29 augustus, 2006

106 - Over Potok en verwante auteurs

Bibliofilos schreef in een recent bericht over haar ontdekking van de helaas overleden schrijver Chaim Potok, waarvan ze een door een vakantieganger in Griekenland achtergelaten boek vond. Ik geniet altijd erg van de bijdragen van Bibliofilos: zij struint over haar Griekse eiland en laat zich verrassen door wat reizigers aan literatuur achterlaten, en doet soms de mooiste vondsten. Gelukkig schrijft ze er vervolgens uitvoerig over. Het leuke is dat ik tijdens mijn vakantie ook een boek van Potok bij me had, namelijk de door hem (mede) geschreven biografie van Isaac Stern, Mijn eerste 79 jaar. Helaas voor Bibliofilos-achtige zoekers in Hessen en omgeving: ik heb het daar niet achtergelaten.

Het ontroerde me dat Bibliofilos nu pas Potok ontdekte. Zoals één van de schrijvers in de reacties op haar bericht zei: je bent te benijden als je nu pas de wereld van Potok binnenstapt. Je stapt in een wereld die je niet kent, mysterieus, met strikte codes, met onbekende waarden en met hele mooie verhalen en geschiedenissen, met Europese wortels en Amerikaanse actualiteit.

Ik lees Potok al heel lang. Mijn eerste aankoop van een boek van hem was op 1 september 1989. Dat zou een paar jaar later mijn trouwdag worden, maar dat wist ik toen nog niet. Wel heel mooi bijpassend is de titel van het boek dat ik toen kocht: De belofte (The promise). De belofte behoort samen met Uitverkoren tot het mooiste dat Potok heeft geschreven. Dat neemt niet weg dat zijn andere werk ook verrukkelijk is. Daarom heb ik destijds besloten alles van Potok te kopen - zo gaat dat met verzamelaars. En ik heb het allemaal in vertaling gekocht, want het werk van Potok werd trouw door uitgeverij Bzztôh in Nederland uitgegeven, soms zelfs voordat de boeken in die vorm in het Engels werden uitgebracht. Kennelijk bestond er een uitstekende band tussen Potok en Bzztôh die tot menig primeur leidde. Dit geldt bijvoorbeeld voor de titels Het cijfer zeven, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van uitgeverij Bzztôh en een bundeling van oudere maar niet eerder in samenhang gepubliceerde korte verhalen is. En ook voor het verhaal Op zoek naar Ruth, ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van de uitgeverij verscheen.


Twee decennia verzamelen leverde het volgende op (ja, in dit stukje staan foto's uit mijn eigen bibliotheek!):
Uitverkoren. Bzztôh, 1989. 7e druk. Gekocht op 3 april 1990.
De belofte. Bzztôh, 1989. 3e druk. Gekocht op 1 september 1989.
Mijn naam is Asjer Lev. Bzztôh, 1989. 4e druk. Gekocht op 25 augustus 1990.
In den beginne. Bzztôh, 1990. 2e druk. Gekocht op 28 maart 1990.
Omzwervingen. Bzztôh, 1989. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Het boek van het licht. Bzztôh, 1988. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Davita's harp. Bzztôh, 1989. 5e druk. Gekocht op 19 april 1990.
De gave van Asjer Lev. Bzztôh, 1990. 1e druk. Gekocht op 12 juli 1990.
Het cijfer zeven. Bzztôh, 1990. 1e druk. Uitgave t.g.v. 20-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 25 april 1990.
Het stof der aarde. Bzztôh, 1991. 1e druk. Gekocht op 25 mei 1991.
De troop-leraar. Bzztôh, 1992. 1e druk. Gekocht op 20 november 1992.
Het kanaal. Bzztôh, 1993. 1e druk. Gekocht op 22 november 1993.
De hand van de golem. Bzztôh, 1995. 1e druk. Gekocht op 18 juni 1995.
De familie Slepak. Bzztôh, 1996. 1e druk. Gekocht op 30 juni 1996.
Isabel en andere verhalen. Bzztôh, 1998. 1e druk. Gekocht op 25 maart 1996.
Isaac Stern. Mijn eerste 79 jaar. Bzztôh, 1999. 1e druk. Gekocht op 23 juni 2006.
Op zoek naar Ruth. Bzztôh, 2000. 1e druk. Uitgave t.g.v. 30-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 29 maart 2000.
De arkenbouwer. Bzztôh, 2001. 1e druk. Gekocht op 19 december 2001. Dit was het laatste boek van Potok voordat hij in 2002 overleed.
Potok heeft ook twee kinderboeken geschreven:
Mijn vriend de boom. Bzztôh, 1993. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht in 1993.
Mijn oom de piloot. Bzztôh, 1996. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht op 30 oktober 1996.
En als achtergrondinformatie heb ik er nog bij staan:
Bzzlletin, november 1986, Joods Amerikaanse literatuur. Bzztôh, 1986.

Ik heb van al Potok's boeken genoten. Ik was erg onder de indruk van Omzwervingen omdat het me voor het eerst een goed beeld gaf van de geschiedenis van het Joodse volk vanaf het begin van onze jaartelling en het ontstaan van diverse Joodse tradities. Ook gaf het een nieuwe blik op het Oude Testament. Heel knap is dat Potok in dat boek de Tweede Wereldoorlog in één alinea afdoet, dat maakt meer indruk dan dat daar pagina's over worden vol geschreven. Maar ook de Asjer Lev-boeken zijn geweldig, zijn beschrijving van de Stalin-tijd in De familie Slepak is indrukwekkend door de onderkoeldheid, en zo heeft elk boek zijn eigen kwaliteit.

In een reactie op de reacties vroeg Bibliofilos welke aan Potok verwante schrijvers er aan te raden zijn. Genoemd werd al Isaac Bashevis Singer (lees Shosha!), maar ik wil daar nog twee namen aan toevoegen.

Als het gaat om het schrijven over orthodox-Joodse milieus is de inmiddels ook al overleden Henry Roth een must. Lees zijn magistrale boek Noem het slaap (Call it sleep) en word overtuigd. Henry Roth is de man met het langste writer's block dat ik ken: tussen zijn eerste (Call it sleep) en tweede roman (A star shines over Mt. Morris Park. Mercy of a rude stream, volume 1) liggen ruim 60 jaren. Call it sleep had een lange aanloop naar succes nodig, het werd een bestseller in de jaren '60, nadat het 30 jaar min of meer vergeten is geweest. De vertaling die ik heb stamt uit 1966, de uitgave zelf is van Bzztôh uit 1989, toen er weer een korte Roth-opleving was. In 1996 heeft Bzztôh een nieuwe druk uitgebracht.
Van The Ledge neem ik de volgende omschrijving van het boek over: "Gebaseerd op herinneringen en indrukken, die de jonge Roth had van zijn aankomst in New York en zijn eerste jaren daar, beschrijft hij minutieus de prille jeugdjaren van de gevoelige jonge mysticus David Schearl. De roman is opgedeeld in vier delen, ofwel boeken met eigen titels, die tegelijkertijd de verschillende stadia in het leven van David symboliseren. 'De kelder' in hun eerste huis in Brooklyn is synoniem aan angst, donker en vuil, 'Het schilderij' vertegenwoordigt het verleden, 'De gloeiende kool' is voor hem het goddelijk licht, waar hij naar op zoek is, en het laatste boek 'De rail', waar hij zich bijna electrocuteert door een lepel op de rails van de tram te leggen, is de plaats waar hij verlost wordt van zijn angsten en zijn verleden, dat vraagtekens kent omtrent zijn afkomst en juiste geboortedatum, ook bij Roth is dat het geval. De relatie met zijn vader is slecht, vandaar dat hij zijn heil zoekt bij zijn moeder, een door taalproblemen geïsoleerd levende vrouw." Noem het slaap is kortom een machtig, mooi geschreven en indrukwekkend boek, dat je gelezen móet hebben. Een onvervalste klassieker.

De tweede naam is van een auteur die ook in Nederland bij Bzztôh debuteerde, maar zijn meeste boeken bij Vassalucci publiceerde maar inmiddels is overgedaan aan Rothschild & Bach: Meir Shalev.
Meir Shalev schrijft niet over orthodox-Joodse milieus zoals Roth en Potok, maar zijn boeken geven wel een mooie kijk op het Joodse leven in Israël en Palestina. Zijn eersteling in Nederland, Een Russische roman, zorgde dat ik dagen van de kaart was. Zó prachtig geschreven, zó schitterend taalgebruik. Shalev schrijft dromerig, maar duidelijk. De beschrijvingen die hij gebruikt - van mensen, plaatsen, dingen - zijn schitterend. Zijn verhalen zijn fantasie, zonder bizar te worden, hoewel zeker niet alledaags. De woorden en zinnen stromen en laten je niet meer los. Het ene verhaal lokt het andere uit, en al die verhalen samen vormen een kroniek. En elk boek van hem is een nieuwe verzameling schitterende verhalen. Van al zijn titels springen er wat mij betreft twee uit: De vier maaltijden (steevast op mijn lijstjes met "beste boeken aller tijden", lees hier wat passages) en het recente Fontanel. Ik was door Fontanel aangenaam verrast omdat de tussenliggende roman De grote vrouw mij wat tegenviel en ik bang was dat Shalev zijn gave van het vertellen van verhalen had verloren. Maar nee, Fontanel bracht mij weer in de aangename roes die ook De vier maaltijden had en liet mij verrukt achter. Het is zo'n boek waarvan je blij bent dat het dik is, zodat het verhaal niet snel stopt, maar waarvan de laatste van de 459 bladzijden toch weer veel te snel naderbij komt... Zo'n boek waarvan je aan willekeurige mensen passages gaat voorlezen omdat je ze in al dat moois wilt laten delen.
Zoekend naar een plaatje van Shalev vind ik tot mijn vreugde hier het bericht dat volgende maand een nieuwe roman van Shalev verschijnt. Heerlijk! Ik reserveer vast leestijd. Bovendien is hij in oktober in Nederland, misschien kan ik dan al mijn boeken laten signeren!

