zondag, september 25, 2016

Bibliofielen in het wild

Iedereen kan het artikel ook lezen op de site van de Volkskrant, maar ik vind de de bijdrage van Arjan Peters zo leuk, dat ik hem hier integraal plaats. En waarom vind ik 'm leuk? Omdat ik me herken in de geschetste bibliofielen. Het is niet voor het eerst dat bibliofielen worden beschreven - Peters haalt zelf al Komrij aan, bijvoorbeeld - maar daarom is het niet minder leuk. Vooral deze zin: "Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was." Hoe vaak heb ik niet geschreven over achter het net vissen? Zoals hier. En hier. En hier. Aan de andere kant: ik herken me niet in het gegeven dat ik mij schaam voor mijn aandoening. Maar, genoeg gedraald, Arjan Peters heeft het woord.

Bibliofielen in het wild op de Antiquarenbeurs

Boekenweek

Op de aanstaande Antiquarenbeurs kun je een zeldzaam verschijnsel zien, aldus Arjan Peters: bibliofielen in het wild.
Bibliofielen, dat zijn mensen die niet lezen maar verzamelen. Als ze al een boek openen, zullen ze er eerder de zetfouten van kennen dan de tekst. Dit zei Gerrit Komrij toen hij 22 jaar geleden de Internationale Antiquarenbeurs opende. Hij wist over wie hij sprak.

Volgend weekend vindt de Antiquarenbeurs weer plaats, in het Amsterdamse Marriott Hotel. Misschien ga ik even langs, om naar bibliofielen te kijken. Je ziet ze niet vaak in het wild. Ze zijn niet trots op hun aandoening - hebzucht vermomd als literatuurliefde -, en komen er daarom moeizaam voor uit. Ik ontken er een te zijn, hoewel ook dat mogelijk een symptoom is.
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen, vind ik zelf. Zo bezit ik een eerste druk van de roman Uit talloos veel miljoenen (1981) van W.F. Hermans. Ik weet dat ik óók een tweede druk (1983) moet aanschaffen, omdat de auteur daar een wrang slothoofdstuk (nr. 43) aan toevoegde. Extra attractie: er is toen een fout bij de hoofdstuknummering blijven staan: in de eerste én de tweede druk staan twee hoofdstukken 37 na elkaar. Pas bij de derde druk (1989) heeft het slothoofdstuk het goede nummer, 44, gekregen. In de Volledige Werken deel 5 (2013) staat uiteraard de goede versie, en die heb ik, maar dat is geen kunst. Een bibliofiel bezit de drukken 1 tot en met 3.
Het woordje 'verkocht' hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper
Antiquariaatscatalogi lees ik altijd. De firma Fokas Holthuis bood laatst een boekje aan dat de zelfverklaarde gek W.L. Smit in 1889 met de hand schreef in de inrichting Meerenberg bij Santpoort: 'Het Leve is 1 Kunst en 1 Streid/ Heeft Dominé Weisz ons eens geseid/ En waar die Kunst te leeren is/ Dat is in Meerenberg gewis.'

Verkocht, las ik onder de aanlokkelijke beschrijving in de catalogus. Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was.

De lezing van Komrij uit 1994 heet 'De boekendans'. De tekst staat in diverse verzamelbundels. Ik heb een eerste druk (500 exemplaren), met een paar regels méér, zoals Komrijs destijds uitgesproken wens 'dat zekere verzamelaars schielijk sterven'. Mijn exemplaar is gesigneerd 'Voor I'. Dat was de Telegraaf-recensent en Komrij-verzamelaar Ivan Sitniakowsky, die in 2014 overleed. In juni van dit jaar trof ik het boekje in een catalogus aan. Ik kocht het. Uit respect voor een bibliofiel.

Geen opmerkingen: