeurde helaas niet. Wel ontdekte ik zoekend bij online-antiquariaten dat er meer van dit soort boeken waren verschenen, kennelijk vooral Russische auteurs en altijd geïllustreerd door Kurt Löb.

Kurt Löb kende ik natuurlijk wel. Ik had immers al de door hem geïllustreerde boeken Bibliomanie van Gustave Flaubert (beperkte oplage van uitgeverij De Mandarijn, 1982) en Huissens van Bordewijk. Ik bewonder zijn tekeningen en wilde daarom wel meer van hem hebben, ooit.

Zoals dat gaat met verzamelaars bleef ergens in mijn achterhoofd een zeurend stemmetje bestaan dat zei dat ik meer van dit moois moest hebben. Maar ik kwam ze nooit ergens tegen, die prachtuitgaven van de Zetcentrale Meppel. En ik was te druk met andere verzamelgebieden om prioriteit aan Meppel te geven. Dus bleef het bij één Toergenjev.

Totdat ik, zoekend tussen de eindeloze hoeveelheid advertenties voor boeken bij Marktplaats, ineens stuitte op een advertentie waarin een aantal boeken werd aangeboden, waaronder Asja. Alle alarmbellen gingen af: hier wachtte een setje Meppelse Russen, al stond dat er niet bij. Hier moest dringend gehandeld worden.

Ik mailde de adverteerder met de vraag wat er zo bijzonder aan de boeken was, en wat de richtprijs was. In het antwoordmailtje werd verteld dat het boeken waren van de Zetcentrale Meppel (juichkreet!), dat het een complete serie was (tweede juichkreet!) en ze mailde me de beoogde prijs (derde juichkreet!).

Uiteraard mailde ik dat ik de boeken graag wilde hebben. En toen werd het allemaal nog mooier dan ik dacht. Want ik kreeg een mailtje dat er ook nog een overzichtsboekje van de hele serie bij zat. Of dat een probleem was? Nee, dat was geen probleem. En er werd gemeld dat er nog wat meer boeken van de uitgeverij bijzaten, of dat een probleem was? Nee, dat was óók geen probleem. En er werd gemeld dat er één deel uit de serie ontbrak, of dat een probleem was? Ja, dát was natuurlijk wel een probleem. Maar het scheelde gelukkig wel iets in de prijs.

Uiteindelijk ontving ik de doos met schatten thuis. En toen bleek de weelde nog veel groter dan ik dacht. Want niet alleen waren alle 19 deeltjes uit de serie bibliofiele nieuwjaarsgeschenken in schitterende staat, het waren ook nog eens állemaal genummerde exemplaren. Verschillende uitgaven bevatten de originele losse nieuwjaarswens van de Zetcentrale. Twee van de boeken waren gesigneerd door Kurt Löb zélf. Door de boeken heen bladeren bleek een genot voor alle zintuigen. Elk is op zichzelf een kunstwerk. En natuurlijk is de inhoud ook belangrijk. Ineens bezit ik vier extra titels van Gogol en vijf van Tsjechov. Van Tsjechov had ik wel een aantal toneelstukken, maar nog geen verhalen. Ik bezit nu drie titels van Poesjkin, en die miste ik ook nog als gerenommeerd auteur tussen mijn eigen Russen. V.M. Garsjin (De rode bloem), B. Pilnjak (Verhaal over de maan die niet kon worden uitgeblazen) en N. Leskov (De lady Macbeth uit Mtsensk) maken hun debuut in mijn boekenkast. Maar het zijn niet alleen Russen, het tweede boekje in de reeks zijn drie verhalen van O. Henry en de laatste een verhaal van Manuel van Loggem, vlak voor zijn overlijden geschreven. In het boek van Van Loggem zit nog een losse bijlage: een overzicht van de hele serie.

En het aangekondigde overzichtsboekje van de serie bleek een dik boek van Löb zelf te zijn, waarin hij gedetailleerd beschrijft hoe hij ertoe gekomen is om deze serie te maken en hoe het ontwerp van elke individuele uitgave tot stand is gekomen. Hij vertelt over zijn werk, over zijn tekeningen, over lettertypes, over papier, over de keuze van de verhalen. Kortom, het is een schitterend boek en nu al onmisbaar in mijn boekenkast. Ingebonden met stofomslag en op het linnen omslag een prent van Löb zelf.

Maar nog was het niet over met de rijkdommen. Hoeveel weelde kan een mens verdragen? Verder gravend in de doos vond ik nog vier jaarwisselingsgeschenken van Koninklijke Van de Garde: Israëlische, Indische, Eskimo en Tibetaanse sprookjes. En als voorlopige laatste klap op de vuurpijl: een op groot formaat, ingebonden exemplaar van Tijl Uilenspiegel, een uitgave van Koninklijke Van de Garde uit 1990, in een oplage van 500 exemplaren gemaakt. In nieuwstaat.

