vrijdag, december 28, 2007

Lot 228: Over de liefhebberij voor boeken

Het vervolg van Sneuper's veilingavonturen bij Bubb Kuyper leidt langs een lot met boeken over boeken. Waarom heb ik überhaupt op dit lot ingetekend?

In 2004 kocht ik een exemplaar van Bibliotheken van Boudewijn Büch. Het eerste hoofdstuk gaat over "boekenhaat, boekenliefde en bibliotheken", kortom de gebruikelijke thema's van Büch. Als hij ingaat op het verschijnsel "pathologische verzamelaars", schrijft hij:
Otto Mühlbrecht heeft over dat aspect aan het einde van de vorige eeuw een mooi boek geschreven. Dat boek werd door R. van der Meulen in 1896 voor Nederland bewerkt: Over de liefhebberij voor boeken. In dit boek komt het heerlijke hoofdstuk voor 'De liefheberij tot hartstocht geworden - bibliomanie'. Er worden in dit hoofdstuk de raarste mensen opgevoerd. (...) De Nederlander die tussen zijn boeken wilde sterven, in het midden van de vorige eeuw, mag ook een opvallende patiënt worden genoemd. De dominee die zijn boekerij voor een groot bedrag kon verkopen maar sprak: 'Ik verkoop mijn lijf niet,' evenzeer."

Sindsdien prijkt dit boek op mijn wenslijst en tot mijn vreugde zat een exemplaar ervan ook in de veiling van Bubb. De omschrijving van lot 228 was:
Meulen, R. van der. Over de liefhebberij voor boeken. Leyden, A.W. Sijthoff, 1896, VIII,347,(3),(78 advert.)p., 18 (col./ fold.) plates/ facs., over 200 textills., orig. hcl. with gilt and dec. wooden sides, large 8vo.
- Occas. sl. foxed. Binding partly (sl.) worn.
Buijnsters, P.J. Het verzamelen van boeken. Een handleiding. Utr., HES, (1992), 2nd rev. enl. ed., 320p., ills., orig. cl. w. dustwr. - AND 24 others, incl. sm. publications, i.a. TWEE EEUWEN BRANDT EN PROOST. Een bijdrage tot de geschiedenis van de boekbinderij, de uitgeverij van bijbels en kerkboeken en den papierhandel in Nederland (...) (Amst., 1942, (col.) plates, ills., orig. hcl., 4to) and J. ROMIJN and A.L. SÖTEMANN (ed.), Bont-boek over Bond en boek. Een gevarieerde verzameling opstellen over het uitgeven, produceren en distribueren van boeken (Ibid., 1955, ills., orig. wr.).

En nu is dit boek van mij! Interessant was dat de nota van de vorige eigenaar, de weledelgeboren heer G. van Dijk uit Wormerveer, er nog in zat. Deze heeeft het boek op 2 december 1960 - dus 37 jaar eerder - gekocht bij antiquariaat en boekhandel Langerveld te Rotterdam. Het boek kostte toen fl. 7,50 oftewel omgerekend 3,40 euro. Er bestaat nog steeds een antiquariaat Langerveld in Burgh-Haamstede, maar of het dezelfde is weet ik niet.

Over de liefhebberij voor boeken is een indrukwekkend fraai boek. Het door Büch aangehaalde hoofdstuk over bibliomanie is het vierde hoofdstuk van het boek. Daarvoor schrijft Van der Meulen hoofdstukken over de stoffelijke waarde van boeken (waarin hij merkwaardige schommelingen in prijzen beschrijft), over de pleegvaders van het boek (met een prachtige losse kleurenfacsimile van een pagina uit de Gutenbergbijbel uit 1455 op ware grootte) en over de bibliofilie en de liefhebberijen die er mee in verband staan. Van der Meulen beschrijft daarin verschillende redenen waarom verzamelaars verzamelen: om de zeldzaamheid van uitgaven, om de waarde ervan of om andere redenen. Eén van die redenen is volgens Van der Meulen de curiositeit van titels, zo noemt hij onder meer Geschockeerde Blom-Cap, t'samen ghenaeyt van veelderhande lappen, ende wel warm gevoert met Schotse Bockenvellen, gemaeckt op 't versoeck van verscheyden, niet Tulpisten, maer oprecht Bloemisten uit de tijd van de tulpenhandel. Aparte aandacht heeft hij voor ex-libris en boekdrukkers- of uitgeversmerken en natuurlijk bijzondere banden, waarvan talloze fraaie voorbeelden zijn opgenomen. Hierbij is separaat een schitterende "specimen van chromolithographie vervaardigd in het etablissement van P.W.M. Trap te Leiden" opgenomen, bestaande uit een "afbeelding der versierde snede van een door Albertus Magnus gebonden Bijbel".

Vervolgens zijn er hoofdstukken over de liefhebberij voor boeken in Engeland ("het eldorado der bibliophilen"), in Frankrijk (waar men "den smaakvollen boekenminnaar moet zoeken. Geen land heeft zooveel degelijke boekenkenners en -verzamelaars aan te wijzen als Frankrijk") en in Duitsland en Nederland (in de beide landen "kan van de eigenlijke bibliophilie maar weinig sprake zijn"). Voor Nederland worden Martinus Nijhoff en Frederik Muller aangehaald als pleitbezorgers voor de liefhebberij van boeken. Muller was antiquaar en bibliograaf in Amsterdam en later ook veilingmeester, waarbij hij onder andere de bibliotheken van Van Lennep en Joh. Enschedé veilde. Hij stond overigens niet bekend om zijn goedkope boeken, koopjes waren er op zijn veilingen nooit, aldus Van der Meulen. Ook Nijhoff was antiquair en veilingmeester.

Opmerkelijk is dat in het boek een "aanhangsel" aanwezig is van bijna 80 pagina's die in feite één grote reclamefolder is voor Sijthoff-uitgaven, waaronder de "Handleiding voor het zelfvervaardigen van linnengoed, het wasschen van onderkleeren, huishoud- en beddelinnen en hunne verder verzorging". Voor slechts fl. 1,50 bij de boekhandel. Dat aanhangsel is een mooie staalkaart van de Nederlandse boekhandel aan het einde van de 19e eeuw.

Wie was Van der Meulen eigenlijk? Rimmer Reinders van der Meulen werd 28 december 1850 te Bolsward geboren als oudste zoon van Reinder Rimmers van der Meulen en Sibbeltje Rientses Dijkstra, zo lees ik in zijn levensbericht. Hij werd opgeleid tot werk in de boekhandel en heeft onder meer jarenlang de jaarlijkse catalogus van in Nederland uitgegeven boeken verzorgd (Brinkman's catalogus). Overigens trouwde hij met de dochter van Brinkman. Naast diverse bibliografische werken publiceerde hij in 1883 Boekhandel en Bibliographie, dat door boekhandelaren wordt beschreven als "een handboek, welks degelijke bewerking van het grootste nut kan zijn tot het verkrijgen van een grondige kennis van ons vak". Over de liefhebberij voor boeken verscheen dus in 1896, "het plan daartoe, zegt de schrijver in zijn Voorbericht, was reeds geruimen tijd geleden opgevat, maar nam een vasteren vorm aan, toen de uitgever hem uitnoodigde tot een Nederlandsche bewerking van Otto Mühlbrecht's Die Bücherliebhaberei am Ende des 19. Jahrhunderts. De bedoeling van den schrijver was echter meer iets te geven in den trant van Henri Bouchot's Le Livre en Percy Fitzgerald's The book fancier; al erkent hij gaarne de verplichting die hij ook aan Mühlbrecht's arbeid heeft gehad, in zijn geheel heeft het Hollandsche werk een van het Duitsche afwijkend karakter gekregen." Fitzgerald's boek is trouwens hier te downloaden.