Dus, Bibliofilos, als geen van de vakantiegangers op Kreta Roth of Shalev voor je achterlaat, vrees ik dat je komende winter in Nederland weer boekhandels moet gaan plunderen. Reserveer maar vast een flink bedrag!

11 augustus, 2006

105 - De boeken van Oscar Steens horen bij mij!

Wat is dat toch, dat sommige mensen zo lijken te koketteren met hun aversie van boeken? Neem nu de laatste editie van Rails, het gratis magazine van NS. Elk nummer van Rails heeft een thema, en het thema van de maand augustus 2006 is “Op = op! Grandioze opruiming”. Alle artikelen zijn volgens dit thema vormgegeven, met hele mooie schreeuwerige prijsstickertjes en al.  Het blad opent met een soort prijzenactie: er zijn prijzen geselecteerd die te winnen zijn door het insturen van een kaartje. Zo is er een stapel boeken die uit het bezit van hoofdredacteur Oscar Steens zouden komen. Dat iemand boeken weggeeft is zeer te prijzen natuurlijk, maar verdienen deze boeken nu echt een trap na? Rails schrijft: “Of hij ze allemaal heeft gelezen, is de vraag, maar dat ze allemaal uit de boekenkast van de hoofdredacteur komen is een feit. Te winnen inclusief gratis leesoren!

Noot van de hoofdredacteur: “Boeken, tijdschriften en kranten doe je nooit zomaar weg, heb ik altijd geleerd. Want je weet het maar nooit. Het kan gebeuren dat je plotseling iets wilt weten over – zeg – de belevingswereld van Philips-meisjes (6e boek van boven), de pikante relatie tussen Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt (1e boek van boven) of de vrachtwagens van Van Gend en Loos in 1901 (2e boek van onder). Dan is het handig dat je niet in weer en wind naar boekhandel of bibliotheek moet afreizen, maar dat een bezoek aan de eigen zolder / werkkamer voldoende is.

Maar er zijn grenzen aan het bewaren van papier. Bijvoorbeeld als er lekkages ontstaan door overgewicht op de vloeren, de ongediertebestrijdingsdienst adviseert om de papierberg chemisch te reinigen en een kinderfeestje afgelast moet worden omdat een jaargang NRC Handelsblad over de jarige heenvalt. Weg met die rotzooi! Ik lees nooit meer een boek, tijdschriften stuur ik per omgaande retour afzender en met de krant ga ik gewoon weer de vis inpakken.”

Bij het stukje staat een foto van de aangeboden boeken. Ik tel er 29 (Van 473,- voor NOP, is de vermelding bij de aanbieding) en ik zie onder andere boeken van Ilja Leonard Pfeijffer (Het grote baggerboek), Piet Piryns (Praten als ambacht), Sjoerd Venema (Een man met suikerhaar), Marco Kamphuis (Succes), Jennie Erdal (Altijd een ander), Moderne poëzie uit Azië, Bob van der Burg (Camera), Richard Ellmann (Oscar Wilde) en Peter Esterhazy (Verbeterde editie)

Oscar’s boeken dus. Harteloos weggedaan door iemand die beweert dat het rotzooi is en dat hij nooit meer een boek gaat lezen...

Gelukkig weten boeken dat ze bij mij een onderdak kunnen vinden. Ze worden afgestoft, geknuffeld, getroost, geregistreerd en krijgen een plekje naast lotgenoten op een stevige boekenplank. Enkele worden hoofdpersoon in dit blog, alle anderen worden in elk geval aandachtig gelezen. En allemaal worden ze geliefd en van tijd tot tijd met trots bekeken. Nooit worden ze weggedaan.

Soms overweeg ik een opvanghuis te starten voor verworpen boeken. Ik heb in mijn leven al veel prachtexemplaren van straat geraapt (aan het eind van Koninginnedag bijvoorbeeld), uit oud-papiercontainers gehaald, van bekenden gekregen die boekenkasten met inhoud en al wegdeden... Het stapeltje boeken van Oscar past daar ook wel bij (evenals de rest van zijn bibliotheek trouwens)

03 augustus, 2006

104 - Nog meer smakelijke boeken

Het is toch merkwaardig dat na het schrijven van een stukje over het eten van boeken, een ongewoon thema als dat je toch blijft bezighouden. Ik dank degenen die gereageerd hebben op mijn vorige bijdrage. Met name de verwijzing van Rick is heel speciaal. Hij stuurde mij deze link, met een televisie-optreden van de ADHD-kok Pierre Wind die een heus eetbaar boek heeft gemaakt. Zijn creatie is de ultieme droom voor bibliofagen. Het is namelijk zowel een oorspronkelijk kookboek, d.w.z. als kookboek te gebruiken en in de kast te zetten, maar ook naar wens op te eten, met een omslag van marsepein, bladzijden van ouwel en een dropveter als bindmiddel. Wind gaat dus nog een stapje verder dan de deelnemers aan het "International Edible Book Festival", want de creaties daar líjken hooguit op een boek. Maar wat Wind maakt ís een boek, en nog eetbaar ook.

In het boek Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel dat ik nu met groot plezier lees (later daarover meer) komt het eten van teksten terzijde ook terug. In het hoofdstuk “leren lezen” beschrijft Manguel de ontwikkeling van het leesonderwijs door de eeuwen heen. Zo beschrijft hij ook de middeleeuwse Joodse gemeenschap: “Het ritueel van lezen werd uitvoerig gevierd. Bij het Wekenfeest, Sjavoeot, wanneer herdacht wordt dat Mozes de Thora uit Gods handen heeft ontvangen, werd de jongen die ingewijd zou worden, omhuld met een gebedskleed en door zijn vader naar de leraar gebracht. De leraar nam de jongen op schoot en liet hem een lei zien waarop het Hebreeuwse alfabet was geschreven, een passage uit de schrift en de woorden: “Moge de Thora je werk zijn.” De leraar las de woorden voor, en het kind herhaalde ze stuk voor stuk. Vervolgens werd de lei met honing bestreken, en het kind likte die op, waardoor het de heilige woorden lijfelijk in zich opnam. Ook werden Bijbelteksten geschreven op gepelde hardgekookte eieren en op honingkoeken, die het kind dan opat nadat het de verzen hardop aan de leraar had voorgelezen."  

Het eten van heilige teksten, dat lijkt een beetje op wat ik in mijn vorige stukje schreef over de profeten Ezechiël en Johannes. Woordenaar wees terecht op het boekje Eetlezen van Remco Campert, dat ik nota bene zelf bezit. Campert gebruikt het verorberen van boeken als metafoor voor zijn verwijzingen naar anders schrijvers, en een dergelijk metafoor is niet ongebruikelijk. Wederom Manguel schrijft in het hoofdstuk “metaforen van lezen” het volgende: “Zoals schrijvers spreken van het in elkaar flansen van een verhaal, het opwarmen van een tekst, halfgare ideeën voor een intrige, het peperen van een scène of een sausje voor naakte feiten, de ingrediënten van broodschrijverij in klef proza veranderen, van een stevig brok vol toespelingen waarin de lezers hun tanden kunnen zetten, zo spreken wij, de lezers, van het smaken van een boek, we zeggen dat we er voedsel in vonden, dat we een boek in één keer hebben verslonden, dat we een tekst opbraken of uitspuwen, dat we een passage herkauwen, de woorden van een dichter over onze tong laten rollen, dat we onszelf trakteren op poëzie, dat we leven op een dieet van detectiveverhalen. 

In een essay over de kunst van het studeren heeft de zestiende-eeuwse Engelse geleerde Francis Bacon [interessante naam trouwens in dit verband!] het proces samengevat: “Sommige boeken zijn bedoeld om van te proeven, andere om in te slikken en enkele om te kauwen en te verteren.” (…) Uiteindelijk, toen de kunst van het lezen zich ontwikkelde en verbreidde, werd de gastronomische metafoor een algemene retorische kunstgreep. In de tijd van Shakespeare verwachtte men deze in literaire gesprekken en koningin Elizabeth I maakte er zelf ook gebruik van bij de beschrijving van het lezen van heilige boeken: “Ik wandel vele malen in de aangename weiden van de Heilige Schrift, waar ik de gezonde groene kruiden van zinnen pluk, ze eet door ze te lezen en ze naderhand kauw en langdurig plaats in de zetel van het geheugen […] opdat ik minder de bitterheid van dit ellendig leven moge proeven.” Omstreeks 1695 was deze metafoor zozeer opgenomen in de taal dat William Congreve er een parodie op kon maken in de openingsscène van Love for Love, waar de pedante Valentine tegen zijn lijfknecht zegt: “Lezen, lezen, kerel! En verfijn je trek; leer te leven van onderricht; laat je verstand genieten en kastijd het vlees; lees en neem je voedsel tot je dor de ogen; hou je mond gesloten en herkauw hetgeen je begrepen hebt.” “U zult verduiveld dik worden van zo’n papieren dieet”, zo luidt het commentaar van de knecht. 