Ik heb verbijsterd naar de inhoud van de doos zitten staren. Wie had gedacht dat ik in één klap zoveel moois tegelijk zou vinden. Mijn boekenkast zindert nog na van genot. Het zal duidelijk zijn dat de serie van uitgaven van Meppel nu compleet moet worden: ik ga op speurtocht naar de ontbrekende titel Mademoiselle Fifi van Guy de Maupassant. Ik laat het jullie weten als ik het gevonden heb.

18 juli, 2007

128 - Derde blogverjaardag, tiende blogverjaardag

Deze week is de derde verjaardag van dit blog gepasseerd. Dat betekent dat ik ruim drie jaar bezig ben met het schrijven van een weblog over boeken en boeken verzamelen. Op 15 juli 2004 schreef ik mijn eerste post. Dit is nummer 128.

Al meer dan 36 maanden, oftewel ruim 1000 dagen, kunnen jullie van mijn schrijfselen genieten. Bijna 40.000 bezoekers hebben dat inmiddels gedaan. Met een gemiddelde van 35 tot 60 hits per dag ben ik gelukkig het niveau van een nanoblog ontstegen. Wat is een nanoblog? Dat lezen we hier:
"What is below the water line are the literally millions of blogs that are rarely pointed to by others, since they are only of interest to the family, friends, fellow students and co-workers of their teenage and 20-something bloggers. Think of them as blogs for nanoaudiences."

Drie jaar sneuper op het web... Besta ik nu al lang of pas kort als blogger? Hoe zit dat eigenlijk met blogs? Volgens dit bericht is de gemiddelde levensduur van een populair blog 33,8 maanden - net geen 3 jaar dus. Daar zit ik dus al ruim boven (en ik stop nog niet!). Andere bronnen gebruiken andere getallen voor de gemiddelde levensduur van een blog, sommige stellen dat dit gemiddelde 3 maanden is!

Volgens dit artikel wordt 60-80% van de blogs al vrij snel na de start verlaten - nooit meer bijgewerkt dus. Oftewel: "The 'average blog' thus has the lifespan of a fruitfly". Hier een ander interessant artikel met statistieken. Al met al lijkt het erop dat slechts 20% van de blogs regelmatig wordt bijgewerkt, aldus dit artikel. Grappig is ook dit artikel, kennelijk is het overgrote deel van de bloggers jonger dan 20. Ikzelf bevind mij dus in de niche van 6% van bloggers boven de 30....

Terzijde: niet alleen ik vier een feestje, maar ook het fenomeen weblog zelf. Hier een artikel over de tiende verjaardag van de blogosfeer. Het leert ons wie de eerste blogger was. Verschillende bloggers en lezers reageren op het wezen van het blog, waaronder auteur Tom Wolfe. In een buitengewoon grappig stukje veegt hij in feite de vloer aan met Wikipedia (in het bijzonder zijn eigen lemma), weliswaar ook onderdeel van Web 2.0 maar toch iets anders dan een blog.

Wolfe zegt: "Blogs are an advance guard to the rear. For example, only a primitive would believe a word of Wikipedia (which, though not strictly a blog, shares the characteristics of the genre). The entry under my name says that in 2003 "major news media" broadcast reports of my death and that I telephoned Larry King and said, "I ain't dead yet, give me a little more time and no doubt it will become true." Oddly, this news supposedly broadcast never reached my ears in any form whatsoever prior to the Wikipedia entry, and I wouldn't have a clue as to how to telephone Larry King. I wouldn't have called him, in any case. I would have called my internist. I don't so much mind Wikipedia's recording of news that nobody ever disseminated in the first place as I do the lame comment attributed to me. I wouldn't say "I ain't" even if I were singing a country music song."

Apart is dat dit citaat inmiddels is opgenomen in het wiki-artikel over Wolfe, volgens de historie van de bijdrage is op 14 juli van dit jaar - de dag dat het artikel in de Wall Street Journal verscheen - de foutieve aanhaling over het gesprek met King verwijderd. Het bewijs dat Web 2.0 toch werkt.

Het is dit soort zaken wat bloggen zo mooi maakt. En de eindeloze stroom boeken natuurlijk die mijn kant op komt en waar ik niet over uitgepraat raak. Ik ben blij dat er af en toe iemand naar mij wil luisteren.

