vrijdag, december 21, 2012

De voordelen van een bekend pseudoniem

Noot vooraf bij dit stukje: ik heb een paar weken niet geblogt en geen blogs gelezen. En ineens vond ik het tijd om over een pseudoniem en een naamsverwisseling te schrijven. Toen ik het stukje klaar had las ik dat een paar mijn favoriete medebloggers recent respectievelijk over pseudoniemen en naamsverwarring hebben geschreven. Ik wist het niet, eerlijk waar: dit stukje komt uit mijn authentieke creatieve brein. Maar bizar is het wel...

Dan nu het oorspronkelijke stuk:

Ik schrijf dit boek onder het pseudoniem sneuper of boekensneuper. Dat doe ik omdat ik graag mijn publieke profiel als boekenverzamelaar gescheiden hou van mijn professionele bestaan. En omdat ik sneuper zo prachtig vind passen bij mijn grootste liefhebberij: het zoeken van mooie boeken.

Bij de keuze van mijn pseudoniem ben ik natuurlijk schatplichtig aan Ayolt Brongers, wiens ABCdarium voor de boekensneuper een belangrijke wegwijzer voor mij was ten tijde van het starten van mijn verzameling. En dus werd ik ook een sneuper. En dat ben ik nu al acht-en-een-half jaar. En soms levert mij dat zomaar een mooi boekje op.

Ongeveer een jaar geleden kreeg ik een mailtje. Het mailtje was afkomstig van iemand die betrokken was bij de jaarlijkse BoekKunstBeurs in Leiden en die daarvoor Ayolt Brongers wilde uitnodigen. Perkamentus waarschuwde al eens tegen deze verwarring, maar zijn weblog wordt kennelijk slechter gelezen dan hij verdient.

En dus werd ik voor Brongers aangezien. Uiteraard was ik zeer vereerd met de uitnodiging en erg vermaakt met deze verwisseling. Er ontspon zich vervolgens een hartelijke mailwisseling, maar tot mijn grote spijt kon ik niet bij die editie van de BoekKunstBeurs zijn. Dat was vooral jammer omdat A.L. Snijders aanwezig was en de mogelijkheid bestond om speciaal ter gelegenheid van de beurs geschreven z.k.v. van Snijders zelf in te binden.

Gelukkig was degene die mij verwisselde met Brongers zo vriendelijk mij een exemplaar van Cokes en incunabelen toe te zeggen, gesigneerd en wel. Ondanks dat ik niet bij de beurs kon zijn, zou dat toch een mooie oogst zijn.

Na de beurs regen de weken en maanden zich aaneen. Maar wat er ook mijn brievenbus binnenkwam, geen publicatie van Snijders. Ik durfde er ook niet teveel druk achter te zetten, want uiteindelijk was de toezegging het werkje op te sturen al meer dan ik had gehoopt. Toch wijdde ik er na een half jaar een mailtje aan. Ondanks een herhaalde toezegging van toezending bleef het stil in mijn brievenbus.

Totdat de editie 2012 van de BoekKunstBeurs zich aandiende. Degene die mij beloofde het werkje van Snijders op te sturen meldde zich weer. Nu zou het boekje echt komen, en ik werd wederom uitgenodigd voor de beurs. En ik kon weer niet. Weer moest ik die prachtige beurs met al die uitgaven die thuishoren in mijn boekenkast aan mij voorbij laten gaan. Maar er was één groot verschil met 2011: het mooie uitgaafje van Snijders is nu van mij. En volgend jaar ga ik écht naar de BoekKunstBeurs.


zondag, november 25, 2012

Liefdesverklaring voor het boek

Julian Barnes heeft een prachtig essay gepubliceerd over zijn liefde voor het boek, onder de titel: A life with books. Het essay verscheen al in juni van dit jaar, maar is tijdloos, en dus mag er ook nu nog naar verwezen worden.

Het essay verscheen in The Guardian en is daar integraal te lezen. Maar los daar verscheen het ook in een speciale uitgave, ter gelegenheid van de week van de onafhankelijke boekverkoper: Independent Booksellers Week.

Deze Independent Booksellers Week lijkt een beetje op onze boekenweek, met speciale uitgaven die een beperkte tijd beschikbaar zijn. Zo verscheen een prachtige uitgave van het boek Gold van Chris Cleave, een gesigneerde hardback van het boek Driving over lemons van Chris Stewart en nog een paar bijzondere edities. En er werd een speciaal liedje opgenomen: A shop with books in. Ik word erg warm van een dergelijk initiatief en het zou mooi zijn als we dat in Nederland ook zouden hebben. Er zijn diverse onafhankelijke boekwinkels die het zwaar hebben ten opzichte van de grote ketens (die het trouwens ook zwaar hebben), en die best een steuntje in de rug mogen gebruiken.

Maar terug naar Julian Barnes. Zijn geschiedenis met boeken staat vol prachtige quotes, waarvan ik er een paar onder elkaar zet. Hopelijk zijn ze prikkelend genoeg om meteen door te klikken naar de integrale tekst.
First there was the excitement and meaning of possession. To own a certain book – one you had chosen yourself – was to define yourself.
The dividing line between books I liked, books I thought I would like, books I hoped I would like and books I didn't like now but thought I might at some future date was rarely distinct.
How weird it would be to have around you only as many books as you have time to read in the rest of your life.
Reading and life are not separate but symbiotic. And for this serious task of imaginative discovery and self-discovery, there is and remains one perfect symbol: the printed book.
Ik maak een diepe buiging voor Julian Barnes, voor deze prachtige hommage aan dit meest geliefde object: het boek.


zondag, november 11, 2012

Vaarwel, Kruimeltje!

Natuurlijk, het is een bekend fenomeen: de ontlezing gecombineerd met digitalisering leidt tot een afname van het belang van boeken. en dus leiden de belangrijkste toeleveranciers van boeken, de boekwinkels, veel schade. En naast reguliere boekhandels, staat ook de toekomst van antiquariaten onder druk.

Een tijdje geleden schreef ik over het antiquariaat in Weesp dat te koop stond, als symbool voor de teloorgang van antiquariaten. Maar afgelopen week was ik een dagje naar Enschedé en ontdekte ik tot mijn schrik dat het prachtige antiquariaat Kruimeltje binnenkort ophoudt te bestaan.

Ik kwam daar wat laat achter, nu blijkt dat het bericht al in augustus 2012 in de krant stond. Maar omdat ik niet zo vaak in Enschedé kom en ook Tubantia niet vaak lees, ontgaat mij nog wel eens wat. Het verhaal dat de eigenaresse in het krantenartikel vertelde, vertelde ze ook aan mij tijdens mijn bezoek. De verkoop van boeken loopt simpelweg niet. En als mensen boeken kopen dan is er weinig besef van de waarde van het boek. Zij vertelde over klanten die laatst een mooie prent uit de 17e eeuw bekeken en daar niet meer dan een paar euro voor over hadden...

Boeken zijn geen geld meer waard en dus is een groot deel van de inventaris onverkoopbaar. Van het beetje omzet dat overblijft, is een antiquariaat niet draaiende te houden. Ach, het is de volgende in een lange rij. Recent sloten antiquariaat Timbuctoo in Groningen, Joyce Royce in Gent, Schoon Lier in Lier: de rij is eindeloos.

En elke keer overvalt mij de weemoed. Natuurlijk, er zijn antiquariaten die volhouden. Er is in Enschedé gelukkig ook nog een filiaal van De Slegte, maar ook die heeft het moeilijk. Maar feit is dat kennelijk momenteel vooral antiquariaten in het hogere segment overleven. Het reguliere antiquariaat, met een breed aanbod van toegankelijke boeken is niet interessant genoeg. En zo ook Kruimeltje, in het prachtige Jugendstil pand in het centrum van Enschedé. Het antiquariaat is nog wel opgenomen in de stadswandeling van de VVV, maar dat heeft niet geholpen (en zal dus binnenkort aangepast moeten worden).

Tijdens mijn laatste bezoek had ik helaas te weinig tijd om grondig door de voorraad heen te gaan. We moesten immers nog naar het Rijksmuseum Twenthe, waar ik mijn onder meer vergaapt heb aan een paar prachtige middeleeuwse getijdenboeken. En dus werd Kruimeltje van mijn laatste bezoek niet rijk: voor het luttele bedrag van € 2,50 kocht ik twee boekjes: Mevrouw Len van Oek de Jong en Sans Famille van Greshoff, Ter Braak en Du Perron.

Ik wist al jaren dat mijn verzamelwoede zich richtte op een uitstervende type object. Het overgrote deel van mijn verzameling zal uiteindelijk de status 'oud papier' krijgen: er is niemand in geïnteresseerd. Ik wens mijn erfgenamen er veel sterkte mee, want ik vrees dat er tegen die tijd geen antiquariaat meer is om de boedel over te nemen. Maar ik heb dan in elk geval een mooi leven gehad tussen mijn eigen duizenden boeken, deel uitmakend van een uitstervend ras liefhebbers...


vrijdag, oktober 12, 2012

Ik ben een Hopelessly Devoted Chronological Bookophile Booksnob

We krijgen grip op de wereld door het categoriseren ervan. Door alles in hokjes en vakjes te stoppen wordt de wereld om ons heen hanteerbaar. En het is de droom van marketingmensen, om doelgroepen te hebben waar producten gemarket kunnen worden.

En dus zijn ook kopers en lezers van boeken te categoriseren. Wie zijn eigenlijk die mensen die met mij in boekhandels staan, meebieden bij veilingen en naast mij staan te snuffelen in marktkramen (en die dan net voordat ik bij de betreffende plank ben een boek pakken dat ik had willen kopen, als ik twee minuten eerder was geweest).

