29 september, 2004

17 - Het Multatuli Museum moet blijven!


Vandaag las ik een ingezonden stuk van Dik van der Meulen. Daarin meldde hij het schokkende nieuws, dat mij tot nu toe was ontgaan, dat de subsidie voor het Multatuli Museum wordt ingetrokken. Waarmee sluiting van deze prachtplek dreigt. Is dit een symptoom van deze tijdgeest? Gooien we nu zelfs onze grootste schrijvers op de vuilnishoop? Niet dat Multatuli meteen vergeten is als het museum sluit, maar het museum staat wel op de plek waar Multatuli is geboren, zijn spullen staan er en er is een enorme verzameling boeken en geschriften van en over Multatuli. Kortom: dit is dé plek! Als er nu in elke stad van het land een Multatuli-museum zou zijn (wat niet eens onlogisch zou zijn, net zo als er in elke boekenkast minimaal één boek van Multatuli zou moeten staan) dan zou de afweging anders uitvallen. Maar er is maar één Multatuli-museum. En het staat in Amsterdam.

En ze hebben ook een site. Daarop een tekst van Mw prof. dr M.T.C.Mathijsen, hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft onder meer: 
"Maar wie is onlangs aangewezen als de grootste schrijver van Nederland na een enquête onder letterkundigen? Multatuli. Wie is het meest vertaald en in vrijwel elke vreemde taal? Multatuli. Welke Nederlandse schrijver heeft een boek geschreven dat gemakkelijk tot de wereldliteratuur gerekend kan worden? Multatuli. Wie heeft het geweten van Nederland zo weten aan te knagen dat er een verandering van de koloniale houding ontstond? Multatuli. Wie heeft de arbeidersbeweging in het begin van de twintigste eeuw gemotiveerd? Multatuli. Wie de vrouwenbeweging? Multatuli. De grootste schrijver van Nederland heeft, zoals een fatsoenlijk land betaamt, inderdaad een museum. Nog wel."
En zo is het maar net! Bestuur van Amsterdam, subsidiegevers: kom tot inkeer en red het museum! Multatuli had het toch bij het rechte eind: 
Idee 308: "Ik heb veel landen bezocht, en beyverde my overal achttegeven op de publieke zaak. Welnu, ik verklaar nergens zulke totale absentie van plichtsbesef, nergens zoo'n walgelyke onbekwaamheid te hebben aangetroffen als by 't bestuur der stad Amsterdam. Amsterdammers, ziet ge dat niet? Reist eens wat, merkt eens wat op, en als ge terugkeert, gaat naar 't stadhuis en gooit... neen, gooit niets. Maar eilieve, kiest anders." 
Idee 126: "Als ik weer op reis ga, en men biedt me ergens 'n nachtlyst aan, zal ik m'n beroep invullen met begaafde schryver, en m'n geboorteplaats met: helaas ! want ik ben 'n Amsterdammer."

28 september, 2004

16 - Verkiezingen

Het mooiste boek van het jaar, de nieuwe president van de VS, de beste of slechtste reclamespot, de beste computerproducten, de jonge ambtenaar van het jaar... Overal zijn verkiezingen voor. En dus ook voor weblogs

Stem maar op de mijne. Wel even zoeken in de lijst: ik ben toegevoegd op 22 september.



25 september, 2004

15 - 500 lezers!

Hoera, ik ben de bibliofiele status voorbij! Mijn tracker (zie het icoontje rechts) liet zien dat ik nu ruim 500 bezoekers op mijn weblog heb mogen begroeten. Gemiddeld 9 per dag, maar de laatste weken rond de 15 per dag. Niet gek voor twee maandjes bloggen! Het begint al een populair blog te worden hier. Veel dank aan de homepage van antiquariaat Klondyke in Almere, de verzamelpagina van antiquariaten en natuurlijk Google, de voornaamste doorgeleiders van mijn lezers. 

Maar waarom ben ik nu de bibliofiele status voorbij? Dat is een variant op deze vraag: wat is een bibliofiel boek? Ik denk dat dat lastig is om te definiëren. Want een bibliofiel is een boekenliefhebber, en een bibliofiel boek is een boek voor boekenliefhebbers. Veel boeken worden ook als bibliofiel boek gemaakt (en zo aangekondigd), er is dan veel aandacht aan vorm en inhoud besteed, vaak zijn ze niet in de reguliere boekhandel te koop, etc. Hoe kleiner de oplage en hoe bijzonderder de uitvoering, hoe gewilder - en bibliofieler - een boek wordt. Maar dat is maar een vuistregel. Zie voor een beschrijving van dit soort criteria deze link

Ik denk zelf dat een oplage van 500 een mooie grens is. Boeken die daarboven komen moeten bijzonder uitgevoerd worden om nog bibliofiel te zijn. Boeken daaronder zijn per definitie schaars en als ze dan ook nog van een gewilde auteur zijn of anderszins belangrijk, dan worden ze al snel bibliofiel. Welke boeken heb ik die (precies) een oplage van 500 hebben? Allereerst "Spiegelbeelden" van Kees Fens (Uitgeverij Arbor, 1991). Ik heb nummer 169. Verder de catalogus bij de Nescio-tentoonstelling in Kasteel Groeneveld in Baarn in 1997. Van de gebonden editie heb ik nummer 85. En het gedicht "Ursa Minor" van Jean-Pierre Rawie, dat door de Volkskrant ooit in een speciale uitgave is uitgebracht (één vel papier in een kartonnen omslag op A3 formaat). Ursa Minor is natuurlijk ook de naam van een sterrenbeeld, de kleine beer. Misschien heb ik boeken waarvan er überhaupt nog maar een paar bestaan, maar dat weet je niet als ze niet genummerd zijn. 
Het boek met de kleinste oplage dat ik heb is "Meneer Grönloh" van Willem G. van Maanen. Dat is in een oplage van 30 verschenen, waarvan ik nummer 29 heb. Raar idee dat er maar 29 andere mensen zijn die ook dit boekje hebben. Wie zouden het zijn? Particulieren? Bibliotheken? De Koninklijke Bibliotheek heeft het in elk geval niet, als ik de catalogus mag geloven..

Hoe dan ook: 500 lezers. Dit geeft moed om door te gaan. Ik ben benieuwd wanneer ik lezer 1000 mag begroeten.

