Posts tonen met het label vestdijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vestdijk. Alle posts tonen

19 augustus, 2008

157 - Kiezen en boeken: dentale literatuur

Onlangs dacht ik ineens dat ik de plaats in had genomen van een romanpersonage. Ik was namelijk aan het lezen in Ivoren wachters van Simon Vestdijk. Daarin de volgende smakelijke passage:
"Even later stond hij in de schaduw van een hoekhuis met een okkernoot tussen zijn kiezen. Hoewel zijn gezicht een sombere uitdrukking droeg, weerspiegelde het weinig van de kolossale inspanning, die hij zich getroosten ging. Licht gekromd stond hij daar, de noot tussen twee vingers op haar plaats gehouden. Hij beet uit alle macht: een luid gekraak deed twee werklui, die hem voorbij waren gelopen, verschrikt omkijken. Aandachtig monsterde hij de inhoud van zijn handpalm. Deze bestond uit ruim een halve notedop, waar het hersenvoedsel, oliebruin, met groeven en windingen uitbolde, wat losse brokken en splinters, en een weinig speeksel, met bloed vermengd. In het speeksel lag een klein witachtig voorwerp, aan één kant zwart aangevreten. Na de half ontbolsterde noot losgepeuterd te hebben, schudde hij zijn hand af, zodat de meeste splinters en de afgebroken kies op de grond vielen."

De titel van het boek verwijst naar het menselijk gebit uiteraard, en het gebit van hoofdpersoon Philip Corvage staat centraal in deze roman, vooral door de erbarmelijke staat ervan. De belediging van Philip's gebit door zijn leraar is een centraal thema in het boek, dat door Hugo Brandt Corstius "een prachtroman, een van de ontspannenste die Vestdijk schreef", wordt genoemd (in Het gebergte. De tweeënvijftig romans van S. Vestdijk).

Nu heb ik best een fraai gebit, maar kennelijk niet zo sterk als ik dacht. Onlangs was ik op een zondag onderweg naar vrienden in Wageningen, toen ik plotseling een hard stukje in mijn mond voelde. Ik haalde het eruit. In mijn hand had ik "wat losse brokken en splinters, en een weinig speeksel, met bloed vermengd. In het speeksel lag een klein witachtig voorwerp". Er was een kies afgebroken! In de auto belden we de vrienden, die hadden het nummer van de weekendtandarts, daar konden wij direct terecht en binnen het uur bleek ik geen gebroken kies, maar een gebroken (witte) vulling te hebben die hersteld werd.

Een week later gebeurde echter hetzelfde, met de kies ernaast. Wederom bleek het niet de kies, maar de witte vulling te zijn. Wederom bracht een noodvulling soelaas. Zij zitten er beide nu nog in - mijn tandarts vond ze bij nader inzien voldoende solide om te laten zitten (en waarschijnlijk dacht hij: ze vallen er vanzelf wel een keer uit).

Waarom vertel ik dit? Ten eerste omdat ik het nogal opmerkelijk vond dat terwijl ik een boek lees over afbrekende kiezen - wat ik echt niet zo frequent doe - twee van mijn kiezen/vullingen besluiten om af te breken. Werden ze geïnspireerd door het boek? Bijvoorbeeld door een zin als "dit was geen verval meer, het was een ravage; maar dan in alle denkbare stadia vastgehouden, zorgvuldig naast elkaar in beeld gebracht, als een demonstratieobject met het doel tandheelkundige beginnelingen het griezelen af te leren."

Maar ten tweede omdat ik mij afvroeg of er eigenlijk nog meer literatuur is waarin tanden (of tandartsen) centraal staan. Ik heb er weinig kunnen vinden, maar hier toch een selectie:
Een subcategorie zijn de tandartsen die schrijver zijn geworden, zoals Yu Hua, Gunadasa Amarasekara, Rodrigues Ottolengui, Moe Anderson, Alan Winter, Paul Dentz (ps. van Arnout van der Vorst), Zane Grey, John Haase, Al Aswani en Faye Kellerman. Maar of het dentale thema doorwerkt in hun schrijfselen is mij niet helemaal duidelijk.

Hoe is het eigenlijk gesteld met de dentale literatuur? Waarheen ontwikkelt het zich? Hoe gevaarlijk is het om deze boeken te lezen (zie mijn ervaring) en welke ervaringen zijn hier mee bij anderen? Is het tandartspersonage een bepaald literair type met een bepaalde betekenis of verwijzing (angst? macht?)? Is er nog iets zinnigs over dit onderwerp gezegd of geschreven? Mijn twee verse vullingen en ik zijn hier hogelijk in geïnteresseerd.


20 december, 2004

30 - Curieuze curiosa

Een tijdje geleden las ik in de Volkskrant een artikel over de curiosa die in het Letterkundig Museum ligt opgeslagen. Het gaat dan om allerlei voorwerpen die aan schrijvers hebben toebehoord of die representatief zijn voor hun schrijverschap.

Het Letterkundig Museum omschrijft het zelf zo:
De typemachine en de oordoppen van Simon Vestdijk, het liefdeshart van Connie Palmen en Ischa Meijer, en het rapport van Theun de Vries. Van kledingstukken, brillen, wandelstokken, pennen en huisraad tot en met paspoorten, diploma’s en trouwkaarten. In deze kleurrijke verzameling zijn de meest uiteenlopende voorwerpen en persoonlijke documenten van schrijvers opgenomen.

Ziehier de stofzuiger van Vestdijk. Stond hij bekend om zijn bekwame stofzuigen, of inspireerde dit apparaat hem tot zijn beste proza? De Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden geeft uitsluitsel: Vestdijk zette, om bij het schrijven niet te worden gestoord door achtergrondgeluiden, de stofzuiger aan, ook bij DBNL wordt er over geschreven..

Dergelijke curiosa worden bij mijn weten niet vaak te koop aangeboden. Ik herinner me één geval: in een catalogus van het Leidse antiquariaat Aioloz werd een kostuum van Gerard Reve aangeboden, dat kennelijk nooit was teruggehaald van de wasserij. Ik heb de catalogus niet meer (hier wordt er iets over geschreven, maar ik ben geen abonnee, dus kan het niet lezen), maar enig speuren leert mij dat Aioloz ook in het bezit is geweest van een getrokken kies en afgeknipte teennagels van Gerard Reve.
De Volkskrant schreef met enig dedain over het tentoonstellen van dergelijke curiosa, en op zich moet ik er ook niks van hebben - niet van Gerard Reve en niet van dit soort curiosa. Toch zijn er volop mensen die dit verzamelen - neem bijvoorbeeld Boudewijn Büch die ook álles van de door hem bewonderde schrijvers, muzikanten en politici wilde hebben, zoals de penis van Napoleon.

En zoals we allemaal weten zijn al die spullen in september van dit jaar geveild. Memorabilia heten ze overigens volgens het Parool, geen curiosa. Ik ben niet bij de veiling geweest, heb dus niets gekocht. Bij mijn weten bezit ik geen enkel curiosum van een auteur. Het enige wat misschien in de buurt komt, is een gedicht gedrukt op een zakdoek. Dat werd ooit verkocht in de boekhandels met *). Het is het gedicht "Het lied van de zakdoek" van Bart Moeyaert. Maar hij heeft er niet zelf in gesnoten. En het object staat niet eens op zijn eigen website vermeld, dus misschien wil hij er zelf ook niks van weten.