Van der Meulen publiceerde nog enkele boeken over het boekenvak en het drukkerswezen. Hij overleed in 1825. Zijn zoon schrijft: "Den 30sten September 1925 verzond hij zijn laatste proef van de September-aflevering der Nederlandsche Bibliographie; den 23sten October overleed hij aan een ziekte, waarvan de eerste verschijnselen zich in de eerste helft van het jaar hadden geopenbaard. Toen Van der Meulen op den stillen herfstmiddag van den 26sten October naar zijn laatste rustplaats werd geleid, werd aan zijn graf stil en in woorden getuigd van de dankbaarheid en waardeering voor den bibliograaf, den bibliothecaris en den schrijver over het boek, zij die het meest in hem verloren, betreurden den mensch." Van der Meulen werd 74 jaar.

Al met al is dit boek een lust voor het oog door de schitterende uitvoering van de illustraties en de mooie voorbeelden in de tekst. Dat mijn boek een licht beschadigde band heeft is niet zo heel erg; de inhoud maakt het meer dan goed. Het heeft nu al een ereplaats in mijn bibliotheek. Niet voor niets gebruikt de universiteit van Maastricht het boek als kapstok om de eigen boekenverzameling te beschrijven.

Ik had ook iets willen vertellen over al die andere fraaie boeken in lot 228, maar dat moet wachten tot een volgende keer. Ik kom gewoon woorden tekort om het boek van Van der Meulen te beschrijven. Volgende keer ga ik in op de boeken van Kruizinga, Den Haan en Buijnsters en anderen die ik met Van der Meulen op de kop tikte.

sneuper

donderdag, december 13, 2007

Lot 2517: Multatuli

In de Volkskrant verscheen vorige week een enthousiaste recensie van Kees Fens over het zojuist verschenen facsimile van het handschrift van de Max Havelaar van Multatuli. Alom en terecht is de Max Havelaar erkend als belangrijkste boek in de Nederlandse literatuur en het is dus terecht dat het oorspronkelijke handschrift beschikbaar wordt gemaakt voor de lezers van het meesterwerk. Fens schrijft: "En toch zal ieder die Multatuli bewondert, de reproductie willen hebben. Als het zichtbaar verslag van de ontstaansgeschiedenis van een meesterwerk." Zie hier de pagina van uitgeverij Lubberhuizen van dit boek en hier een verslagje van de presentatie ervan op 6 december jongstleden.

Helaas heb ik deze facsimile (nog) niet in mijn bezit. Ik was immers druk met enkele andere aankopen in de laatste veiling van Bubb Kuyper. Eén van de lots was een Multatuli-lot. De omschrijving ervan:

Multatuli. Volledige werken. Vol. I-XVI. Ed. G. Stuiveling. Amst., G.A. van Oorschot, 1950-1984, 16 vols., plates, india-paper, orig. giltlettered cl. w. (unif.) dustwr.
- Some vols. w. minor defects.
Over Multatuli. Vol. 1-37. Ed. E. Francken a.o. Amst., Huis aan de drie grachten, 1978-1996, 37 vols., ills., orig. (unif.) wr. - AND 4 others.
Ik bezat al een deel van de Volledige Werken van Multatuli, namelijk de delen 8-25. Daarin staan al zijn briefwisselingen en veel nagelaten teksten. Ik heb gefascineerd zijn correspondentie gelezen rondom de verschijning van Max Havelaar, prachtig om de wording te zien van een boek dat later een monument in de Nederlandse literatuur zou worden. Dat zal ongeveer hetzelfde gevoel zijn als Fens had bij het doorbladeren van het facsimile.

Maar nu heb ik dan eindelijk ook de delen 1 tot en met 7, in eerste druk nog wel, zodat alle delen van Multatuli's verzameld werk in mijn kast staan. Eindelijk ben ik af van alle losse edities van zijn werken, nu is het één complete serie geworden.

Bij dit lot zaten ook "4 others". De vraag is natuurlijk wat die "4 others" zijn en dat bleek pas bij het ophalen van de boeken. Welnu, het viel niet tegen: het zijn een uitgave van de Minnebrieven, een uitgave van het Multatuli-genootschap door W.F. Wertheim, een exemplaar van Genie en Wereld - Multatuli (dat is een verzameling essays over Mulatuli uit 1970 met bijdragen van o.a. Garmt Stuiveling, Hella Haasse en Beb Vuyk) en een exemplaar van de Van Oorschot-uitgave van essays over Multatuli uit 1950 (behorend bij het verzameld werk). In deze laatste uitgave onder meer een bijdrage van Du Perron die in 1937 schreef: "ik heb een lievelingstheorie - die ik nog steeds geen aanleiding vindt te herzien - dat onze hele literatuur drie, zegge drie werkelijk grote prozaschrijvers rijk is: Multatuli, Couperus en Van Schendel. (...) Multatuli de rijkste persoonlijkheid, de geniaalste figuur." Ook Hermans, Elsschot, Vestdijk, Vosmaer, Carmiggelt, Ter Braak en Busken Huet zijn in deze kleine prachtuitgave terug te vinden.

In Genie en Wereld zit (uiteraard) een heel hoofdstuk over de Max Havelaar die vooraf wordt gegaan door een serie afbeeldingen. Die begint met een los ingeplakte tekening van Johan Braakensiek van Multatuli op het zolderkamertje van Au Prince Belge, bezig met zijn boek. Fens schrijft: "Iedereen hoort de tekening van de schrijvende Multatuli – in armzalige kleding, duidelijk kou lijdend in een kamertje van niks – van Johan Braakensiek te kennen."
Voor wie het niet kent: zie hierboven (met dank aan DBNL). Natuurlijk bevat het boek ook een afdruk van een pagina uit het handschrift dat dus nu in facsimile beschikbaar is en afdrukken van verschillende drukken en vertalingen van de Max Havelaar.

Een heerlijk toetje bij dit lot zijn 37 afleveringen van het tijdschrift Over Multatuli, dat nog steeds bestaat en ook wordt uitgegeven bij uitgeverij Bas Lubberhuizen (men is inmiddels aangekomen bij nummer 59). Aan de verschillende nummers hebben de bekende Multatulianen in de loop der jaren bijgedragen: in de eerste plaats Garmt Stuiveling, maar ook Nop Maas, Multatuli-biograaf Dik van der Meulen en auteurs als Karel van het Reve en W.F. Hermans.

Die laatste kwam ik ook al tegen in de verzameling essays van Van Oorschot, waarin hij stelt dat er zonder Multatuli zelfs geen Nederlandse literatuur zou zijn. Hij zegt: "Multatuli moest de hele Nederlandse literatuur in zijn eentje opbouwen: de roman, het drama, de poëzie, het prozagedicht, de rhetoriek en het pamflet. (...) Zodoende werd het enige leesbare proza voortgebracht dat de 19e eeuw heeft opgeleverd." In Over Multatuli is Hermans in het eerste nummer (maart 1978) al paraat. Daar schrijft hij over de afbeeldingen van Multatuli. In feite is het een bijdrage over de geschiedenis van de fotografie waarbij hij zijn conclusies gebruikt om de echtheie van enkele bekende portretten van Multatuli te betwisten. De volledige tekst van deze bijdrage staat overigens ook hier.

Hermans heeft in de eerste 30 nummers van Over Multatuli 7 bijdragen gehad. Interessant is die uit nummer 17 (september 1986), waarin hij schrijft over de fotografische herdruk van de vijfde druk van de Max Havelaar (Bezige Bij, 1986). Dat is de editie van 1881 en het was de laatste waaraan Multatuli zelf had meegewerkt (hij overleed in 1887). In die editie waren wijzigingen aangebracht ten opzichte van eerdere uitgaven. Volgens Hermans is deze editie dus gezaghebbend, en niet bijvoorbeeld de door Garmt Stuiveling geredigeerde versie die in het Volledig Werk is opgenomen. Hermans zegt: "Een dergelijke combinatie van diverse lezingen zou feitelijk Max Stuivelaar door Garmt Haveling moeten worden genoemd. (...) De door Stuiveling samengestelde teksten doen vermoeden dat deze professor beter wist wat goed was, dan de schrijver."