16 september, 2004

14 - Het probleem van de andere verzamelaars

Zoals ik al eerder schreef: er zijn veel verzamelaars van boeken, en het nadeel is dat zij soms hetzelfde verzamelen als ikzelf. Meer verzamelaars is op zichzelf goed; het houdt de markt levendig en zorgt voor goede doorstroming. Maar laten ze met hun vingers van MIJN boeken afblijven! Ook als ze nog in een winkel staan en ik er nog niet aan toe ben ze te kopen! 

Zo is er een vaste groep verzamelaars van schaarse Nescio-uitgaven. Zodra een antiquariaat iets aanbiedt, duikt iedereen er op af. En: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Heel vaak heb ik al achter net gevist, hoe snel ik ook de catalogi die ik toegestuurd of -gemaild kreeg doorbladerde en vervolgens belde, mailde, faxte. Steeds waren anderen mij voor. Alertheid is een belangrijke kwaliteit van een verzamelaar. Ik heb een keer meegemaakt dat ik in een antiquariaat kwam en op het plankje met "Bordewijk" afstevende. In mijn ooghoek zag ik iemand een boek van de plank pakken met een bekende omslag: een boek dat ik nog zocht voor mijn verzameling! Hij bladerde erin en kocht het vervolgens. Daar ging mijn vangst.... ik was 30 seconden te laat terwijl het mijn eerste bezoek aan dat antiquariaat was. Dan was ik nog liever vijf minuten later gekomen en had ik niet geweten wat ik miste.  
Maar natuurlijk had ik ook mijn gelukkige momenten. Zo herinner ik mij de mooie dag dat antiquariaat Fokas Holthuis zijn wekelijkse nieuwsbrief rondmailde dertig seconden voordat ik mijn mail opende. Voor één keer kon ik alles bestellen wat ik wilde hebben, en het was er nog. Bijna failliet was ik, maar wel tevreden. 

Een ander geluksmoment was de dag dat ik antiquariaat Egidius (zie mijn post van 21 juli jl.) binnenstapte de dag voordat de nieuwe catalogus ten doop zou worden gehouden. De dozen stonden al klaar en omdat ik een goede bekende was, mocht ik er vast een blik in werpen. Mijn gretige vingers vonden een eerste druk van "De Wingerdrank" van Bordewijk en "Q" van Battus. Maar mijn gretige vingers mochten niet in de andere dozen graaien. Daarom stond ik de volgende dag bij openingstijd voor de deur. In de overige dozen vond ik "Openbaar boekbezit" van Boudewijn Büch, "De hel" van Boudewijn Büch en "Het verdriet van België" van Hugo Claus. Allemaal eerste druk, de laatste ook nog met stofomslag. Soms zit het erg mee met verzamelen. Het vergoeilijkt de keren dat ik achter het net viste wel een beetje. 

15 september, 2004

13 - Muizenpoot in Leeshal Oost

Schuilend voor de regen zocht ik mijn toevlucht in Leeshal Oost (zie ook deze link), in de Commelinstraat 53 in Amsterdam. Leeshal Oost is een buurtboekwinkel, volgestopt met oude tijdschriften en stripboeken en langs de wanden gestapeld boeken, min of meer gesorteerd naar genre en soort. Het overgrote deel van de voorraad bestaat uit dingen die ik niet eens zou willen hebben. Maar het is juist op dit soort plekken dat je toch nog af en toe een pareltje opduikt.

Terwijl ik met mijn vinger langs een rijtje paperbacks 'liep' stuitte ik namelijk op een eerste druk van een klein dichtbundeltje: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten van Fritzi Harmsen van Beek, pseudoniem van F. ten Harmsen van der Beek. Wonderlijk dat ik dit boekje dat destijds zoveel ophef veroorzaakte in literair Nederland veertig jaar later aantref op een wat desolate plek in Amsterdam Oost, om de hoek van de Dappermarkt.

Geachte Muizenpoot... is het debuut van Harmsen van Beek uit 1965 en haar gedichten bestaan uit grillige vertelsels over kleine voorvallen, met een voortdurend verspringende zinsbouw, vol opeenstapelingen van beelden. Voordat ze debuteerde werd ze al bejubeld (ze stond bekend als een "poet’s poet"), en ook haar debuut kreeg goede kritieken. Toch bleef ze altijd een marginaal dichter. Het is bekend dat ze bijna nooit haar naam zette onder werk van haar hand en slechts onder druk van vrienden publiceerde. Na haar debuut volgden nog een paar bundels gedichten en verhalen. Harmsen van Beek kwam met haar werk in aanvaring met de literaire traditie van die tijd. Critici konden niet doordingen tot haar werk, omdat ze zeer specifieke opvattingen hadden over de stijl, de vorm en de betekenis van het literaire werken, waaraan in hun ogen ook groteske literatuur moest voldoen. In zekere zin solliciteerde zij zelf naar 'onbegrip' en 'ongezien' blijven. Ze stuurde erop aan om niet begrepen te worden en is mede daardoor moeilijk te interpreteren. Overigens schreef Aad Nuis destijds: "Nu zijn de gedichten van F. ten Harmsen van der Beek in hoge mate origineel; zij schrijft niet onbegrijpelijk, maar hanteert een combinatie van poëtische middelen die ik nooit eerder tegengekomen ben."

Wat mij betreft is Harmsen ten Beek geslaagd in haar streven naar onbegrijpelijkheid. Lees onderstaand fragment van Geachte Muizenpoot:

Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is - en niet omgekeerd - opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

De reden dat ik het boekje kocht was niet zozeer het werk op zichzelf (hoewel het wel leuk is een boek van dit fenomeen op de plank te hebben) maar het is meer een soort eerbetoon aan de 75e verjaardag van Remco Campert. Dat zal dan ook de reden geweest zijn dat het boekje maar vijfenzeventig cent kostte.

Campert is een tijdje met Harmsen van Beek getrouwd geweest, een halve eeuw geleden om precies te zijn. Van 1954 tot 1957 woonde hij met haar op het landgoed Jagtlust in Blaricum, waarna ze uit elkaar gingen. Jagtlust was een ontmoetingsplek voor tal van kunstenaars, over het huis is zelfs een biografie verschenen. Daarin staat dit citaat van Campert over Harmsen van Beek:
"Er waren misschien mooiere vrouwen dan Fritzi, er waren er zeker die sexy'er waren, maar er was niemand die zo dwarrelend geniaal en roesachtig was als zij, en die haar bewonderaars zo effectief gevangen wist te houden in iets dat zweefde tussen bewondering en medelijden. Ze leek altijd half in haar eigen fantasiewereld te leven [...]."

