Posts tonen met het label catalogus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label catalogus. Alle posts tonen

08 april, 2025

359 - Büch op de inboedelveiling

Het heeft zin om overal oplettend te zijn op boeken die je zoekt. En niet alleen de standaardplekken zoals boekenveilingen of antiquariaten. Maar ook kringloopwinkels, vrijmarkten, Marktplaats natuurlijk en ook inboedelveilingen. Want veel inboedels bevatten ook boeken, en dat betekent dat de meeste inboedelveilingen ook kavels met boeken bevatten. Duidelijk is alleen dat daar niet de expertise van de veilinghuizen zit: als je alles verkoopt, dan ben je uiteindelijk nergens in gespecialiseerd. Dat leidt tot een mooie breed aanbod, en een vergrote kans op aangename verrassingen. 

Ik scroll altijd trouw door de catalogi heen, gelukkig is het meestal mogelijk om te selecteren op de kavels met boeken. Meestal zijn dit kavels met historische boeken - vaak uit de omgeving  waar het veilinghuis staat: zo vind je bij veilinghuis Ald Fryslân veel 17e-20e eeuwse Friese boeken en bij het veilinghuis Korendijk vind je een vergelijkbaar Zeeuws aanbod. Daarnaast vaak verzamelkavels met niet nader genoemde dozen of stapels 17e- en 18e eeuwse boeken, in de praktijk vaak theologie. Soms valt het echter mee. Bijna 10 jaar geleden vertelde ik al eens over mijn mooie vondsten bij Veilinghuis Timothy en recenter bij een zogenaamd notarishuis waar ik mijn slag sloeg.

Maar dat zijn toch de uitzonderingen. Het komt eigenlijk zelden voor dat er bij al die inboedelveilingen iets tussenzit in mijn belangstellingsgebied. Recent werd mijn moeite van het eindeloos scrollen echter toch weer eens beloond. In een veiling werd namelijk de luxe editie van de integrale catalogus van de veiling van de bibliotheek van Boudewijn Büch bij Bubb Kuyper aangeboden.

De luxe catalogus

Na het overlijden van bibliofiel en verzamelaar Boudewijn Büch (op 23 november 2002 - het is langer geleden dan het voelt) werd zijn bezit in verschillende delen geveild. Zijn boeken en manuscripten bij Bubb Kuyper en veel van zijn overige bezittingen en verzamelobjecten bij Sotheby’s. In het prille begin van dit blog schreef ik daar al over. Dit blog startte namelijk in juli 2004 en de eerste van de drie veilingen bij Bubb Kuyper vond in november 2004 plaats. Voor mij als beginnend blogger waren het hoogtepunten, zeker toen ik later alsnog de hand legde op een aantal boeken uit de bibliotheek van Büch zelf. In het tijdschrift Literatuur verscheen overigens een mooi artikel over de aanpak van deze veiling uit de mond van Jeffrey Bosch.

Voor elk van de drie veilingen verscheen een aparte catalogus, waar overigens toen al zoveel belangstelling voor was dat er meer exemplaren dan gebruikelijk van werden gedrukt. Het was echter vanaf het begin al de bedoeling dat er uiteindelijk een luxe in linnen gebonden editie zou verschijnen van de drie catalogi samen, voorzien van inleidingen en een omvattende index in een beperkte en genummerde oplage. In de woorden van Jeffrey Bosch voorafgaand aan de veilingen: “Dat wordt een monumentje”.

Deze luxe catalogus stond al heel lang op mijn lijstje. En op die van andere verzamelaars, waardoor het steeds een vrij dure uitgave bleef. Regelmatig werden er exemplaren geveild, zoals bij Bubb Kuyper zelf waar onlangs een exemplaar werd afgeslagen op 150 euro. Bij Catawiki gaat het om vergelijkbare bedragen. Dat bedrag ligt niet ver onder de originele prijs van 195 euro waarvoor het destijds te bestellen was.

Het is niet dat ik er geen 150 euro voor over heb - integendeel zelfs. Alleen was het er nog niet van gekomen het een keer te kopen, andere boeken hadden steeds voorrang. Met enige jaloezie keek ik soms in boekenkasten van medeverzamelaars waar dit monumentje stond te pronken en ik nam mij dan steevast voor dat het er nu toch echt eens van moest komen.