Lezen en eten, Eetlezen zo je wilt, het blijkt een lange literaire traditie te zijn. Als ik binnenkort de stevige maaltijd van Manguel verorberd heb zal ik verder berichten over verrassende ingrediënten die ik daarin heb aangetroffen.

n.b. zie hier een blog van latere datum van Paul van de Capelleveen van de KB over hetzelfde thema

07 juli, 2006

103 - Smakelijke boeken

Nee, ik wil het niet hebben over Sonja Bakker, sonjabakkeren, montignaccen, Laura Esquivel of enig andere wijze waarop in boeken aandacht wordt besteed aan eten. Vandaag wil ik het hebben over het eten van boeken. Het eten van boeken kan twee vormen aannemen: het feitelijk eten van een boek (het kauwen op papier dus) en het eten van zaken die verwijzen naar boeken. Het feitelijk eten van boeken is niet zo opzienbarend, hooguit irritant, wanneer het de activiteit van allerlei ongedierte betreft: zilvervisjes, boekenwurmen, muizen en andere beesten die je liever kwijt dan rijk bent in je bibliotheek knagen al eeuwenlang aan boeken. Het wordt pas bijzonder als mensen over gaan tot het eten van boeken, een verschijnsel dat bekend staat als bibliofagie.

Bekend zijn voorbeelden uit de Bijbel, zoals die waarin de profeet Ezechiël wordt opgedragen een boekrol te eten (Ezechiël 2:8 - 3:3) evenals Johannes (Openbaringen 10:8-11). In beide gevallen smaakt het boek naar honing, maar bij Johannes brandt het vervolgens in zijn maag. Buiten deze profeten wordt bibliofagie vooral toegepast bij wijze van straf: auteurs werden soms gedwongen hun manuscript waarvan de inhoud de autoriteiten niet aanstond op te eten, het alternatief was bijvoorbeeld onthoofding. Theodore Reinking koos hier in 1644 bijvoorbeeld voor en verorberde zijn "Dania ad exteros de perfidia Suecorum" na het boek eerst gekookt te hebben. 

Het eten van zaken die verwijzen naar boeken is al met al een smakelijker onderwerp. Ik kwam erop doordat ik op de site van boekendrop terecht kwam, waar drop in de vorm van boeken wordt aangeboden. Boekendrop wordt omschreven als zacht-zoete drop in de vorm van een boekje. Ik ben dol op drop en op boeken, dat betekende dat ik deze combinatie niet kon laten liggen. Op de site staan winkels waar het te koop is, en omdat ik toch in Amsterdam was besloot ik een paar zakjes te halen bij antiquariaat JOOT, aan de Hartenstraat in Amsterdam. De adviesprijs van de zakjes is € 1,25 maar JOOT vraagt er rustig € 1,50 voor. Daarvoor krijg je dan een zakje met 150 gram drop, middelbruin van kleur en in de vorm van een op zijn rug liggend opengeslagen boek. Probeer je het boek dicht te slaan dan breekt de rug helaas, maar heb je vervolgens wel twee aparte dropjes, en dat is ook niet weg. De openliggende pagina's zijn beschreven, dat wil zeggen er staan kringeltjes op die regels moeten voorstellen. De smaak van de drop is prima, redelijk neutraal. De substantie is stevig genoeg, het is geen echt zachte drop gelukkig, maar het kauwt wel lekker weg. Kortom, ik heb met recht drie zakjes gekocht waarvan de eerste inmiddels verorberd is tijdens het schrijven van deze bijdrage. 

Het eten van boekendrop kan voortaan in het bijzonder plaatsvinden op 1 april, dat is namelijk sinds 1999 de internationale boekeneetdag. Deze dag is ingesteld door Judith A. Hoffberg en Béatrice Coron op de geboortedag van de Franse gastronoom Jean-Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826). De bedoeling is dat allerlei lekkers wordt bereid rond het thema boek, en vervolgens gezamenlijk opgegeten. Zie deze website die aan deze dag is gewijd en waar foto's van allerlei creaties staan. Lees hier het inmiddels vermaarde essay van Blake Elskin in de New York Times over bibliofagie en boekeneetdag. Ed Schilders schrijft hier (wel even omlaag scrollen) over bibliofagie en verbaast zich over de kwestie van de beer die wel of niet een exemplaar van de brieven van Augustinus aan Hiëronymus heeft opgegeten. Waarom zou een beer dat doen? Welnu, de Bijbel laat al zien dat sommige manuscripten naar honing smaken. Smakelijk lezen! 

18 juni, 2006

102 - De gulheid van Zutphen

Onlangs moest ik voor een cursus in Zutphen zijn. Een cursus heeft op zichzelf weinig met boeken te maken: je zit in een zaal, cursisten in U-vorm, en aan de hand van een powerpointpresentatie wordt een onderwerp doorgewerkt. De enige boeken die voorbij komen zijn de cursusboeken. Maar deze keer was het bezoek in Zutphen heel speciaal, om twee redenen. De eerste reden is dat Zutphen een paar fantastische boekhandels heeft. Zutphen is klein, dus de lunchpauzes bieden voldoende tijd om een rondje boekhandels te doen. Vaste prik zijn Hautvast en Nuis en Van Someren en Ten Bosch (geen eigen website helaas), maar ook de antiquariaten Matthys de Jongh of Sigma. Ik koos deze keer voor Someren en Ten Bosch, mede door het mooie interieur. Wat mij verraste was de vriendelijkheid en gulheid in de boekhandel. Ik wist wat ik wilde hebben en kocht De Kegelwerper van Margriet de Moor en Eetgeenvlees van Hugo Brandt Corstius. Alsof de verkoopster wist dat ik nog een lange reis voor de boeg had, kreeg ik vervolgens een aantal promotie-exemplaren mee: Het verhaal Achter de horizon van Rosie Swale, een cadeautje voor als je boeken uit de Hollandia-Dominicus-serie koopt (wat ik niet had gedaan, maar toch bedankt), ter promotie van de "In een notendop"-serie het boekje Kennis in een notendop van Dap Hartmann en tot slot het verhaal Waar de herinnering woont van Cees Nooteboom. Al met al was de stapel gratis boeken net zo groot als de stapel gekochte boeken. Dat noem ik nog eens Zutphense gulheid!

Maar daarmee was het nog niet op. "Waar de herinnering woont", dat is een mooie beschrijving van een bijzondere plek in Zutphen: De Librije. Eén van de medewerkers in het cursusinstituut blijkt vrijwilliger te zijn in de Sint Walburgskerk in Zutphen. En in de Sint Walburgskerk bevindt zich de Librije. Of liever: er bevinden zich twéé Librijes, maar er is er maar één toegankelijk voor het publiek.  

De Librije is een voor Nederland unieke leeszaal uit de zestiende eeuw. Destijds door de kanunniken bedoeld om de mensen voor het "ware" geloof te behouden door hen "goede" boeken te laten lezen. De vrome studie, de “lectio divina”, was van groot belang onder meer om de nodige kennis te verkrijgen en zich te kunnen verweren tegen “dwaalleren” zoals de reformatie en om tot goed gedrag te komen. Daarom werd tussen 1561 en 1564 de Librije gebouwd. Het bijzondere aan de Librije is dat alles nog in originele staat is: de vloeren, de wanden, de boeken en de lessenaars. Er is geen elektrisch licht, geen stromend water en geen andere voorziening. Dat betekent dat je in de Librije alleen kan lezen bij voldoende daglicht; 's winters is hij dus dicht. Als je er binnenkomt waan je je in één klap in de zestiende eeuw. Er hangt een gewijde stilte en er valt een sereen licht door de ramen. De boeken - sommige in schitterende banden - liggen aan kettingen; dat was gebruikelijk in die tijd om diefstal van de kostbare boeken te voorkomen. De muren zijn maar beperkt verlevendigd met beeldjes en andere versierselen; het gaat tenslotte om de boeken. De Librije herbergt 741 titels: 7 handschriften, 85 incunabelen (boeken gedrukt voor 1500), 501 titels uit de zestiende eeuw, 134 onderwerpen uit de zeventiende eeuw en tenslotte 13 uit de achttiende eeuw. Naast schitterende exemplaren zoals een eerste gedrukt exemplaar van wetteksten van Justinianus en een eerste druk van Copernicus, "De revolutionibus orbium coelestium", herbergt men ook enkele eeuwenoude schoolboekjes, waarvan de Librije de enig bekende exemplaren bezit. Verder zijn er onder meer een handgeschreven missaal, afkomstig uit een Deventer scriptorium, maar geschreven voor het Zutphense convent Isendoorn, een tweetal liturgische handschriften uit de vijftiende eeuw. 