Ik ben in elk geval blij dat ik "Geachte Muizenpoot..." in mijn verzameling heb. En zo sneupte ik op een regenachtige dinsdagmiddag in Leeshal Oost voor vijfenzeventig cent een boekje met een heel lang verhaal. Remco, van harte met je vijfenzevenstige verjaardag. En van harte beterschap, ik hoop dat je snel weer op de been bent.

n.b. In 2019 sloot helaas Leeshal Oost definitief haar deuren

09 september, 2004

12 - Van Kok naar Kabel

Wanneer ik in het centrum van Amsterdam ben, kijk ik altijd bij antiquariaat Kok in de Oude Hoogstraat. Dat is een lekker grote zaak met veel nieuw aanbod, waar het goed sneupen is. Naast het reguliere aanbod in de kasten heeft Kok ook nog apart een uitgebreid aanbod eerste en bijzondere drukken. Dat aanbod houdt de boekenverzamelaar nederig: het is altijd mooier dan wat in mijn eigen collectie staat.

Maar het leukst blijft het om je gewoon te laten verrassen. Ik stuitte op een klein maar mooi boekje dat ik onmiddellijk kocht: College lopen, door Jean Pierre Plooij. De redenen dat ik het kocht zijn de volgende: 
1. Ik ben zelf oud student van de Universiteit van Amsterdam. In dit boekje is een aantal columns gebundeld die Plooij eerder schreef voor Het Parool. Hij bezoekt telkens een willekeurig college aan de UvA en beschrijft hoe dat gaat: de docent, de studenten, wat wordt er behandeld en hoe. De vakken die hij beschrijft variëren van Algebra, tot Accountancy en Milieu en zelfs Linguïstische Antropologie. Je herkent het onmiddellijk terug: de zalen, de eindeloze colleges, de docenten. Plooij weet het voor een buitenstaander goed te beschrijven. 

2. Eén van de colleges die hij beschrijft is het college Privacybescherming aan het instituut voor informatierecht, dat wordt gegeven door prof. mr. J.J.C. - Jan - Kabel. Bijgaand van de site van het Instituut voor Informatierecht van de UvA - waar hij werkt - een door hem zelf gemaakt (?) zelfportret. Van deze docent heb ik zelf ook dit college gehad, zij het niet in het jaar dat Plooij er was (1991) maar een jaar of vier later. Desalniettemin: herkenbaar, de manier van college geven en het onderwerp. En Kabel was zo’n goede docent, dat ik hem uiteindelijk heb gevraagd mijn scriptiebegeleider te zijn. Plooij beschrijft het boze wachten op een overheadprojector: 
"Hij ziet er te zachtaardig uit: lang, mager, midden veertig en couperose onder de ronde, dungerande bril. Zijn innemendheid krijgt extra reliëf door zijn bekentenis geen autobezitter te zijn. Kortom, een geleerd man, zeker, maar een straatvechter die de monolithische bureaucratie een pets in het gezicht zal geven, nee."
Ja, zo was het... Ik heb goede herinneringen aan Jan Kabel, en daarom mocht dit boekje natuurlijk niet in mijn collectie ontbreken. En dan te bedenken dat Kok vlak bij de Oudemanhuispoort ligt, waar ik veel van mijn colleges had, en een paar minuten lopen van het gebouw van IVIR. Even tien jaar terug in het verleden, dankzij een mooie vondst bij Kok. Niet voor niets een favoriet adresje.

n.b. in 2019 overleed Jan Kabel

03 september, 2004

11 - Grote brand in bibliotheek Weimar

Grote brand in bibliotheek Weimar

Nog maar net heb ik het boek "Bibliotheken" van Boudewijn Büch gelezen, of één van de bibliotheken die hij beschrijft wordt door brand verwoest. Wat een verlies: 40.000 boeken zijn verloren gegaan.

Büch schrijft over deze bibliotheek, waar hij jaarlijks naar toeging: "Bibliotheekliefde houdt zeker niet uitsluitend verband met de liefde voor een bepaald genre boeken. Zo dat wél waarzou zijn, dan riep ik de collectie van (...) Weimar (Goethe, indien ik mij niet vergis) tot de hoogtepunten van mijn bibliotheekwoede uit." En: "Voor een Goetheaan als ik is een bezoek aan de Zentralbibliothek nu reeds meer dan een decennium zowel een verslaving als een aansporing tot ontwenning. Want wat hier bijeengestouwd staat, kan nooit meer opnieuw samengebracht worden. Unica blijven uiteraard unica, maar zeldzame drukken waarvan geen ander exemplaar meer te vinden is vanwege oorlogshandelingen ("andere Exemplare verschollen", heet dat zo beleefd op zijn Duits)... de Zentralbibliothek bezit ze."

In verschillende 'boeken over boeken' wordt geschreven over de vijanden van boeken. Brand is een grote vijand. Büch schrijft daar bijvoorbeeld over (in zijn boeken "Bibliotheken" en "Boekenpest", hij kon nog niet bevroeden dat zijn meestgeliefde bibliotheek er ook aan moest geloven). Er zijn verschillende tot de verbeelding sprekende branden geweest: de bibliotheek in Alexandrië is misschien wel de bekendste, maar de drie grote branden in het Amerikaanse Library of Congress zijn ook niet mis: 1813, 1825 en 1851 (bij de laatste ging de prachtige bibliotheek van Thomas Jefferson verloren). Ik herinner me ook de huiveringwekkende beschrijving van de brandende kloosterbibliotheek in "De naam van de roos" van Umberto Eco.