Ik was dan ook erg blij toen ik dit boek in de catalogus van een inboedelveiling voorbij zag komen. Daar stond het dan, in mooie staat en voor een heel vriendelijke minimumprijs: bieden vanaf 60 euro. Ik vertoonde alle tekenen van verzamelaarsstress toen ik het zag: verhoogde hartslag, trillende handjes, al die dingen die gebeuren als je ineens een buitenkansje tegenkomt. En de vraag: zou het? Zou ik het kunnen kopen voor die prijs? Wat is de kans? Ik besloot niet meteen te bieden, maar te zien of er überhaupt belangstelling voor was. De hele week in aanloop naar de veiling gebeurde er niets. Op andere kavels werd geboden, maar op deze niet. Een kwartier voor afloop van dit kavel (het was een zogenaamde timed online veiling, met elke paar minuten een paar kavels tegelijk die afliepen) deed ik een maximumbod, waardoor ik de eerste bieder was voor 60 euro. En een kwartier later bleek ik ook de enige bieder te zijn. En voor 60 euro (76,80 inclusief veilingkosten) was de catalogus vervolgens voor mij. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die voor dit bedrag deze luxe catalogus hebben kunnen aanschaffen. 

Mijn exemplaar

Eindelijk had ik dan de kans mijn eigen exemplaar van dit monumentale werk in de kast te zetten. Ik heb nummer 31 van 250 gekocht. En wat zie ik dan als ik er doorheen blader? Allereest natuurlijk de inleidingen uit de drie afzonderlijke catalogi (Gert Jan Bestebreurtje, Diederik van Vleuten, Gerrit Kleis, Erica Reijmerink, Thijs Blankevoort en natuurlijk Jeffrey Bosch), en in dit boek van 2,7 kilo vervolgens 875 pagina's tekst en 116 pagina's afbeeldingen. Het boek zelf heeft een stofomslag in matzwart en op de cover staan de twee naambordjes van Büch’s bibliotheken. Uit de beschrijving van het BüchMania InfoBulletin, onder redactie van Louis Schouten komt de volgende beschrijving: "Op het achterplat prijken de twee B’s van Boudewijn’s vignet, dat oorspronkelijk speciaal voor hem ontworpen is door Helmut Salden. Het boek zelf is gebonden in vol blauw linnen met zilveren betiteling op de rug. Leeslint in donkerblauw. De bronvermelding en naslagwerken (vooral deze opsomming is zeer indrukwekkend) en het trefwoordenregister geven een enorme meerwaarde tenzij je vlekkeloos weet welk item in welke van de drie oude catalogi staan. De omslagen van de oorspronkelijk catalogi zijn niet opgenomen in deze band. Nieuw is ook het voorwoord van Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort. Ieder exemplaar krijgt ook een origineel genummerd veilingstrookje met de afbeelding van de dodo mee. Heel subtiel is de leuke verweving van het logo van Bubb Kuyper en Boudewijn (BK en BB) naast elkaar op de schutbladen in blauw.”

Dat originele genummerde veilingstrookje ontbreekt helaas in mijn exemplaar. Maar buiten dat is het een enorme rijkdom om dit boek nu te bezitten. Van pure vreugde kocht ik nu ook maar de Sotheby-catalogus van de veiling van de overige bezittingen van Büch. Met 104 pagina’s aanmerkelijk dunner dan de andere catalogus. 

In deze laatste catalogus zijn veel zaken terug te vinden die velen nog wel kennen uit de televisie-optredens van Büch. Zoals veel zaken gerelateerd aan natuurwetenschappen, reizen, Goethe, Napoleon, enzovoorts. Bijvoorbeeld kavel 46, een Swatch horloge met afbeelding van Napoleon (200-300 euro), een opgezette koningspinguin (kavel 67, 700-900), de befaamde Rolling Stones-jas die ook op de voorkant van de catalogus staat (kavel 144, 1000-1200) en een kastje met 10 dodo-beeldjes (kavel 83, 500-700). Het beroemde dodo-botje dat geen dodo-botje was is samen met een selectie uit zijn bezit buiten de veiling om overgedragen aan Teylers Museum. 

Moraal van dit verhaal: houd je ogen open, want op de meest onverwachte plekken vind je de grootste schatten.