Eén en al gezelligheid dus weer met Hermans. Maar ook hij was op zoek naar de meest oorspronkelijke bedoeling van de schrijver. Die is in 'zijn' uitgave van 1986 te vinden, maar nu dus ook in de facsimile van het handschrift. En gelukkig is ook de Volledig Werk-versie terug te vinden in mijn boekenkast. Hoe dan ook: Max Havelaar is nog net zo springlevend als bij de verschijning 147 jaar geleden.

sneuper

dinsdag, december 04, 2007

Hier is...

Vandaag was de eerste aflevering van de herhaling van Hier is... Adriaan van Dis op het themakanaal Cultura.

Ik ben nog aan het puzzelen met de ontvangst van dit kanaal, maar hier alvast een filmpje met een paar memorabele momenten: Annie Cohen-Solal die flirt met Van Dis ("Hebt u zijn [Sartre's] verleidingstactieken wel nodig? U bent erg lang, hij was klein. U bent zeer aantrekkelijk, hij was lelijk"), Hermans die niet onderbroken wenst te worden ("Ik ben helemaal uit Parijs gekomen om u te woord te staan en die kostbare tijd moet u mij gunnen") en natuurlijk de ruzie met Oltmans ("Zit je hier nou stoer te doen voor de televisie? (...) Je zit hier rotzooi te maken, dat moet je bij mij niet doen. (...) Je kan opdonderen, ik denk er niet over").

Gaat dat zien dus. Dit voorproefje smaakt in elk geval naar veel meer.



Voor wie écht niet van Van Dis houdt: maak u geen zorgen, dit blog gaat binnenkort over een paar hele bijzondere boeken die sinds kort in mijn bezit zijn en die door hele andere auteurs geschreven zijn.

Om de tijd tot het zover is te bekorten: een filmpje van een Nescio-liefhebber. Een tekst van Nescio en mooie beelden. Zo zou het altijd moeten zijn.




sneuper

maandag, november 26, 2007

Leeftocht langs natte boeken

Enkele dagen geleden verscheen het nieuwe boek van Adriaan van Dis: Leeftocht. Ik wist al een tijdje dat het zou komen, want dat had ik gehoord tijdens een signeersessie ter gelegenheid van de verschijning van De Wandelaar, waar ik eerder over schreef. Sowieso was het goed nieuws, want ook afleveringen van Hier is.... worden herhaald. Niet dat ik de zender Cultura kan ontvangen, maar leuk nieuws is het wel.

Leeftocht
Klik hier en koop "Leeftocht"
door Adriaan van Dis


Het leuke aan Leeftocht is dat het - zoals beloofd - een overzicht van veertig jaar schrijverschap biedt, maar ook dat de bijdragen thematisch zijn geordend. Daardoor krijg je een goed beeld van wat over thema's als - bijvoorbeeld - "oorlog", "Afrika" of "boos" is geschreven.

Bij "boos" vond ik een mooie tekst uit 1984, Boeken te water (eerder verschenen in NRC Handelsblad). Daarin beschrijft Van Dis zijn ontzetting na het bestormen van de bibliotheek van de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging (NZAV, zie afbeelding) door actievoerders. Ondanks de foute positie van deze club inzake de apartheid, geeft het volgens Van Dis "geen pas bibliotheken te bestormen". De actievoerders "zagen in de bibliotheek het papiergeworden kwaad: 'Het materiaal van de vereniging ligt nu waar het hoort: in de goot en in de gracht." Achteraf zei een actievoerder "Ik heb met pijn in het hart prachtige boeken het water in geflikkerd.". En wat lag daar dan tussen? Nou, bijvoorbeeld "zeventiende en achttiende-eeuwse reisbeschrijvingen en de uitzonderlijke verzameling eerste gedrukte Afrikaanstalige teksten".

Een jammerlijke onderneming die het einde van de apartheid niet heeft bespoedigd maar wel een collectie boeken heeft vernietigd "die voornamelijk werd gebruikt door onderzoekers en studenten die het land kritisch bezien".

Ik was benieuwd of er 23 jaar na dato nog iets van deze gebeurtenis was terug te vinden. De NZAV bestaat nog steeds en de bibliotheek ook, hier is meer informatie. Op de site staat niets over de bestorming uit 1984. De bibliotheek, die na de bestorming niet meer openbaar was, is inmiddels weer vrij toegankelijk. Ik vond hier (in een tragische opsomming van libraries and archives destroyed) een vermelding van het incident (scrollen naar 1984) en tot mijn verrassing wordt Boudewijn Büch als bron gebruikt, hij heeft er kennelijk in Folia van 21-28 januari 1984, p. 5 over geschreven. Hier nog een vermelding (pagina 17 onderaan). Het stukje van Büch kan ik niet meer terugvinden. Op deze pagina, die volledig lijkt te zijn, staat niets van Büch in Folia van 1984 vermeld.

De bestorming van de bibliotheek van de NZAV is een voorbeeld van een lange reeks aan zinloze boekvernietigingen. Het schijnt maar niet door te dringen dat dergelijke bibliolythie doelloos en zinloos is. Het is goed dat Van Dis daar weer eens de aandacht op vestigt.


Over de andere 62 bijdragen in Leeftocht zal ik een andere keer verder schrijven.

sneuper

Dank aan boekenliefhebber voor de tip in het commentaar: actuele bibliolythie in het door Van Dis zo geliefde Parijs en een onderstreping van zijn zorg voor de gang van zaken in de voorsteden. Parijse bibliotheek gaat in vlammen op, meldt de papieren man.

dinsdag, november 06, 2007

Timboektoe herrijst


Timboektoe - wisten we nog dat het bestond? Nee, het is niet de film naar het boek van Carry Slee waar ik op doel en ook niet het boek van Paul Auster, maar de ruim een millennium oude stad in Mali. Wikipedia!

Timboektoe - synoniem voor onbereikbare verten en eeuwige dromen. Maar al weer heel lang geleden door de boeken van Maryse Condé heel dichtbij gekomen. Op 22 juni 1991 kocht ik de 611 pagina's tellende Rainbow-pocket Segou 1 en een week later, op 27 juni 1991, kocht ik de 591 pagina's van Ségou 2. Wat ik me herinner van het lezen ervan is de kracht van het verhaal en de wijze waarop de Islam in die stad werd gevestigd.

Van de 17de tot de 19de eeuw was Ségou de hoofdstad van een machtig Bambara koninkrijk en alle omliggende volkeren waren schatplichtig aan de Bambara. In 1861 werd de stad veroverd door de Tukulor-heerser El Hadji Omar, die alle inwoners dwong om zich te bekeren tot de islam. De opkomst van de islam in de 19de eeuw en de neergang van Ségou wordt beschreven door Maryse Condé in haar tweedelige epos.

Dat heeft niets met Timboektoe te maken. Maar Ségou en Timboektoe liggen tegenwoordig in hetzelfde land dus de associatie is niet heel erg gezocht. En het lezen van Ségou gaf me ook een beeld van hoe het er in Timboektoe aan toe is gegaan.

Timboektoe is een stad van net iets meer dan 30.000 inwoners (formaat Bussum, Maassluis of Renkum) die zijn historische staat koestert maar ook vooruit kijkt. Timboektoe blijkt duizenden oude manuscripten te bevatten die met hulp van de Luxemburgse overheid in een moderne bibliotheek moeten worden ondergebracht. De manuscripten zijn ooit naar Timboektoe gekomen toen het nog het intellectuele hart van dat deel van Afrika was en een grote universiteit bevatte, maar waren lang vergeten.

