donderdag, april 13, 2017

Forse handtekeningen en praatgrage schrijvers

Ik begon mij een beetje zorgen te maken toen dit jaar de aankondiging van het Feest der Letteren in de Bijenkorf uitbleef. Meestal is dit evenement met zo'n 20 auteurs ijverig signerend aan kleine tafeltjes, waarbij ze om beurten geïnterviewd worden of anderszins een bijdrage moeten leveren, aan het begin van de Boekenweek gepland. Maar na enige dagen F5-'end op de site van de Bijenkorf kwam de aankondiging er toch nog. Met enige opluchting kon ik vaststellen dat mijn verzameling gesigneerde boeken weer een forse uitbreiding stond te wachten.


Connie Palmen tussen de massa
Maar los van de jaarlijkse bijeenkomst in de Bijenkorf was er meer te beleven in de Boekenweek op het vlak van signerende auteurs. Dat begon al in Rotterdam, bij Donner, waar Connie Palmen werd geïnterviewd door Marcel Möring. Dat was een dubbelklapper: niet alleen kon ik door Connie Palmen haar boekenweekessay van dit jaar laten signeren, maar ik moest ook nog een krabbel van Marcel Möring hebben in zijn nieuwste roman Eden. Maar eerst was er een interview, voordat er gesigneerd werd. Marcel Möring besprak met Connie Palmen wat haar visie was op het schrijversschap en de relatie met haar eigen leven. Interessant was dat Connie Palmen schetste dat een schrijver eigenlijk steeds een migrant is, en haar eigen leven achter zich laat. Dat klinkt als een doelbewust achterlaten van wat was. Maar toen Möring doorvroeg over haar social media gebruik, bekende ze dat ze lid was van Facebook om jeugdfoto's uit haar lagere schooltijd te kunnen bekijken. Toen ze die herinnering vertelde begon ze te stralen, wat mij leerde dat dat achterlaten van de eigen historie maar beperkt kan plaatsvinden. Ook vertelde dat ze haar boekenweekgeschenk De Erfenis maar niks vond; boeken behoren niet gratis te zijn maar je behoort ervoor te betalen. Het zal haar goed gedaan hebben dat voor haar essay wel betaald moest worden, al was het maar weinig.

Het was enorm druk bij Donner, maar ik had toevallig strategisch een goede plek uitgekozen; vlakbij de signeertafel. Ik was snel aan de beurt, en nam ook nog even de tijd om door te praten over een paar titels die ik bij me had. Allereerst haar essay Iets wat niet bloeden kan, dat ik recent gelezen had. Dit is een uitgave in het kader van de Maand van de Filosofie, één van de series die ik spaar. Ik vond het een mooi essay over beroemdheden en moordenaars, echt en onecht en hoe dat in het hoofd van stalkers vorm krijgt. In het antiquariaat in Donner had ik ook nog snel een eerste druk van Lucifer gekocht die nu ook met handtekening in mijn kast prijkt.

Nadat ik nog wat had doorgepraat met Marcel Möring, die mij nog kende van mijn huisbezoek aan hem, rende ik naar Den Haag omdat later die middag in Paagman Tommy Wieringa zou optreden. Via het boekenmarktje in de buurt van de Laurenskerk en De Slegte kwam ik op tijd in Den Haag. Daar vertelde de schrijver over zijn nieuwe roman De dood van Murat Idrissi, een prachtig verhaal, waarin migratie een centraal thema is. Grappig dat dit woord weer terugkwam nadat ook Connie Palmen er op haar manier over had gesproken. Wieringa kondigde ook een nieuwe roman aan die in november verschijnt en hij vertelde daarbij op hilarische wijze over veldonderzoek dat hij in Twente had gedaan, met een onvergetelijk bezoek aan een Twentse snackbar waarvan ik benieuwd ben hoe we dat gaan teruglezen.