11 december, 2020

310 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (3) - de bibliotheek van Johan Polak

Bibliofielen zijn altijd nieuwsgierig naar het boekenbezit van andere bibliofielen. Vandaar mijn fascinatie voor de bibliotheek van Adri Offenberg waar ik nu al het derde blog over schrijf, maar ik heb bijvoorbeeld in het verleden ook de veilingcatalogi van de bibliotheken van Boudewijn Buch en Gerrit Komrij gekocht om een beeld te krijgen van hun boekenbezit. In de bibliotheek van Adri Offenberg vond ik een mooie verrassing: de tweedelige veilingcatalogus van de veiling van het boekenbezit van Johan Polak.

De veiling werd in 1993 verzorgd door het helaas niet meer bestaande veilinghuis Beijers in Utrecht. Het is enkele jaren geleden opgegaan in het Venduhuis Utrecht, maar ook dat heeft de activiteiten intussen gestaakt.

Johan Polak en zijn bibliotheek

Johan Polak (1928-1992), de legendarische uitgever met een prachtig fonds aan klassieke uitgaven, boekenliefhebber, verzamelaar, oprichter van Athenaeum Boekhandel en nog veel meer. Er is veel over hem geschreven en vaak is geprobeerd om ook de verborgen kanten van zijn leven aan het licht te brengen. Toch raakt onvermijdelijk iemands naam langzamerhand vergeten. In 1998 schrijft Toon Möller dat na zijn dood en de veiling van de boeken "een zachte motregen van vergetelheid over Johan Polak [begon] te vallen." Toch blijft Polak de verbeelding prikkelen. In 2017 verscheen de biografie over het leven van Johan Polak van de hand van Koen Hilberdink, die eerder in 2012 ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van uitgeverij Athenaeum, Polak & Van Gennep het boekje Boekenmanie schreef, over de geboorte van Johan Polak als uitgever. In een artikel in Vrij Nederland uit 2008 over "het raadsel Johan Polak" wordt een fraai beeld van zijn leven gegeven.

Duidelijk was dat de bibliotheek van Polak bij zijn leven verboden gebied was voor iedereen behalve Polak zelf. In het artikel in Vrij Nederland staat een mooie anekdote van Jan Siebelink, die Polak als zijn leermeester beschouwde:

(een deel van) de Polak-bibliotheek
Omdat Polak een hypochonder was en omdat hij graag overdreef, geloofde niemand hem als hij weer eens zei dat hij op het punt stond dood te gaan. Maar hij was wel degelijk ziekelijk, ondervond Siebelink. ‘Ik at eens bij hem in zijn villa in Muiderberg en toen ik tegen een uur of tien weg wilde gaan, zei hij: ik wil dat je blijft. Hij had pijn doordat hij niet kon plassen, hij bleef een halfuur weg en dan had hij er weer een druppel uitgeperst. Ik heb ’s nachts bij hem gewaakt. Toen hij was ingedommeld, ben ik zijn bibliotheek binnengegaan, die grensde aan de slaapkamer. Verboden gebied, al helemaal zonder witte handschoenen. Ik heb de kostbaarste boeken bekeken, onder andere een plaquette van Mallarmé, gedichten geïllustreerd door Édouard Manet. Er waren nog maar twee gave exemplaren van op de wereld: één in de bibliotheek van het Vaticaan, en één bij Johan Polak. De volgende dag belde hij me, niet om me te bedanken voor mijn goede zorgen, maar om me streng te berispen. Ik had de boeken kennelijk niet helemaal tot op de millimeter ingeschoven. Hij wist precies waar ik met mijn vingers aan gezeten had.’

In De parelduiker schreef antiquair Steven Bakker in 1998 ook over de "mythische bibliotheek" van Polak, waar hij één keer mocht binnenkomen. Hij leverde regelmatig boeken aan Polak. Over de collectie Polak zegt hij: "Polak was een hartstochtelijk liefhebber geweest, hij verzamelde niet op compleetheid, hij kocht wat hij mooi vond, to please himself."