In The Atlantic Wire stonden recent twee artikelen waarin verschillende typen lezers werden beschreven, inclusief tips voor het volgende boek om te lezen. In het eerste artikel werden onder meer de volgende typen beschreven:
  •  The Hate Reader die van boeken houdt zodat hij ze kan haten
  • The Chronological Reader die methodisch van het ene boek naar het volgende gaat, totdat hij ze allemaal gelezen heeft
  • The Book Buster die zo enthousiast leest, dat het niet uitmaakt wat de staat van het boek is na lezing
  • Delayed Onset Reader die veel boeken koopt en er nooit tijd voor heeft om ze te lezen
  • The Bookophile die een liefhebber is van boeken als object, die boeken redt van de papierbak en andere vormen van vernietiging en die veel boeken om zich heen verzamelt
Uit deze lijst kies ik de Chronological Reader: als ik boeken koop en ze invoer in LibraryThing, kan ik ze systematisch op datum van aankoop lezen. Eén voor één lees ik al mijn boeken, totdat de lijst met te lezen boeken leeg is. Dat moment bereik ik nooit, maar het dwingt me om elk boek dat ik bezit onder ogen te zien. Maar de boeken die ik koop, koop ik bewust: ik ben ook Bookophile die van mooie boeken houdt, waardevolle boeken, bijzondere boeken. Maar: vorm en inhoud gaan altijd samen. Mooie boeken met een waardeloze inhoud komen er bij mij niet in.

In het tweede artikel worden nog wat typen toegevoegd. Nu leren we onder meer de volgende kennen:
  • The Hopelessly Devoted die alle boeken van een geliefde auteur leest en niets anders
  • The Easily Influenced Reader die anderen laat bepalen welke boeken hij leest en wat hij ervan vindt. Lezen hoeft eigenlijk niet meer: de conclusie staat al vast
  • The Book Snob die alleen maar boeken leest die echt goed zijn, en dan liefst de gebonden exemplaren
  • The Conscientious Reader die eigenlijk alleen maar non-fictie leest, want daar leer je wat van
Ik moet bekennen dat ik een combinatie ben van een Hopelessly Devoted  en een Booksnob. Want als ik enthousiast ben over een auteur, dan koop ik er alles van (en lees dit ook, als Chronological Reader). Maar het moet wel een echt goede, verantwoorde, auteur zijn (vind ik als Booksnob). Dus geen E.L. James en geen Kluun, om wat voorbeelden te noemen. Het moet natuurlijk wel echte literatuur zijn...

Naast lezers van boeken zijn er ook lezers van blogs. Het is de grote vraag of degene die aan dit stukje begon het einde heeft gehaald. Er zijn immers drie typen, zoals dit artikel ons leert: de Sponge, de Skimmer en de First Sentence Fireball. De Sponge heeft tot hiertoe gehaald. De Skimmer helaas niet, maar die telt wel mee met de hits van dit blog. En ik hoop maar dat de eerste zin genoeg was voor de First Sentence Fireball. Want van de laatste zin moeten we het niet hebben.

vrijdag, september 07, 2012

De brug bij Waddinxveen

Vandaag viel mij een bericht op in de kranten, over de burgemeester van Waddinxveen. Tijdens de heropening van de hefbrug bij Waddinxveen nam hij plaats in een auto die van de nazi's is geweest en gebruikt werd tijdens de nazi-veldtocht in Rusland. De auto werd achtergelaten bij Leningrad en uiteindelijk gekocht door een Nederlandse liefhebber die de auto restaureerde. Het feit dat de auto een dubieuze rol speelde tijdens de oorlog, leidde uiteraard tot opwinding. Lees het krantenbericht hier.

Maar wat heeft dat nu allemaal met boeken te maken? Welnu, er zijn niet veel bruggen van het formaat van de Waddinxveense hefbrug die onderwerp van een novelle worden. Het is deze hefbrug gelukt, in het boekje dat Niels Rood schreef ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van OOM, opleiding ontwikkeling metaalbewerking onder de titel.. "de hefbrug".  Net als deze koper kocht ik boekje voor 1 euro. Ik wilde het hebben omdat het een speciale uitgave is, en dus een boekje dat niet in de winkel te koop was en waarschijnlijk in een kleine oplage gemaakt. Kennelijk is het geen boekje waar veel geld aan wordt uitgegeven. In elk geval zijn er op Antiqbook nog een paar te koop. Ik kocht het onlangs en was erg verrast een krantenbericht over het hoofdonderwerp te lezen

De novelle gaat over een medewerker van OOM op zoek naar de geschiedenis van de brug en ontrafelt een familiegeheim, een vete tussen twee broers waar de kwaliteit van de brug bijna de dupe van werd.de firma Hollandsche IJzer Constructie Dulmers uit Breda. Cornelis Dulmers en zijn zoons Kees en Theo zijn de makers van de hefbrug uit 1935-1936. In het boekje wordt geopperd dat er geknoeid zou zijn met het remwerk, waardoor de brug kon vallen. Merkwaardig genoeg viel inderdaad in 2011 de brug enkele keren onverwacht omlaag. Eén keer zelfs 30 meter.
Specialisten vervingen toen al de motor, elektrische aandrijving en aandrijfkabels. Uiteindelijk is de hele overspanning gerenoveerd.

Ik vroeg me ineens af in hoeveel boeken een brug een centrale rol speelt. De titels die in mij opkomen zijn De brug met de drie bogen van Ismail Kadare, De brug over de Kwai van Pierre Boule, de boekenweekgeschenken De brug van Geert Mak en De glazen brug van Marga Minco, De brug over de Drina van Ivo Andric, The Bridge van Iain Banks, De bruggen van Madison County van Robert James Waller, De slag om de Blauwbrug van A.F.Th. van der Heijden en het klassieke gedicht van Martinus Nijhoff waarin de brug bij Bommel centraal staat.

Vaak staat een brug symbool voor verzoening, voor overbrugging van meningsverschillen (tussen volken, tussen mensen), van mogelijkheden voor ontwikkeling, voor vernieuwing. En in oorlogstijd spelen bruggen weer een andere rol, denk aan Een brug te ver van Cornelis Ryan waarin de brug juist de overwinning in de weg staat. In dat opzicht roept de actie van de burgemeester van Waddinxveen - ook al gebeurde het uit onwetendheid - nog wel wat vragen op. Wordt hier onbewust een brug geslagen tussen voormalige vijanden? Of is het niet meer dan toeval en aanleiding voor een boeiende post van mijn hand?

Ik stel me na deze overpeinzingen voor dat ik een kast met boeken over bruggen vul, vervolgens een leesclubje begin en dat we elke keer een boek over een brug lezen. En dan bespreken we het boek met elkaar in het brugrestaurant over de A4.





zondag, september 02, 2012

Een fabelachtige leugenaar

Ik besteed veel van mijn tijd aan het zoeken naar debuten. Dat wil zeggen: debuten van schrijvers van wie ik er veel te laat achterkwam dat ze belangrijk gingen worden. Daarom koop ik debuten vaak pas jaren nadat ze op de markt kwamen. En als je dan met terugwerkende kracht de eerste pennevrucht van zo'n auteur wilt hebben, is dat een lange en kostbare zoektocht. Veel voordeliger is het dan ook om debuut te verzamelen als het een debuut is. En dan is het afwachten of de debuterende auteur uitgroeit tot een toekomstige topauteur.

Recent las ik het debuut van de Berlijnse Susann Pásztor met de titel Een fabelachtige leugenaar. De titel van het boek intrigeerde mij, en ook de beschrijving:
Een lichtvoetige Joodse komedie over een familie die ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van hun (groot)vader in Weimar samenkomen. Verteld vanuit het perspectief van kleindochter Lily komen de uiteenlopende vaderbeelden naar voren. Maar welke geschiedenis is nu waar?

Ik was vooral benieuwd of het mogelijk was een "lichtvoetige komedie" te schrijven tegen de achtergrond van de gruwelijkheden van Buchenwald. En daarnaast was ik benieuwd hoe in dit geval de geschiedenis van een naoorlogse Joodse generatie verteld zou worden.

Het verhaal van Pásztor deed me denken aan onder meer Meir Shalev en Marcel Möring. Twee Joodse schrijvers die in hun boeken ook een bij tijd en wijle krankzinnige, verhalenvertellende familie opvoeren. Natuurlijk zijn dit maar twee van talloze Joodse auteurs in dit genre (Potok, Oz, Englander, Singer, Weil, etc. etc. etc.), maar ik wil mij tot deze twee beperken. Net als bij Shalev (in meerdere boeken) en bij Möring (met name in In Babylon) is het boek van Pásztor een aaneenschakeling van geschiedenissen waarbij het ene verhaal de kiem bevat van het volgende en verhaal na verhaal de langzame ontrafeling van een familiegeschiedenis volgt. Net als bij Shalev wordt de familie direct op de eerste pagina al neergezet als niet helemaal gewone familie waarin dit soort verhalen een grote rol spelen. Dat schept verwachtingen en die verwachtingen lost Pásztor gedeeltelijk in. Ik betrapte mijzelf er vooral in het begin op dat ik een aantal mooie zinswendingen voorlas aan anderen. En ik was verrast over de ingenieuze wijze waarop zij de verhalen aan elkaar weeft.