Sommige branden ontstaan per ongeluk, maar veel boeken zijn ook bewust verbrand. Isaac d'Israeli schrijft (in: Curiosities of Literature, 1964): "Het is de eeuwen door altijd een eigenaardige liefhebberij van volkeren geweest elkaars boeken te verwoesten: men beschouwde dat blijkbaar als de uiterste belediging. De Romeinen verbrandden de boeken van de joden, van de christenen en van de filosofen; de joden verbrandden de boeken van de heidenen en van de christenen en de christenen verbrandden de boeken van de heidenen en van de joden. De roemruchte Li Ssu (3e eeuw voor Christus) vond zichzelf zo belangrijk dat hij meende dat de geschiedenis bij hem moest beginnen, daarom leek het hem het beste alle bestaande literatuur te verbranden. Savonarola (Florence, 15e eeuw, zie afbeelding) spoorde zijn gehoor aan boeken en kostbaarheden te verbranden: "Een oud wijf weet meer van het geloof dan Plato" riep hij.

Lees hier over de brand in de universiteitsbibliotheek Leuven die door Duitse soldaten was aangestoken, in het kader van een terreurcampagne die ze zelf "das Strafgericht über Löwen noemden", en die de geschiedenis inging als le sac de Louvain. De bibliotheek waar behalve de stichtingsbul van de universiteit nog een kwart miljoen boeken verkoolden, stond spoedig symbool voor het bedreigde Westeuropese cultuurpatrimonium. En tot slot lees ik hier zelfs over de brand in de bibliotheek aan de Kervelstraat in Krommenie. De voorbeelden - van klein tot groot - zijn helaas eindeloos...

En nu is er dus weer een stukje cultuurgoed voorgoed verloren gegaan. De wereld is er niet mooier op geworden.

nb: het maakt het verlies niet goed, maar er is een sprankje licht: na 10 jaar werd een verlorgen gewaand boek uit de bibliotheek in Weimar teruggevonden.

30 augustus, 2004

10 - Gmail Invites to give away

Wie wil er Gmail? 

Ik kan vijf (was 6) mensen uitnodigen voor Gmail! Of zoals Gmail zegt: Invite friends to Gmail. En altijd goed voor een hoge score op de Google-lijst is het opschrijven van deze zin: "I have Gmail-invites to give away!" (benieuwd voor hoeveel verkeer dat gaat zorgen) 

Wat is Gmail? 

Google is onlangs begonnen met het testen van zijn nieuwe gratis e-maildienst Gmail. Een nieuw initiatief dat voor nogal wat ophef heeft gezorgd. Iedere gebruiker krijgt maar liefst een gigabyte aan opslagruimte en e-mailberichten worden ‘eeuwig’ bewaard. Maar volgens sommigen schenden de algemene voorwaarden uw privacy. De datum van een algemene introductie van Gmail is nog niet bekend gemaakt. De meest opvallende eigenschap van Gmail is natuurlijk de 1 GB aan opslagruimte, honderden malen meer dan bij Hotmail, Yahoo! of Freemail. Je kan je niet aanmelden voor Gmail, je moet gewoon iemand kennen die al Gmail heeft - een testgebruiker - en hopen dat hij jou uitnodigt om mee te doen. Elke testgebruiker krijgt van tijd tot tijd uitnodigingen. En dus wordt Gmail een hype: het is schaars, dus gewild. 


Wat dat betreft gebeurt hetzelfde als met bijzondere boeken in kleine oplages: Juist omdat er niet zoveel van zijn, wil je het per se hebben. De geur van exclusiviteit straalt dan een beetje af op jezelf, denk ik. Je kan zeggen: ik heb één van de weinige exemplaren van... 

Niet dat ik geen vrienden heb, maar ik ben benieuwd of lezers van dit weblog geïnteresseerd zijn in Gmail. Stuur me dan een mailtje, en ik stuur je een uitnodiging. Er is één maar: ik wil een link van jouw webpagina naar mijn weblog er voor terug. Want dat is goed voor het bezoekersaantal van dit log en voor een hoge Google-ranking.

nb hier is te lezen hoe gmail uitgroeide van een voorziening voor een select clubje gebruikers naar een dienst met meer dan een miljard gebruikers.

27 augustus, 2004

9- Haagse mijmeringen

Onlangs moest ik in Den Haag zijn. Daar kom ik niet zo vaak, en daarom leek het mij goed om mij te laten verrassen door een antiquariaat. Wie weet wat ik nog zou opdoen.

Op het Noordeinde zag ik antiquariaat L.B. Kretzschmar en daar liep ik binnen. Mooie, ruime zaak met een zeer diverse collectie. Helaas gebeurde door de breedte van het assortiment iets wat ik vaker zie: de diepte ontbreekt. Bij de voor mij interessante afdeling (Nederlandse) literatuur stond een doorsnee aanbod, maar geen dingen waar ik enthousiast van raak en helaas niets van mijn verlanglijst. En waar je onvermijdelijk ook tegenaan loopt: veel van het leuke aanbod heb je zelf al, of je hebt er bewust voor gekozen het niet te willen hebben (ik ben immers bibliofiel, geen bibliomaan).

Ik heb een tijdje in mijn handen gestaan met een exemplaar van het romandebuut van H.M. van den Brink De vooruitgang. Een eerste druk voor 4,5 euro is altijd leuk, maar ik heb ‘m laten liggen omdat op de titelpagina een met tippex verwijderde naam van de eigenaar stond.
Dat een boek tweedehands is, is niet erg. Maar als ik overduidelijk kan zien van wie het boek is geweest, en als dat dan ook nog eens op een lelijke manier onzichtbaar is gemaakt, dan wacht ik gewoon op een mooier exemplaar. Zeker met reguliere uitgaven als deze.

Maar Den Haag is een stad vol van boekwinkels, en daarom keek ik ook nog even bij De Slegte in de afdeling ramsj. Daar ging ik erg tevreden weg met een exemplaar van De Petersburgse pest van I.M. Gontsjarov, in 2000 uitgebracht door De Arbeiderspers. Een boek dat pas vier jaar oud is, en nu al verramsjt en niet meer te koop in de reguliere boekhandel. Eigenlijk een zorgelijke ontwikkeling. Nu stuit ik er toevallig op, maar als ik het over een paar maanden had willen kopen, dan had ik lelijk mijn neus gestoten.