De veiling bij Beijers

Het lijkt erop dat het door Siebelink stiekem aangeraakte boek nummer 382 van de veiling was, de uitgave L'après-mide d'un faune uit 1876. Edouard Manet wordt hierbij genoemd. Geschat op 5.000 tot 6.000 gulden bracht het uiteindelijk 11.000 gulden op, het dubbele dus. Verder stonden er 2.056 andere nummers in de catalogus, in twee delen gepubliceerd. In de door mij gevonden exemplaren vond ik nog wat extra's: een losse index van de kavels (met sorteringen op soort (klassieken, series vertalingen), auteurs, uitgevers, drukkers, binders, etc., een opbrengstenlijst van de veiling en een verdrietig kaartje van het veilinghuis met de mededeling dat alle biedingen van Adri Offenberg bij deze veiling helaas werden overboden. Welke biedingen dat waren is niet meer te achterhalen, in de catalogi stonden in elk geval geen aangekruiste nummers of andere vermeldingen die een indicatie geven van titels waar Adri Offenberg (of de bibliotheek die hij vertegenwoordigde) belangstelling voor had.

In het eerder aangehaalde artikel in De parelduiker is Steven Bakker vrij duidelijk (en dodelijk) over de opzet van de veiling én de catalogus. Steven Bakker zegt: 

Het zal wel altijd een raadsel blijven waarom de Stichting Johan Polak heeft besloten de ‘volledige’ bibliotheek, op de collectie literaire autografen na, in haar geheel te laten veilen bij het Utrechtse veilinghuis Beijers. (...) De totale opbrengst, meer dan twee miljoen gulden, had dus hoger kunnen uitkomen als de stichting zich terdege had voorbereid, als zij zich uitvoeriger had laten adviseren, als zij de tijd had genomen. Slechts vijfentwintig boeken werden afgehamerd op tienduizend gulden of meer. (...) Beide veilingcatalogi blonken niet bepaald uit in kwaliteit. Ze waren verlucht met slechts 21 kleurenfoto's en 18 zwartwit-opnamen; de indeling was rommelig, de lengte van de beschrijvingen liet te wensen over, de richtprijzen waren bijzonder laag en niemand had zich er om bekommerd een inleiding op de bibliotheek of een fotoportret van de eredoctor zelf op te nemen. Uit niets bleek dat er ook maar enige extra zorg was besteed aan beide bijzondere veilingcatalogi, waarvan de oplage maar liefst 4300 exemplaren bedroeg. Alles duidde op een haastklus, die bovendien natuurlijk weer niets had mogen kosten. Johan Polak, de uitgever van bijzonder fraai vormgegeven boeken, moest eens weten welk een ‘eerbetoon’ hem ten deel was gevallen! Zowel de Stichting Johan Polak als het veilinghuis Beijers heeft een unieke kans voorbij laten gaan om deze omvangrijke boekenschat - ‘the bibliophile life-work of the collector’, zo staat op de titelpagina van de eerste catalogus te lezen - volledig tot zijn recht te laten komen, om hem voor de allerlaatste maal te laten schitteren.

Kort verslag in Trouw, 14-5-1993
Als ik de opbrengstenlijst naast de veilingcatalogus leg, kan ik mijn ogen toch nauwelijks geloven. Ik wist al dat de veiling van de boeken een recordopbrengst opleverde, het tienvoudige van wat was beoogd (en dus waren de richtprijzen inderdaad veel te laag). Maar het ging in een aantal gevallen echt heel hard. Geen wonder dat er voor Adri Offenberg niets te halen was. Het eerste nummer op de veiling, een humanistisch handschrift met een tekst van Cicero, was geschat op 3.000 tot 4.000 gulden. Het werd afgehamerd voor 35.000 gulden, inderdaad tien keer zoveel. Nou, dan is de toon voor de veiling wel gezet. Nummer 2, een handschrift met een tekst van Juvenalis ging bijna net zo hard: geschat op 5.000 tot 6.000 gulden, werd het afgehamerd op 48.000. Ik kan mij zo voorstellen dat er binnen een paar minuten na de start van de veiling een tevreden veilingmeester, een opgewonden zaal en heel veel teleurgestelde boekenliefhebbers waren die hadden gehoopt een boek uit de bibliotheek van Johan Polak te bemachtigen. Ook ik zou dat graag gewild hebben, net zoals ik blij ben met boeken uit de bibliotheek van Boudewijn Büch en die van Gerrit Komrij. De veiling van de bibliotheek van Büch (in 2005) brachten trouwens ook veel meer op dan vooraf gedacht, die van Komrij in 2012 daarentegen minder dan gedacht. Het bezit van een boek uit het bezit van Büch, Polak, Komrij of Offenberg (of uit die van de Nijhoffs) voelt als een eerbetoon aan een bijzondere boekenliefhebber en geeft extra betekenis aan het boek als je weet dat het ooit in zo'n bibliotheek heeft gestaan. In het geval van de veiling van de boeken van Polak zou dat blijkbaar een kansloze missie zijn geweest. Hoewel: niet alles is verkocht, er van uitgaande dat alle ontbrekende nummers op de opbrengstenlijst niet verkocht zijn: ik had nog nummer 42 kunnen kopen, een postincubel gedrukt door Aldus in 1523, geschat op 300-400 gulden. Of nummer 1382, het verzameld werk van Marsman in 3 delen, voor 200-250 gulden. Van de 12 nummers van Albert Verwey bleven er trouwens 7 onverkocht, voor deze dichter was in 1993 al weinig belangstelling meer. De gedachte dat ik voor zo'n 300 gulden een Aldus-uitgave had kunnen hebben is trouwens wel onverdraaglijk...