En nu hoopt Timboektoe op een nieuwe toekomst. Want wie met boeken zijn verleden kan aantonen, heeft ook een toekomst. Boudewijn Büch schreef: "Een cultuur is dan pas volledig wanneer zij uitenttreuren beschikbaar is. Eén mens kan haar niet omvatten. Daarom is de bibliotheek uitgevonden. De schat- en gruwelkamer van de schrijvende mensheid." De Volkskrant had enkele weken geleden een artikel over de hoop voor Timboektoe, gebaseerd op dit artikel in de New York Times. Daarin een mooi citaat van Ismaël Diadé Haïdara: "Ik ben historicus. Ik weet dat steden zelden een tweede kans krijgen. Maar wij krijgen die nu wel, doordat we hebben vastgehouden aan ons verleden."

Ik gun deze mythische stad haar tweede kans. Het is mooi dat deze oude boeken een nieuwe toekomst geven.

sneuper

P.s. zie hier de Unesco-pagina over het project.


dinsdag, oktober 30, 2007

Hoe werkt een beek ehhh.. een boek?

In deze tijd waarin nogal eens de discussie wordt gevoerd over het einde van het boek (zie dit bericht, over de iLiad, die de definitieve concurrent van het boek moet worden...), is het goed om nog eens terug te denken aan het moment van de introductie van het boek.

Want vergeet niet dat het boek zoals wij dat kennen een revolutie was en de wereld heeft veranderd. Toch viel het voor de eerste gebruikers niet mee om de functionaliteit van het boek te leren kennen en te waarderen. Gelukkig was er ook in die tijd een helpdesk.

Zie bijgaand hilarisch filmpje waarop die moeizame eerste stappen zijn vastgelegd. Wie had gedacht dat het boek zou uitgroeien tot zo'n groot succes?




sneuper

donderdag, oktober 11, 2007

Bezoek uit Frans-Polynesië

Eén van de boeiendste onderdelen van een weblog zijn de bezoekersstatistieken. Het is één van mijn vaste rituelen om 's ochtends de statistieken van de dag ervoor door te nemen. Hoeveel bezoekers zijn er geweest? Waar komen ze vandaan? Hoe zijn ze bij mij gekomen?
Om al deze vragen te kunnen beantwoorden heb ik verschillende statistieken aan mijn weblog hangen. Voor het statistische werk gebruik ik Motigo, vooral omdat die van de fijne grafieken en statistieken produceert. Voor het precieze speurwerk hoe de bezoekers naar dit blog komen heb ik Extreme Tracking, die genereert heel precies met welke zoekopdracht of via welke link men mijn blog bereikt.

Eén van de mooie onderdelen van Motigo is dat een kaartje wordt gemaakt waarop wordt aangegeven waar ter wereld de bezoekers vandaan komen. Aangezien dit een Nederlandstalig blog is over (vooral) Nederlandstalige literatuur, is het niet verbazend dat de meeste bezoekers uit Nederland komt. Daar staat dan ook in de regel een propje met aanwijzertjes van de Nederlandse bezoekers.

Vandaag zag ik ineens iets heel bijzonders: ik heb vannacht (Nederlandse tijd, maar in Polynesische tijd was het rond 3 uur 's middags) bezoek gekregen van iemand uit Frans-Polynesië. Dat wil zeggen: de provider Mana staat in Pirae, op Tahiti.

Was het een vakantieganger of iemand die permanent op Tahiti woont? Zoveel informatie geeft Motigo helaas niet, alleen dat er twee hits kwamen binnen een paar minuten. Wel blijkt uit de statistieken van Extreme Tracking dat deze persoon via Google bij mij kwam toen hij/zij zocht naar (informatie over) Adonis/Bel-ami, dat is een magistraal boek van Guy de Maupassant. Niet zo gek dat iemand van een Franstalig eiland zoekt naar informatie over een Franse roman. Ik hoop alleen maar dat hij/zij iets wijzer werd van mijn blog.

Franse literatuur en Tahiti zijn geen vreemden van elkaar. Boudewijn Büch had al lang geleden vastgesteld dat Tahiti goed voorzien is van Franse literatuur. Tijdens één van de afleveringen van "De Wereld van Boudewijn Büch" was hij op Tahiti en in de boekhandel van Papeete, de hoofdstad van Tahiti, bleek de hele Franse literatuur beschikbaar. Misschien heeft iemand in diezelfde boekhandel een Franse editie van het boek van De Maupassant gekocht, is vervolgens op zoek gegaan naar meer informatie over dat boek en kwam op mijn blog terecht.

Hoe dan ook tegen deze bezoeker wil ik alsnog zeggen: maeva (welkom) en araua'e (tot snel).

sneuper

woensdag, oktober 03, 2007

De coming-out van de boekensnuiver

Uitgevers van elektronische boeken worden kennelijk licht wanhopig, getuige dit bericht op boekennieuws.com: "Muffe boekengeur voor e-books". Een uitgever van elektronische boeken hoopt zijn verkopen te laten stijgen door geurstickers uit te delen die ruiken naar muffe boeken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat studenten het liefst gebruikte studieboeken kopen. Niet alleen vanwege de lage prijs, ook vanwege de geur.
Geurstickers moeten nu helpen de verkopen van e-books op te krikken. De website CafeScribe zegt ’s werelds eerste stinkende e-book te verkopen. Vanaf volgende maand krijgt iedereen die via de website een e-book aanschaft een kras-en-ruik sticker met een muffe oude boekengeur thuisgestuurd.

De geur van boeken is inderdaad belangrijk, maar ook het gevoel van papier en omslag en het geluid van bladeren. Wil een e-book voor mij interessant worden, dan moet de pc dus ingepakt worden in papier en er moet een mp3 met bladergeluid meegeleverd worden.

Hoe zit dat eigenlijk met de geur van boeken? Daar blijkt onder boekenbezitters al veel over geschreven te zijn. Zo maakt Brendon Wilson duidelijk dat de geur van boeken niet onder één noemer te vatten is:
"It’s not just the smell of the paper they’re printed on, it’s more than that. It’s the smell of page-turn sweat, infused painstakingly in each page of a thriller novel, the spilled ingredients hastily swabbed off the pages of a recipe book, the oil embedded in the binding of “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance” by the guy who threw the book across his garage when he realized it didn’t contains instructions on how to fix his Yamaha two-stroke engine. It’s the smell of people who care about learning something new."


Brendon lijkt zich een beetje generen voor zijn liefhebberij om aan boeken te ruiken, net als Steven Poole die vermoedt dat sommigen het "a bit of fishy fetish" vinden. Desalniettemin wijst hij ons op een heus standaardwerk van ene Hans Rindisbacher: The Smell of Books. A Cultural-Historical Study of Olfactory Perception in Literature, waarin de rol van de geur in de Europese literatuur wordt beschreven. Poole zelf heeft net als Wilson een onderscheid in geuren gemaakt:
"Different kinds of books have characteristic smells, too, from the no-nonsense, almost newspapery tang of cheap paper and ink of a paperback thriller, to the high-class, sweet-polish aroma of the glossy coffee-table book."

Iedereen die wel eens een boek vast heeft gehouden kent dit verschil. Logisch ook, want er zijn talloze soorten papier en inkt en stof en elk boek heeft dus zijn eigen unieke geur waar je van leert houden. Want boeken en geuren horen bij elkaar, dat heeft CafeScribe goed gezien. Niet voor niets kennen we in Nederland zegswijzen als "met je neus in de boeken zitten" en "in boeken neuzen". Kennelijk is de geurbeleving karakteristiek voor het omgaan met boeken.

Wie dat niet wil en geurloze boeken zoekt kan zich wenden tot deze noodgreep, maar ik vraag me af of je dan wel echt van boeken houdt. Zoals Dominique het beschrijft, zo is het:
"Het gebeurt dat ik daarbij word betrapt. In echte boekenwinkels kijkt men er niet van op. Dan glimlacht zo’n verkoopster eens en wendt zij discreet de blik af, om mij in alle peis en vree van de geur van het boek te laten genieten. Vermoedelijk is zij zelf een boekengeurenjunkie."

Zoals voor zoveel zaken, hebben de Britten ook hier weer een organisatie van gelijkgestemden voor opgericht. Wend je tot de British Book-sniffing Enthusiast's Homepage voor tips en trucs over het ruiken aan boeken.