08 juli, 2007

127 - Duur boek + gratis boeken = redelijk

Zoals ik in mijn vorige post al schreef: het is fijn voor een verzamelaar wanneer anderen afstand doen van hun boeken. En dit om twee redenen:
1. Boeken zijn al zo duur
2. Soms krijg je een waardevolle toevoeging waarvan je het bestaan niet kende

Om met het eerste te beginnen: recent kwam een nieuwe essaybundel van Margriet de Moor uit, Als een hond zijn blinde baas. Daarin zijn allerlei teksten van toespraken, voordrachten en andere bijeenkomsten verzameld die eerder werden gepubliceerd in kranten, tijdschriften of elders. Het is een fascinerende bundel omdat het een goed beeld geeft van de ideeën van De Moor over haar schrijverschap en de achtergrond van een aantal van haar boeken weergeeft. Wat bedoelde ze ermee te zeggen? Wat is voor haar in het algemeen de verhouding tussen muziek en literatuur? Waarom schrijft ze eigenlijk? Welke schrijvers bewondert ze? Ze heeft het in de loop van de tijd allemaal verteld en opgeschreven en nu is het gepubliceerd.

Het was een genot om de bundel te lezen en een verrijking voor mijn Margiet de Moor collectie. Het was echter geen genot om het te kopen, want het kostte mij 24,90 euro. En dat vind ik nog steeds erg veel voor een paperback waarin feitelijk geen nieuwe teksten staan. Hierin zit vrijwel geen werk voor auteur of uitgeverij; het zijn bestaande teksten en de stapel hoeft alleen maar verzameld en gedrukt te worden. Om daar bijna 25 euro voor te vragen vind ik tamelijk grof. Niet gesigneerd, geen stofomslag, geen bijzondere illustraties, gewoon een doorsnee boek dat ook niet overdreven dik is. Waarom moet daar zoveel geld voor betaald worden?

Daarom was ik extra blij met de dubbele toegift die ik daarnaast kreeg.

Allereerst was een collega zo goed om uit zijn eigen collectie een exemplaar van de bundel Onder de soldaten van Arnon Grunberg te schenken. Dit exemplaar is één van de exemplaren van het ministerie van Defensie die voor de Uruzgan-gangers was bedoeld. Grunberg beschrijft zijn ervaringen als 'embedded' journalist in Afghanistan. Het is een hilarische bundel met een verbaasde Grunberg die de eigenaardigheden van het Nederlandse leger in Uruzgan probeert te doorgronden.
"Zelden heb ik zo veel afkortingen geleerd als gedurende mijn korte tijd in Afghanistan. Lupa lunchpakket, kobro korte broek, detco detachement commandant. De tijdwinst die dat oplevert ontroert. Vanaf nu heet geluk ge."
Mooi is ook de passage over de sergeant met de kaasschaaf.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?' informeerde ik. 'Al twee keer', zei de sergeant, 'maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me.' En er verscheen en triomfantelijke lach op zijn gezicht. (...) Ik voelde genegenheid voor sergeant Jordy, die Afghanistan niet onvoorbereid zou betreden."

Daarnaast was een goede vriendin zo goed een totaal onbekende titel van Adriaan van Dis voor mij mee te nemen: Op de televisie. Wie googlet op deze titel vind 'm niet, behalve één vermelding in Wikipedia, maar die heb ik daar zelf bij gezet. Op de televisie is een speciale uitgave van ECI, voor haar relaties, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van ECI. De echtgenoot van de vriendin is een relatie van ECI en daarom kreeg hij het toegestuurd. Als niet-lezer wilde hij het al bij het oud papier gooien, tot zijn vrouw zei dat het wellicht een interessant boek voor mij was. Goed gedacht! En zo kwam ik in het bezit van een titel waarvan ik het bestaan totaal niet vermoedde. Tegelijkertijd vraag ik mij af hoeveel ontvangers van dit fraais het uiteindelijk gewoon toch maar bij het oud papier hebben gegooid...

In Op de televisie beschrijft Van Dis zijn herinneringen aan zijn roemruchte boekenprogramma "Hier is... Adriaan van Dis". Hij kan het programma goed relativeren maar ziet ook wat het teweeg heeft gebracht: "De kijkers van toen sterven langzaam uit, maar in de rekkelijkheid van de herinnering ben ik nog altijd te zien. Ook op dagen dat "Hier is..." er nooit was. Zo vroeg het Algemeen Dagblad bij mijn terugkeer als presentator van Zomergasten aan de EO-coryfee Andries Knevel wat hij van ons programma destijds vond. Aardige dingen zei hij. 'Maar ja, wij keken natuurlijk niet op zondag. Wij keken alleen naar de herhaling.'
Er was helemaal geen herhaling. Die bestond toen nog niet.
Mensen herinneren zich wel meer dingen. Hoe vaak hoor ik niet op een literaire avond, tijdens het vragenhalfuurtje na een lezing: 'Wij keken elke week.'
Het was één keer per maand. Acht keer per jaar."