Gerrit Komrij mijmert trouwens zelf ook over de veiling van de boeken van Polak. In Halfgod verzamelaar staat een stukje uit 1992. Komrij zegt:

Moet, na mijn dood, een collectie die met noeste vlijt is verzameld, die het unieke stempel draagt van mijn persoonlijkheid en die, op die manier, nooit meer bij elkaar komt, op de wind verwaaien? Moet die niet ondergebracht worden in een bibliotheek, op een instituut, in een stichting, zodat er niet nóg eens iemand zo veel energie in hoeft te investeren en ze voor iedereen beschikbaar blijft? (...) Maar er zijn ook gevaren. (...) Dat de ijdelheid van de collectioneur, na diens dood, groter blijkt dan de waarde van zijn verzameling. Moet ik, zeggen de aanhangers van de andere richting, jonge en nieuwe verzamelaars niet juist hetzelfde recht en dezelfde kans gunnen op de verwerving van zeldzame erken als ik tijdens mijn leven heb gehad? Dezelfde momenten van spanning en angst in de veilingzaal? Draag ik daarmee de gezegende fakkel van het bibliofiele jachtinstinct niet verder? Wordt door een eeuwigdurende hergroepering niet het gehalte van alle verzamelingen vergroot? (...) Ik weet niet wat ik er op mijn sterfbed van zal denken, maar zolang ik nog verzamel, is het duidelijk dat ik naar de laatste zienswijze neig. Uit eigenbelang.

Komrij voegde de daad bij het woord en maakte al afspraken over de veiling van zijn boeken voor zijn overlijden. En ook de boeken van Büch en Polak zijn onderdeel geworden van de "eeuwige hergroepering". Een bijzonder geval uit de veiling van Polak's boeken is nog een auteursexemplaar van Elsschot's Villa des Roses uit 1913, met een opdracht aan Anna van der Tak. Door Beijers in de catalogus gezet voor 400 tot 600 gulden werd het afgehamerd op 21.000 gulden (!!). Zo ongeveer het veertigvoudige dus. Zestien jaar later werd hetzelfde boek geveild bij Bubb Kuyper. Het stond daar in de catalogus voor 20.000 - 25.000 euro (ruim het dubbele, als je de overgang van guldens naar euro's er in verwerkt). Het werd geveild voor € 18.500,-. Overigens vertelt het Belgische Knack dat dit exemplaar nu in bezit is van Thijs Wierema. Zij slaan de veiling bij Bubb over als het gaat om de route van de veiling van Polak naar de bibliotheek van Wierema. Was het dan toch een ander boek bij Bubb?

De veilingcatalogi weerspiegelen verder het beeld dat al bestond van het boekenbezit van Johan Polak. Veel klassieke auteurs, luxe uitgaven, zeldzame uitgaven en een breed spectrum aan literaire werken van over de hele wereld. Met per land ook nog deelcollecties van auteurs (zoals bij de Duitstalige literatuur Hugo van Hoffmansthal en Franz Kafka, bij Nederlandstalige literatuur voor 1880 Joost van den Vondel en literatuur na 1880  Louis Couperus (waarvan een in perkament gebonden eerste druk van De boeken der kleine zielen, in vier delen werd afgehamerd op 3.000 gulden bij een richtprijs van 700-800 gulden. Een vergelijkbaar exemplaar bracht in 2009 bij De Eland/Van Gendt 7350 euro op).