Tegelijkertijd had het boek wat mij betreft dikker mogen zijn: dan hadden sommige verhaallijnen beter uitgewerkt kunnen worden. Nu blijven sommige karakters toch wat oppervlakkig, hoewel ze enorme potentie hebben. Terwijl datgene wat we over moeder, tante Hannah en oom Gabor te weten komen smaakt naar meer; in hun eigenaardige gewoontes en terloopse opmerkingen over hun verleden zitten nog prachtige familiegeschiedenissen in verloren. Gek genoeg blijft kleindochter Lidy, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, nog het meest oppervlakkig. Hoewel zij de verbindende factor is blijft het verhaal soms te lang bij haar introspectie hangen zonder dat ze daarin overtuigt. Ga dan maar liever verder met een volgend verhaal over Joschi, denk ik dan: ik geloof het wel met de verliefdheid van Lidy voor haar mentor Jan.

Zoals bij alle Joodse geschiedenissen speelt vervolging een grote rol, of dit nu in de twintigste eeuw is of de eeuwen daarvoor: helaas is dit een terugkerend element. In dit geval gaat het om de Holocaust en de (vermeende) internering van grootvader Joschi in Buchenwald. De familie worstelt met de Joodse identiteit en met het vraagstuk van een vernietingskamp zo dicht bij Weimar, toch een stad waarin de hoogste cultuur zichtbaar is. Het contrast is groot en de familie moet met dit gegeven, en met elkaar, in het reine komen. Uiteindelijk volgt een verzoening en een plechtige herdenking rond Buchenwald, die uiteraard zoals het bij deze familie past in het honderd loopt.

Zo lichtvoetig vond ik deze komedie dus niet. Gelukkig wordt het ook nergens kolderiek (dat kan wat mij betreft niet in een boek waar een vernietigingskamp een rol speelt) en blijft elk verhaal over de uitroeiing van Joden aangrijpend. Die ruimte geeft het boek ook. En dat maakt dat ik na lezing van het boek moet concluderen dat Pásztor er in is geslaagd de balans te bewaren tussen ernst en humor en een onderhoudend verhaal heeft geschreven.

De vraag die overblijft is of Pásztor bij haar late debuut (zij is 55 jaar) aan het begin van een indrukwekkend oeuvre staat en of dit boek het begin van een groot schrijverschap laat zien. Heb ik nu een boek in handen waarvan ik over een paar decennia kan zeggen dat ik direct al opmerkte wat voor een belangrijke auteur Pásztor ging worden? Daarover twijfel ik. Daarvoor is dit boek net te licht. Maar haar volgende boek zal uitwijzen welke weg ze opgaat en of ze er in slaagt een vergelijkbaar verhaal met meer diepgang te schrijven en de relatief zware thema's die ze aanhaalt geloofwaardig uit te werken. Voor de liefhebber tot slot: hier de positieve recensie van dit boek in de Volkskrant. En hoe haar verdere carrière er ook uitziet, ze heeft in elk geval al de Berthold Auerbach Literaturpreise gewonnen.


zondag, augustus 26, 2012

Bubb veilt Komrij

Toen ik de kop in het NRC artikel las was ik verontwaardigd: Bibliotheek Gerrit Komrij in Haarlem geveild. We zijn nog maar amper bekomen van het verlies van Gerrit Komrij (en van Rutger Kopland, Doeschka Meijsing, Anil Ramdas, Willem Barnard en Willem G. van Maanen trouwens: het is een slecht jaar), en de bibliotheek van de beste man staat al bij Bubb Kuyper op de planken om geveild te worden! Na het overlijden van Boudewijn Büch werd nog twee jaar gewacht voordat met de veiling van zijn bibliotheek werd begonnen (op 23 november 2004, precies de tweede sterfdag van Büch). En ook de komende veiling van de bibliotheek van Rudy Kousbroek bij Burgersdijk & Niermans in Leiden komt zo'n twee jaar naar zijn overlijden. Ergens ver in mijn geheugen zit nog de veiling van de bibliotheek van Johan Polak in 1993, toch ook een jaar na diens overlijden. Dus deze aankondiging, krap zes weken nadat Komrij niet meer onder ons is, kwam toch wel als een schok: wie probeert hier nu snel een slaatje uit te slaan?

Maar gelukkig is de werkelijkheid anders: volgens het bericht zit het zo:
Komrij blijkt begin dit jaar contact te hebben gezocht met het veilinghuis en zijn boekencollectie aan te hebben geboden.

Dit stelt mij erg gerust: hij wilde het zelf, en eigenlijk al tijdens zijn leven. En dit veroorzaakt een dikke aantekening in mijn agenda: in november budget vrijmaken voor de Haarlemse veiling! Vanaf 22 november zijn de boeken te zien en op 27 november gaat de veiling van start.

zondag, augustus 19, 2012

Op weg naar een incunabel: mijn boek uit 1522

Een tijdje geleden schreef ik over mijn verlangen om een incunabel te bezitten. Want voor mij is een incunabel een boek dat een bijzonder moment in de geschiedenis markeert. Het is een vóór 1 januari 1501 in Europa gedrukt (en dus niet handgeschreven) boek, blad papier of prent. De boekdrukkunst deed haar intrede rond 1440, en de periode van de incunabelen heeft dus zo'n goede halve eeuw geduurd. Boeken gedrukt tussen 31 december 1500 en 1540 noemt men postincunabelen. Een incunabel markeert het begin van het bestaan van boeken zoals wij die kennen. De ultieme eerste druk, om zo te zeggen. En daarom schaars en kostbaar en niet iets wat snel in mijn boekenkast terecht zal komen vrees ik.

Ik blijk niet de enige te zijn met een wens voor (zeer) oude boeken. In een reactie op mijn eerdere bericht schreef Fokas Holthuis "Die wens heb ik ook jarenlang gekoesterd. Toen hij eenmaal vervuld werd ging er een wereld voor me open!" Deze verzuchting maakte het natuurlijk niet makkelijker!

Kort daarna heb ik op een Italiaanse veiling van 16e eeuwse boeken geprobeerd een post-incunabel te kopen. Deze bleken, in tegenstelling tot de incunabelen, behoorlijk betaalbaar te zijn. Na twee missers met boeken van rond 1520 strandde ik uiteindelijk op een paar minuten van de aankoop van een prachtboek uit 1540. Een andere koper was mijn nipt voor bij de aftersale-catalogus van het prachtige veilinghuis Gonnelli.

En zo stond ik daar met lege handen. Gelukkig ontving ik wederom troost van Fokas: "een zestiende eeuws boek kan voor mij de magie van een incunabel niet evenaren. Laat een paar andere boeken (of colberts, etentjes, kaartjes voor het EK of anderszins...) schieten en ga er voor!"

Dat is natuurlijk heel erg waar. Maar ik denk ook dat je in kleine stapjes naar je doel moet gaan. En daarom heb ik op mijzelf op het onvolprezen Marktplaats in de strijd om het 16e eeuwse boek geworpen. Ik heb de categorie "antieke boeken" bij Marktplaats altijd een beetje genegeerd. Maar ten onrechte: want er staat veel moois tussen. Naast veel rotzooi voor te hoge prijzen natuurlijk, zoals altijd op Marktplaats. Maar ook hier komt de geduldige zoeker aan zijn trekken.

Ik stuitte op een mooie dag op een advertentie met de volgende omschrijving:

"Antiek boek met leren kaft. Taal: Latijn. Geschept papier. Silii Italici Clarissimi Poetae PV. Auteur C. Silius Italicus. Drukker: Thomas Wolff 1519-1535. Gedrukt in 1522. Compleet. Mist geen bladzijden"
De advertentie stond er al een tijdje en er was een bod van 200 euro gedaan. Dat leek mij redelijk, en ik bood daarom gretig een hele euro hoger: 201 euro was mijn bod.

Er gebeurde verder niets meer met de advertentie. Op mijn vraag of ik het boek ook voor het geboden bedrag kon kopen, kreeg ik een teleurstellende reactie. De verkoper mailde:
"Het zit er niet in dat ik het boekje via Marktplaats verkoop nu ik een aantal mensen heb gesproken die verstand van dit soort boeken hebben.
Morgen heb ik een afspraak bij veilinghuis Bubb Kuyper en het zal waarschijnlijk via hen op de veiling worden verkocht voor een bedrag tussen de 1000 en 2000 euro."

Ik vermoedde al dat het gevraagde bedrag te laag was. Ik ben dol op voordeeltjes, maar gun iemand ook z'n winst. Ik heb de verkoper daarom succes gewenst en nog wat andere veilinghuizen getipt voor een second opinion. En ik meldde dat ik geïnteresseerd bleef als het onverhoopt niks mocht worden bij de veiling.

En gelukkig voor mij werd het niks. Het verslag van het bezoek aan de taxateur:
"Vanmorgen brachten we een bezoek aan Bubb Kuyper.Iemand van hen heeft het boekje bestudeerd en kon mij daar het volgende over vertellen:
De kaft dateert niet uit 1522 (het boekje zelf wel!).
In de 17e eeuw is het boekje opnieuw gebonden. Meer details (jaartal) kon hij mij daar niet over geven maar zeker 17e eeuws.
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand: de bladzijden 229 tot en met 232 bevinden zich voorin het boekje (na de openingspagina) in plaats aan aan het eind.
De boekdrukker kon waarschijnlijk niet tellen of wat dan ook!??. Verder hebben de eerste pagina's wat waterschade en vertoont de leren kaft ook wat gebruikerssporen.
Kortom, in deze conditie is het zeker geen 1000 of 2000 euro waard. Als ik van het slechtste scenario uitga en van de opbrengst  22% kosten moet afdragen houd ik weinig over."
Ik heb nooit geweten dat ook de verkopers bij een veiling kosten moeten afdragen. Dus koper én verkoper betalen ruim 20% kosten! Op die manier is er weinig aan te verdienen voor een leek... Maar we werden het nu snel eens over de prijs. Daarmee is mijn bibliotheek verrijkt met een boek dat met grote voorsprong het alleroudste is. Over tien jaar is het boek 5 eeuwen oud. Een half millennium!