Hij haalt herinneringen op aan de schrijvers die hij sprak, aan Annie Cohen-Selal wier Sartre-biografie een geweldig succes werd in Nederland mede door dit programma, Frans Pointl, Michel Tournier, Charlotte Mutsaers... Hij beschrijft de effecten van het programma op het koopgedrag van kijkers. En hij hekelt uitgevers vanwege de manier waarop zij met auteurs omgaan en de smaak van het publiek proberen te sturen. Ook hekelt hij de omroepen, omdat ze te weinig geduld hebben om een boekenprogramma tot bloei te laten komen. Dit in tegenstelling tot zijn geliefde Frankrijk, waar wel zeven boekenprogramma's op televisie zijn. "Alleen op de Avonden mogen de letteren nog wat knetteren. Kan het geluid wat zachter? Het is al bijna stil."

Een driedubbele verrijking voor mijn bibliotheek. Drie boeken voor nog geen 25 euro, zo wordt het leed van de kosten van De Moor verzacht met de prachtige Grunberg en de onbetaalbare Van Dis. Geweldig attent van mijn omgeving om mij zoveel plezier te geven. Dank!

p.s. Inmiddels heb ik tóch een vermelding van Op de televisie gevonden, Joost Nijsen is ook een gelukkige bezitter!

25 juni, 2007

126 - Bedelboek over Bordewijk

Als boekenverzamelaar ben ik er een groot voorstander van dat mensen mij gratis boeken geven. Er moet toch niets zo leuk zijn voor een boekenbezitter om te weten dat er ergens een verzamelaar is die dolblij is met datgene wat overbodig staat te zijn in andermans boekenkast. Daarom herinner ik met enige regelmaat mensen aan de vreugde van het geven en dat leidt tot een gestage stroom boeken mijn kant op. Maar niet alleen bekenden geven mij boeken, ook bedrijven doen dat.

Als tegenprestatie voor deze ruimhartigheid roep ik de lezers van dit blog op uitsluitend zaken te doen met bedrijven die mij hebben voorzien van gratis boeken.

Dat betekent voor u als lezer het volgende:
En dit zijn nog maar een paar voorbeelden... Afgelopen week was het in elk geval weer raak: ik ontving het jubileumboek van advocatenkantoor Schaap en Partners. Een bedelmail van mij naar het kantoor had direct succes. Het had mij enkele jaren van zoeken kunnen besparen als ik hier eerder op was gekomen. Maar sneupers vragen niet snel om hulp, pas als zij ten einde raad zijn... Gelukkig was Schaap en Partners genereus. Mijn oproep is dus: heeft u een juridisch geschil, meld u zich dan in Rotterdam!

Waarom is dit jubileumboek zo speciaal? Het kantoor Schaap en Partners is de plek waar Bordewijk in zijn advocatenbestaan enkele jaren heeft gewerkt. Hij kreeg een jaar na zijn promotie een plaats als junior bij Mr. J.G. Schürmann, aan de Wijnhaven 48. In 1916 werd het kantoor aan de Boompjes 10 betrokken, en dit is het gebouw dat Bordewijk beschrijft in Karakter: "Een hoog gebouw, smal, een oud herenhuis geweest, hij zag het dadelijk...".

Bordewijk heeft tot 1919 bij Schürmann gewerkt. In het jubileumboek wordt uitgezocht waarom de biograaf van Bordewijk, Reinold Vugs, het in zijn boek uit 1995 verkeerd had; er was verwarring met adresboeken in Rotterdam. Desalniettemin vestigde Bordewijk zich in 1919 als zelfstandig advocaat.

Veel ervaringen uit de jaren bij Schürmann zijn in Bordewijk's werk verwerkt. Zoals de beschrijving van een kantoor, maar ook verschillende van zijn tegenstanders in de rechtszaal zijn zichtbaar in zijn romans of in zijn eigen herinneringen aan de advocatuur (in het boek Geachte Confrère).

Een mooi detail vind ik dat de secretaresse van Schürmann, mevrouw Elizabeth Cornelia Schade, model stond voor juffrouw Te George in Karakter: "En ze gaf hem een hand, het was de eerste handdruk die ze wisselden, haar hand was zo koel van de zee, het voelde verrukkelijk aan." Katadreuffe en Te George horen wel en niet bij elkaar: "Maar die twee jonge mensen waren bestemd elkaar beurtelings aan te trekken." Er is een ontmoeting tussen Katadreuffe en Te George op een mooie dag in de Hoek, samen met Katadreuffe's vriend Jan Maan. Maan beschrijft Te George als volgt: "Wat een schat van een meid zeg... Hoe ken je die?... Is dat iemand van je kantoor?... Een hele dame...".

