vrijdag, september 07, 2012

De brug bij Waddinxveen

Vandaag viel mij een bericht op in de kranten, over de burgemeester van Waddinxveen. Tijdens de heropening van de hefbrug bij Waddinxveen nam hij plaats in een auto die van de nazi's is geweest en gebruikt werd tijdens de nazi-veldtocht in Rusland. De auto werd achtergelaten bij Leningrad en uiteindelijk gekocht door een Nederlandse liefhebber die de auto restaureerde. Het feit dat de auto een dubieuze rol speelde tijdens de oorlog, leidde uiteraard tot opwinding. Lees het krantenbericht hier.

Maar wat heeft dat nu allemaal met boeken te maken? Welnu, er zijn niet veel bruggen van het formaat van de Waddinxveense hefbrug die onderwerp van een novelle worden. Het is deze hefbrug gelukt, in het boekje dat Niels Rood schreef ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van OOM, opleiding ontwikkeling metaalbewerking onder de titel.. "de hefbrug".  Net als deze koper kocht ik boekje voor 1 euro. Ik wilde het hebben omdat het een speciale uitgave is, en dus een boekje dat niet in de winkel te koop was en waarschijnlijk in een kleine oplage gemaakt. Kennelijk is het geen boekje waar veel geld aan wordt uitgegeven. In elk geval zijn er op Antiqbook nog een paar te koop. Ik kocht het onlangs en was erg verrast een krantenbericht over het hoofdonderwerp te lezen

De novelle gaat over een medewerker van OOM op zoek naar de geschiedenis van de brug en ontrafelt een familiegeheim, een vete tussen twee broers waar de kwaliteit van de brug bijna de dupe van werd.de firma Hollandsche IJzer Constructie Dulmers uit Breda. Cornelis Dulmers en zijn zoons Kees en Theo zijn de makers van de hefbrug uit 1935-1936. In het boekje wordt geopperd dat er geknoeid zou zijn met het remwerk, waardoor de brug kon vallen. Merkwaardig genoeg viel inderdaad in 2011 de brug enkele keren onverwacht omlaag. Eén keer zelfs 30 meter.
Specialisten vervingen toen al de motor, elektrische aandrijving en aandrijfkabels. Uiteindelijk is de hele overspanning gerenoveerd.

Ik vroeg me ineens af in hoeveel boeken een brug een centrale rol speelt. De titels die in mij opkomen zijn De brug met de drie bogen van Ismail Kadare, De brug over de Kwai van Pierre Boule, de boekenweekgeschenken De brug van Geert Mak en De glazen brug van Marga Minco, De brug over de Drina van Ivo Andric, The Bridge van Iain Banks, De bruggen van Madison County van Robert James Waller, De slag om de Blauwbrug van A.F.Th. van der Heijden en het klassieke gedicht van Martinus Nijhoff waarin de brug bij Bommel centraal staat.

Vaak staat een brug symbool voor verzoening, voor overbrugging van meningsverschillen (tussen volken, tussen mensen), van mogelijkheden voor ontwikkeling, voor vernieuwing. En in oorlogstijd spelen bruggen weer een andere rol, denk aan Een brug te ver van Cornelis Ryan waarin de brug juist de overwinning in de weg staat. In dat opzicht roept de actie van de burgemeester van Waddinxveen - ook al gebeurde het uit onwetendheid - nog wel wat vragen op. Wordt hier onbewust een brug geslagen tussen voormalige vijanden? Of is het niet meer dan toeval en aanleiding voor een boeiende post van mijn hand?

Ik stel me na deze overpeinzingen voor dat ik een kast met boeken over bruggen vul, vervolgens een leesclubje begin en dat we elke keer een boek over een brug lezen. En dan bespreken we het boek met elkaar in het brugrestaurant over de A4.





zondag, september 02, 2012

Een fabelachtige leugenaar

Ik besteed veel van mijn tijd aan het zoeken naar debuten. Dat wil zeggen: debuten van schrijvers van wie ik er veel te laat achterkwam dat ze belangrijk gingen worden. Daarom koop ik debuten vaak pas jaren nadat ze op de markt kwamen. En als je dan met terugwerkende kracht de eerste pennevrucht van zo'n auteur wilt hebben, is dat een lange en kostbare zoektocht. Veel voordeliger is het dan ook om debuut te verzamelen als het een debuut is. En dan is het afwachten of de debuterende auteur uitgroeit tot een toekomstige topauteur.

Recent las ik het debuut van de Berlijnse Susann Pásztor met de titel Een fabelachtige leugenaar. De titel van het boek intrigeerde mij, en ook de beschrijving:
Een lichtvoetige Joodse komedie over een familie die ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van hun (groot)vader in Weimar samenkomen. Verteld vanuit het perspectief van kleindochter Lily komen de uiteenlopende vaderbeelden naar voren. Maar welke geschiedenis is nu waar?