Ik droom graag een beetje weg bij dit soort jaartallen. Want probeer je 1522 eens voor te stellen: Erasmus leefde nog, evenals Thomas More en Luther. Luther was net geëxcommuniceerd en zou in 1522 het Nieuwe Testament vertalen. Cervantes moest nog geboren worden, evenals Shakespeare. Het zou nog 11 jaar duren voordat Willem van Oranje werd geboren. Het duurde nog 21 jaar voordat De Revolutionibis van Copernicus zou worden gepubliceerd. Da Vinci was drie jaar eerder overleden en de verf van de Mona Lisa was pas 19 jaar droog. Wat een geweldige tijd; en mijn boek was daar al en bevond zich op een kruispunt van de Westerse geschiedenis.

Ik heb natuurlijk gevraagd waar de verkoper het boek vandaan had. Het antwoord was wat ontnuchterend:
"Hoe ik er precies aangekomen ben weet ik niet, het is wel al jaren in mijn bezit. Heb een aantal 19e eeuwse oude apothekerskasten en vond het leuk om daar een aantaloude boeken in te zetten. Zo schafte ik mijzelf op rommelmarkten her en der wat boekjes aan waarbij ik meer lette op de kaft dan op de inhoud.
Onlangs heb ik ze eens onder de loupe genomen en kwam deze verrassing boven tafel."

Tsja, wat je op rommelmarkten al niet tegen kan komen... Helaas is het hierdoor niet te traceren wie de eigenaars zijn geweest in al die eeuwen (zoals bijvoorbeeld Owen Gingerich wel heeft kunnen doen met het meesterwerk van Copernicus). Maar voor toekomstige generaties is deze blog in elk geval een startpunt...

En dan tot slot nog iets over het boekje zelf. Mijn kennis van Latijn is weliswaar net zo dood als de taal zelf, toch kan ik er iets van zeggen. De volledige titel is Silii Italici clarissimi poetae punicorû libri xvij. alibi in Germania nôtemere aediti hactenus, cum argumentis Hermanni Buschij & scolijs in margine adiectis, quae uice uberis commentarij esse possunt. De auteur is Silius Italicus, een Romeins politicus, zakenman en episch dichter uit de eerste eeuw. Uiteraard is dit een deel van het verhaal van de Tweede Punische Oorlog, tussen Rome en Carthago, uit de 3e eeuw voor Christus. Met dit dichtwerk is Silius tot in onze dagen bekend  gebleven. Mijn uitgave stamt zoals gezegd uit 1522 en is becommentarieert door Hermann von dem Busche (1468-1534), een Duitse humanistische schrijver. Het werd gedrukt in Bazel, door Thomas Wolff, destijds kennelijk een actieve drukker.

Verder speuren naar dit boek leerde mij iets verrassends. In een lijst met vermiste boeken van de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen komt exact hetzelfde boek voor: gedrukt in 1522 in Bazel. Ik heb dus een boek dat in Denemarken vermist wordt... zo lijkt het. In het overzicht staat vermeld dat het vermiste boek een aanduiding heeft van de bibliotheek zelf en gelukkig is mijn exemplaar schoon. Anders zou ik mij nog verplicht voelen het naar Kopenhagen te brengen. Verder zie ik op Abebooks dat een Parijse boekverkoper een exemplaar aanbiedt voor € 750. Een digitale versie van het boek staat hier (zij het met een veel mooier omslag dan mijn exemplaar).

Fokas had gelijk. De magie van een incunabel heeft het boek niet. Maar we zijn op de goede weg en ook dit boek weet de verbeelding al behoorlijk te prikkelen. Ik heb een kostbare schat erbij. Mijn volgende boek in dit genre zal echter tenminste 23 jaar ouder zijn dan deze. Op weg naar een échte incunabel!

P.s. in de reactie van Perkamentus verwijst hij naar dit bericht over een kleitablet dat hij bezit uit 2039 voor Christus: de overtreffende trap van incunabel. Ik kende dat feit natuurlijk wel, maar heb het uit pure jaloezie verzwegen. Nu het in de reacties is verklapt ontkom ik er niet aan ernaar te verwijzen...

zondag, augustus 05, 2012

Villa Triste

Het is alweer een tijdje geleden dat ik gratis boeken kreeg (tot mijn schrik zie ik dat het alweer in 2008 was!) maar het boek dat ik kreeg maakte het lange wachten meer dan goed.

Villa Triste is de veelbelovende titel van het jongste vertaalde boek van Lucretia Grindle. Een lijvige roman die op het oog een zwaar thema als basis heeft: de strijd van de partizanen in Italië tegen zowel de Duitse bezetter als de Italiaanse fascisten. Maar het is ook het verhaal van een moordonderzoek, dat start na de mysterieuze moord op twee oorlogshelden: pas onderscheiden leden van het Italiaanse verzet. De Florentijnse speurder Pallioti wordt op de zaak gezet en ontdekt langzamerhand meer van de geschiedenis van zijn land dan hij ooit voor mogelijk hield. En dat aan de hand van een mysterieus dagboekje van Caterina Cammaccio waarin het verhaal wordt verteld van de verzetsstrijd van de zusjes Caterina en Isabella (Cati en Issa) en hun familie in de laatste oorlogsjaren. Het is ook het verhaal van de liefde tussen Isabella en Carlo en de tegelijkertijd de onmogelijkheid van deze liefde in de woelige tijd waarin zij leefden.

In het boek wordt afwisselend het verloop van het hedendaagse moordonderzoek als het historische partizanenverhaal verteld. Een schrijfstijl die vaker wordt gebruikt, recent bijvoorbeeld ook in het boek van Elle van Rijn dat ik tijdens de boekenweek in de Bijenkorf van haar kocht (Het vergeten gezicht, zie een verslag van die ontmoeting hier) en waarin ook een liefdesverhaal uit die tijd wordt verweven met een hedendaags verhaal. Grindle gebruikt deze stijl overtuigend. Ik bedacht mij bij het lezen dat ik mij de bijzondere rol van Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit echt gerealiseerd had: eerst als agressor en bondgenoot van nazi-Duitsland, later als vijand van nazi-Duitsland. Maar tegelijkertijd met een belangrijke eigen groep fascisten, navolgers van Mussolini, die niet van plan waren de macht over te geven. Dat plaatste de Italiaanse bevolking voor een paar belangrijke dilemma's en positiekeuzes, iets wat in het boek overtuigend naar voren komt. Ik kende natuurlijk wel een oorlogsrelaas van bijvoorbeeld Giorgio Bassani, De tuin van de Finzi-Contini's, geschreven vanuit het perspectief van Joodse slachtoffers in diezelfde fascistische periode. Maar dit beeld van de partizanenstrijd was voor mij nieuw.

In feite is dit boek een in-verdrietig verhaal over verraad en het laat de triestheid van de oorlog zonder winnaars in volle omvang zien. Maar het is ook een verhaal van hoop omdat het de opoffering en de moed laat zien en de wederopbouw na de oorlog. En uiteindelijk is het een verhaal van rechtvaardigheid en opluchting, omdat de waarheid toch boven komt en ook het laatste raadsel op de slotpagina's wordt opgelost.

Kortom, een knappe prestatie van Lucretia Grindle. Dit boek dateert al uit 2010. In 2011 verscheen The lost daughter, met diezelfde speurder Pallioti en zijn assistent Enzo Saenz maar dit keer met de schijnwerper op een ander deel van de Italiaanse geschiedenis: de terroristische Rode Brigades. Ik ben erg benieuwd hoe Grindle dit onderdeel van de geschiedenis naar voren weet te brengen. Als het op vergelijkbare wijze gebeurt als in Villa Triste, is het boek zeker de moeite waard.

Intussen zag ik ook nog dat er een film is/wordt gemaakt met de titel Villa Triste. Het is geen verfilming van het boek van Lucretia Grindle, maar een weergave van het historische Nazi hoofdkwartier dat in Florence onder die naam bekend stond. Lees hier een artikel over de komende film van regisseur Fabrizio Favilli. Het laat in elk geval zien hoe zeer dit boek op ware feiten is gebaseerd.

woensdag, juli 25, 2012

Lees of ik schiet

Wat een bijzondere manier van leesbevordering. De kunstenaar Raul Lemesoff zet een omgebouwde Ford Patrol in als "weapon of mass instruction".
Lemesoff rijd met zijn boekentank door de straten van Buenos Aires en biedt passanten gratis boeken aan. Hij heeft er ongeveer 1000 bij zich. De kunstenaar zet boeken in ter bevordering van onderwijs, de kunst en - uiteindelijk - vrede.

Volgens dit bericht en dit bericht was de boekentank vorig jaar ook in Den Haag te zien. Vreemd dat mij dit ontgaan was, want ik vertoefde wel in het Haagse in die tijd. Ik leer uit het eerste bericht nog dat Lemesoff is geboren in het Argentijnse Paraná Entre Rios in 1972. Hij werkte aanvankelijk als assistent-fotograaf voor Argentijnse kranten en maakte de overstap naar fotojournalist toen hij in 1993 naar Houston, Texas in de V.S. verhuisde. Hij stopte als fotojournalist en exposeerde daarna in diverse galeries en musea in de V.S.. Vanaf 1999 transformeert hij auto’s tot diverse mobiele kunstobjecten die hij The Y2 Kaka, The Illegal Immigrant Trypod, The Anti-Christ Ninth Mobile en Mobile Warning Global Warming noemt. De laatste in deze rij is The Weapon of Mass Instruction.