Bijzonder was het te zien dat ook in die tijd scholieren van alles en nog wat tekenden en krabbelden in de boekjes. Zoals de cursisten van nu ook van allerlei tekeningetjes maken in hun aantekenblok. Er zijn mooie verhalen te vertellen over de Librije. Zoals dat de bibliotheek in de vergetelheid raakte, maar in de 19e eeuw "herontdekt" werd. Er werd een bibliothecaris aangesteld (K.O. Meinsma) die in zijn dissertatie over de Librije schreef: “Want het lezen van goede boeken schenkt genot. En ‘t is beter in de boekerij zijne toevlucht te zoeken dan in gezelschappen, waar lustig de beker rondgaat.” Of hoe de boeken werden beschermd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om roof door de Duitsers te voorkomen. Of over de pootafdruk in één van de vloerplavuizen. Die afdruk zou herinneren aan de legendarische jonge monnik Jaromir. Hij brak de vasten door stiekem een hanenboutje te eten. De duivel sloot hem voor een nacht op in de librije. De dichter A.C.W. Staring heeft de legende verwerkt in zijn verhaal in dichtvorm: Jaromir te Zutphen

Zoals gezegd is dit de "beneden-Librije". Er is ook nog een boven-Librije: kleiner, maar ook prachtig. In de kerk is nu een fototentoonstelling die van beide Librijes iets laat zien en de historie vertelt. Hoe mooi de Librije ook is, boeken aanraken mag er niet. Eigenlijk mag je er helemaal niets aanraken. De gedachte dat in tegenstelling tot de meeste Librijes, dit één van de weinigen in Europa is die nog zo uniek is bewaard, maakt dat je het ook niet stiekem gaat doen: een plek die als door een wonder zo mooi bewaard is gebleven, ga ik als 21e eeuwer niet alsnog beschadigen door met mijn handen aan kwetsbare boeken en spullen te komen. Het waren mooie dagen in Zutphen. En zo was ik niet de enige met mooie herinneringen aan deze stad.

28 mei, 2006

101 - Fragment nieuwe roman van Richard Osinga

Weer eens iets anders: de nieuwe roman van Richard Osinga wordt in stukjes op weblogs geplaatst. Ik heb stukje 12 gekregen (van de 300). Op 1 juni ligt het boek in de winkel, dus de komende 3 dagen is dit nog een exclusieve preview.

wembley
Dit is fragment nummer 12 van het boek "Wembley" van Richard Osinga.


Tv met Aleida


Aleida is een mooie vrouw. Ze is groot en wit als een ibis en haar vlees is zacht. Hoewel we getrouwd zijn, gedraagt ze zich bij mij als een meisje van twaalf. Ik raak haar niet aan, zij raakt mij niet aan.
Ik lach vriendelijk, maar zij kijkt weg, naar de televisie. We kijken samen naar het tv-programma, een quiz, je kunt bellen naar de televisie en vragen beantwoorden. Onderin het beeld staan bedragen. 250 euro, 1000 euro. Dat zijn de prijzen. Mooie prijzen.
De presentatrice is wulps. Ze lijkt op die vrouwen in de hoofdstad die hun huid laten bleken in dure salons. In Europa worden alle negers vanzelf wit. Kijk naar de voetballers, kijk naar Reiziger. Is dat nog een neger?
Ze lacht veel, ze lonkt naar de kijkers alsof ze ze kan zien, alsof die iets tegen haar zouden kunnen zeggen: 'Ik wil je, kom bij me.' Maar ze kan niets horen en niemand zegt iets.
Soms pakt Aleida de telefoon en toetst ze een nummer in. Ze luistert geduldig aan de hoorn, ze drukt op toetsen, wacht, luistert, drukt weer. Ze zegt niets en hangt uiteindelijk weer op. Ze zucht en kijkt naar mij. Ik glimlach. Ik weet niet of ze wel eens een prijs wint, maar ze belt steeds weer.

17 mei, 2006

100 - Onverwachte hiaten

Niet al te lang geleden schreef ik over het compleet raken van verzamelingen en mijn twijfel dat dat waarschijnlijk toch nooit echt zo is.

Die waarheid werd recentelijk onderstreept door een mailtje dat ik kreeg van een lezer. Die had mijn bijdragen over Adriaan van Dis goed gelezen en wees mij fijntjes op twee (twee!) titels waarvan hij vermoedde dat ik die waarschijnlijk niet zou hebben.

Nou, dat had deze lezer goed gezien. En zo werd ik, die tot op dat moment nogal tevreden had gekeken naar mijn collectie, ineens geconfronteerd met twee hiaten. Het waren:
  1. De uitgave "Een nieuwe politiek", uitgegeven ter gelegenheid van een politieke avond in 1998. Het betreft hier een gedicht van Van Dis. Zie hier een verwijzing naar deze avond.
  2. Het verhaal "Naar het ballet" in de afscheidsbundel van Meulenhoff-redacteur Maarten Asscher, eveneens uit 1998.
Allebei uit 1998, het jaar waarin ik volgens mijn boekhouding wel eerste drukken van "Het beloofde land" kocht en de 4-mei lezing "Een deken van herinnering", maar deze beide andere uitgaven volstrekt over het hoofd zag. Ik was dat jaar natuurlijk druk met het kopen allerlei vroeg werk, zoals de eerste bundel Fantastische Vertellingen van Bordewijk uit 1919, het proefschrift van Hugo Brandt Corstius "Exercises in computational linguistics" uit 1970 en de uitgave "Kind tussen vier vrouwen" van Vestdijk. Maar dat is geen excuus voor verontachtzaming.

Gelukkig ben ik op mijn falen gewezen. De lezer in kwestie bleek vervolgens de ideale lezer te zijn:
  • Hij stuurde mij een kopie van "Een nieuwe politiek", zodat ik in elk geval weet waar ik naar zoek. Al vind ik dit exemplaar nimmer: een gesigneerd exemplaar met een opdracht aan een vermaard links politica: een uniek exemplaar. Maar ik ben al blij als ik de reguliere uitgave vindt. Gelukkig tipte hij ook een mogelijke verblijfplaats en daarmee ben ik nu aan de slag. Totdat ik succes heb verklap ik niet waar dat is.
  • Hij stuurde mij ook een exemplaar van de afscheidsbundel van Maarten Asscher met het Van Dis-verhaal.
Werkelijk diep onder de indruk ben ik van deze geste. De lezer is namelijk een verzamelaar en verzot op mooie bibliofiele werken, dat blijkt wel uit zijn kennis van deze zeldzame titels. Voor mijn eigen gemoedsrust bleek ik nog een tegenzet te hebben. Ik zag ooit in de etalage van De Slegte in Amsterdam een soort gevouwen kaart met een tekst van Van Dis, gesigneerd ook nog. Ik liep erlangs, nam mij voor later terug te gaan om het te kopen en ben het vergeten. Tot deze e-mailconversatie, want ik vermoedde dat ik "Een nieuwe politiek" in de etalage had gezien. Dat bleek echter niet zo, wist de lezer mij te verzekeren. En nu zijn wij allebei iets wijzer over de bibliografie van Van Dis, maar kennen nu ook het bestaan van een raadselachtige andere uitgave.

Wat een geluk dat verzamelingen nooit volledig zijn.

n.b. lees hier hoe ik uiteindelijk via Adriaan van Dis zelf in het bezit kwam van "Een nieuwe politiek"

02 mei, 2006

99 - Mijlpalen

Een mens richt zijn leven in langs mijlpalen. Daarom staan we stil bij bijzondere prestaties en markeren die, zodat we zicht hebben op onze ontwikkeling of het verloop van gebeurtenissen.

Boekenzoekers kennen dergelijke mijlpalen ook. We tellen het aantal boeken in onze bibliotheek en zijn blij als we de ronde getallen passeren: 1000, 2000, 10.000... Boekengek schreef onlangs eens stukje over het passeren van het aantal van 3000 boeken. Of we zijn blij als we een collectie compleet hebben, zoals ik onlangs hier en hier beschreef over Adriaan van Dis. Een attente lezer wees mij vervolgens op een aantal gaten in mijn collectie, maar dat is eerder reden tot vreugde dan verdriet omdat de zoektocht kan worden voortgezet.

Dit weblog heeft daarom ook recht op zijn eigen mijlpalen. Terwijl ik mijn statistieken bekeek ontdekte ik dat mijn volgende bericht  het honderdste bericht van dit weblog is. Voor wie het wil weten: in het 50e bericht beschreef ik een mislukte aankoop van een boek via Marktplaats, in het 25e bericht schreef ik over het boek "To have and to hold" van Philip Blom, over verzamelaars en verzamelen en het eerste bericht ging uiteraard over het feit dat ik een blog zou starten over het verzamelen van boeken. Toen nog het eerste Nederlandse blog in zijn soort, inmiddels zijn er gelukkig verschillende bijgekomen waarin verzamelaars hun passie voor boeken beschrijven (zie voor een overzicht mijn boekenlinks).

Maar er is nog een mijlpaal. Mijn tellers laten zien dat ik inmiddels 20.000 lezers heb mogen verwelkomen op deze site. Twin-tig-dui-zend mensen die allemaal iets met boeken, met verzamelen of met een combinatie daarvan hebben. Duizenden lezers die zich met mij verheugen in mooie vondsten of verbazen over bijzondere boekengebeurtenissen. De twintigduizendste bezoeker bereikte mijn weblog op 30 april, een feestelijke dag in meerdere opzichten dus! Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de eerste vier manden van het bestaan van mijn weblog geen bezoekersaantallen werden gemeten, maar veel zullen het er niet zijn geweest.

Hoe beeld je 20.000 eigenlijk uit?
In geld?


Nee, hoe mooi deze Turkse biljetten ook zijn, het moet in boeken worden uitgedrukt natuurlijk.

De Adobe Bookshop in San Francisco heeft in het najaar van 2004 kunstenaar Chris Cobb haar 20.000 boeken op kleur laten sorteren. Lees het verhaal van deze actie hier. Als je dat op je laat inwerken, ziet het er zo uit:



Dat lijkt mij het meest feestelijke plaatje voor deze mijlpalen. Jammer dat ik zelf nog geen 20.000 boeken bezit... maar 20.000 lezers is ook een mooi bezit.

99 berichten, 20.000 bezoekers: elk bericht is dus gemiddeld door 200 mensen gelezen. Aan de tweehonderd lezers die dit negenennegentigste bericht hebben doorgewerkt en weinig over boekenverzamelen zijn tegengekomen: vanaf bericht 100 zal ik mijn leven weer beteren en jullie verblijden met mijn belevenissen tussen het papier.


22 april, 2006

98 - Bijvangst

Het mooiste van het zoeken naar boeken is de bijvangst. Bijvangst, dat is de onverwachte oogst waarmee je verrijkt naar huis gaat. Het zijn de boeken die je niet op je zoeklijst had staan, maar waarvan bij nader inzien bleek dat ze onvermijdelijk tot je verzameling moesten behoren. Volgens Wikipedia gaat het om "de vangst van andere vissoorten of dieren waarop niet bedoeld gevist wordt"

Eigenlijk is de bijvangst spannender dan de hoofdvangst. Dat geldt zeker als je een specifiek boek gaat kopen omdat je op een of andere manier weet dat het boek in kwestie op een bepaalde plek aanwezig is. Er kan dan de gezonde spanning zijn dat je eindelijk, na al die tijd, het nieuwe pronkstuk in handen gaat houden, afrekenen en mee naar huis nemen. Maar je kent vooraf het resultaat van je tocht al, een verrassing zit er niet in. Als je op dat soort momenten de tijd neemt om nog even verder te zoeken in de boekenberg en een paar juweeltjes ontdekt waarvan je het bestaan niet zou hebben gekend als je niet op dat moment op die plek was geweest, is de dag weer helemaal goed.

Soms bestaat het resultaat van een zoektocht alleen maar uit bijvangst. Er zijn van die dagen dat ik in een willekeurige stad een paar antiquariaten bezoek, gewoon om eens te kijken wat hun assortiment is, hoe de inrichting is en wat voor sfeer er hangt. Ik probeer dan na binnenkomst een indruk te krijgen van de indeling van het antiquariaat – waar staat de literatuur, welke specialiteiten aanwezig, hoe is de loop van de boekenkasten – en doe een soort van check om te zien wat het prijsniveau en de kwaliteit van de boeken is. Ik bekijk dan wat er van mijn lievelingsauteurs aanwezig is en wat de prijzen zijn. De uitkomst van deze check bepaalt hoe lang ik blijf hangen en hoe gedetailleerd ik door het aanbod ga. Is de prijs/kwaliteit verhouding gunstig, dan kan het zijn dat ik met veel bijvangst naar huis ga, omdat er zich tal van gunstig geprijsde boeken bevinden die ik soms wel, soms niet kende, maar die bij nader inzien thuishoren in mijn boekenkast.

Wanneer ik naar reguliere boekhandels ga, is de bijvangst vaak afkomstig uit de bakken met boeken die opgeruimd worden. Het vergt wat geduld om daar doorheen te graven, maar niet zelden blijkt dat er tussen alle afgeprijsde pulp zich toch nog wat serieuze titels bevinden waar de boekhandel in kwestie kennelijk geen raad mee wist. Dat is mooie bijvangst, omdat je weet dat je boeken verplaatst van een plek waar ze eigenlijk misplaatst zijn, naar een plek waar ze het respect krijgen dat ze verdienen, namelijk in mijn boekenkast.

een lezende Charles Baudelaire
Afgelopen week was ik in een boekhandel om het boekje van Marcel Möring te kopen dat ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie was verschenen, Lijdenslust. Het bleek dat de boekhandel op het punt stond te verhuizen. Dat was al de tweede keer in korte tijd dat ik in een verhuizende boekhandel terechtkom, en kennelijk is het goedkoper om in zo’n situatie boeken voor een habbekrats weg te doen, dan ze netjes in dozen in te pakken en mee te nemen naar de fonkelnieuwe boekenplanken. Maar je hoort mij er verder niet over klagen. Dit keer was de bijvangst op zich beperkt, het bestond uit drie deeltjes van de de serie “Perlouses” van uitgeverij Voetnoot, een aantal korte teksten van Franse auteurs. Voor een euro per stuk waren deze prachtexemplaren voor mij, wat mij de gelegenheid biedt om ook eens van deze auteurs kennis te maken. Als het gaat om Franse auteurs kom ik niet veel verder dan Flaubert, Camus, Sartre en Stendhal (waarmee ik alle Fransen heb genoemd waarvan ik meer dan één titel bezit) dus deze aanvulling is welkom. Nu heb ik dus ook de deeltjes 4, 5 en 6 van de serie “Perlouses” verworven, waarmee ik Jean Echenoz, Denis Diderot, Charles Baudelaire van harte welkom heet in mijn boekenkast. Ik zie dat de serie inmiddels uit twaalf deeltjes bestaat, ik vrees dan ook dat er een nieuwe collectie geboren is.

06 april, 2006

97 - Plots een Pos

Rondlopend op de boekenmarkt op het Plein in Den Haag stuitte ik afgelopen donderdag zomaar op een boek van Hugo Pos. Hoewel, niet zomaar een boek maar zijn debuut. Voor wie het niet weet: Het prozadebuut van Pos vond plaats op zijn 71e... Ik heb op één of andere manier altijd sympathie voor Pos gevoeld. Door zijn achtergrond, zijn levensverhaal, zijn manier van schrijven... ik weet het niet. Maar soms heb je gewoon een zacht plekje voor een bepaalde schrijver, en bij mij is dat Pos. 

Hugo Pos werd in 1913 in Paramaribo geboren. Zijn familie behoorde daar tot de Joodse gemeenschap. In de jaren twintig van de vorige eeuw verhuisde hij naar Nederland, waar hij in Alkmaar het gymnasium volgde en in Leiden rechten studeerde. Hij bracht een half jaar door in Parijs en maakte er kennis met artiesten en anarchisten. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij diverse malen te ontsnappen. Het lukte hem om via Delfzijl met de boot naar Finland te gaan, waar hij droste en van de Russische consul een visum voor Japan verkreeg. Uiteindelijk belandde hij in Engeland, waar hij een officiersopleiding volgde. Via Australië kwam hij tot slot in Nieuw-Guinea terecht. Na de oorlog hielp hij bij de opsporing en berechting van Japanse oorlogsmisdadigers; hij werd aangesteld als aanklager van oorlogsmisdaden van het Internationaal Tribunaal in Tokio. Hij was ook betrokken bij de berechting van Indonesische opstandelingen, hoewel hij later toegaf de revolutie en de motieven van de Indonesiërs verkeerd te hebben ingeschat. Hij trouwde met de Japanse Yoshiko. 

Van 1950 tot 1964 was hij werkzaam als rechter en openbaar aanklager in Suriname, later was hij ook rechter in Amsterdam en raadsheer in Den Haag. Over zijn leven en werk vertelt Pos in zijn autobiografie In Triplo (1995), die hij op uitnodiging van het Fonds voor de Letteren schreef. Voor dit boek kreeg hij de E. Du Perron-prijs. Maar hij heeft veel meer titels op zijn naam staan. Na zijn pensionering besloot Pos te gaan schrijven. Zijn prozadebuut was Het doosje van Toeti (1985), dat ik dus op de Haagse boekenmarkt vond. Maar al eerder publiceerde hij poëzie en toneelteksten. In zijn naoorlogse, Surinaamse tijd schreef hij onder de schuilnaam Ernesto Albin gedichten in het tijdschrift Soela (1963-1964) en een aantal toneelstukken, onder meer het door hemzelf geregisseerde Vive la Vida (1957). Zijn hoorspel Black and White uit deze tijd werd bekroond. Hij begon pas laat met het schrijven van proza. Zijn eerste gedichten gaf hij in eigen beheer uit, later zijn die verzameld in Een uitroep zonder uitroepteken (1987) en verschillende andere bundels. Ook was hij literair recensent van verschillende kranten. 

Met name in zijn verhalenbundels komt zijn achtergrond als rechter nadrukkelijk naar voren, zijn “rechter Pos-verhalen” werden tamelijk bekend. Weinig auteurs kunnen als hij weergeven hoe rechters denken en werken. Weinigen schrijven ook zo zorgvuldig en afgewogen als Pos. Zie bijvoorbeeld zijn verhalenbundels De ongewisse tijd (1999), Voorbij Confucius (1996) of Van het een (1992). Van het verhaal In retrospectief, uit de verhalenbundel Het mausoleum van de innerlijke vrede (1989) is een televisiefilm gemaakt. Kort voor zijn overlijden schreef Pos het verhaal De oude Stam dat op 17 november 2000 werd gepubliceerd in Trouw. Hugo Pos overleed op 11 november 2000. Zijn boeken zijn verkrijgbaar bij uitgeverij In de Knipscheer

Hier een passend kwatrijn van hem: 
Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn 
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn 
en geurt de kamperfoelie. 
Erger zou het wezen als zij verdwenen waren, 
- ik er nog zou zijn. 

