Posts tonen met het label Arjan Peters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arjan Peters. Alle posts tonen

05 oktober, 2017

279 - Boeken uit de doeken

Op 23 september 2017 liet Arjan Peters in de Volkskrant weten dat hij aangenaam verrast was door de bundel biblioconologische schetsen van de hand van Martin Hulsenboom en Peter IJsenbrant onder de titel Boeken uit de doeken. Ik kon een licht gevoel van trots niet onderdrukken want dat boek had ik al enige tijd in huis en inmiddels van A tot Z (of van Giuseppe Arcimboldo tot William McGregor Paxton) gelezen en er onnoemelijk van genoten. Mijn oproep aan alle lezers van dit blog is dan ook: Lees dit boek! Bestelinformatie staat hier.

Het is overigens niet zo dat ik mij op enige inspanning van mijn kant kon beroemen: ik kreeg het boek gewoon toegestuurd en op een goede dag plofte het onverwacht in mijn brievenbus. Wat ik sindsdien met Peters deel is bewondering voor de makers van dit prachtwerkje, want zij zijn er in geslaagd om een informatief en tegelijkertijd onderhoudend en soms ronduit grappig boek te maken waar elke bibliofiel van gaat watertanden.
Het boek bestaat uit 36 beschouwingen naar aanleiding van schilderijen waarop op een of andere wijze een boek een rol speelt. Deze schilderijen leiden vervolgens tot een overpeinzing over boeken, bibliofilie, lezen en lezers en alles wat daarmee samenhangt. Naast allerlei nuttige informatie uit de wereld van het boek worden passende citaten van klassieke schrijvers ingevoegd om een punt te maken waar dat nodig is. Zoals van Washington Irving en Petrarca over het lezen in de buitenlucht, naar aanleiding van een schilderij van Albert Edelfelt.
De ondertitel - biblioconologische schetsen - verwijst naar iconologie, oftewel de leer van de verborgen betekenissen in kunstwerken. Een leerstuk dat in Utrecht een heuse leerstoel had, maar waar tegelijkertijd ook best veel kritiek op was. Aan de ene kent hielp de iconografie (en in het verlengde daarvan de iconologie) om kunstwerken beter te interpreteren. Aan de andere kant ging de interpretatiezucht soms wat ver en werd er betekenis gezocht waar die niet was. De auteurs van dit boek dansen opgewekt tussen al deze betekenissen door en geven gewoon hun eigen draai aan wat zij zien (of menen te zien) in de schilderijen die ze in het boek hebben opgenomen.
Wat mij nog opviel is dat Arjan Peters in zijn column dit boek aanhaalt nadat hij eerst schrijft over de film Echt Herman Koch. Maar heeft hij niet gezien dat Herman Koch ook in dit boek figureert, en wel naar aanleiding van een illustratie van Peter van Dongen? Dit is aanleiding voor een beschouwing over bibliofagie, oftewel het eten van boeken. Ik had hier zelf op dit blog al in 2006 over geschreven. Ook Jan van Herreweghe heeft natuurlijk over dit verschijnsel geschreven.

Jan van Herreweghe over bibliofagie, met een
eetbaar boek. (c) Flickr/Bibliotheek Kortrijk
In het boek staat een voorwoord waarin vooral geprobeerd wordt om te laten zien dat het geen voorwoord is, en en passant krijgt de lezer les in de historie van het voorwoord. En hoewel het voorwoord (of wat het dan ook is) mij maande om het boek vooral geduldig uit te lezen, kon ik het toch niet laten om na elk stukje toch nog één extra stukje te lezen, en pardoes was het boek toen uit. In het boek staat ook een persiflage op een recensie (bij een schilderij van Charles Joseph Traviès de Villers) dat eindigt met de prachtige zinnen "De heren [IJsenbrant en Hulsenboom] wilden iets nalaten. Dat is hun gelukt. Zij hebben nagelaten een fatsoenlijk boek te schrijven".
Met die recensie ben ik het uiteraard volledig eens: dit boek had nooit geschreven mogen worden. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik het zelf had willen schrijven. Want eerlijk gezegd zijn deze stukjes in alle compactheid én informatiedichtheid elke keer een prachtig blogstukje. Dus waar ik met mijn blog elke keer ploeter om een stukje op te leveren, schrijven de beide heren gewoon een boek vol met allerlei relevante nutteloze feiten over boeken en lezers in prettig leesbare stukjes die uitnodigen tot verder lezen. Daar hadden zij ook jarenlang een blog mee kunnen vullen.
Wat ik verfrissend vond was de humor in het boek. Het is ook mijn humor: ik mag graag een woordgrap maken die net een tikje te flauw is, en daardoor leuk. Het hoeft niet allemaal zo serieus te zijn in boekenland, we blijven tenslotte allemaal 'gently mad' en daar hoort ook luchtigheid bij. Naast de woordgrap is er ook de quasi-arrogante correctie van opvattingen van grote auteurs. Zo betwisten zij de stelling van Copernicus dat deze wereld om de zon draait. Wat hen betreft draait de wereld om boeken, en daar ben ik het van harte mee eens. En dat er één zo'n boek mijn kant op gedraaid is, is niet minder dan het bewijs van een natuurwet: bibliogravitas om precies te zijn, waarbij het centrale punt mijn bibliotheek is. (Volgens mij heb ik zojuist een nieuwe term bedacht, die ik snel ergens moet laten registreren..)
Het is niet voor het eerst dat uit de koker van IJsenbrant en Hulsenboom en consorten mooie uitgaven komen. Recent scheef ik al over de prachtig uitgegeven en toegelichte biblio-sonnetten van Verlaine (die ik nu overigens dubbel in de kast heb: ik heb De Roos-uitgave die gelijktijdig met de handelseditie verscheen inmiddels ook op de kop getikt) en nu is er dit boek weer. Het plezier spat van dit boek af en het is ook nog eens mooi uitgegeven: gebonden, leeslintje, het ruikt goed en ligt lekker in de hand. Het is mij een raadsel hoe zo'n mooi boek gemaakt kan worden en dan vervolgens voor de belachelijk lage prijs van 12,5 euro verkocht wordt.
Is er dan niets om over te klagen? Nou, behalve dat ik het boek had willen schrijven eigenlijk niet. Ik ben van de weeromstuit maar eens gaan kijken bij de Stichting P.J. Cools (genoemd naar Petrus Josephus Cools), die ik eigenlijk helemaal niet kende. Maar ik kom dan ook niet uit Tilburg en omstreken. Mijn zoektocht leidde echter wel tot nieuwe begeerte toen ik de uitgaven van de afgelopen jaren zag: allemaal boeken over boeken in aantrekkelijke uitgaven. Gelukkig heb ik inmiddels een flink aantal van deze Cools-uitgaven in huis, maar hoe ik eraan gekomen ben en welke dat zijn: daarover schrijf ik een volgende keer.