Mooie kunst met een knipoog. Ik hou daar wel van! Zie hieronder nog een filmpje met de boekentank van Lemesoff in actie:


Wie nog een paar mooie voorbeelden van boekmobielen wil zien, ga naar dit bericht in the Paris Review of naar deze Wikipedia-pagina of deze website met historische overzichten en documentatie. En hebben alle lezers op 11 april wel bookmobiel-dag gevierd?

ps ik zie nu dat Boekendingen een vergelijkbaar bericht over Lemesoff had, ruim een jaar geleden. Maar ja, niemand is sneller dan Boekendingen...

woensdag, juni 27, 2012

Fascinerende docu's over boekverzamelaars

Wat een geweldige tip van Boekendingen: Een aflevering van Holland Doc over twee fervente boekenverzamelaars die vertellen over hun passie en over hun verzamelwoede. Het is al leuk genoeg om boeken te lezen waarin boekenverzamelaars over zichzelf vertellen (zoals ik recent schreef over Used and Rare van Lawrence en Nancy Goldstone) maar het is pas echt leuk om een documentaire te zien waarin verzamelaars uitvoerig aan het woord komen.

In dit geval zijn het twee bijzondere verzamelaars: beide doen meer dan alleen maar boeken verzamelen. Zij ontfermen zich over een cultuur en bewaren deze voor toekomstige generaties. Dat klinkt verheven, maar dat is het ook.

Eén van de geportretteerd verzamelaars is een oude bekende: Aaron Lansky. Ik schreef ruim twee jaar geleden al eens over hem naar aanleiding van zijn boek Outwitting History. Daarin beschrijft hij hoe hij een zoektocht begon naar Jiddische boeken in Amerika, zodat de cultuur van geëmigreerde Europese joden kon worden bewaard. Want de kinderen en kleinkinderen konden de boeken niet lezen en gooiden deze weg. Maar Lansky en zijn vrijwilligers redden ze, soms letterlijk uit vuilnishopen en papiercontainers. En nu zijn ruim een miljoen boeken verzameld. Lansky vertelt in deze documentaire ook het unieke verhaal van het boek waarvan maar één exemplaar bewaard is gebleven, Het Jiddisch Woordenboek voor Politieke en Buitenlandse Terminologie. Gedrukt in Kiev in 1929 en bij toeval was één exemplaar meegenomen door een neef van de drukker net voordat de geheime dienst binnenviel en alle boeken vernietigde. Een echt uniek boek, gered van de papierversnipperaar.

De andere verzamelaar kende ik nog niet. Het is Charles Blockson die zich al vele jaren inzet om de gedocumenteerde geschiedenis van de zwarte bevolking van Amerika te verzamelen. Begonnen bij de winkels van het Leger de Heils en het spenderen van zijn zakgeld, is dit uitgemond in tienduizenden boeken en objecten die geschonken zijn aan Temple University in Philadelphia. Een bijzondere prestatie van een man die als tienjarige aan zijn juffrouw op school vroeg naar de geschiedenis van de zwarte gemeenschap. Het antwoord dat hij kreeg was dramatisch: zwarte mensen hebben geen geschiedenis, ze zijn er om de blanken te dienen. Pas toen zijn opa vertelde over het slavenverleden, ontdekte hij de geschiedenis van zijn volk.

Elke verzamelaar kent zijn dramatische momenten. Voor Lansky is het de vondst van een uniek woordenboek. Voor Blockson is dit het verhaal van de eerste druk van een boek van James Pennington, The fugitive blacksmith. Een uniek boekje uit 1849, dat hij kocht, in de trein liet liggen en nooit meer heeft gezien. Hij zoekt het tot op de dag van vandaag.

De documentaire stamt al uit 1997 maar is nog net zo boeiend als 15 jaar geleden. Grappig is dat ik bij de aftiteling zag dat Nicholas Basbanes adviseur is geweest, toen al zo betrokken bij verzamelaars van formaat. Hoewel de documentaire vol staat met fascinerende observaties en mooie quotes, haal ik een paar zinnen aan van Blockson tegen het einde:
"We were denied history. (...) One of my desires, as a collector, is to try to replace page by page the history that has been taken from us. (...) What a beautiful disease I have. I've had it for 50 years."

Beide verzamelaars hebben een verheven doel, die lang voortleeft nadat zij zelf er niet meer zijn. Dat is nog eens wat anders dan voor veel geld een bibliotheek kopen die je naam draagt, en die vervolgens wordt geveild en verdwijnt...

Voor wie de smaak te pakken heeft, er is gelukkig nog veel meer mooi beeldmateriaal te vinden over het verzamelen van boeken. Bekijk deze documentaire maar eens over de opbouw en het verloop van de 36e ABAA boekenbeurs in San Francisco, in 2003. Mooie portretten over handelaren, verzamelaars en hun ontmoetingen temidden van een zaal vol prachtige boeken. Wie koopt, wie verkoopt en waarom? Hoe werden verzamelaars handelaren, en welke boeken zijn wel en niet gewenst?


 Veel kijkplezier!



donderdag, juni 14, 2012

Vaderdag - boekengeurdag

Het is met cadeautjes kopen voor bibliofielen voor sommige mensen net als koken voor vegetariërs door carnivoren: de gevers weten zich geen raad, zijn bang het verkeerd te doen en kiezen er in het ergste geval voor om dan maar helemaal niets te doen. Terwijl er met een paar eenvoudige richtlijnen zoveel moois is voor te zetten aan de likkebaardende bibliofiel.

Ik heb al eerder gewezen op potentiële cadeaus die op heugelijke dagen - zoals de aanstormende vaderdag - mogen worden gegeven. Maar sinds kort is daar weer iets heel speciaals bijgekomen: een parfum met boekengeur.

Iedereen (althans, iedereen die op dit blog komt) weet dat de geur van boeken (en bij voorkeur oude boeken) de heerlijkste geur ter wereld is. Lees Steven Poole er maar op na. Maar het is ook een geur die aan het verdwijnen is met de opkomst van digitale boeken. En dus zal het over een flink aantal jaren waarschijnlijk zo zijn dat ergens een oude, hermetisch afgesloten bibliotheek wordt opgegraven en dat wetenschappers opgewonden maar voorzichtig de ruimte openen om de authentieke boekengeur van lang geleden te ruiken. Vergelijkbaar met de opwinding na de vondst van eeuwenoud geconserveerde lucht in een piramide of in de ijslagen van Antarctica: hoe was het ook alweer voor de tijd dat wij de aarde met haar authentieke geurenrijkdom verwoestten?

Maar om op die herinnering alvast een voorschot te nemen heeft Karl Lagerfeld een parfum ontworpen met een boekengeur. En hij onderstreept mijn stelling aan het begin: "The smell of a freshly printed book is the best smell in the world”, aldus de meester. In samenwerking met Wallpaper magazine is deze geur ontwikkeld door Geza Schoen en Lagerfeld, iemand die zelf naar verluid een bibliotheek met 300.000 titels heeft. Een serieuze biliomaan dus! De verpakking is fraai en luxe en de positionering is helder: For Booklovers...

En hoe ruikt dit parfum dan? En hoe ga je zelf ruiken. Lees één van de commentaren: "maybe if you're lucky and you don't bathe regularly, you'll end up smelling like the inside of a library in 20 years."

The Independent wees erop dat dit niet het enige boekige parfum is. Andere voorbeelden zijn Paperback van Demeter ("A dusty old copy of a Barbara Pym novel did it for us") en Hammam Bouquet van Penhaligons ("It is warm and mature, redolent of old books, powdered resins and ancient rooms.").

Ik heb eerder al uitvoerig over de geur van boeken, het fenomeen van de boekensnuivers en een standaardwerk over de rol van geuren in de literatuur. Lees deze post, ook over de stickers met boekengeur die kopers van een e-reader meegeleverd kregen.

Het is een geruststellende gedachte te weten dat we nooit meer ver verwijderd hoeven te zijn van de geur die ons het meest dierbaar is: die van het oude boek. Met de aanstormende zomer in gedachten wil ik ook graag pleiten voor een zonnebrandcrème met deze geur; in plaats van de reuk van zwetende lichamen heb ik als ik dan toch op het zand lig liever de geur van een oude bibliotheek om mij heen.


woensdag, juni 06, 2012

Geen boek uit 1540, wel geschiedenis uit 1596

Ik schreef in een van mijn vorige berichten dat ik een fraai boek uit 1540 op de kop had getikt bij een veiling in Italië. Het eind van het liedje is dat dat toch ergens misging, maar toch leek het mij goed het hele verhaal te vertellen.

Jullie weten dat ik graag een incunabel wil bezitten. Gewoon, omdat ik gefascineerd ben door boeken met een lange historie. Ademloos lees ik boeken zoals The book nobody read waarin Owen Gingrich alle exemplaren van Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium opzoekt en een als een soort detective de geschiedenis van elk exemplaar door de eeuwen heen beschrijft. Hoe meer historie, hoe mooier het is. En veel meer historie van het gedrukte boek dan een incunabel bestaat er niet.