Kortom, in dit jubileumboek is voor de Bordewijk-liefhebber veel terug te vinden over achtergronden van Bordewijk en over details in zijn werk. Maar natuurlijk ook over de ontwikkeling van het kantoor van Schürmann naar het kantoor Schaap en partners dat nu nog gevestigd is aan de Parklaan 17 in Rotterdam.

Een fraai boek dat een mooie plaats krijgt in mijn Bordewijk-collectie.

19 juni, 2007

125 - Opmars van de papiervisjes

Van links naar rechts: zilvervisje, papiervisje en ovenvisje
Een alarmerend bericht op Nu.nl:
Papiervisje richt vaker schade aan in boekenkast

Uitgegeven: 19 juni 2007 08:32

WAGENINGEN - Nederlanders doen er goed aan de boekenkast in te duiken om te controleren of hun literatuur er nog ongeschonden bijstaat. Volgens het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) in Wageningen is het papiervisje bezig met een opmars.

Het kleine insect is moeilijk te bestrijden en richt vooral grote schade aan in boekenkasten, stelt directeur Nico Vonk dinsdag. Hij bevestigde daarmee een verhaal van soortgelijke strekking in het AD. Het diertje voedt zich met cellulose, een stof die vooral in papier voorkomt. Het doet zich naast oude boeken ook te goed aan behang, foto's en schilderijen. Het papiervisje komt vooral in stedelijke gebieden voor.
Vonk noemt de steeds beter geïsoleerde huizen als oorzaken van de opmars. "Het papiervisje gedijt het best in droge en warme ruimtes. Ze planten zich hier in rap tempo voort." Ook de stijgende temperatuur draagt mogelijk bij aan de opmars van het ongedierte.

Ongediertebestrijder Vonk raadt mensen aan om tweedehands- en bibliotheekboeken uit te kloppen. "De gevolgen zijn pas na langere tijd zichtbaar. Veel mensen zijn zich dus niet bewust van het gevaar en de overlast. Ze denken: ach dat beest sla ik wel dood." Om de beesten te verwijderen is een inzet van een ongediertebestrijder met chemische middelen noodzakelijk. Volgens Vonk kan zo'n behandeling behoorlijk ingrijpend zijn. "Je bent er niet met een chemische behandeling. Het hele huis moet bekeken worden. En als je in een flat of rijtjeshuis woont, moeten alle buren er ook aan geloven."

Wortelvormig
Het lichaam van een papiervisje kan twee centimeter lang worden en ziet er wortelvormig uit. Het visje is familie van het ovenvisje en het zilvervisje.
Op deze site staat dat het rotbeest pas sinds 2002 in Nederland als soort bekend is. Zie hier het artikel waarin de verschillen met de andere soorten worden beschreven. Aanvullende informatie van de website van het KAD:
Papiervisje (Ctenopepisma longicaudatum)

Uiterlijk: Wordt vaak verward met het zilvervisje. Voor het onderscheiden van het verschil is een microscoop nodig. Heeft drie staartdraden. Het papiervisje is ongeveer 13 mm lang. Schade aan etsen, postzegels (eten lijm).
Het papiervisje gedijt het best bij een temperatuur van circa 37 °C. Wordt daarom vooral aangetroffen op warme droge plaatsen, b.v. in de boekenkast of bij de CV.
Een (blok)bestrijding met chemische middelen door een deskundige ongediertebestrijder is noodzakelijk (zie ook bij de duitse kakkerlak). Determinatie van de soort is gewenst.

Zilvervisje (Lepisma saccharina)


Uiterlijk: Heeft drie staartdraden aan het achterlijf. Lengte 7-11,5 mm. Ze zijn meestal een aanwijzing voor een vochtprobleem, zoals een lekkage in gootsteenkastjes, of een ventilatieprobleem.
Bestrijding/wering: Scheppen van een droge atmosfeer in de woning. Bij droog weer zoveel mogelijk luchten.
Het zilvervisje houdt van vochtig en het papiervisje van droog. Maak je een vochtige ruimte droger, of andersom, dan wisselen de beestjes maar het effect is hetzelfde... we zitten in een vicieuze cirkel! Ik zie deze beestjes met enige regelmaat rondkruipen in ons huis. Natuurlijk dood ik ze altijd, maar ze zitten onder vloeren, achter muren en in nissen. Behang hebben we niet, maar dit kan ook een nadeel zijn: misschien komen ze nu nog sneller uit bij mijn prachtige boekencollectie.

Wat moet ik doen? Koel (tegen papiervisjes) en droog (tegen zilvervisjes) houden doe ik al en ik stofzuig regelmatig. Maar wat nog meer? Lijmstroken op de planken leggen zodat ze gevangen worden? Mijn boeken dichtsealen in plastic? Is er een natuurlijke vijand die ik kan loslaten op dit probleem? Hebben andere bibliotheekbezitters nog tips?