In het Nederlands heten dit soort mensen boekensnuivers.

Boekensneuper, boekensnuiver: het ligt allemaal dicht bij elkaar. Van boeken geniet je met alle zintuigen.

sneuper

dinsdag, september 18, 2007

De week van de gesigneerde boeken

Ik blijk inmiddels een fijne neus te hebben voor plekken waar boeken worden uitgedeeld. Je zou het natuurlijk ook stom toeval kunnen noemen, maar soms lijk ik over de boeken te struikelen.

Op 14 september had ik bijvoorbeeld een afspraak nabij Utrecht CS en toen ik in de ochtendspits op het station aankwam, zag ik midden op CS een opstopping ontstaan: een kluwen mensen, muziek, mensen met sandwichborden: daar was iets aan de hand. Al snel bleek het om een signeersessie van schrijver-miljonair Marjan Berk en Yvonne Kroonenberg te gaan.

Beide auteurs hebben een boekje geschreven voor de serie Leeslicht. In Leeslicht verschijnen boeken voor volwassenen in gewone taal. En die serie werd op Utrecht CS gepromoot, mede door het laten signeren van de boeken door de auteurs. Die boeken lagen in grote stapels om hen heen en waren gratis voor wie ze wilde hebben.
Het was natuurlijk wel jammer dat Kader Abdolah er niet zat. Maar ik ga zeker niet ondankbaar doen over mijn gesigneerde exemplaren. Al was het maar om dat beide dames temidden van de drukte zo ontspannen bleven en voor iedereen een vriendelijk woord hadden. Zie hier voor een persbericht over de actie.

Een paar dagen later was ik op de lancering van het boek van oud-hoofdcommissaris van politie Joop van Riessen. Hij heeft veertig jaar bij de Amsterdamse politie gewerkt en zijn ervaringen uit die tijd zijn nu vastgelegd in een boek: In naam der wet. Het was een leuke borrel met veel bekenden uit de politie- en mediawereld. Van John van den Heuvel tot Eric Nordholt: ze waren er allemaal om te vieren dat Joop een boek had geschreven.
En het is een heel leuk boek geworden. Geen literatuur, maar wel een met vaart verteld verhaal van een eigenwijze politieman die nog één keer zijn licht laat schijnen over de ontwikkeling van de misdaad in Amsterdam en in Nederland. Een aanrader! Zie hier voor mediaberichtgeving: AT5 en De Pers.
En ook Joop was zo goed het boek te signeren, waarmee de oogst van die week op drie gesigneerde boeken stond.

In naam der wet
Joop van Riessen

Maar het was nog niet op. Toen ik thuis kwam van de boekpresentatie lag er een pakje op me te wachten: antiquariaat André Swertz bleek het laatste puzzelstukje te hebben van mijn serie bibliofiele relatiegeschenken van de Zetcentrale Meppel. Ik schreef al eerder over de geweldige verrassing toen ik deze serie kocht bij Markplaats, en hoe ik onder de indruk was van de kwaliteit en schoonheid van elk individueel boek. En dat ik naast een grote buit ook een nieuwe opdracht had binnengehaald: het zoeken van het laatste boek uit de serie.

Via Antiqbook heb ik het uiteindelijk gevonden. En ook dit laatste ontbrekende stukje bleek mij te kunnen verrassen. Het ontvangen van een bijzonder boek went namelijk nooit. Het verhaal van Guy de Maupassant, Mademoiselle Fifi, is op A4 formaat uitgegeven, met harde omslag en op fraai papier uitgevoerd. Alles is weer goed aan dit boek: het lettertype, de illustraties van Kurt Löb: perfectie werd weer zichtbaar. Maar het mooiste kwam nog, want bij nader onderzoek bleek dit exemplaar, net als twee andere deeltjes, gesigneerd te zijn door Löb zelf.

Eén week, vijf werkdagen, vier totaal uiteenlopende gesigneerde boeken: soms is er bijna teveel weelde ineens voor een boekensneuper. Aan de andere kant: op welke andere plek krijgen deze prachtexemplaren zoveel waardering als bij mij?

sneuper

maandag, september 10, 2007

Nieuw Van Dis-mysterie: hulp gezocht

Ergens in Nederland ligt een boek dat in mijn verzameling hoort. Ik weet dat het er is en ik weet dat het in mijn verzameling zal komen. Maar noch ik, noch het boek, noch de huidige bezitter kennen het precieze moment.

Wederom ben ik verrast met een volslagen onbekende uitgave van Adriaan van Dis. Nadat ik al eerder op lacunes in mijn collectie werd gewezen (zoals ik hier en hier schreef over Een nieuwe politiek en hier over Op de televisie) was ik ten onrechte - en dat wist ik eigenlijk al, maar ik negeerde die wetenschap - in de veronderstelling dat ik de enige echte complete Adriaan van Dis-collectie in Nederland bezat. Ik bezit immers meer titels van Van Dis dan Van Dis zelf, zoals ik hier al aangaf.

Maar het blijkt niet waar. Er is namelijk wederom een bijzondere uitgave opgedoken: een boekje met de titel The Shell, uitgegeven ter gelegenheid van het pensioen van Lo van Wachem als President van de Raad van Commissarissen van de Royal Dutch/Shell groep. Het boekje is prachtig gebonden in linnen en stamt uit 1992. Er is veel onbekend over dit boekje: wat is de oplage, wat is de inhoud, hoe groot is het en hoe dik en waarom heeft Van Dis het überhaupt geschreven? Hij heeft het geschreven ergens tussen In Afrika (1991) en Indische Duinen (1994). Naar verluid bevat het fragmenten uit In Afrika.

Ik heb het boekje nog nooit ergens zien aangeboden worden ondanks mijn ijverige zoektochten. Maar ik weet desondanks zeker dat er ergens een exemplaar op mij ligt te wachten. Het hoort in mijn boekenkast én in de boekenkast van de tipgever, die net zo naarstig speurt als ik. Die geluksvogel wist nog een scan van omslag en colofon op te duikelen, maar ik sta op alle fronten op achterstand.

Er is niets mooiers voor een verzamelaar dan een mysterie. Een onbereikbaar boek dat nog geruime tijd de aandacht zal vragen en alleen op creatieve wijze verkregen kan worden. Maar ik ben bereid het genot van het bezitten van een uitdaging op te offeren voor de geruststelling van het bezit. Dus als er lezers zijn die meer details kunnen geven over deze uitgave maar liever nog over de verblijfplaats van dit boekje zelf, dan wel ergens twee exemplaren hebben liggen waarvan zij het bij nader inzien rechtvaardig vinden dat zij in de boekenkast van ondergetekende én tipgever terechtkomen, u kunt mij dag en nacht mailen en mijn dankbaarheid zal eeuwig zijn.

sneuper

zaterdag, september 01, 2007

Literair Italië

De vakantie is weer voorbij, met een ruime week Gardameer. Tot mijn verrassing bleef Goethe mij daar achtervolgen. Net zoals twee jaar geleden in Weimar, waren ook hier de sporen van Goethe zichtbaar. Over Weimer schreef ik hier en hier. Zo intens als in Weimar was Goethe niet aanwezig, maar hij was er geweest, had enthousiast geschreven over Torbole, had in 1786 geslapen in het kasteel van Malcesine (waar nu dus een Goethe-zaal is) en dus zijn er met enige regelmaat tentoonstellingen over Goethe en het Gardameer. Maar die heb ik allemaal links laten liggen, want ik kwam voor iets anders.