De auteur met al mijn boeken
Bij het signeren stelde ik mij bescheiden op. Ik had de laatste maanden flink wat boeken van Wieringa gekocht - ik heb de beste man inmiddels compleet in mijn kast staan - en die had ik allemaal bij me. Maar gelukkig was de schrijver zo welwillend om ze allemaal te signeren, waarbij hij per boek nog even de tijd naam om er een kort commentaar op te geven. Bijvoorbeeld bij zijn eerste romans - Amok en Dormantique's manco. Hij vertelde dat hij zijn toenmalige uitgever had verboden er ooit nog een herdruk van te maken. Over Fish pond song verweet hij dat de uitgever er te weinig promotie voor had gemaakt. Een boekje dat hij niet kende was Onderweg in de hertaling in eenvoudige taal. Met veel plezier las hij een stukje eruit voor, zonder zijn eigen zinnen erin terug te herkennen. Terwijl hij zich door mijn stapel boeken heenwerkte, zei hij opgewekt: "het is goed te weten dat ergens in Nederland alles staat".

Een week later was dan toch het langverwachte Feest der Letteren in Amsterdam. Daar kon ik onder meer mijn boeken laten signeren door Rosita Steenbeek, waaronder haar essay voor de Maand van de Spiritualiteit (wederom een serie die ik spaar). Zij vroeg of ik het gelezen had - en dat had ik uiteraard - en daarna hadden we een mooi gesprek over compassie en - wederom - migratie. En hoe dat gaat als minderheden een gezicht krijgen en daardoor de nuance in meningen komt. Ook was daar Herman Koch, aan wie ik onder meer het boekenweekgeschenk van dit jaar voorlegde. Voorafgaand aan mijn bezoekje aan de Bijenkorf had ik in een platenzaak in de Jordaan de CD van de band Donskoy gekocht. Tommy Wieringa maakte deel uit van deze band en daarom hoort deze in mijn Tommy Wieringa-collectie. Toen ik voor Tommy Wieringa stond was het eerste dat hij zei: "Den Haag of Amsterdam, het maakt jou ook niks uit!". Zijn verbazing was groot toen ik de CD van Donskoy liet zien. Aan het tafeltje naast hem zat Griet Op de Beeck, en Wieringa ging vol trots de CD aan haar laten zien, en nam uitvoerig de inhoud van het CD-boekje door, aanwijzend waar hij vermeld stond. De goeddeels zwarte voorkant liet maar een heel klein handtekeningetje toe, maar hij staat er.

Het langste bleef ik echter staan bij de tafel van A.F.Th. van der Heijden, van wie ik een grote tas met boeken bij mij had. Geduldig signeerde hij ze allemaal, met een forse, sierlijke handtekening, datum en plaatsvermelding. Waaronder zijn debuut (als Patrizio Canaponi, uit 1978) en de uitgave van Stichting de Roos De gebroken pagaai. De eerste uitgave van De Roos die door de auteur is gesigneerd! Ik was eerlijk gezegd redelijk verbaasd dat het bij deze grote schrijver zo rustig was. Van der Heijden! Onze grote romancier! Dat het bij Herman Koch druk was begreep ik wel, hij heeft volop in de publiciteit gestaan. Maar de leegte bij Van der Heijden vond ik niet fijn, hoewel ook bij Rosita Steenbeek soms minutenlang niemand was, en bij Thomas Rosenboom evenmin. Ik kon bij Rosenboom nog wel mijn twee versies van boekenweekgeschenk Spitzen laten signeren - het exemplaar met en zonder foto. We raakten nog even in gesprek waarom de versie met foto was afgekeurd. hij wist niet meer precies waarom het was maar vermoedde dat het iets met het papier te maken had. Tot slot was ook Kluun aanwezig. Van hem had ik twee kleine werkjes bij mij: het verhaal Memoires van een marketingsoldaat (uitgegeven door Hertog Jan Bier) en zijn essay God is gek. Kluun vertelde dat hij de Memoires met heel veel plezier had geschreven en dat een prima boekje vond. Dat ben ik met hem eens: het is een leuk geschreven verhaal. Maar meer dan deze twee titels - de eerste kocht ik omdat het meekwam met een verhaal van Tommy Wieringa in een vergelijkbare uitgave, en de tweede omdat ik mijn serie van de Maand van de Spiritualiteit nu eenmaal compleet wil hebben - heb ik niet. Dat Kluun een aardige kerel is staat echter buiten kijf.

Na deze productieve signeerweek constateer ik dat ik inmiddels zo'n 400 gesigneerde titels bezit. Een mooie mijlpaal, met dank aan al die jaren dat de Bijenkorf het Feest der Letteren organiseert. Want dat heeft mij tientallen handtekeningen in mijn boeken opgeleverd.