Als je op zoek bent naar vroeg 16e eeuwse boeken, gaat het ineens minder om de inhoud. Veel boeken zijn toch al in Latijn dat ik niet kan lezen en er is nu ook niet zoveel keuze dat je kan zeggen dat je een bepaald boek uit de 15e/16e eeuw wilt. Of liever: als je het boek kent, is het zo bekend dat die bekendheid rechtevenredig met de prijs is. Dus de kunst is een mooi 16e eeuws boek te vinden dat ook nog eens redelijk betaalbaar is en zo een stuk geschiedenis in huis te halen.

En zo kwam ik op de site van het Florentijnse antiquariaat/veilinghuis Gonnelli terecht. Het bleek dat zij eind april een veiling hadden van 15e/16e/17e eeuwse boeken tegen heel redelijke prijzen - denk in 100/200 euro voor nette exemplaren in soms authentieke bandjes. Mijn Italiaans is belabberd maar met Google Translate kwam ik een heel eind. Mijn oog viel op de volgende boeken:
Ecclesiastica hystoria
  • Lot 41: Aurelius Augustinus - Sermones sancti Augustini ad heremitas et nonnulli ad sacerdotes suos (...) Et primo de institutione irregularis vite. Impressum Venetiis, 1517. Een mooi boekje: "l'ultima bianca, abest. Frontespizio un po' restaurato, con note manoscritte di antica posessione. Legatura moderna in pergamena." (Frontispice een beetje gerestaureerd, met handgeschreven notities van de oude eigenaar. Binding modern perkament) Geschatte opbrengst: € 150.
  • Lot 136: Eusebisu Caesariensis - Ecclesiastica hystoria. Impressa Lugduni, 1526. Esemplare un po rifilato. Nota di possesso al frontespizio. Legatura ottocentesca in mezza pelle (Exemplaar een beetje bijgesneden. Aantekening eigenaar op de titel. Binding negentiende-eeuws half leder). Geschatte prijs: € 100. 
Ik bood respectievelijk € 180 en € 125. Want in de eerdere catalogi zag ik dat Gonnelli vrij dicht bij de geschatte prijs bleef. Beide gingen echter aan mijn neus voorbij. Een teleurstellende wetenschap, want in mijn beleving was ik nog nooit zo dicht bij het bezit van een boek uit 1517 geweest... Twee betaalbare post-incunabels die voor respectievelijk € 300 en € 250 iemand anders blij maakten. Gelukkig voor mij was er nog de aftersales catalogus.  Daarin liet ik mijn oog vallen op Comoediae viginti van Plautus Titus Maccius. Uit 1540, 723 pagina's en "Esemplare con fori di tarlo marginali dalle pagina 57 alla pagina 65. (...) Fitte note, di mano coeva, a molte pagine e nota di un professore di latino firmata nel 1586 al frontespizio. Legatura moderna in mezza tela" (Google zegt: "Dichte notities, hedendaagse kant, veel pagina's met notities en een professor van het Latijn in 1586 ondertekende de titelpagina. Moderne Half linnen band"). En dat voor € 150. Met veilingkosten en verzendkosten zou dit op € 230 komen. Na wat heen en weer mailen plaatste ik mijn bestelling, en de volgende ochtend vond ik een bericht van Gonnelli in mijn mailbox: "I am terribly sorry to tell you that this book, lot 291, has been sold yesterday night a few minutes before our closing time."

Wéér viste ik achter het net. Wéér geen stoer verhaal over het kopen van een 16e eeuws boek op een Italiaanse veiling... Dagenlang had ik mij gekoesterd in het besef dat ik bijna met mijn vingers de eeuwen kon aanraken... maar dit droge mailtje haalde mij uit de droom. Wat wel interessant was dat ik leerde dat als je iets antieks koopt in Italië, je een exportvergunning nodig hebt. Dat geldt voor alles dat ouder is dan een eeuw (of twee). Het aanvragen van die vergunning kost een dag of 40... Maar gelukkig bood Gonnelli aan om alle administratieve rompslomp voor haar rekening te nemen. Wel handig om te weten dit: er zijn nogal veel oudheden in Italië maar zonder exportvergunning krijg je die niet mee naar huis. Om teleurstellingen te voorkomen is het goed daar een mentale aantekening van te maken bij de volgende Gonnelli-catalogus

Gelukkig heeft dit verhaal nog een quasi happy end. Want op Marktplaats zag ik ineens een stuk vaderlandse geschiedenis verschijnen. Een publicatie van de Staten-Generaal uit 1594, met de bijzonder lange titel Placcaet provisioneel opden generalen stilstant van allen het muntwerck, inde ghe-unieerde Provincien, quartieren, steden ende andere plaetsen inde selue voor het loopende jaer XV:e vierentneghentich, midtsgaders de reductie vanden cours van alle goude ende silvere penninghen, opden voet van het placcaet gheemaneert int jaer XV:e LXXXVj. Uit 1596... De 80-jarige oorlog was nog geen 30 jaar onderweg, Rembrandt zou pas 10 jaar later worden geboren, Willem Barentz ontdekt Spitsbergen en Johan van Oldenbarnevelt is druk met zijn diplomatieke werk voor de Republiek. René Descartes wordt geboren en Shakespeare is net bezig met zijn Romeo en Julia. WOW - wat een tijd. En ondertussen brengen de Staten-Generaal een plakkaat uit met betrekking tot de financiën in de jonge Republiek. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond nog maar 8 jaar en moest zich nog volop organiseren. Dergelijke voorschriften hielpen daarbij. Fantastisch om dat in bezit te hebben. Het is weliswaar niet uit 1540, maar wel (nog net) uit de 16e eeuw. Ruim twee eeuwen ouder dan mijn één-na-oudste boek. En in totaal 418 jaar oud. Ik laat deze overweldigende last van de geschiedenis nog even op mij inwerken...


woensdag, mei 23, 2012

De webshop van De Slegte

Iedereen weet intussen wel dat De Slegte mijn favoriete winkel is. En hopelijk nog heel lang kan blijven, ook na de fusie met Selexyz. Maar ik vind De Slegte vooral geweldig als winkel om naar binnen te stappen. Nog nooit bestelde ik iets via de webwinkel. Maar in de fysieke winkel ga ik nooit met lege handen naar buiten. Dat is een principekwestie...

Niet dat ik iets tegen winkelen op het web heb. Integendeel, bijna wekelijks belt de postbode met een pakje met nieuwe schatten, veelal via Marktplaats aangeschaft. Bij Marktplaats weet je echter wat je krijgt: als je weinig betaalt loop je de kans op rotzooi of op een lot uit de loterij. En als je veel betaalt gaat er meestal een uitgebreide correspondentie met de aanbieder aan vooraf waarin de eventuele onvolkomenheden van het boek de revue passeren. Het punt bij de webshop van De Slegte is dat je aardig wat betaalt, maar in mijn beleving niet de kans hebt om een tijdje heen en weer te mailen om de staat van het boek te bespreken en zo eventuele ezelsoren en waterschade tijdig te ontdekken. Het risico is dus veel groter dat je iets ontvangt wat je eigenlijk niet wilt hebben: gedoe dus.

Laatst deed ik echter een bestelling bij De Slegte voor een ramsjboek (en dat zijn uitgeversrestanten en dus "veilig"). Aangezien ik de verzendkosten toch al kwijt was, besloot ik een paar aanvullende bestellingen te doen. Een "probleem" bij De Slegte is namelijk dat ze nogal veel filialen hebben, en ik ontdek vaak dat er een exemplaar van een boek in Leiden staat, een ander boek dat ik wil hebben in Groningen en weer een ander boek in Zwolle. Boeken naar één filiaal laten transporteren kan niet meer en naar elk filiaal reizen is niet te doen. Maar via de webshop kan je bestellingen uit verschillende filialen combineren zonder dat het met de verzendkosten uit de hand loopt.

En dus ploften pakjes uit Leiden en Amsterdam na enige tijd in mijn brievenbus. Met daarin: 2 boeken van Hugo Brandt Corstius (Algebraïsche taalkunde en Rijmlijm), eentje van I.J. Singer (Van een wereld die voorbij is) en eentje van Lawrence en Nancy Goldstone (Used and rare. Travels in the book world).

Tot mijn grote plezier waren de boeken in goede staat en helemaal conform de aanprijzing ("goed". Pas op voor boeken die "redelijk" zijn, vermoedelijk is de omslag onherkenbaar en heeft de hond er recent op gekauwd. Maar boeken die "goed" zijn misstaan niet in mijn kast. (Er wordt bij De Slegte in Den Haag een boek van Nicholas Basbanes aangeboden: A Gentle Madness, voor € 12,50. Met de vermelding "redelijk". Koop het niet: ik ben het wezen bekijken en het is een versleten, scheve, flodderige paperback. Weggegooid geld).

De boeken van Brandt Corstius kocht ik omdat ik nu eenmaal alles van Brandt Corstius wil hebben (in elk boek geniet ik weer van zijn vlijmscherpe pen en zijn geniale taalvondsten) en deze misten nog. I.J. Singer stond al heel lang op mijn lijstje, maar ik wist niet meer waarom. Waarschijnlijk had ik er eens een goede recensie over gelezen. De aanprijzing is veelbelovend: "Autobiografische verhalen over een jeugd in een chassidisch-joodse gemeenschap in een Pools dorpje rond 1900." Nu al fascinerend, en waarschijnlijk goed passend tussen de boeken van zijn oudere broer Isaac Bashevis Singer, van Chaim Potok en van Henry Roth. In al die boeken wordt de chassidische gemeenschap beschreven (in Polen respectievelijk de VS), een beweging die mij altijd al heeft gefascineerd.