Wie redt mijn boeken van deze monsters?

12 juni, 2007

124 - Veilingvreugde

Na een eerdere vergeefse poging heb ik eindelijk - voor de allereerste keer - een slag weten te slaan op een boekenveiling. Ruim anderhalf jaar geleden heb ik geprobeerd drie kavels bij Bubb Kuyper te bemachtigen, maar tevergeefs. Bij die kavels werd ik steeds nipt overboden.

Een paar weken geleden werd de nalatenschap van Harry G.M. Prick geveild bij Bubb. Boekengek schreef er ook al over. In het aanbod zaten een paar prachtige kavels, waaronder één met een boek dat ik per se moest hebben. Het gaat om dit boek:

De uitgave Weet u... van Nescio is gemaakt door Guus Middag en Peter Yvon de Vries voor Lieneke Frerichs, die we natuurlijk allemaal kennen als degene die verantwoordelijk is voor een reeks fraaie Nescio-uitgaven. Zij promoveerde op 9 november 1990 en dat moest gevierd worden, onder andere met dit boekje.

Het gaat in deze uitgave allemaal om dit kwatrijn:

Weet U wie ik gezien heb?
die meneer van de Vami
Hij kocht een Cetem van de Ako
op de Giba in de Rai


Nescio schreef dit kwatrijn in augustus 1955 aan een auteur van een krantenrubriek, als reactie op een stukje over de "afkortingenziekte". Bij de promotie van Lieneke Frerichs konden twee afkortingen niet thuisgebracht worden: Giba en Cetem. Die vraag bleef dus openstaan.
Op de Nescio-pagina's van Bert lees ik dat de oplossing twee jaar later door Maurits Verhoeff is gepubliceerd door Maurits Verhoeff in het artikel 'Correspondentie. Een vraag van Nescio aan Charivarius', in Het Oog in 't Zeil, 9 (1992) 2, p. 57-59.

Het bijzondere aan dit boekje is dat het is uitgegeven in een oplage van slechts 25 exemplaren. Waarmee het dus eigenlijk onvindbaar is, omdat dit aantal in het niet valt bij het aantal Nescio-verzamelaars. Ik had het één keer eerder gezien in een catalogus van antiquariaat Fokas Holthuis. Dat was in het najaar van 1998 en toen kostte het 200 gulden. Ik bewaar oude catalogi omdat deze zo'n handig naslagwerk zijn (en omdat ze een nauwkeurig overzicht van gemiste kansen zijn). Ik heb destijds onmiddellijk met Fokas gebeld, maar viste natuurlijk achter het net. Bijna een decennium later blijk ik deze uitgave alsnog voor een prikkie te hebben gekregen. Op de veiling van Bubb stond dit lot, met enkele andere titels, met een richtprijs van 70-90 euro. Ik bood per mail een hoog bedrag, maar het werd afgetikt op 80 euro. Dat betekent dat dit boekje sinds 1998 relatief in prijs gedaald is. Overigens is dit een oneerlijke vergelijking, want een antiquariaat laat zich niet vergelijken met een veiling. Maar mijn bankrekening blijft dit toch een plezierige constatering vinden.

Veilingen zijn overigens vreselijk. Uit pure zelfbescherming ga ik er niet heen, maar bied ik op basis van de catalogus per email. Want ik weet dat ik anders wordt meegesleept met het bieden en in no-time failliet ben. Dit heeft ook een keerzijde: ik heb bij de laatste veiling op 7 lots geboden - waarvan op een aantal zeker geen misselijke bedragen - maar heb er slechts eentje gehaald. Weliswaar precies die ene die ik per se moest hebben, maar er waren een paar fraaie Bordewijk- en Vestdijk-lots die toch ook wel in mijn boekenkasten thuishoorden.

Gelukkig is de score beter dan de vorige keer, toen haalde ik geen enkel lot binnen. De kop is er af en dit smaakt naar meer. In november is de volgende veiling bij Bubb Kuyper en ik ben er klaar voor...