Dit redelijk onbekende boekje is een jeugdwerk van Ivan Alexandrovitsj Gontsjarov (1812-1891), wereldberoemd door zijn boek Oblomow, de luiaard die om wereldbeschouwelijke redenen weigert zijn bed te verlaten. In dit boek drijft Gontsjarov zowel de spot met zijn vrienden en andere stadgenoten die in de lente een onweerstaanbare drang krijgen de stad te verlaten en de natuur te beleven al met het romantische dwepen met de natuur. Vertaler Arthur Langeveld noemt dit verhaal een ecologische satire. Hoofdpersonen zijn de familie Zoerov en de Oblomow-voorloper Tjazjelenko (een vadsige, "methodisch luie" vriend). Zij hebben een nog volop romantische visie op het idyllische, pittoreske en ongerepte buitenleven. Maar de verteller laat niet na minder fraaie plekjes aan te wijzen: een vetsmelterij die een verpestende stank verspreidt, het zogenaamd schilderachtige meertje dat evenwel niet groter is dan een tafellaken en geheel bedekt met een laag zeepschuim omdat de soldaten hun kleren erin wassen, het 'prachtige' uitzicht vanaf een heuvel op niet meer dan de schutting van een steenfabriek.

Oblomow ligt al een tijdje op lezing te wachten maar ik kom er steeds niet toe - ben ik soms te lui? Oblomow zelf zal dat niet de slechtste reden vinden... Misschien is het verstandig om binnenkort als amuse te beginnen met De Petersburgse pest.

En zo boekte op mijn wandeling door Den Haag toch nog een onverwacht resultaat. Dit boek had ik niet willen missen en ik ben blij dat ik er al sneupend tegenaan ben gelopen. Uit het Haagse niets dan goeds.

20 augustus, 2004

8 - Vakantie Boeken

Een vakantie boeken leidt in de regel tot vakantieboeken. Zoals H.M. van den Brink schrijft in Vrij Nederland 30 van 2004: "Lezers reizen zwaar. Eigenlijk hebben lezers nooit vakantie van lezen. En eigenlijk vinden ze dat helemaal niet erg."

En nadat ik een vakantie ging boeken, ging ik uiteraard ook op weg voor een aantal vakantieboeken. Maar tijdens de vakantie bleef ik ook sneupen.

Ik was de omgeving van Quedlinburg en terwijl ik mij daar liep te vergapen aan de prachtige huizen, zag ik een boekhandel annex antiquariaat (die overigens niet op bijgaande foto staat)

Dit was nu echt een boekhandel naar mijn hart. Klassiek ingericht, veel donker hout. Precies de goede sfeer. Eerst de algemene boekhandel, groot, ruim en veel literatuur, veel geïllustreerde boeken over Quedlinburg en veel van alles. Daarachter het antiquariaat, maar dan moet je eerst door een gangetje waar schilderijen van Quedlinburg hangen. In het antiquariaat mooie banden in hoge kasten. Op de kasten diverse beelden en schilderijen die met boeken en wetenschap te maken hebben (een uil, een globe). Eerste drukken in een afgesloten kastje met glazen ruitjes. Gesorteerd in diverse onderwerpen.

Het allermooiste was: tijdens mijn bezoek heb ik NIEMAND gezien. Niet in de boekhandel en niet in het antiquariaat. Het leek een bibliotheek, die je volledig voor jezelf hebt. Wat een prachtwinkel!

Ik had echter niet de tijd om alles rustig te bekijken. Ik ben dan ook vergeten te registreren welke boekhandel het was. Ik ben zelfs vergeten er snel een foto van te maken. Dus: welke was het?
Gebecke Buch und Antiquariat Graphik und Musikalien??
Buchhandlung Meinicke GmbH, in de Heiligegeiststrasse1??
Antiquariat Jens Jürgens, Im Schuhhof 1??

Ik zal het niet weten (ik vermoed Meinicke), maar ik weet nu wel dat ergens in Quedlinburg de ideale winkel bestaat. Dus: vakantie boeken? Met je vakantieboeken naar Quedlinburg!

17 augustus, 2004

7 - Waarom verzamelen?

Vanmorgen las ik een aardig stuk in de Volkskrant over verzamelen. Merel Bem schreef over de tentoonstelling "Snapshots", waarbij 500 foto’s van de amateurfotoverzamelaar Christian Raoul Skrein von Bumbala worden getoond (van de meer dan een miljoen die hij er heeft). Het gaat hier dus om foto’s, en niet om boeken, maar het idee is hetzelfde. Bem schrijft: "Het begint met één of twee foto’s, en voor je het weet ben je hard op weg een verzamelaar te worden." En verder: "Maar daarnaast omdat het karakter van de verzamelaar altijd doorschemert in zijn verzameling. Hoe compleet en veelomvattend hij daarin ook heeft geprobeerd te zijn - hij geeft zich altijd bloot." Dat roept inderdaad de vraag op: hoe komt het toch dat ik verzamel, en waarom eigenlijk? 

Ed van Eeden vindt dat je die vraag niet mag stellen. In zijn prachtige boekje "Boekenwurmen en ander ongedierte. Over de omgang met boeken" uit 1992 (waarvan ik de luxe editie bezit, niet de handelseditie) schrijft hij: "Waarom verzamelt iemand boeken? Wie die vraag stelt is geen verzamelaar. Een verzamelaar verzamelt wat hem fascineert". Boudewijn Büch heeft zich ook vaak het hoofd gebroken over zijn drijfveren. In "Bibliotheken" schrijft hij: "Toen ik in een der eerste dagen van het jaar 1984 het Amsterdamse Rijksmuseum bezocht en mijn oogpartij op twintig centimeter afstand zich bevond van het Book of Kells besefte ik op een bijna schokkende wijze hoe de schatten uit overheidsbibliotheken van een derderangsverzamelaartje een nederig mens maken". Büch een derderangs verzamelaartje? Hoeveelste rangs ben ik dan wel niet, met mijn bescheiden metertjes boek, en zonder botje van de dodo? Büch schrijft ook: "Wanhoop is het centrale thema van iedere bibliofiel. De bibliofiel is een extreme boekenvriend. Hij houdt van boeken en bezit het liefst boeken waar hij een verhouding mee heeft." 