25 september, 2016

267 - Bibliofielen in het wild

Iedereen kan het artikel ook lezen op de site van de Volkskrant, maar ik vind de de bijdrage van Arjan Peters zo leuk, dat ik hem hier integraal plaats. En waarom vind ik 'm leuk? Omdat ik me herken in de geschetste bibliofielen. Het is niet voor het eerst dat bibliofielen worden beschreven - Peters haalt zelf al Komrij aan, bijvoorbeeld - maar daarom is het niet minder leuk. Vooral deze zin: "Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was." Hoe vaak heb ik niet geschreven over achter het net vissen? Zoals hier. En hier. En hier. Aan de andere kant: ik herken me niet in het gegeven dat ik mij schaam voor mijn aandoening. Maar, genoeg gedraald, Arjan Peters heeft het woord.


Bibliofielen in het wild op de Antiquarenbeurs

Boekenweek

Op de aanstaande Antiquarenbeurs kun je een zeldzaam verschijnsel zien, aldus Arjan Peters: bibliofielen in het wild.
Bibliofielen, dat zijn mensen die niet lezen maar verzamelen. Als ze al een boek openen, zullen ze er eerder de zetfouten van kennen dan de tekst. Dit zei Gerrit Komrij toen hij 22 jaar geleden de Internationale Antiquarenbeurs opende. Hij wist over wie hij sprak.

Volgend weekend vindt de Antiquarenbeurs weer plaats, in het Amsterdamse Marriott Hotel. Misschien ga ik even langs, om naar bibliofielen te kijken. Je ziet ze niet vaak in het wild. Ze zijn niet trots op hun aandoening - hebzucht vermomd als literatuurliefde -, en komen er daarom moeizaam voor uit. Ik ontken er een te zijn, hoewel ook dat mogelijk een symptoom is.
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen, vind ik zelf. Zo bezit ik een eerste druk van de roman Uit talloos veel miljoenen (1981) van W.F. Hermans. Ik weet dat ik óók een tweede druk (1983) moet aanschaffen, omdat de auteur daar een wrang slothoofdstuk (nr. 43) aan toevoegde. Extra attractie: er is toen een fout bij de hoofdstuknummering blijven staan: in de eerste én de tweede druk staan twee hoofdstukken 37 na elkaar. Pas bij de derde druk (1989) heeft het slothoofdstuk het goede nummer, 44, gekregen. In de Volledige Werken deel 5 (2013) staat uiteraard de goede versie, en die heb ik, maar dat is geen kunst. Een bibliofiel bezit de drukken 1 tot en met 3.
Het woordje 'verkocht' hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper
Antiquariaatscatalogi lees ik altijd. De firma Fokas Holthuis bood laatst een boekje aan dat de zelfverklaarde gek W.L. Smit in 1889 met de hand schreef in de inrichting Meerenberg bij Santpoort: 'Het Leve is 1 Kunst en 1 Streid/ Heeft Dominé Weisz ons eens geseid/ En waar die Kunst te leeren is/ Dat is in Meerenberg gewis.'

Verkocht, las ik onder de aanlokkelijke beschrijving in de catalogus. Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was.

De lezing van Komrij uit 1994 heet 'De boekendans'. De tekst staat in diverse verzamelbundels. Ik heb een eerste druk (500 exemplaren), met een paar regels méér, zoals Komrijs destijds uitgesproken wens 'dat zekere verzamelaars schielijk sterven'. Mijn exemplaar is gesigneerd 'Voor I'. Dat was de Telegraaf-recensent en Komrij-verzamelaar Ivan Sitniakowsky, die in 2014 overleed. In juni van dit jaar trof ik het boekje in een catalogus aan. Ik kocht het. Uit respect voor een bibliofiel.