Ter gelegenheid van Italië had ik namelijk de lijvige roman van Manzoni meegenomen: De verloofden oftewel I promessi sposi. Het relaas over de Lucia en Renzo die willen trouwen, maar worden tegengewerkt door de omstandigheden van hun tijd, machtige edelen, de pest en alles wat daaruit voortvloeit speelt zich af in de omgeving van Milaan dus in de buurt van het Gardameer. Ruim voor de eenheid van Italië was het leven van eenvoudige mensen niet makkelijk en Manzoni beschrijft op schitterende wijze hoe zij met hun omstandigheden omgaan en hoe het er in het Italië van de 17e eeuw aan toeging. Het boek is tegelijkertijd een roman en een geschiedenisboek en bijzonder geschikt voor een zonnige week Italië. Al was het maar omdat Manzoni met deze roman grondlegger was van het moderne Italiaans: hij schreef het in een taal die bedoeld was om als standaard te fungeren. Het boek staat symbool voor de eenwording van Italië. Daarom is het ook verplichte literatuur voor iedere schoolgaande Italiaan. Het deed mij goed te weten dat de Italianen om mij heen in elk geval hetzelfde boek hadden gelezen als ik.

Renzo en Lucia zijn twee gelieven, eenvoudige boerenkinderen van het Lombardische land. Zij worden weerhouden van hun huwelijk op een afgesproken dag (8 november 1628) door toedoen van de edelman-schurk Don Rodrigo, die zijn zinnen op Lucia heeft gezet. Hij weet dorpspastoor Don Abbondio op zeer Italiaanse wijze te intimideren via zijn bravi (een soort desperado's) zodat deze het huwelijk niet durft te voltrekken. De verloofden moeten vluchten, worden gescheiden, doorstaan beproevingen, hervinden elkaar en trouwen uiteindelijk. Mazoni beschrijft op indrukwekkende wijze de pest in Milaan en de heldenrol van de geestelijken in de stad, maar ook de verwoestingen die optreden wanneer een huurlingenleger door het gebied trekt tijdens een van de eindeloze oorlogen in dat gebied.
Meer informatie over Manzoni en zijn grote roman vind je hier en natuurlijk hier.

Maar Noord-Italië is natuurlijk ook de streek van die twee andere geliefden, die wél trouwen maar ook niet gevrijwaard worden van problemen en uiteindelijk sterven: Romeo en Julia. Verona is de stad waar elke toerist het beeld van Julia kan bekijken en aanraken, het balkon van het huis waar ze woonde (later aangebouwd, maar toch...) en het graf waarin zij ligt. Verona is een schitterende stad, één groot openluchtmuseum in feite en de binnenstad staat natuurlijk niet voor niets op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het amfitheater is ongekend mooi. Toch is het er verrassend rustig, behalve natuurlijk in het steegje naar het huis van Julia. Dat stukje Verona is één grote kermisattractie: iedereen wil naast Julia staan en gefotografeerd worden, iedereen wil op het balkonnetje staan en terwijl de ene na de andere bus fotograferende toeristen wordt uitgeladen ontstaat een geweldig gedrang. Maar je moet het gezien hebben. Even snel kijken dus en vervolgens onmiddellijk wegwezen.
De beschermheilige van Verona is Zeno, dat deed me denken aan dat magistrale boek van Italo Svevo: Bekentenissen van Zeno. Maar dat boek had ik al uit, dus dat hoefde niet mee. Bovendien kreeg ik in dat ene weekje de ruim 600 Manzonipagina's maar amper uit. Manzoni en het Gardameer: het is de moeite waard.

sneuper

donderdag, augustus 16, 2007

CPNB in Ermelo: een nieuwe deelverzameling is geboren

Om verschillende redenen vind ik Ermelo een leuk dorp. Er woont bijvoorbeeld familie van mij. Maar ook heel belangrijk is dat er een heel erg fraaie boekwinkel aanwezig is: Riemer en Walinga. Het is een boekwinkel met een prachtig interieur en een hele rustige sfeer. En ze hebben een goede collectie boeken. Wat ik zelf erg fraai vindt zijn de etalages: deze worden vaak op kleur ingericht en dat geeft een mooi effect. Niet voor niets is Riemer één van de boekhandels die is opgenomen in het mooie bladerboek Boekhandels in beeld dat dit jaar werd uitgegeven door de Nederlandse Boekverkopersbond.

Het fijne aan Riemer is dat ze één keer per jaar uitverkoop hebben. Op die momenten weet ik steeds de hand te leggen op mooie literaire uitgaven, waar kennelijk in Ermelo verder geen belangstelling voor is. Ik vraag me af waarom men dat soort dingen dan inkoopt, maar het feit dat ik ze vervolgens in de uitverkoop kan meenemen, is wat mij betreft voldoende rechtvaardiging.

Afgelopen week was het een CPNB-dagje in Ermelo. Ik vond allereerst drie uitgaven van de jaarlijkse 4- en 5 mei bijeenkomsten. Op 4 en 5 mei worden ter gelegenheid van de herdenking en de viering diverse voordrachten gehouden. De organisatie is in handen van het Comité 4 en 5 mei. Bij de herdenking op 4 mei wordt een literair auteur gevraagd voor een lezing over het thema herdenking. Ook wordt vaak een speciaal gedicht ter gelegenheid van de herdenking geschreven. De afgelopen jaren hebben bijvoorbeeld Jessica Durlacher, Adriaan van Dis, Geert Mak, Anna Enquist en Tessa de Loo dergelijke lezingen gehouden.

De toespraak op 5 mei gaat over het thema vrijheid en daar worden politici en andere publieke figuren voor gevraagd. Alexander Rinnooy Kan, Dick Benschop en Ruud Lubbers zijn enkele sprekers uit het verleden.

Sinds 1996 worden deze bijdragen uitgegeven door de CPNB samen met het Comité 4 en 5 mei. Deze dunne boekjes kosten 7,50 per stuk maar ik probeer ze uiteraard voor veel minder op de kop te tikken. Dat lukte afgelopen week bij Riemer: de edities van 2004, 2005 en 2006 lagen daar voor een euro per stuk op mij te wachten.

Eenmaal thuisgekomen besloot ik eens op een rijtje te zetten welke van deze uitgaven ik al heb. En ziedaar: een deelverzameling was geboren. Want ik bleek van de uitgaven vanaf 1996 alles te bezitten behalve 1996 en 2001 (en 2007, maar die haal ik wel bij Riemer in de uitverkoop van volgend jaar). Naast elkaar gezet is dat wederom een mooi rijtje. Tegelijkertijd bleek ik 2005 al te hebben. Het is daarom goed dat ik nu op een rijtje heb hoe de serie eruit ziet en welke ik nog mis. Dat maakt het zoeken makkelijker. Zie hier voor de complete serie. Ik heb een nieuwe deelverzameling opgericht en gelukkig is deze alweer bijna compleet.

Het is overigens geen straf om 2005 dubbel te hebben, want daardoor las ik opnieuw het indrukwekkende gedicht van Hagar Peeters:

Twee minuten

Met prikkeldraad kun je niet schrijven
maar een omheining kun je ook oprichten
door samen op een plein stil te staan en te zwijgen

Door de stilte twee minuten lang
met duizenden lichamen te vullen
die hun verzet in één adem boven de dam laten hangen
wordt gezegd dat nooit weer betekent altijd
in het geweer komen tegen

Twee minuten - de vonk van verliefdheid
heeft minder nodig om over te springen,nog korter dan de kogel
en in veel minder tijd trekt in de uitwaaierende
parade van je laatste adem heel je leven langs je.

Wanneer het waar is dat voor je dood gaat
de essentie van je leven als een zwijgende film
aan je voorbijflitst, dan ontvouwt zich
aan de zwijgenden op het plein
de kern van de geschiedenis.

Twee minuten om de doden te vragen
welk verleden zij
ons ter overweging laten.

Twee minuten om onszelf die vraag te stellen.
de rest van de tijd die we hebben
geeft misschien antwoord.


Eenmaal binnengestapt bij Riemer deed ik overigens bij de rest van de uitverkoopbakken nóg een goede vondst. In 2005 heeft de CPNB een jubileumboek uitgegeven ter gelegenheid van de vijftigste kinderboekenweek: Voor altijd jong. Zoals ik hier al schreef, stond dit boek vanaf verschijning op mijn verlanglijst. En hier werd mijn geduld beloond: voor slechts 15 euro was het boek van mij.
Het blijkt een fantastisch bladerboek te zijn, met prachtige foto's van kinderen en gezinnen in de afgelopen 50 jaar: foto's van hobby's, van verzamelingen, van vakanties en uiteraard van boeken en kinderboekenweekgeschenken.