Het principe van uitdijende verzamelingen, waar Bem over schreef en waar Büch ook slachtoffer van is geworden (en ik ook, als ik niet fors de rem op mezelf zet), wordt in Bibliotheken als volgt verwoord: "Wat boekencollectioneurs tot échte maniakken maakt is hun streven naar volledigheid, wat niet zelden de aanschaf van enorme hoeveelheden inhoudt." Maar wanneer overschrijdt je de grens van liefhebber naar verzamelaar? Ook daar heeft Büch een antwoord op, in Bibliotheken uiteraard: "Als de boeken achter glazen deurtjes komen dan is het stadium van de boekenkast verlaten en het tijdperk van de bibliotheek aangebroken (p. 178)." Niet dat je daar blij mee moet zijn, want: "Het inrichten van een eigen particuliere bibliotheek heeft, afgezien van het prestigedoel slechts weinig voordelen. Het is een vermoeiend beroep onbezoldigd bibliothecaris van je eigen bibliotheek te zijn. Vooral omdat het boekbezit de gehele woning gaat terroriseren (p. 177)." Maar hoe dan ook: "De best denkbare bibliotheek maak je zelf (p. 175)." 

En zo is het maar net. Dus daar ga ik onverdroten mee verder. Ook al heb ik nog geen glazen deurtjes, ik noem het "mijn bibliotheek". En ik zal er verslag van blijven doen. Op deze plek. 

Naschrift:
De vraag “waarom verzamelen” blijft fascineren. Deze inmiddels bijna 20 jaar oude post wordt nog regelmatig gelezen, kennelijk door medeverzamelaars die zich dezelfde vraag stellen.
Ook ik ben de afgelopen 20 jaar met deze vraag bezig geweest. Duidelijk is wel dat een eenduidig antwoord op deze vraag niet mogelijk is, al heeft Büch een aardige poging tot versimpeling gedaan.
Als leestip geef ik daarom graag nog het in 2009 verschenen boek van Jaco Berveling mee met de titel “Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten”. Uiteraard heb ik een gesigneerd exemplaar, maar dat doet er verder niet toe. Berveling beschouwt het fenomeen verzamelen, en in het bijzonder van boeken, vanuit verschillende perspectieven:
- Cultureel/historisch (De Nederlandse schraapzucht en het inzicht dat Nederlanders gemiddeld meer verzamelen dan andere nationaliteiten
- Psychologisch (waaronder de freudiaanse verstoorde vaderverhouding, die slechts voor weinig verzamelaars lijkt te gelden)
- Sociologisch (de invloed van de omgeving)
- Economisch (de verzameling als belegging)
- Biologisch (verzamelen als instinct, een overblijfsel uit de oertijd)
Berveling stelt dat iedere verzamelaar een andere mix van deze perspectieven kent, met een uniek ‘verzamelprofiel’ als gevolg. Hij zegt: “Geef tien verschillende koks dezelfde ingrediënten en je zult zien dat de maaltijden toch allemaal anders smaken. Ze zullen de ingrediënten anders combineren (…). Al die variatie levert een uniek gerecht. Zo is het ook met verzamelaars. 

14 augustus, 2004

6 - Hugo Brandt Corstius: mysterie opgelost

Nadat ik bij Hoeksbooks (zie vorige post) eindelijk na jaren zoeken een exemplaar van Hugo Brandt Corstius' Weer een nieuw vak? had bemachtigd, mailde ik de eigenaar of hij wellicht nog andere boeken van HBC had die betrekking hadden op zijn wetenschappelijke werk. Tot mijn stomme verbazing mailde hij terug dat hij een exemplaar had van Het Bewustzijn en of ik die wilde hebben. Wederom een schaars werkje, want niet regulier uitgegeven en voor een ander publiek dan zijn andere werk. Maar schaars betekent niet direct duur. En toch: zelfs al was het wel duur: natuurlijk wilde ik het hebben, want het stond nog niet in mijn kast. Het zou mij maar liefst één (1) euro kosten, exclusief verzendkosten. 

Inmiddels heb ik het binnen en het boekje blijkt een antwoord te zijn op een zoektocht van enkele jaren terug. Zoals ik al schreef, streef ik naar een complete verzameling. Toen ik dan ook op de dag van verschijning een exemplaar kocht van Opperlans! van Battus, keek ik zoals gewoonlijk in de lijst met overige publicaties van de auteur. Dat is één van de methodes om een verlanglijst vol te krijgen. Als je een schrijver compleet wilt hebben, moet je immers wel weten wat er allemaal verschenen is. Daar kom je op verschillende manieren achter: door te kijken in de verschenen boeken zelf naar een lijst met andere werken, door het lezen van interviews met de auteur, door het lezen van catalogi van antiquariaten, dat soort dingen. Wat ik zelf ook veel doe is een bepaalde auteur opzoeken in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek en van universiteitsbibliotheken. Daar duiken soms de meest onverwachte uitgaven in op, die vervolgens voorwerp worden van een lange speurtocht. 

Hoe dan ook, in Opperlans! vond ik een vermelding van het werk Het Bewustzijn van Hugo Brandt Corstius, een boekje dat ik toen niet kende. Ik heb vervolgens de uitgever gemaild met de vraag wat dit voor boekje was en waar ik het kon krijgen. De uitgever, Querido, kon het mij niet vertellen. Verbazingwekkend dat een uitgeverij in haar eigen uitgave een boek vermeldt, dat zij niet kent. De uitgeverij dacht dat het ging om een serie die HBC had geschreven voor het tijdschrift Hollands Maandblad over hersenen, bewustzijn en werkelijkheid. Deze serie stamde uit 1999 en dat klopte met het jaartal van het boekje. Vervolgens heb ik Hollands Maandblad gemaild met de vraag of deze serie ooit in boekvorm was gepubliceerd, en of ik daar dan een exemplaar van kon kopen. De redactie liet mij weten dat dit niet zo was, maar dat ik wel tegen betaling kopieën van de artikelen kon krijgen. Dat was nu ook weer niet de bedoeling, want ik zoek boeken en geen artikelen. Kortom, het spoor liep dood. Zo dood, dat dit boekje niet eens meer op mijn verlanglijst stond. Ik wist niet eens dat ik het wilde hebben...