03 juni, 2007

123 - Uitpakliteratuur

Ik bezit twee titels die gaan over het uitpakken van het eigen boekenbezit. Nu ik zelf eindelijk zo ver ben dat ik mijn verzameling dozen weer omvorm tot een bibliotheek kan ik mij goed voorstellen dat deze bezigheid ook bij anderen heeft geleid tot allerlei overpeinzingen.
Want boeken uitpakken moet zorgvuldig gebeuren en dat betekent dat elk boek op de plek komt waar het hoort. Maar tegelijkertijd is het ook nog een kwestie van het ontdekken wat die goede plek is, en dat betekent voortdurend schuiven met stapels en het herinrichten van planken. Omdat een deelcollectie toch meer boeken bevat dan ik dacht, of omdat een sommige boeken toch niet naast elkaar passen. Gelukkig houd ik trouw lijsten bij van mijn verzameling zodat ik kan controleren of alles er nog is en in welke subcollectie het hoort. Het verrassende is dat ik in de loop van de tijd toch minder precies ben geweest dan gedacht. Ik bleek boeken te hebben die niet op de lijst stonden: ik was rijker dan gedacht.
Maar het omgekeerde was helaas ook waar: ergens tussen de nog niet uitgepakte spullen moeten nog minstens drie titels liggen die tot nu toe spoorloos zijn. Ik weet zeker dat het oude huis leeg is, dus ze zijn meegekomen. Maar in welke doos heb ik ze uiteindelijk ingepakt?

Maar het voordeel van het uitpakken van boeken is dat je weer opnieuw met je hele bezit wordt geconfronteerd en dat elk boek dat je hebt zich weer even laat zien – als een dagenlange parade van grote geesten en mooie veroveringen.

Arthur van Schendel heeft in 1937 een kort essay geschreven: Bij het uitpakken van de boeken. Het zijn zijn overpeinzingen wanneer hij “na vele jaren” zijn boeken uitpakt die hij eens had: “Het is louter vriendschap die men voor alle voelt. Na de eerste ontroering van het wederzien, immers het zijn oude vrienden, die alle tegelijk binnenkomen, onderscheidt men ze weder en vindt hun hoekje in de genegenheid terug.” Van Schendel ziet al zijn boeken, ook die hij in zijn vroegste jeugd had, passeren. En hij vraagt zich af of hij ze alle nog wel zou moeten houden. Slechts enkele uitverkorenen verdienen een hoge status: "Tezamen met de klassieken zijn deze welbeschouwd de bibliotheek, en gelukkig is degene die niet, gretig en onverzadigbaar, alles behoudt wat van de drukpers in zijn huis komt, maar zich weet te beperken tot enkelen, die spreken met een stem. Want bezie de menigte der overigen. Daar staan in rijen romans, die gij gekocht hebt om in den trein niet in slaap te vallen; of omdat er in hun tijd een grote roep van ging; of omdat gij niet langs een boekwinkel kunt lopen, zomin als een ander langs een drankwinkel zonder geld uit te geven.” 

Dat laatste geldt helaas ook een beetje voor mij. Maar daar staat tegenover dat ik ook nu nog kan zeggen dat ik een goede hand heb: het valt wel mee met de “menigte van overigen” in mijn bezit. Maar Van Schendel predikt matigheid en een kritisch oog: “Men kan tevreden zijn met en verzameling van boeken, die de bewondering voor edele geesten waarlijk nodig heeft; voor den een zal een tiental hiervan genoeg zijn, de ander verlangt er honderd. Het zullen alle de boeken zijn, tot welke men steeds terugkeert, waarin men steeds iets ontdekt, en alle in een behoorlijke uitgave.” Zo zie ik het ook graag: niet alleen de belangrijke titels, maar vooral ook in een mooie uitgave.

Walter Benjamin, over wiens leven en boeken ik hier en hier al eens eerder schreef, beziet zijn bezit met het oog van een verzamelaar. In het kleine boekje Ik pak mijn bibliotheek uit schrijft hij – waarschijnlijk in 1931 – over het hoe en waarom van het aanleggen van een boekenverzameling. “Ik moet u verzoeken u met mij te verplaatsen in de wanorde van opengebroken kisten, in de lucht vol houtstof, op de met verscheurde papieren bedekte vloer, tussen de stapels na tweejarige duisternis weer aan het daglicht blootgestelde banden”. Benjamin heeft zijn boeken twee jaar moeten missen, wat ook al veel te lang is natuurlijk. En hij beziet zijn boeken op dat moment als het resultaat van “het toeval en het lot”, waardoor ze uiteindelijk in zijn bezit zijn gekomen. Wat het meest glorieuze moment in het bestaan van het boek was. “Voor de ware verzamelaar betekent de aankoop van een oud boek de wedergeboorte ervan”.
Zoals Van Schendel voorstaat, heeft ook Benjamin een periode van matigheid gekend. “Jarenlang – gedurende minstens het eerste derde deel van haar bestaan – heeft mijn bibliotheek uit niet meer dan twee of drie rijen bestaan, die jaarlijks slechts centimeters groeiden. Dat was haar heldhaftige periode”. Daarna sloeg de inflatie toe – er werden veel boeken gekocht – en dan komt het aan op het vinden van de juiste manier om zaken te doen. “Verzamelaars zijn mensen met een tactisch instinct; hun ervaring leert hun dat, wanneer ze een vreemde stad veroveren, het kleinste antiekwinkeltje een vesting, de meest afgelegen kantoorboekhandel een sleutelpositie kan betekenen”. Het gaat erom dat boeken gered worden door ze op te nemen in je eigen bezit: “Voor de boekenverzamelaar ligt namelijk de ware vrijheid voor alle boeken ergens op zijn boekenplanken”. Zo beschrijft Benjamin ook zijn ervaringen bij veilingen en bij kopen via catalogi.