Het boek verscheen destijds in een oplage van 4.000. Dat is niet veel en het is jammer dat dit fraaie tijdsbeeld daarom maar een beperkt lezerspubliek krijgt. Maar ik ben heel blij dat ik het van mijn wensenlijstje kan afstrepen. Het was wederom geen vergeefse wandeling naar Riemer, afgelopen week in het zonnige Ermelo.

Sneuper

donderdag, augustus 02, 2007

Een doos Russische schatten

Soms gebeuren er wonderen via Marktplaats. Op sommige dagen stuit je tussen de 4,5 miljoen advertenties ineens op een nooit gedachte buitenkans. Ineens houd je zomaar een schat in je handen.

Jaren geleden kende ik iemand die bij Meulenhoff werkte, de uitgeverij. Zij wist dat ik boeken verzamelde en gaf mij een schitterend boekje: Asja van Toergenjev. Het boekje was om diverse redenen mooi: het was geïllustreerd door Kurt Löb, het was mooi ingebonden op lekker papier en het was in een beperkte oplage verschenen. Het was namelijk een nieuwjaarsgeschenk van de Zetcentrale Meppel, waar ik toen nog nooit van had gehoord. Tegenwoordig heet het bedrijf trouwens GrafiData.

Ik hoopte dat ik het jaar daarop weer een geschenk van de Zetcentrale zou krijgen via dit Meulenhoff-contact, maar dat gebeurde helaas niet. Wel ontdekte ik zoekend bij online-antiquariaten dat er meer van dit soort boeken waren verschenen, kennelijk vooral Russische auteurs en altijd geïllustreerd door Kurt Löb.

Kurt Löb kende ik natuurlijk wel. Ik had immers al de door hem geïllustreerde boeken Bibliomanie van Gustave Flaubert (beperkte oplage van uitgeverij De Mandarijn, 1982) en Huissens van Bordewijk. Ik bewonder zijn tekeningen en wilde daarom wel meer van hem hebben, ooit.

Zoals dat gaat met verzamelaars bleef ergens in mijn achterhoofd een zeurend stemmetje bestaan dat zei dat ik meer van dit moois moest hebben. Maar ik kwam ze nooit ergens tegen, die prachtuitgaven van de Zetcentrale Meppel. En ik was te druk met andere verzamelgebieden om prioriteit aan Meppel te geven. Dus bleef het bij één Toergenjev.

Totdat ik, zoekend tussen de eindeloze hoeveelheid advertenties voor boeken bij Marktplaats, ineens stuitte op een advertentie waarin een aantal boeken werd aangeboden, waaronder Asja. Alle alarmbellen gingen af: hier wachtte een setje Meppelse Russen, al stond dat er niet bij. Hier moest dringend gehandeld worden.

Ik mailde de adverteerder met de vraag wat er zo bijzonder aan de boeken was, en wat de richtprijs was. In het antwoordmailtje werd verteld dat het boeken waren van de Zetcentrale Meppel (juichkreet!), dat het een complete serie was (tweede juichkreet!) en ze mailde me de beoogde prijs (derde juichkreet!).

Uiteraard mailde ik dat ik de boeken graag wilde hebben. En toen werd het allemaal nog mooier dan ik dacht. Want ik kreeg een mailtje dat er ook nog een overzichtsboekje van de hele serie bij zat. Of dat een probleem was? Nee, dat was geen probleem. En er werd gemeld dat er nog wat meer boeken van de uitgeverij bijzaten, of dat een probleem was? Nee, dat was óók geen probleem. En er werd gemeld dat er één deel uit de serie ontbrak, of dat een probleem was? Ja, dát was natuurlijk wel een probleem. Maar het scheelde gelukkig wel iets in de prijs.

Uiteindelijk ontving ik de doos met schatten thuis. En toen bleek de weelde nog veel groter dan ik dacht. Want niet alleen waren alle 19 deeltjes uit de serie bibliofiele nieuwjaarsgeschenken in schitterende staat, het waren ook nog eens állemaal genummerde exemplaren. Verschillende uitgaven bevatten de originele losse nieuwjaarswens van de Zetcentrale. Twee van de boeken waren gesigneerd door Kurt Löb zélf. Door de boeken heen bladeren bleek een genot voor alle zintuigen. Elk is op zichzelf een kunstwerk. En natuurlijk is de inhoud ook belangrijk. Ineens bezit ik vier extra titels van Gogol en vijf van Tsjechov. Van Tsjechov had ik wel een aantal toneelstukken, maar nog geen verhalen. Ik bezit nu drie titels van Poesjkin, en die miste ik ook nog als gerenommeerd auteur tussen mijn eigen Russen. V.M. Garsjin (De rode bloem), B. Pilnjak (Verhaal over de maan die niet kon worden uitgeblazen) en N. Leskov (De lady Macbeth uit Mtsensk) maken hun debuut in mijn boekenkast. Maar het zijn niet alleen Russen, het tweede boekje zijn drie verhalen van O. Henry en de laatste een verhaal van Manuel van Loggem, vlak voor zijn overlijden geschreven. In het boek van Van Loggem zit nog een losse bijlage: een overzicht van de hele serie.

En het aangekondigde overzichtsboekje van de serie bleek een dik boek van Löb zelf te zijn, waarin hij gedetailleerd beschrijft hoe hij ertoe gekomen is om deze serie te maken en hoe het ontwerp van elke individuele uitgave tot stand is gekomen. Hij vertelt over zijn werk, over zijn tekeningen, over lettertypes, over papier, over de keuze van de verhalen. Kortom, het is een schitterend boek en nu al onmisbaar in mijn boekenkast. Ingebonden met stofomslag en op het linnen omslag een prent van Löb zelf.

Maar nog was het niet over met de rijkdommen. Hoeveel weelde kan een mens verdragen? Verder gravend in de doos vond ik nog vier jaarwisselingsgeschenken van Koninklijke Van de Garde: Israëlische, Indische, Eskimo en Tibetaanse sprookjes. En als voorlopige laatste klap op de vuurpijl: een op groot formaat, ingebonden exemplaar van Tijl Uilenspiegel, een uitgave van Koninklijke Van de Garde uit 1990, in een oplage van 500 exemplaren gemaakt. In nieuwstaat.

Ik heb verbijsterd naar de inhoud van de doos zitten staren. Wie had gedacht dat ik in één klap zoveel moois tegelijk zou vinden. Mijn boekenkast zindert nog na van genot. Het zal duidelijk zijn dat de serie van uitgaven van Meppel nu compleet moet worden: ik ga op speurtocht naar Mademoiselle Fifi van Guy de Maupassant. Ik laat het jullie weten als ik het gevonden heb.

sneuper

woensdag, juli 18, 2007

Derde blogverjaardag, tiende blogverjaardag

Deze week is de derde verjaardag van dit blog gepasseerd. Dat betekent dat ik ruim drie jaar bezig ben met het schrijven van een weblog over boeken en boeken verzamelen. Op 15 juli 2004 schreef ik mijn eerste post. Dit is nummer 130.

Al meer dan 36 maanden, oftewel ruim 1000 dagen, kunnen jullie van mijn schrijfselen genieten. Bijna 40.000 bezoekers hebben dat inmiddels gedaan. Met een gemiddelde van 35 tot 60 hits per dag ben ik gelukkig het niveau van een nanoblog ontstegen. Wat is een nanoblog? Dat lezen we hier:
"What is below the water line are the literally millions of blogs that are rarely pointed to by others, since they are only of interest to the family, friends, fellow students and co-workers of their teenage and 20-something bloggers. Think of them as blogs for nanoaudiences."