Maar het meest heb ik toch genoten van het boek van de Goldstones. Boeken over boeken, in het bijzonder boeken van boekenverzamelaars over hun verzameling/verzamelactiviteiten vind ik geweldig. En dit boek van de Goldstones beschrijft stap voor stap hun weg in de wondere wereld van het antiquarische boek. Vanaf hun allereerste tweedehands boek, via de ontdekking dat er zoiets is als tweedehands boekwinkels, langs het besef van het bestaan van eerste drukken, boekenveilingen en uiteindelijk een prachtige eerste druk van Dickens voor $ 850. En telkens weer leef je mee met hun verbazing als ze weer iets nieuws hebben ontdekt (catalogi! bibliofiele boeken! stofomslagen!) dat op een of andere manier extra betekenis heeft in de wereld van het boekenverzamelen. Want we zijn allemaal die weg gegaan en hebben allemaal die ontdekkingen gedaan en het is leuk om als het ware je eigen ontwikkeling als verzamelaar te lezen, maar dan door de ogen van de Goldstones.

Een absolute aanrader dit boek, misschien nog wel het meest voor familieleden en vrienden die maar niet kunnen of willen begrijpen wat er nu zo speciaal is aan boeken, mooie edities en die niet snappen waarom je elke keer terug moet naar die ene antiquarische boekhandel omdat der kennelijk nog onontdekte schatten  staan... Als dat moeizame gesprek weer eens gevoerd wordt en je het niet voor de honderdste keer wilt proberen uit te leggen, laat ze dan het boek van de Goldstones lezen en óf ze snappen het dan eindelijk, óf je weet zeker dat ze het nooit zullen snappen. In beide gevallen zijn die gesprekken voorbij. Maar ze hebben in elk geval een onderhoudend, grappig en leerzaam boek gelezen.



donderdag, mei 03, 2012

Ik wil een incunabel!

Ik heb natuurlijk weinig te klagen met mijn bibliotheek van ruim 2100 titels en een leesvoorraad van pak 'm beet 100 titels. Genoeg om mijn dagen voorlopig te vullen - en gelet op mijn tempo van nieuwe aankopen kom ik waarschijnlijk nooit aan herlezen van de beste boeken die ik heb toe.

En ik heb ook niets te klagen met mijn hoeveelheid bibliofiele boeken. Mijn rijtje van Stichting de Roos, de boeken in kleine oplages, de gesigneerde edities... ik heb er vaak genoeg over geschreven en ik ben er blij mee, om niet te zeggen: gelukkig.

Maar ik heb een grote liefde voor het boek als object. En dus wil ik ook boekhistorie op mijn plank hebben. En dus het liefst het eerste (of bijna het eerste) gedrukte boek. Kortom: daarom wil ik een incunabel.

Wat is een incunabel? Lees even mee met wikipedia: "Een incunabel of wiegendruk is een vóór 1 januari 1501 in Europa gedrukt (en dus niet handgeschreven) boek, blad papier of prent. (...) De boekdrukkunst deed haar intrede rond 1440, en de periode van de incunabelen heeft dus zo'n goede halve eeuw geduurd. (...) Het jaartal 1501 als grens is arbitrair: het geeft geen omslagpunt in de boekdrukkunst aan; het is alleen het eerste jaar van de 16e eeuw. Maar dit jaartal wordt sinds de 17e eeuw algemeen gebruikt als eindpunt; boeken gedrukt tussen 31 december 1500 en 1540 noemt men postincunabelen. (...) In het midden van de vijftiende eeuw kwam de oplage van een publicatie gewoonlijk niet boven de 100-200 exemplaren. Aan het einde van de incunabeltijd kon de oplage oplopen tot een duizendtal. Het aantal verschillende incunabelen bedraagt ongeveer 29.000. Er zijn volgens schattingen in totaal rond de 500.000 exemplaren van bewaard gebleven."

Dat klinkt als een overzichtelijke wens: ik hoef maar één van die half miljoen incunabelen te hebben en dan ben ik al gelukkig.

Er is natuurlijk een groot probleem met deze wens: het overgrote deel van de incunabelen staat in bibliotheken (bij de KB wat minder) en musea, en de incunabelen op de markt zijn onbetaalbaar. Ja, soms kan je een los vel van een incunabel kopen (afhankelijk van de kwaliteit, de tekst en de versiering tussen € 12,50 en € 1250,- en meestal van een uit elkaar gerukte bijbel of een getijdenboek). Maar een compleet werk heeft over het algemeen de prijs van een goede middenklasse auto, of hoger.

Voor wie gewend is aan boekenbudgetten die de 500 euro niet overschrijden (zoals ik), is het een droevige rondgang langs gespecialiseerde antiquariaten. Kijk maar eens bij Bruce McKittrick in Narberth (VS) of zoek bij Buddenbrooks uit Boston (VS) (of hier) maar eens op 16e eeuwse boeken.

Toch heb ik diep van binnen de overtuiging dat ik ooit een incunabel zal bezitten. Tot die tijd moet ik het doen met een boek dat nipt door mag gaan voor een post-incunabel (of net niet): een boek uit 1540 dat ik op de kop tikte bij een Italiaans veilinghuis uit Florence. Maar daarover vertel ik een andere keer uitgebreid.

woensdag, april 18, 2012

Feest der Letteren - II

Ik schreef al over een aantal vrouwelijke aanwezigen bij het Feest der Letteren in de Amsterdamse Bijenkorf, aan het begin van de boekenweek 2012. Maar nu over de mannen.

Er waren een paar onvermijdelijke aanwezigen. Allereerst natuurlijk Tom Lanoye, tevens auteur van het boekenweekgeschenk. Ik blijf het het hinderlijk vinden dat de auteur van het boekenweekgeschenk wel aanwezig is, maar dat het boekenweekgeschenk dan nog niet beschikbaar is. Ik heb dus wel een aantal boeken laten signeren door de hele vriendelijke Vlaming Lanoye, maar toen ik een paar dagen later het boekenweekgeschenk kreeg was hij natuurlijk in geen velden of wegen te bekennen. Waar is de auteur als je een handtekening nodig hebt? Datzelfde geldt overigens voor Nico Dijkshoorn. Ik ben niet van plan ooit iets van hem te lezen, maar zijn boekenweekessay hoort natuurlijk in mijn CPNB-verzameling. Maar die zaterdag in de Bijenkorf had ik niets te signeren voor hem.
Ik moet trouwens eerlijk bekennen dat ik tot op heden nog nooit een boek van Lanoye had gelezen. Dus binnenkort moet mijn gesigneerde exemplaar van Alles moet weg eraan geloven.

Een tweede onvermijdelijke aanwezige was Adriaan van Dis, als hij niet in Indonesië is, dan is hij wel in de Amsterdamse Bijenkorf. Ik had maar weer eens een stapeltje nieuwe Van Dis-aanwinsten bij mij, maar mij wachtte een teleurstelling. Van Dis bleek last van zijn arm te hebben en kon daardoor niet signeren. Hij signeerde met een stempeltje. Hij vertelde erbij dat hij het stempeltje had laten maken langs de kant van de weg ergens in Indonesië. Maar ook het stempelen ging niet altijd even goed en één stempel ging scheef. Als troost kreeg ik er een tweede stempeltje bij: van de Eiffeltoren. Zo zijn Indonesië en Parijs weer eens verbonden. Maar ik wil natuurlijk per se een handtekening van Van Dis. Ik zal dus bij een volgende gelegenheid met hetzelfde stapeltje boeken (en een paar erbij waarschijnlijk) wederom langs Van Dis moeten gaan om de felbegeerde handtekening te krijgen.

Wie zich ook trouw in Amsterdam meldt is Jan Siebelink. Na de signeersessie van 2011 had ik niet veel nieuws bij me: alleen een Literair Juweeltje dat hij schreef. Maar veel of weinig boeken, Jan Siebelink is iemand die houdt van grondig en zeer zorgvuldig signeren. Ik bedankte hem voor de uitvoerige signatuur. Hij zei vervolgens: ik zal blijven schrijven, komt u dan maar weer laten signeren. Dat heb ik hem van harte beloofd.
Eén ding frustreert mij echter: ik ben al jaren op zoek naar een eerste druk van zijn grote roman Knielen op een bed violen. Dat boek heeft tientallen drukken gehad, maar ik wil de eerste gebonden druk. Echter: deze is nergens te vinden. Niet op mijn vaste adresjes (Antiqbook, Boekwinkeltjes.nl), niet op Marktplaats, niet bij veilingen: onvindbaar. Toch zijn er meer dan 10.000 gemaakt. Ik hoef er maar één te hebben om te laten signeren door Siebelink zelf. Maar waar is mijn toekomstige exemplaar?

De laatste die ik verblijdde met mijn boekenbezit was Geert Mak. Een jaar eerder was ik al mijn Makjes vergeten mee te nemen en ik hoopte al dat hij er weer zou zijn. En dat was zo! Ik verontschuldigde mij voor de hele stapel die ik bij mij had (ook een aantal anderen in de rij zag ik fronsen). Maar Mak vond het niet erg: "deze gelegenheid is er voor", zo stelde hij mij gerust.Toen mijn exemplaar van Amsterdam op steen aan de beurt was voor een signatuur, merkte hij verbaasd op: "dat is een zeldzame!". We hebben nog even gekeuveld hoe ik er aan kwam (bedankt, Theo!) maar ook deze is nu voorzien van een krabbel van Mak (stukken minder grondig dan Siebelink).

En zo eindigde weer een signeermiddag in de Bijenkorf. Na afloop met mijn lief nog even een taartje gegeten bij de Bijenkorf en door Amsterdam gekuierd. Maar toen mijn armen langzaam losraakten van mijn schouders door het gewicht van de tassen met boeken, hielden we het toch maar voor gezien.