Maar het ging natuurlijk over het uitpakken van de boeken. Daarover zegt Benjamin: “Niets maakt duidelijk hoe fascinerend dit uitpakken is dan de moeite die het kost ermee op te houden.” Hij herinnert zich de steden en winkels waar hij zijn aankopen heeft gedaan, hij herinnert zich de plekken waar de boeken gestaan hebben. En hij concludeert dat hij een tevreden mens is en dat niet zozeer zijn boeken in hem, maar dat hij in zijn boeken woont.

Ik herken veel in wat beide heren schrijven. En nu ik zelf al mijn boeken weer één voor één door mijn handen laat gaan, realiseer me mijn rijkdom. Niet zozeer in de economische waarde van wat ik bezit, maar vooral in de veelzijdigheid ervan en de individuele schoonheid van de boeken. De schoonheid kan betrekking hebben op de inhoud, maar ook op de uitvoering en soms op allebei. En de schoonheid kan voor mij gelegen zijn in de zeldzaamheid: hoe kleiner en obscurer sommige uitgaven, hoe leuker het is om ze te bezitten. De komende tijd zal ik in dit weblog weer een aantal titels uit lichten, zodat mijn lezers een beetje kunnen meedelen in mijn rijkdom. Twee ervan hebben jullie zojuist ontmoet.

06 mei, 2007

122 - Weinig aanwinsten, maar wel groot nieuws uit Parijs

April is een wat slappe boekenmaand geworden. Dat heeft verschillende redenen: mijn boeken zijn na mijn verhuizing nog steeds niet uitgepakt, door het klussen in het nieuwe huis heb ik geen gelegenheid gehad voor het doen van aankopen en het was bovendien ook veel te warm. Behalve de maandelijkse uitgave van Literaire Juweeltjes (ik kom toch elke dag langs een Brunavestiging) is het dus redelijk mager gebleven.

Dat wil zeggen: er kwam goed nieuws uit Parijs. Zoals ik in een eerder bericht schreef, heb ik tijdens een signeersessie de toezegging van Adriaan van Dis gekregen dat hij een exemplaar van Een nieuwe politiek naar mij zou opsturen. Bovendien liet hij weten dat onlangs Onzichtbare stranden was verschenen, een bibliofiele uitgave samen met Pieter Bijwaard. Die moest ik hebben natuurlijk.

Van Dis is inmiddels zijn toezegging nagekomen: een paar dagen al na de Haagse signeersessie ontving ik een envelop uit Parijs. In die envelop mijn langverwachte exemplaar van Een nieuwe politiek, gesigneerd en voorzien van een briefje: "voor uw verzameling". Een dag later plofte Onzichtbare stranden in mijn brievenbus. Nou ja, plofte: het boek is van zodanige omvang dat het niet door de brievenbus past. Daarnaast laat ik een boek van 145 euro liever niet ploffen. Ik neem het voorzichtig in ontvangst en leg het dan zorgvuldig op een veilige plek.


Ik heb het bij herhaling gezegd, maar volgens mij heb ik nu écht alles van Van Dis in huis (hoewel ik dat ten onrecte al eerder dacht, zie hier mijn lotgevallen: deel 1, 2 en 3). Wie meent dat ik nog titels mis, wordt verzocht zich te melden.

Omdat ik zo blij was met beide titels heb ik Van Dis een briefje gestuurd om hem te bedanken (voor de gesigneerde versie van Een nieuwe politiek) en te feliciteren (met de fraaie uitgave van Onzichtbare stranden). Ik heb een boek van eigen makelij bijgevoegd, met opdracht natuurlijk. Want als ik een gesigneerde Van Dis krijg, heeft hij recht op een gesigneerde Sneuper. Als reactie daarop kreeg ik een buitengewoon vriendelijk kaartje uit Parijs. Van Dis beloofde mijn boek te zullen lezen.

Zo kreeg een slappe aprilmaand toch nog een feestelijk tintje. Ik durf de stelling aan dat Van Dis behoort tot de meest vriendelijke en toegankelijke auteurs die er zijn. Ik blijf hem volgen, ook bijvoorbeeld in Buitenhof van 6 mei 2007 waar hij over de Franse verkiezingen vertelt.

Inmiddels zijn de eerste verhuisdozen uitgepakt dus ik heb goede moed dat mei weer een boekiger maand wordt dan april.