Totdat Hoeksbooks mij het boekje stuurde, omdat ik per ongeluk een open vraag stelde. Verzamelaars moeten soms geluk hebben... Het blijkt te gaan om de tekst van de Leonardo lezing 1999. Dat betekent dat Brandt Corstius de Leonardo-wisselleerstoel bekleedde aan de Letterenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. Hij heeft een keuzevak verzorgd en de Leonardo-lezing gegeven, waarvan de tekst (samen met de colleges) dus is uitgegeven. De Leonardo-leerstoel wordt bij toerbeurt bekleed door prominente Nederlanders die hun sporen hebben verdiend in diverse maatschappelijke sectoren. Andere zogenaamde Leonardo-hoogleraren waren Rutger Kopland, Leo Vroman en Jan Terlouw. In 2004 is de eer aan Ted van Lieshout. Al met al bleek de vermelding in Opperlans! gewoon te kloppen. Jammer dat niemand het mij kon vertellen. Gelukkig dat het allemaal toch goedgekomen is. 

Een waardevolle aanwinst voor mijn verzameling, en dat allemaal door een toevalstreffer na een zoektocht van 15 jaar naar een ander boek... Maar wat zoek ik na deze prachtige vondsten dan allemaal nog van Hugo Brandt Corstius? Hou je vast... Als HBC (tenminste, ik denk dat hij de auteur is...) Automatisch tellen en scheiden van Nederlandse lettergrepen (St. Mathematisch Centrum, 1965), idem van Duitse (SMC '67), Zweedse (SMC '68), Amerikaans-Engelse (SMC'68), Romaanse talen (MC '68), Computer in de taalkunde (SMC '64), Mechanische vorming van het geschreven verkleinwoord (1967), Grammars for number names (ed. Reidel 1968), Algebraïsche taalkunde (Acad. paperb., Oosthoek 1974), Computer taalkunde (Randgebieden 3, Coutinho 1978), Rare talen en vreemde talen (NRC, 1993). En als Piet Grijs: bijdrage in Schrijfmachinenummer (Utopia '78). Het vriendenboek van Thérèse Cornips waarin hij een bijdrage schreef. En tenslotte .... honderd, ik kom (1982). Van dat laatste boek zie ik veel exemplaren, maar een mooie (zonder leesvouwen, vlekken, verkleuringen...): dat niet. Want niet alleen wil ik alle titels hebben, ik wil ik ze ook in mooie conditie hebben staan. Ik blijf zoeken.

29 juli, 2004

5 - Hugo Brandt Corstius: 15 jaar zoeken

Vandaag was een prachtige dag. Eindelijk, eindelijk, eindelijk een boekje dat ik al 15 jaar op mijn verlanglijst meesleep ontvangen. Het is de voordracht van Hugo Brandt Corstius (oftewel HBC) uit 1974 bij zijn aanvaarding van het ambt van buitengewoon lector in de automatische informatieverwerking bij de Erasmus Universiteit. Geen reguliere uitgave, maar een gelegenheidsuitgave, vermoedelijk in kleine oplage en voor een heel ander publiek dan zijn andere werk. En misschien daarom wel zo moeilijk te vinden...

Ik ben al lang een fan van Hugo Brandt Corstius. Zijn spitsvondigheid, zijn taalvondsten, zijn polemieken: ik lees ze graag. En niet alleen onder zijn eigen naam, maar al zijn pseudoniemen. Grappig is dat hij zijn pseudoniemen ook echt als aparte personen beschouwt. In de literatuurlijst bij deze lezing neemt hij dan ook gewoon een artikel van Battus (=van hemzelf) zonder enig commentaar op... Zouden de lezers van toen al geweten hebben wie Battus is? Hij had toen al publicaties op zijn naam staan als Piet Grijs en Raoul Chapkis, maar de eerste boekuitgave als Battus verscheen pas in 1978. Aangehaald wordt het artikel De vertaalmachine in Hollands Maandblad uit maart 1973.

Hoogtepunten die ik mij van HBC herinner zijn zijn commentaar op elke nieuwe druk van de Dikke van Dale. Het ding was nog niet uit, of hij had alweer een artikel waarin hij genadeloos tal van fouten aanwees in dit standaardwerk: foute citaten, onjuiste conclusies, spellingsfouten... Het is mij altijd een raadsel geweest hoe iemand zo grondig zoveel tekst kon lezen, en zoveel fouten over allerlei obscure onderwerpen eruit kon halen en toch een regulier gezinsleven had. Niet dat ik het inhoudelijk kon controleren, want ik heb soms geen idee waar hij het over heeft, maar indrukwekkend is het wel. Ook zijn spelen met taal, zoals in Opperlandse taal- en letterkunde en het latere Opperlans! is een bron van vermaak. Hoe kan iemand zoveel taalcuriosa in een ogenschijnlijk zo logisch systeem proppen? In dat verband moet ik een van zijn briljantste stukken noemen: "Hua Yüan Tse leest de Volkskrant", gepubliceerd in het Hollands Maandblad nummer 303 (1973) en verschenen in het boek Rekenen op taal van het pseudoniem Hugo Battus. Dit verhaal gaat over een Chinees die geen Westerse taal of spelling kent, maar aan de hand van de dagelijkse verschijnende Volkskrant een logische redenatie begint over de betekenis van letters en woorden. Stap voor stap ontdekt hij klinkers, medeklinkers, woorden, zinnen en betekenissen. Met een ijzeren consequentie ontsluiert Hua onze taal. Een meesterlijk stuk! 
Dat redeneren met ijzeren consequentie is een handelsmerk van HBC. Als hij een onderwerp beetpakt of bespreekt haalt hij hiermee genadeloos alle drogredenen of flauwekulargumenten uit iemands opvattingen. Piet Grijs heeft ooit een stuk geschreven over Saddam Hoessein en de eerste Golfoorlog. Het verhaal heet "Buren" en hij beschrijft hoe de buurman (= de VS) de buurvrouw (= Saddam) mishandelt. Hij slaat haar het hele huis door en ze loopt met blauwe ogen en kneuzingen over straat. Maar de buurt vindt het op zich geweldig, want ze was een mispunt en arrogant, en bovendien had ze de scooter van iemand anders achterovergedrukt. Toch zijn op een gegeven moment de meningen in de buurt verdeeld, maar wat doe je eraan? Naar de politie gaan kan niet, want buurman werkt bij de politie. Met zo'n verhaal ga je je opeens ongemakkelijk voelen (als je dat al niet deed) over de oorlogstaal van het Westen bij de oorlog tegen Irak, begin jaren '90, maar eigenlijk nu ook. Het stuk is gepubliceerd in Schuld en boete uit 1993. 
Vanwege het grote plezier dat ik aan het lezen van zijn werk beleef, wil ik een complete verzameling HBC in de boekenkast hebben staan, en daar hoort dan uiteraard ook zijn academische werk bij. Het boekje dat ik zojuist kreeg dateert uit 1974, toen de computer nog geen gemeengoed was en is dus hopeloos gedateerd, want het vakgebied is enorm ontwikkeld. HBC schrijft: "een computer is een apparaat dat informatie, gegeven als een rij van tekens, verwerkt". Omdat het zo oud is en eigenlijk geen literatuur is, is het zoals ik al aangaf des te schaarser. Maar ik heb het gevonden via de beproefde methode: de titel intikken in Google, en daar kwam hij naar voren: bij Hoeksbooks één van de 737 boekwinkeltjes van boekwinkeltjes.nl! Voor één euro... Grote vondsten hoeven niet duur te zijn, ze kosten alleen veel geduld... En een beetje geluk. 
Ik weet dat er nog minstens één andere HBC verzamelaar in Nederland is, en dat ook hij naarstig op zoek is naar het niet-literaire werk van HBC. Jaren geleden hebben we wel eens wat gecorrespondeerd. Ik geloof dat hij erg teleurgesteld was toen ik het proefschrift van HBC Exercises in computational linguistics op de kop tikte. Ik ben benieuwd wat hij van deze vondst zou vinden.... Sowieso is het bestaan van andere verzamelaars soms lastig. Ik weet: het houdt de markt levend en zorgt voor het voortbestaan van talloze antiquariaten. Maar als we allemaal op hetzelfde jagen, wordt het soms toch vervelend, zeker als ik achter het net zou vissen.