Nog meer catalogi

Naast dit inkijkje in het boekenbezit van Johan Polak heb ik recent nog wat andere boekencatalogi aan mijn collectie boeken over boeken toegevoegd. Bij de boeken van Adri Offenberg stond ook nog de Catalogus van boeken uit de nalatenschap van Jan van Krimpen. Dit werkje is in 1966 uitgegeven door de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UBA), en dan is het maar een kleine stap naar de boekenkast van Adri Offenberg als voormalig conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, die is ondergebracht bij de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Het is een vrij droge opsomming van de boeken die nu in de UBA zijn opgenomen, zonder verdere toelichting of commentaar. Dit boekje stond naast een verwante uitgave: Jan van Krimpen 1892-1958. Een keuze uit de collectie. Samengesteld door Mathieu Lommen en uitgegeven door de Universiteitsbibliotheek in 1992. De beroemde typograaf en grafisch ontwerper Jan van Krimpen had na zijn plotselinge overlijden in 1958 zijn archief, correspondentie en handschriften aan de UBA nagelaten, en bovendien kreeg de UBA de mogelijkheid als eerste te kiezen uit zijn boekerij. In de inleiding bij de uitgave van 1992 staat:

De overige boeken - ca. 300 uit typografisch oogpunt of anderszins opmerkelijke en zeldzame werken - werden door de Vereniging van Vrienden van de UBA aangekocht en op de jaarvergadering van 25 februari 1962 door de toenmalige voorzitter, Mr. A.J. d'Ailly, als geschenk no. 37 aan de UB overgedragen. Van dit geschenk verscheen in 1966 een door mevr. E.W. Theissen samengestelde catalogus.

Mij lijkt dat de genoemde uitgave van E.W. Theissen de catalogus is die ik heb gevonden, want die is uit 1966, zo blijkt uit de titelpagina. Er wordt echter nergens vermeld wie de opsteller is, maar het lijkt mij sterk dat er meer dan één catalogus in dat jaar vanuit de UBA is verschenen over de boeken van Jan van Krimpen. In de uitgave uit 1992 wordt een breder beeld gegeven van de collectie Van Krimpen: niet alleen boeken uit zijn bibliotheek, maar ook andere uitgaven van en over Van Krimpen die aanwezig zijn in de UBA. Terzijde: Mathieu Lommen, de samensteller van de uitgave uit 1992, kennen we natuurlijk ook als samensteller van het jubileumboek over Stichting de Roos waarvan ik twee exemplaren in de kast heb staan: de handelseditie en de gelimiteerde uitgave voor leden van Stichting de Roos.

Tot slot kocht ik zelf onlangs via Marktplaats het boekje Een gedenksteen voor Plantijn en Van Raphelingen te Leiden (1965) van E. van Gulik en H.D.L. Vervliet. In dit boekje wordt ingegaan op de pioniersrol van Christoffel Plantijn en zijn schoonzoon Franciscus van Raphelingen voor het ontstaan van een drukkers- en boekhandelscultuur in Leiden. Het verscheen bij de onthulling van de plaquette in de Vrouwensteeg in Leiden, waar nu sociëteit Minerva is gevestigd. In dit boekje - uitgegeven door uitgeverij E.J. Brill, waarvan de oprichter was getrouwd met een achterkleindochter van Plantijn - is opgenomen de Catalogvs Librorvm residvorvm Tabernae Raphelengianae, oftewel de veilingcatalogus uit 1619 van de boeken na opheffing van de uitgeverij/boekhandel, die na de dood van Franciscus van Raphelingen nog door zijn kinderen was voortgezet. Interessant is dat de boeken in de catalogus zijn gesorteerd op thema en daarbinnen op formaat. Zo is bijvoorbeeld de eerste categorie bij Theologie "In folio", het grootste formaat. En dan gaat het via quarto en octavo naar duodecimo/decimosexto. Vervolgens bij de juridische boeken hetzelfde. Het gevolg is bijvoorbeeld dat de theologische boeken van Franciscus Haraeus niet bij elkaar staan, maar deels bij folio en deels bij duodecimo. Voor catalogi uit die tijd trouwens geen ongebruikelijke manier van werken, maar ik heb liever een catalogus die is ingericht op thema en op auteur. Zelfs al is het zo’n lelijke uitvoering als de veilingcatalogus van de veiling van de boeken van Johan Polak.