Over Pos zijn mooie anekdotes te vertellen. Bijvoorbeeld dat hij in 1998 - op vijfentachtigjarige leeftijd - het jaarlijkse schrijverstennistoernooi in Dordrecht won, waarna de wisselbeker naar hem vernoemd werd. Of dat hij mede-oprichter was van het Landelijk Bureau Discrimatiebestrijding. Hier lees ik dat hij in 1941 nadat hij in Paramaribo over zijn ontsnapping uit Nederland vertelde vijfhonderd vrijwilligers zover kreeg dat zij zich aanmeldden voor de Prinses Irene Brigade om te helpen bij de bevrijding van Nederland. Pos laat dit weten aan de Nederlandse regering in Londen, maar krijgt geen reactie omdat de minister van Oorlog bang was dat de zwarte Surinamers aanstoot zouden geven aan de blanke vrijwilligers en dienstplichtigen uit Zuid-Afrika in dit leger. Hij wordt als volgt gekarakteriseerd: Jood, neger, dichter, tenniskampioen daar moet hij het voorlopig maar mee doen (Karel van het Reve). Drie jaar geleden kocht ik mijn eerste werk van Pos, het boekje Het verlaten koninkrijk, uitgegeven door het Instituut voor leerplanontwikkeling in 1996. En sindsdien kijk ik altijd uit naar werk van hem, maar vind het maar weinig. Weliswaar staan er bij antiqbook.nl en boekwinkeltjes.nl genoeg boeken van hem aangeboden, maar dat vind ik te makkelijk. Leuker is om ze tegen te komen op onverwachte plekken, zoals donderdag in Den Haag. Net zoals je hem niet vaak vindt tussen de tweedehands boeken is Pos ook niet de meest aanwezige schrijver op internet. Maar op deze site vind je een radioportret van hem en op deze site heeft Michiel van Kempen een prachtig portret over hem geschreven. 

30 maart, 2006

96 - Filosofie in de schaduw van de Boekenweek

De stofwolken van de Boekenweek zijn nog maar nauwelijks opgetrokken, of we kunnen weer rechtsomkeert maken naar de boekhandel. Immers, vanaf aanstaande vrijdag barst de "maand van de filosofie" los en dat betekent dat we op een holletje filosofieboeken moeten aanschaffen. De afgelopen jaren was het helemaal aanpoten in het voorjaar, want na de Boekenweek en de Maand van de filosofie waren er in mei altijd de "weken van het reisboek", bedoeld om het lezen tijdens de vakantie te stimuleren. Gelet op de beschikbare leestijd van de Nederlander leek mij dit altijd al wat overbodig, want de in maart en april aangeschafte lees- en filosofieboeken zijn over het algemeen voldoende voor meer dan één vakantie. De CPNB heeft dit inmiddels ook ingezien en de "weken van het reisboek" zijn dan ook afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt de campagne "Zomerlezen", ook gericht op lezen in de vakantie. Daarover schrijf ik ongetwijfeld in juni meer, nu eerst de maand van de filosofie. 

De laatste jaren krijgt deze een meer literair karakter, want een vooraanstaand schrijver schrijft het bijbehorende cadeauboekje. Na Patricia de Martelaere (2002), Hans Achterhuis (2003), Connie Palmen (2004) en Marek van der Jagt/Arnon Grunberg (2005) is dit jaar Marcel Möring aan de beurt voor het schrijven van het essay  Marcel Möring - één van mijn favoriete auteurs van wie al veel te lang geen nieuw boek is verschenen. Ik zit al jaren te wachten op een vervolg op zijn meesterwerk In Babylon, maar dat komt er maar niet echt van. Weliswaar zijn sinds het verschijnen van dat boek in 1997 (tot mijn schrik zie ik dat dit al bijna 10 jaar geleden is!) Nachtzwemmen en Modelvliegen verschenen, maar een echte grote roman niet. De lange duur zou te wijten zijn geweest aan wateroverlast en andere computerproblemen, maar dit jaar moet dan toch eindelijk de roman Dis verschijnen. Het moet volgens dit bericht zijn eerste boek bij uitgeverij De Bezige Bij worden, maar op de auteurslijst van De Bezige Bij komt Möring nog niet voor. Erg verwarrend allemaal, maar er is nu wel een zoethoudertje: het boekje Lijdenslust dat voor 3,50 euro bij alle boekhandels te koop is. Op zijn eigen site schrijft hij: "Over geluk gaat het nauwelijks in Lijdenslust, het houdt zich meer bezig met onze houding ten opzichte van lijden. Lijden is niet meer gewenst. We streven naar een leedloze samenleving, waar de tragiek van het leven wordt samengebald in de simpele conflicten die de televisie biedt. Als we oorlog voeren, doden we honderdduizenden vijandelijke soldaten, maar we protesteren als 'onze eigen jongens' in bodybags terugkomen. En tegelijkertijd: sterft een bekende zanger, komt een prinses om, wordt een politicus of een regisseur vermoord, dan ontstaat er een massaal rouwen dat in geen verhouding lijkt te staan tot onze afwijzing van het idee van leed als onontkoombaar onderdeel van ons leven. Daarover, over lijden, de geschiedenis van lijden in literatuur en cultuur, lijden als bijdrage aan de beschaving, daarover gaat Lijdenslust." Herkenbare thema's, ik ben dan ook zeer benieuwd wat Möring er van maakt. 

 Ondertussen wachten we al een paar jaar op Dis. Volgens amazon.com is het boek al in maart 2005 verschenen en is het een "magnificently ambitious and enthralling novel, part Dante part Joyce, that confirms Moring's place as one of the most significant European novelists now at work." Het verhaal speelt in Assen en Dis is Dantes benaming voor de stad in de hel. Möring modelleerde zijn nieuwe roman naar het Inferno, maar de hel van Assen wordt bewoond door mensen die op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats waren en niet door bedriegers en moordenaars. Hun hel wordt met recht gemaakt door anderen. In het verhaal verliest de hoofdpersoon tijdens de jaarlijkse TT zijn geliefde om zes uur uit het oog en vindt haar twaalf uur later. De tussentijd brengt hij dus in het inferno door. Möring heeft zelf zijn jeugd in Assen doorgebracht en ging naar school op het Eekhorst College aldaar. Kennelijk heeft hij er niet zulke goede herinneringen aan. Oppervlakkig bezien sluit dit weer goed aan bij Lijdenslust. Wie weet is dit essay eveneens "magnificently ambitious and enthralling" en kan ik binnen niet al te lange tijd een exemplaar van Dis ernaast plaatsen. Hopelijk zorgt zijn drukke agenda van deze maand niet voor nóg meer vertraging.

22 maart, 2006

95 - Ruim drie kilo Goud(en Reeks)

Aangestoken door het enthousiasme van Bibliofilos besloot ik een bestelling de deur uit te doen voor een aantal hoogtepunten uit de Gouden Reeks van Athenaeum Polak en Van Gennep. Al zoekend in Antiqbook ontdekte ik dat antiquariaat Ben van Nijnatten in Nijmegen twee delen uit de reeks aanbood. Vandaag ploften ze bij mij neer. Twee nieuwe sieraden voor mijn boekenkast: "De verloofden" van Alessandro Manzoni (vertaald door Yond Boeke en Patty Krone) en "De volmaakte ridder Tirant lo Blanc door Joanot Martorell (vertaald door Bob de Nijs). De Martorell komt op 1990 gram en de Manzoni op 1365 gram. Bij elkaar dus ruim 3 kilo, meer dan 32 onsjes wereldliteratuur. En als mij zou worden gevraagd of het een onsje meer mocht zijn, had ik ongetwijfeld "ja" gezegd. 

Ik ben blij dat het boek van Manzoni is vertaald door Yond Boeke en Patty Krone. Ik ken deze mensen niet, maar wel hun vertaalwerk. Je leert ze iets beter kennen door dit interview. Zelf heb ik diverse vertalingen van Umberto Eco van hun hand in bezit (o.a. De slinger van Foucault, Het eiland van de vorige dag) en naast de prachtige vertalingen zelf, heb ik hen als duo ook altijd een mooie combinatie gevonden. De één heeft het product van de vertaling in de achternaam, de ander geeft de kwaliteit van het werk aan: een boek met een kroon. Naast Eco hebben zij nog veel meer vertaald: onder meer werk van Andrea Camilleri, Tomasi de Lampedusa en dus ook Manzoni. In totaal 27 boeken naar het schijnt. Bij het verschijnen van deze Manzoni begreep ik uit recensies dat dit boek moet worden beschouwd als dé Italiaanse roman, zoals de Don Quichotte dé Spaanse roman is (ook in de Gouden Reeks verkrijgbaar) en Max Havelaar dé Nederlandse roman (waarom niet in de Gouden Reeks?). Aangezien ik een fan ben van Italiaanse literatuur (mijn grote held is Giorgio Bassani - lees hem of leid een zinloos leven - op de hielen gezeten door Italo Svevo en Umberto Eco) moet ik het boek dat kennelijk dé Italiaanse roman is natuurlijk ook lezen. 
David Rijser schrijft: "Als er één werk in is geslaagd niet alleen een evenwicht te vinden tussen de traditie en de romantische vernieuwing, maar ook om een oertekst van het derde Italië te worden, is het I promessi sposi van Alessandro Manzoni. Dit boek verscheen in de definitieve versie in 1840 en is nu voor het eerst sinds de jaren dertig van de vorige eeuw opnieuw vertaald als De verloofden. Iedere Italiaan sinds 1860 leest I promessi sposi op school. In die zin is het succes van de roman te vergelijken met dat van Vergilius' Aeneis, dat ook al enkele decennia na verschijning vaste kost op school werd. En net als bij de Aeneis is dit succes gebaseerd op een destijds nieuwe, ijzersterke greep op de taal, een subtiele boodschap, en het smeden van een nationaal-historische eenheid uit een verdeeld verleden." 
 