Op naar volgend jaar voor een volgend Feest der Letteren! Mijn boeken zijn er klaar voor. Mag ik een verlanglijstje indienen: graag een tafeltje voor Marcel Möring (26 boeken te signeren) en Margriet de Moor (14 boeken te signeren) en liefst ook van Hugo Brandt Corstius (50 boeken te signeren). Bij voorbaat excuses aan degenen die dan achter mij in de rij staan.

dinsdag, april 03, 2012

Feest der Letteren - I

Zoals elk jaar meldde ik mij weer met een volle tas boeken bij de Bijenkorf voor het jaarlijkse Feest der Letteren aan de vooravond van de Boekenweek en de signerende schrijvers die daar rondhangen. En zoals elk jaar was het een middag met opgewektheid en teleurstelling, maar ook met leuke babbeltjes met schrijvers. Ik zal er een paar noemen - volgende keer deel 2.

Allereerst was het Feest der Letteren weer gepropt op een tussenverdieping van de Bijenkorf. Het zal wel bedoeld zijn om een soort van marktidee na te bootsen, maar het zorgt ervoor dat het al snel druk en benauwd wordt. Eén van de eerste auteurs waar ik mij meldde was Renate Dorrestein, en zij merkte op dat het wel heel erg snel heel warm werd. En het moest nog lente worden! Ik kon niet anders dan dit beamen - terwijl de zweetdruppels van mij afgleden. Bij een enkele auteur stond een hele lange rij (Sylvia Witteman, Geert Mak) die zich dan langs de tafeltjes van wachtende andere auteurs slingerde. Dat leverde toch een wat raar beeld op: ik stond minutenlang voor het tafeltje van Robert Vuijsje voor wie ik niets te signeren had te wachten op een auteur die kennelijk populairder was dan hij.

De teleurstelling was de afwezigheid van twee aangekondigde auteurs. Stine Jensen en Connie Palmen waren wel aangekondigd, maar waren er toch niet. Zo bleven er 18 auteurs over. Ook jammer was de afwezigheid van Remco Campert, die er andere jaren standaard was maar het nu kennelijk even voor gezien hield.

Zoals altijd had ik mij goed voorbereid, niet alleen door mijn eigen bibliotheek te plunderen maar ook door bezoekjes af te leggen aan de nabijgelegen antiquariaten Kok en De Slegte. Dit om mijn titels van sommige auteurs aan te vullen zodat er meer boeken de dag zouden eindigen met een handtekening. Grappig was dat bij Kok twee dezelfde titels van Renate Dorrestein stonden, Katten en de kunst van het boekenonderhoud. De boekjes waren identiek, de prijs niet: € 5 en € 15. Ik heb toch maar die van € 5 genomen, hoezeer ik Kok ook een warm hart toedraag. Ook bij Kok: een Franse pocket van Dorrestein voor maar € 3 en een boekje van Stine Jensen (toen ik nog in de veronderstelling was dat ze aanwezig zou zijn). Bij de Slegte sloeg ik een slag met een aantal titels van Tom Lanoye.

Eén van de eerste auteurs die ik zag was Elle van Rijn. Of liever: zij zag mij. Ik keek haar - bij gebrek aan boeken van haar - vriendelijk aan en dat leidde tot haar uitroep (al wijzend): "Jóu moet ik hebben!". Tsja, dan kan je natuurlijk niet weigeren... Toen ik aan haar tafeltje stond, was de mededeling: "Jij gaat een boek van mij lezen". Ik heb haar uitgenodigd dan maar een titel van haarzelf te selecteren. Dat was een aparte situatie: ze gaf aan dat haar recent geschreven boek over de ontvoering van Toos van der Valk niet te kiezen: "Die zou ik niet doen". Toen ik observeerde dat het toch wat vreemd was dat een auteur over een eigen boek zegt dat ze die niet aanraadt, beaamde ze dat. Maar haar romans beschouwt ze als meer eigen en dus een betere kennismaking met haar werk. Ze raadde mij daarom Het vergeten gezicht aan, een spannende roman die speelt tegen de achtergrond van Berlijn en de Tweede Wereldoorlog, de scheiding van Duitsland en de hereniging. Ik kreeg het mee (d.w.z. ik moest het kopen) met het verzoek haar te mailen na lezing. Ik beloofde dat het bovenaan mijn leeslijst zou staan, wat ze leuk vond.
Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik vond het een prima boek. Verrassende inhoud, met veel vaart geschreven en een tamelijk bizar einde dat totaal onverwacht komt. Twee verhaallijnen door elkaar geweven, die zo verschillende geschreven zijn (en typografisch opgemaakt) dat je vergeet dat ze van één en dezelfde schrijver komen.

Zoals beloofd heb ik haar na het lezen gemaild met mijn leeservaring en ik kreeg een vriendelijk mailtje terug, met uiteraard de aanbeveling nóg een boek van haar te lezen.

De volgende bij wie ik neerstreek was Renate Dorrestein. Zoals gezegd had ik van haar een Franse pocket gekocht, namelijk Vices Cachés oftewel Verborgen gebreken. Nu lees ik geen woord Frans, ik kocht dit boek alleen maar om te zien hoe ze erop zou reageren en voor de heb. Zeg nou zelf: voor 3 euro kan je dat boek toch niet laten liggen. Renate Dorrestein vond het erg leuk om die pocket te zien. Ze vertelde dat het haar eerste pocket in Frankrijk was en dat ze een tijdje benauwd was geweest of het wel zou verkopen. Maar ze had gelukkig haar voorschot terugverdiend en dat vond ze toch wel geruststellend. Bij het signeren van Katten en de kunst van het boekenonderhoud merkte ze nog op dat ze dat altijd een erg lastig boekje vond: waar moest ze nu precies signeren (het is een keerboek) en hoe voorkomt ze beschadiging (het is nogal stijf ingebonden). Maar gelukkig ging alles goed en opgelucht kon ik mijn tocht vervolgen.

Ik belandde bij Simone van der Vlugt. Van haar had ik maar één titel bij me, het Literaire Juweeltje Het bosgraf. Ik verontschuldigde me voor dat kleine boekje maar haar reactie was: "nou, dan gaan we dat kleine boekje maar helemaal volschrijven", en met een zwierige opdracht in het juweeltje dwaalde ik verder naar Anna Enquist. Zoals altijd was zij heel vriendelijk en signeerde rustig een stapeltje. Helaas had ik verkeerd in mijn LibraryThing gekeken want ik dacht dat ik Het meesterstuk nog niet had, maar die had ik al wel. Dus nu heb ik twee keer dit boek, en allebei gesigneerd. Ik beschouw het maar als weelde. Bij het signeren van het herdinkingsboekje Een avond in mei merkte ze op: "dat is een oudje". Slechts achttien jaar is dit boekje uit 1996, maar inderdaad al volwassen naar mensenjaren gerekend.

En voort ging het weer, dit keer naar Jessica Durlacher. Met haar heb ik eigenlijk vooral gepraat over haar vader en ik liet haar weten hoe indrukwekkend ik zijn boeken vond en hoe aangrijpend. Na het lezen van de boeken van Gerhard Durlacher en met name de passage over de omstandigheden in de mijnen waar de V2's werden gemaakt, heb ik letterlijk een nacht niet kunnen slapen in het besef van de wreedheden en de onmenselijkheden die daar plaatsvonden. Jessica Durlacher vond het leuk dat te horen maar ook dat ik een paar boeken van haarzelf bij mij had. Die heeft ze vervolgens zwierig gesigneerd.

Tot slot van dit overzicht toch nog maar even over Sylvia Witteman, één van de hoofdpersonen van dit Feest der Letteren. Want zij had immers het speciale Bijenkorf-boekenmaand-boekje geschreven: Inflatiekroketten, dat in hoge stapels beschikbaar was. Voor haar stond dan ook de langste rij. Toen ik dat bij haar meldde toen ik eindelijk aan de beurt was, reageerde ze: "Ja, daar schrik ik eigenlijk ook van". Het leuke is dat Sylvia Witteman volgens mij helemaal zichzelf is: lekker vrij en geen blad voor haar mond. Dus toen we nog wat doorpraatten over de lange rij zei ze dat het met zo'n schrijversmarkt wel plezierig was, want eigenlijk zijn de bezoekers in de stad wat blasé, die laten niet snel iets signeren. Dus als er dan meer schrijvers komen, gaat het beter. Maar, aldus Witteman, "in de buitengewesten gaat het vaak beter". De buitengewesten - dat is vermoedelijk alles voorbij de Wategraafsmeer...
Het leuke was dat alle bekende personen uit de columns van Sylvia Witteman aanwezig waren: haar drie kinderen die zaten te geinen tussen de kledingrekken en natuurlijk "huisgenoot P" oftewel Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant. En je mag dan nog hoofdredacteur zijn van een voortreffelijke krant, als Sylvia signeert word je vooral geacht op verzoek drinken te halen en in andere noden te voorzien. Wat Remarque dan ook met een glimlach deed. 


Lekker onbevangen, en eigenlijk gold dat voor alle schrijvers die er waren: ze hadden plezier en zaten op hun praatstoel. Dat maakt zo'n bezoekje extra leuk.

Volgende keer zal ik het hebben over de mannelijke auteurs die er waren. Lees tot die tijd mijn verslagen van mijn bezoek aan het Feest der Letteren in de Bijenkorf in 2011 (deel 1, deel 2 en deel 3) en 2009 (hier).