Ik was vooral benieuwd of het mogelijk was een "lichtvoetige komedie" te schrijven tegen de achtergrond van de gruwelijkheden van Buchenwald. En daarnaast was ik benieuwd hoe in dit geval de geschiedenis van een naoorlogse Joodse generatie verteld zou worden.

Het verhaal van Pásztor deed me denken aan onder meer Meir Shalev en Marcel Möring. Twee Joodse schrijvers die in hun boeken ook een bij tijd en wijle krankzinnige, verhalenvertellende familie opvoeren. Natuurlijk zijn dit maar twee van talloze Joodse auteurs in dit genre (Potok, Oz, Englander, Singer, Weil, etc. etc. etc.), maar ik wil mij tot deze twee beperken. Net als bij Shalev (in meerdere boeken) en bij Möring (met name in In Babylon) is het boek van Pásztor een aaneenschakeling van geschiedenissen waarbij het ene verhaal de kiem bevat van het volgende en verhaal na verhaal de langzame ontrafeling van een familiegeschiedenis volgt. Net als bij Shalev wordt de familie direct op de eerste pagina al neergezet als niet helemaal gewone familie waarin dit soort verhalen een grote rol spelen. Dat schept verwachtingen en die verwachtingen lost Pásztor gedeeltelijk in. Ik betrapte mijzelf er vooral in het begin op dat ik een aantal mooie zinswendingen voorlas aan anderen. En ik was verrast over de ingenieuze wijze waarop zij de verhalen aan elkaar weeft.

Tegelijkertijd had het boek wat mij betreft dikker mogen zijn: dan hadden sommige verhaallijnen beter uitgewerkt kunnen worden. Nu blijven sommige karakters toch wat oppervlakkig, hoewel ze enorme potentie hebben. Terwijl datgene wat we over moeder, tante Hannah en oom Gabor te weten komen smaakt naar meer; in hun eigenaardige gewoontes en terloopse opmerkingen over hun verleden zitten nog prachtige familiegeschiedenissen in verloren. Gek genoeg blijft kleindochter Lidy, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, nog het meest oppervlakkig. Hoewel zij de verbindende factor is blijft het verhaal soms te lang bij haar introspectie hangen zonder dat ze daarin overtuigt. Ga dan maar liever verder met een volgend verhaal over Joschi, denk ik dan: ik geloof het wel met de verliefdheid van Lidy voor haar mentor Jan.

Zoals bij alle Joodse geschiedenissen speelt vervolging een grote rol, of dit nu in de twintigste eeuw is of de eeuwen daarvoor: helaas is dit een terugkerend element. In dit geval gaat het om de Holocaust en de (vermeende) internering van grootvader Joschi in Buchenwald. De familie worstelt met de Joodse identiteit en met het vraagstuk van een vernietingskamp zo dicht bij Weimar, toch een stad waarin de hoogste cultuur zichtbaar is. Het contrast is groot en de familie moet met dit gegeven, en met elkaar, in het reine komen. Uiteindelijk volgt een verzoening en een plechtige herdenking rond Buchenwald, die uiteraard zoals het bij deze familie past in het honderd loopt.

Zo lichtvoetig vond ik deze komedie dus niet. Gelukkig wordt het ook nergens kolderiek (dat kan wat mij betreft niet in een boek waar een vernietigingskamp een rol speelt) en blijft elk verhaal over de uitroeiing van Joden aangrijpend. Die ruimte geeft het boek ook. En dat maakt dat ik na lezing van het boek moet concluderen dat Pásztor er in is geslaagd de balans te bewaren tussen ernst en humor en een onderhoudend verhaal heeft geschreven.

De vraag die overblijft is of Pásztor bij haar late debuut (zij is 55 jaar) aan het begin van een indrukwekkend oeuvre staat en of dit boek het begin van een groot schrijverschap laat zien. Heb ik nu een boek in handen waarvan ik over een paar decennia kan zeggen dat ik direct al opmerkte wat voor een belangrijke auteur Pásztor ging worden? Daarover twijfel ik. Daarvoor is dit boek net te licht. Maar haar volgende boek zal uitwijzen welke weg ze opgaat en of ze er in slaagt een vergelijkbaar verhaal met meer diepgang te schrijven en de relatief zware thema's die ze aanhaalt geloofwaardig uit te werken. Voor de liefhebber tot slot: hier de positieve recensie van dit boek in de Volkskrant. En hoe haar verdere carrière er ook uitziet, ze heeft in elk geval al de Berthold Auerbach Literaturpreise gewonnen.