Ga er maar aan staan, om Manzoni nog te overtreffen. Dat kan alleen maar wanneer je niet dé roman van een land bent, maar dé eerste roman van een continent. En dat is dus Tirant lo Blanc, geschreven door Joanot Martorell (al dan niet met Joan da Galba) rond 1460 en gepubliceerd in 1490, in een eerste druk van 71 exemplaren. Van een dergelijk boek zijn natuurlijk genoeg online versies beschikbaar, zoals hier (Engels) en hier (Spaans) en nog dit jaar verschijnt een film van het verhaal (net de trailer bekeken, maar mijn Spaans is niet best). Waarom is dit dan de eerste roman? Kennelijk omdat de schrijver als eerste in staat was om niet een klassieke ridderroman te schrijven (van het soort waar Don Quichotte steeds mee afrekent), maar een boek dat een nieuwe werkelijkheid beschrijft, een biografie van een reële persoon dat vermenselijkt is. Martorell gebruikte dit boek om zijn tijdgenoten zijn opvattingen voor te houden, waarmee hij een nieuwe dimensie toevoegde aan de ridderroman en aan de functie van het ridderpersonage. Het boek is een eenheid, zowel in opbouw als met betrekking tot de onderlinge relaties. De karakters ontwikkelen zich en staan in een duidelijke relatie met elkaar. De gebeurtenissen zijn realistisch en hebben een duidelijke afloop. Dit alles in tegenstelling tot de zee van ridderromans die deze elementen niet hadden en die in diezelfde periode verschenen. Mario Vargas Llosa doet dan ook niet moeilijk en noemt de Tirant lo Blanc de eerste totaalroman waarin de schrijver een alomvattende werkelijkheid schept. Cervantes noemt dit het beste boek ter wereld. Wie ben ik dan om het niet te gaan lezen? het originele manuscript van Tirant lo Blanc 

De Verloofden en Tirant lo Blanc: 643 en 974 pagina's. Wat een genot om dit alles nog voor de boeg te hebben.

15 maart, 2006

94 - Boekenweek: Muziek van eigen plank

Boekenweek! Nog nooit ben ik uitgenodigd voor het boekenbal en ook het bal der geweigerden laat ik voor wat het is want ik ben ook nog nooit geweigerd. Maar de boekenweek is desondanks een jaarlijks hoogtepunt en bovendien voor een boekenverzamelaar een periode van alertheid: zijn er nog ergens schrijvers die een krabbel in een boek kunnen zetten, heb ik alle speciale uitgaven in mijn bezit, heb ik alle folders en boekenleggers die van belang zijn? Los daarvan staat 10 dagen lang het boek in de schijnwerpers. Voor die andere 355 dagen in een jaar moeten we iets dergelijks verzinnen, maar deze 10 dagen zijn voor ons, boekenliefhebbers. Ik ben er zo druk mee dat ik aan het lezen van een boek bijna niet meer toekom. Ik heb daarom besloten eens naar mijn eigen boekenkast te stappen en een top 10 te maken van boeken die ik bezit waarin muziek een belangrijke rol speelt, zodat er voor elke dag van de boekenweek een boek is. 

Mijn eigen top 10 is: 
  • Op 10: De muziekschool - John Updike
    Dit is de titel van een verhalenbundel van Updike, maar ook van het titelverhaal, dat overigens middenin het boek staat. Het is het verhaal van een man die een aantal recente gebeurtenissen overdenkt, terwijl hij in de muziekschool wacht tot zijn dochter klaar is met muziekles. 
  • Op 9: De knoflookliederen - Mo Yan
    Mo Yan, ook de schrijver van het rode korenveld beschrijft in dit boek de gebeurtenissen in een dorp dat leeft van de knoflookoogst. Nadat hen jarenlang is verteld dat de boeren uitsluitend knoflook dienen te verbouwen, blijkt in het voorjaar van 1987 dat de overheid hun knoflook niet meer wil afnemen, waardoor zij hun inkomen volledig zien wegvallen. De woede van de boeren richt zich vervolgens op het gebouw van de gewestraad, dat vernield wordt, en een opslagloods van knoflook, dat in vlammen opgaat. Een aantal bij de gebeurtenissen aanwezige boeren wordt opgepakt en berecht. De titel van het boek verwijst naar de liederen die de blinde minstreel Zhang Kou naar aanleiding van het knoflookincident zingt. 
  • Op 8: De blikken trommel - Gunter Grass
    Op driejarige leeftijd beslist Oskar Matzerath dat hij niet meer wil groeien. Hij vindt de wereld een enge, gevaarlijke plek en alle volwassenen vals, gemeen en oneerlijk. Zijn geboortestad Danzig is verdeeld in een Duits en een Pools deel. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog valt zijn familie uiteen in twee kampen. Het ene kamp heult mee met de nazi’s, het andere steunt de nationalistische Polen die hun kans schoon zien de Duitse bezetters te wippen. Om zijn leed te verlichten krijgt Oskar een blikken trommel die hij nooit meer zal wegdoen. Oskarchen en zijn trommel worden een onafscheidelijke twee-eenheid. Oskar vormt zijn eigen legertje, éénmansoppositie tegen de nazi’s, tegen de volwassenen, tegen iedereen die hem dwarszit. Zijn leven verandert wanneer hij een groep circusdwergen ontmoet. Met hen gaat hij op tournee om het nazileger te entertainen. 
  • Op 7: De Joodse cel - Ferdinand Bordewijk
    Dit boek is een uitgave van Stichting De Roos, in een gelimiteerde oplage van 175 exemplaren verschenen. Het verhaal staat ook in de tweede bundel Fantastische Vertellingen van Bordewijk, die in 1923 verscheen. In dit verhaal herken je al de voorkeur van Bordewijk voor soms monsterachtige mensen en bizarre situaties, dit keer over een vioolbouwer en zijn zoektocht naar de perfecte violoncel, die een bijzondere toon moet voortbrengen. 
  • Op 6: Davita's harp - Chaim Potok
    Davita's harp van Chaim Potok begint in het Amerika van de jaren dertig. De beurs is ingestort, het politieke en sociale klimaat is intoleranter geworden. De ouders van Davita komen uit het joodse en het christelijke milieu, maar vinden elkaar in een gezamenlijke toewijding aan het communisme. Davita ziet hoe de idealen van haar ouders politiek worden afgestraft en moet voor zichzelf gaan uitmaken wat ze wel en niet wil en waarin ze wil geloven, ook met betrekking tot het onderscheid dat wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen in die traditioneel joodse wereld. Davita draagt iets mee dat haar innerlijk verwarmt: 'de goede muziek van de wereld', de zachte tonen van een harp die aan elke deur hing van de huizen waar ze met haar ouders in woonde.  
  • Op 5: Litause klavieren - Johannes Bobrowski
    Bobrowski heeft een prachtig kort verhaal geschreven over de pogingen van professor Voigt en conertmeester Gawehn om een opera te maken over een achttiende eeuwse dorpsdominee en dichter, Christian Donelaitis. De poging verzandt maar daardoor roept de schrijver wel in een reeks portretten de geschiedenis van de streek neer. Een prachtig, maar veel te onbekend boek. Daarom een hoge plek in mijn top 10. 
  • Op 4: Ik en mijn speelman - Aart van der Leeuw
    Een sprookjesachtig verhaal. Een edelman is beloofd aan een jonkvrouw, maar wil niet trouwen met iemand die hij niet kent en die vast een lelijke heks is. Zij ziet ook niets in een gearrangeerd huwelijk met een onbekende. Beiden gaan het noodlot uit de weggaan op avontuur. Dan ontmoeten ze op hun weg iemand waar ze verliefd op worden, en na allerlei avonturen, ieder apart achtervolgd door hun familie, trouwen ze... en dan pas horen ze wie de ander is. Het hele verhaal vindt plaats onder begeleiding van de muziek van de speelman. 
  • Op 3: Kreutzersonate - Margriet de Moor
    Beethoven schreef in 1802 het eerste muziekstuk onder de titel Kreutzersonate, Janáçek het tweede, in 1923. Tolstoj maakt in zijn gelijknamige novelle uit 1891 het stuk van Beethoven tot de kiem van een buitenechtelijke romance, daarbij zinspelend op de gevaarlijke krachten van muziek. Margriet de Moor verkent in haar boek de krachten van het stuk van Janáçek. Kreutzersonate gaat over het leven van muziekcriticus Marius van Vlooten en zijn huwelijk met de violiste Suzanna Flier.  
  • Op 2: Het leven een dansfeest - Arthur van Schendel
    Het schitterende verhaal over twee dansers: Daniel de Moralis Walewijn en Marion Ringelinck. In negentien hoofdstukken vertelt in ieder hoofdstuk een ander persoon iets over wat zij meegemaakt hebben met Daniel en Marion. De dans is voor hen een obsessie en staat hun relatie in de weg, tegelijkertijd bindt het hen samen. Het prachtige taalgebruik van Van Schendel komt hier in volle glorie naar voren. 
  • Op 1: Op 1 staat niets, want het beste boek waarin muziek een rol speelt moet nog geschreven worden. Misschien vind ik tijdens deze 10 dagen wel een nummer één. Of heeft er iemand een paar tips?