27 juli, 2004

4 - Boeken haiku

Interieur Hoogstins
Ook nog opgedaan bij antiquariaat Klondyke, een wonderschoon boekje van Gaby Bleijenbergh, het heet "Haiku rond het boek". Eigenlijk is het geen boekje, maar een opgevouwen blad in een kartonnen omslag. Het was een nieuwjaarsgeschenk voor de Parnassus/Apostrof boekhandels voor de jaarwisseling 1993-1994. In deze zit een kaartje van boekhandel Hoogstins. Maar is het die in Amsterdam?
Hoe dan ook, hier komen twee haiku van Gaby:

de omslag strelend 
weerloos voor de verleiding 
van het nieuwe boek 
Precies het soort activiteit waar ik mij vaak mee bezighoud, en waardoor ik voor de bijl ga. Natuurlijk zegt het omslag niet alles over het boek. Maar als ik weet welk boek ik wil hebben, en ik zie het, en ik kan het aanraken - dan is alle weerstand gebroken. Dan ben ik weerloos geworden.

lezen - denken - zien 
langzaam vormt de betekenis 
de rang der woorden 

Mooie beschrijving van wat er gebuert tijdens het lezen. Mooi dat het vormen van de betekenis hier voor de rang van de woorden gaat, je zou denken dat het andersom is, maar eigenlijk is dat niet zo. Door de betekenis die ontstaat worden de woorden als zodanig opnieuw geordend, en dan pas ga je het zien. Om iemand te parafraseren: "je ziet het pas als je het doorhebt".

25 juli, 2004

3 - Een sneeuwbal van boeken

Zoals gezegd, soms vind je een antiquariaat of een lang gezocht boek door het simpelweg intikken van de boektitel in Google. Dat deed ik ook met "Kruis of munt" van Toon Tellegen, een speciale uitgave ter gelegenheid van landelijke gedichtendag.


Ik ben dol op speciale uitgaven, boekjes die in kleine oplages verschijnen ter gelegenheid van bijzondere momenten en die niet of nauwelijks te koop of te krijgen zijn. Vaak gedurende een korte periode, of alleen op een bepaalde plaats, of alleen als je iemand kent. Zoals boekenweekgeschenken, nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen, genummerde uitgaven, dat werk. Alweer een subverzameling van mij zijn dan ook de kleine dichtbundeltjes die elk jaar verschijnen ter gelegenheid van landelijke gedichtendag en die gedurende één maand te koop zijn.
Maar natuurlijk had ik weer eens niet opgelet en was deze allereerste gedichtendaguitgave aan mijn aandacht ontsnapt. Gelukkig bood Google uitkomst. Want wat bleek? Antiquariaat Klondyke in Almere had 'm op voorraad. Maar nu niet meer, want hij is van mij. Een gedicht uit het boekje:


Een bloem

Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?

Of zou ik een bijzondere bloem zijn
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien en niet bloeien,

en die over de rand van een vaas voorover leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?

Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?

En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?


Het bleef natuurlijk niet bij surfen naar Klondyke. Ik heb uitvoerig hun site bekeken. Zij blijken inmiddels een aparte categorie "speciale uitgaven en gelegenheidsuitgaven" te hebben, precies het gebied waar ik zo gek op ben. Alle reden om Klondyke met een bezoekje te gaan vereren. Wat eenvoudig was, want op hun site staat een routebeschrijving naar een enigszins desolaat industrieterrein in Almere. Daar heeft het antiquariaat een geweldige ruimte over twee verdiepingen waar zeer goed gesorteerd een enorme voorraad boeken staat. Op alle gebied: literatuur, natuur, geschiedenis, religie, filosofie, techniek, etc. etc. Moeder en zoons waren aanwezig en serveerden heerlijke koffie, met koekjes. Waar vind je dat nog? Uiteindelijk ging ik met tien boeken weg, waarover later meer. En zo werden één boekje twee boekjes, en uiteindelijk twee handen vol boekjes. Een mooie sneeuwbal die mijn kant op rolde.

Maar één ervan wil ik toch noemen. In het voorbijgaan zag ik ergens terzijde het boekje "Sabberita" van A.F.Th. van der Heijden liggen.

Bij uitstek een speciale uitgave, want het is uitgegeven door Athenaeum Boekhandel en niet in de handel verkrijgbaar. Op een forum over A.F.Th. zelf vraagt iemand dan ook naar de verkrijgbaarheid van dit boek. Het antwoord: "Om het te vinden moet je hopen dat één of ander antiquariaat het aanbiedt. " En dat deed Klondyke, voor 2 euro. Dat doet trouwens ook nog antiquariaat Colombine, voor 15,90 euro. Voorwaar een goede aankoop!