09 maart, 2006

93 - Nescio-aanwinst

Het is nauwelijks voor te stellen dat er een serieuze liefhebber van Nescio bestaat, die ‘m nog niet heeft, maar in mijn geval was het écht zo. Ik had geen exemplaar van de door Lieneke Frerichs samengestelde bundel “Over Nescio. Beschouwingen en interviews”. Deze bundel, uit 1982, hetzelfde jaar waarin een Tiradespecial (nr. 276/277) over Nescio verscheen, is inmiddels een klassieker. En daarom behoort iedere serieuze liefhebber ‘m te hebben, en dat kan ik zeggen want ik heb mij inmiddels onder de bezitters geschaard. Over Nescio verscheen als “Bzztôh literair archief”, dat wil zeggen dat het een bundel is die is samengesteld uit de belangrijkste publicaties over Nescio en het werk van Nescio die uit talloze bronnen zijn verzameld. Het boek is onderverdeeld in verschillende periodes:
  • Reacties bij het verschijnen van ‘Dichtertje’
  • Reacties tussen 1928 en 1960
  • Algemene studies en opinies over het werk vanaf 1961
  • Studies van afzonderlijke verhalen
  • Literair historische artikelen
  • Interviews en biografica, geschreven vóór juli 1961
  • Biografica geschreven na juli 1961
Frits Hopman

De indeling is logisch: eerst wat reacties na zijn debuut, vervolgens de periode tot Boven het Dal dat in 1961 verscheen en de periode daarna, dan twee delen die ingaan op de werken zelf en tot slot twee hoofdstukken over de schrijver Nescio voor zijn overlijden in juli 1961 en sinds zijn overlijden. De bundel is een feest om te lezen. Ik weet eigenlijk niet wat het meest boeiend is. De reacties naar aanleiding van zijn debuut geven een mooi beeld van de tijdgeest en bovendien lees je dan werk van recensenten die nog geen idee hadden van wat er ging komen (al was dat niet veel in omvang). Maar algemeen vond men zijn werk toen al origineel, fris, op zichzelf staand, aantrekkelijk, grillig. Ik ben blij dat de meeste recensenten toen al zo’n goede smaak hadden. In de NRC van 1932 schrijft N.A. Donkersloot bijvoorbeeld: “Drie der beste boeken die in onze taal bestaan, en die men in de regel niet kende, zijn de laatste tijd herdrukt: (…) Lijmen van Willem Elsschot en De proeftijd van Hopman. Nu verschenen ook de novellen van Nescio opnieuw.” Je zou denken dat Donkersloot een goede kijk op de dingen heeft, als hij Elsschot en Nescio naar voren haalt. Maar ik heb werkelijk nog nooit gehoord van Frits Hopman. Zou het een aanrader zijn om te gaan lezen? Als ik kijk naar een bijdrage van W.L.M.G. van Leeuwen uit 1934 waarschijnlijk wel. Hij is ook blij met de herdruk van Nescio’s werk en verzucht dat hij dolgraag een heruitgave van Hopman zou willen, in het bijzonder de verhalenbundel In het voorbijgaan. Hopman was toen kennelijk al een bijna vergeten schrijver die bij velen weemoed opriep. Zo staat in het voorwoord van de 2e druk van De proeftijd uit 1933: "Verheugenis en weemoed vervullen ons nu dit werk van den op 52-jarigen leeftijd gestorven en door velen in Nederland gewaardeerden verteller Frits  Hopman voor de tweede maal het licht mag zien."

Een analyse van Dichtertje door Frank Maatje

Het is interessant te zien hoe andere schrijvers naar Nescio keken, in de bundel komen bijvoorbeeld Ter Braak, Hermans, Bloem, Du Perron, Coenen, K. Schippers, Vinkenoog, Boon en natuurlijk Carmiggelt (in meerdere Kronkels) aan het woord. Kees Fens blijkt geregeld over Nescio te hebben geschreven en van hoge kwaliteit. Verbazingwekkend vind ik de literatuurwetenschappelijke bijdragen waarin de teksten van Nescio uit elkaar gerafeld en in systemen gestopt worden. Frank Maatje doet in 1970 iets heel ingewikkelds met grafieken en cirkels die met lijnen verbonden worden als analyse van Dichtertje. Wel knap, maar heeft hij nu echt genoten van de inhoud? Ook Enno Endt tovert het ene schema na het andere naar voren over het verhaal Pleziertrein. Veel mooier vind ik het stuk van Hans Plomp, die laat zien dat Nescio een zelfde soort omschrijving of situatie bij verschillende figuren in verschillende verhalen gebruikt, zonder dat het echt storend wordt. Ik denk dat ik niet zo’n literatuurwetenschapper ben. Als J. de Gier constateert dat Nescio veel gebruik maakte van “parallelle cumulatie”, boeit mij dat op voorhand toch niet echt, maar dat is vast mijn gebrek aan kennis over wat parallelle cumulatie nu eigenlijk precies is. Dan vind ik een stuk van Jan van Houts die op zoek gaat naar overeenkomsten in de opvattingen van Nescio en Frederik van Eeden aardiger. Niet alleen omdat Nescio ook zijn eigen kolonie had (Tames) in navolging van Van Eeden (de kolonie Walden, waar Nescio geweigerd werd), maar vooral omdat duidelijk wordt dat “de man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond” Frederik van Eeden is. De debuutzin van Nescio in de Nederlandse literatuur - de beroemdste debuutzin ooit - verwijst naar Van Eeden, die in 1888 schreef: “Als den dag van gisteren heugt het mij hoe ik de Sarphatistraat de mooiste straat van Amsterdam vond.” 

Tames - het blauw gearceerde gebied 
(afkomstig van www.kunstgeografie.nl)

Uit een stuk van Thijs Wierema uit 1971 blijkt trouwens dat er toen bij hem nog maar weinig over Tames bekend was, maar uit een stuk van Franco Groppo uit 1976 blijkt het om “het Tames”, onder Huizen, te gaan terwijl G. Jaspars in 1964 in Hollands Maandblad al wist te vertellen dat het om zes akkers (andere stukken zeggen: 1 ¾ bunder) bij Huizen ging, die fl. 600,- kostten, waar later nog voor fl. 200,- mest op moest. In 1971 wist Eelke de Jong al dat Tames was genoemd naar de boerderij die daar vroeger stond en dat de verloofde van Nescio - Adinda - de gordijntjes had gemaakt voor de hut die er stond. Voor wie de exacte locatie van Tames wil weten, kijk maar eens hier. Een schitterend project met o.a. de zoektocht naar de exacte locatie van Tames. Het is mooi dat je in de loop van de bijdragen raadsels opgelost ziet worden: in Tirade 276/277 staat de vraag nog open waar de afkorting GOHV, de debatingclub waar Nescio deel van uitmaakte, voor stond. Maar bij de publicatie van dit boek blijkt het raadsel opgelost: Gedachtewisseling Ontwikkelt Het Verstand. De eerder genoemde Van Leeuwen haalt in zijn bespreking van Titaantjes het gedicht “Drie studentjes” van Piet Paaltjens aan, dat gaat over drie idealisten die zich voornemen huichelarij aan de kaak te stellen, maar die uiteindelijk opgeslokt worden door de samenleving en hun dromen moeten opgeven. Vreselijk is dat het stuk van Nol Gregoor, “Een zwak voor Nescio”, er in staat, waarin hij beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Dichtertje/De Uitvreter/Titaantjes in zijn bezit heeft. Het is vreselijk omdat ik niet één exemplaar van die eerste druk heb, hoewel ik wel de facsimile van de eerste druk bezit. En ik heb de afzonderlijke uitgave van dit verhaal van Gregoor, dat destijds in een oplage van 100 is verschenen. Dat is dan in elk geval nog iets… maar vreselijk blijft het om te lezen dat Gregoor drie oorspronkelijke uitgaves had. 

Venloër Grensbode – Een krantje dat nooit
heeft bestaan? (wordpress.com)

Maar er zit ook veel herhaling in de stukken, onvermijdelijk. Juist omdat Nescio lang relatief onbekend is gebleven, begint elke auteur met een passage over de verschijningsdata van de verschillende teksten van Nescio, de onthulling van zijn pseudoniem, zijn directeurschap van de Holland-Bombay Trading Company, zijn uitgever De Bois, en nog wat van die zaken. Het laatste deel van het boek bevat de teksten verschenen ná de dood van Nescio, in 1961. Die werpen een goed licht op de toenemende waardering voor Nescio’s werk. Eerst beschrijven ze een paar mooie reacties rond het overlijden van Nescio en in een enkel geval komt ook de weduwe van Nescio aan het woord. Veel letterkundigen proberen na diens dood een aantal raadsels over Nescio te ontrafelen. Veel was toen nog onduidelijk. Maar Lieneke Frerichs - van wie meerdere stukken in het boek staan - heeft in de afgelopen jaren veel goed gemaakt, met als hoogtepunt natuurlijk de verschijning van het Verzameld Werk. Ik zou willen dat er weer een bundel als deze zou worden gepubliceerd. Uit de meest obscure hoeken komt dan informatie over Nescio bijeen, zou dat ook voor de afgelopen 25 jaar niet geweldig zijn? Nescio is immers niet meer weg te denken uit het literaire spectrum van vandaag en we zitten nog maar vijf jaar voor de honderdste verjaardag van de publicatie van De Uitvreter (in De Gids, van januari 1911). Overigens is de honderdste verjaardag van Venloër Grensbode, het ‘oerverhaal’ van Nescio dat eerst nog voor publicatie geweigerd werd, nog veel dichterbij: over minder dan een jaar, om precies te zijn op 24 januari 2007, is het zover. Noteert u dat, allen?