Drie jaar sneuper op het web... Besta ik nu al lang of pas kort als blogger? Hoe zit dat eigenlijk met blogs? Volgens dit bericht is de gemiddelde levensduur van een populair blog 33,8 maanden - net geen 3 jaar dus. Daar zit ik dus al ruim boven (en ik stop nog niet!). Andere bronnen gebruiken andere getallen voor de gemiddelde levensduur van een blog, sommige stellen dat dit gemiddelde 3 maanden is!

Volgens dit artikel wordt 60-80% van de blogs al vrij snel na de start verlaten - nooit meer bijgewerkt dus. Oftewel: "The 'average blog' thus has the lifespan of a fruitfly". Hier een ander interessant artikel met statistieken. Al met al lijkt het erop dat slechts 20% van de blogs regelmatig wordt bijgewerkt, aldus dit artikel. Grappig is ook dit artikel, kennelijk is het overgrote deel van de bloggers jonger dan 20. Ikzelf bevind mij dus in de niche van 6% van bloggers boven de 30....

Terzijde: niet alleen ik vier een feestje, maar ook het fenomeen weblog zelf. Hier een artikel over de tiende verjaardag van de blogosfeer. Het leert ons wie de eerste blogger was. Verschillende bloggers en lezers reageren op het wezen van het blog, waaronder auteur Tom Wolfe. In een buitengewoon grappig stukje veegt hij in feite de vloer aan met Wikipedia (in het bijzonder zijn eigen lemma), weliswaar ook onderdeel van Web 2.0 maar toch iets anders dan een blog.

Wolfe zegt: "Blogs are an advance guard to the rear. For example, only a primitive would believe a word of Wikipedia (which, though not strictly a blog, shares the characteristics of the genre). The entry under my name says that in 2003 "major news media" broadcast reports of my death and that I telephoned Larry King and said, "I ain't dead yet, give me a little more time and no doubt it will become true." Oddly, this news supposedly broadcast never reached my ears in any form whatsoever prior to the Wikipedia entry, and I wouldn't have a clue as to how to telephone Larry King. I wouldn't have called him, in any case. I would have called my internist. I don't so much mind Wikipedia's recording of news that nobody ever disseminated in the first place as I do the lame comment attributed to me. I wouldn't say "I ain't" even if I were singing a country music song."

Apart is dat dit citaat inmiddels is opgenomen in het wiki-artikel over Wolfe, volgens de historie van de bijdrage is op 14 juli van dit jaar - de dag dat het artikel in de Wall Street Journal verscheen - de foutieve aanhaling over het gesprek met King verwijderd. Het bewijs dat Web 2.0 toch werkt.

Het is dit soort zaken wat bloggen zo mooi maakt. En de eindeloze stroom boeken natuurlijk die mijn kant op komt en waar ik niet over uitgepraat raak. Ik ben blij dat er af en toe iemand naar mij wil luisteren.

sneuper

zondag, juli 08, 2007

Duur boek + gratis boeken = redelijk

Zoals ik in mijn vorige post al schreef: het is fijn voor een verzamelaar wanneer anderen afstand doen van hun boeken. En dit om twee redenen:
1. Boeken zijn al zo duur
2. Soms krijg je een waardevolle toevoeging waarvan je het bestaan niet kende

Om met het eerste te beginnen: recent kwam een nieuwe essaybundel van Margriet de Moor uit, Als een hond zijn blinde baas. Daarin zijn allerlei teksten van toespraken, voordrachten en andere bijeenkomsten verzameld die eerder werden gepubliceerd in kranten, tijdschriften of elders. Het is een fascinerende bundel omdat het een goed beeld geeft van de ideeën van De Moor over haar schrijverschap en de achtergrond van een aantal van haar boeken weergeeft. Wat bedoelde ze ermee te zeggen? Wat is voor haar in het algemeen de verhouding tussen muziek en literatuur? Waarom schrijft ze eigenlijk? Welke schrijvers bewondert ze. Ze heeft het in de loop van de tijd allemaal verteld en opgeschreven en nu is het gepubliceerd.

Het was een genot om de bundel te lezen en een verrijking voor mijn Margiet de Moor collectie. Het was echter geen genot om het te kopen, want het kostte mij 24,90 euro. En dat vind ik nog steeds erg veel voor een paperback waarin feitelijk geen nieuwe teksten staan. Hierin zit vrijwel geen werk voor auteur of uitgeverij; het zijn bestaande teksten en de stapel hoeft alleen maar verzameld en gedrukt te worden. Om daar bijna 25 euro voor te vragen vind ik tamelijk grof. Niet gesigneerd, geen stofomslag, geen bijzondere illustraties, gewoon een doorsnee boek dat ook niet overdreven dik is. Waarom moet daar zoveel geld voor betaald worden?

Daarom was ik extra blij met de dubbele toegift die ik daarnaast kreeg.

Allereerst was een collega zo goed om uit zijn eigen collectie een exemplaar van de bundel Onder de soldaten van Arnon Grunberg te schenken. Dit exemplaar is één van de exemplaren van het ministerie van Defensie die voor de Uruzgan-gangers was bedoeld. Grunberg beschrijft zijn ervaringen als 'embedded' journalist in Afghanistan. Het is een hilarische bundel met een verbaasde Grunberg die de eigenaardigheden van het Nederlandse leger in Uruzgan probeert te doorgronden.
"Zelden heb ik zo veel afkortingen geleerd als gedurende mijn korte tijd in Afghanistan. Lupa lunchpakket, kobro korte broek, detco detachement commandant. De tijdwinst die dat oplevert ontroert. Vanaf nu heet geluk ge."
Mooi is ook de passage over de sergeant met de kaasschaaf.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?' informeerde ik. 'Al twee keer', zei de sergeant, 'maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me.' En er verscheen en triomfantelijke lach op zijn gezicht. (...) Ik voelde genegenheid voor sergeant Jordy, die Afghanistan niet onvoorbereid zou betreden."

Daarnaast was een goede vriendin zo goed een totaal onbekende titel van Adriaan van Dis voor mij mee te nemen: Op de televisie. Wie googlet op deze titel vind 'm niet, behalve één vermelding in Wikipedia, maar die heb ik daar zelf bij gezet. Op de televisie is een speciale uitgave van ECI, voor haar relaties, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van ECI. De echtgenoot van de vriendin is een relatie van ECI en daarom kreeg hij het toegestuurd. Als niet-lezer wilde hij het al bij het oud papier gooien, tot zijn vrouw zei dat het wellicht een interessant boek voor mij was. Goed gedacht! En zo kwam ik in het bezit van een titel waarvan ik het bestaan totaal niet vermoedde. Tegelijkertijd vraag ik mij af hoeveel ontvangers van dit fraais het uiteindelijk gewoon toch maar bij het oud papier hebben gegooid...

In Op de televisie beschrijft Van Dis zijn herinneringen aan zijn roemruchte boekenprogramma "Hier is... Adriaan van Dis". Hij kan het programma goed relativeren maar ziet ook wat het teweeg heeft gebracht: "De kijkers van toen sterven langzaam uit, maar in de rekkelijkheid van de herinnering ben ik nog altijd te zien. Ook op dagen dat "Hier is..." er nooit was. Zo vroeg het Algemeen Dagblad bij mijn terugkeer als presentator van Zomergasten aan de EO-coryfee Andries Knevel wat hij van ons programma destijds vond. Aardige dingen zei hij. 'Maar ja, wij keken natuuriljk niet op zondag. Wij keken alleen naar de herhaling.'
Er was helemaal geen herhaling. Die bestond toen nog niet.
Mensen herinneren zich wel meer dingen. Hoe vaak hoor ik niet op een literaire avond, tijdens het vragenhalfuurtje na een lezing: 'Wij keken elke week.'
Het was één keer per maand. Acht keer per jaar."

Hij haalt herinneringen op aan de schrijvers die hij sprak, aan Annie Cohen-Selal wier Sartre-biografie een geweldig succes werd, Frans Pointl, Michel Tournier, Charlotte Mutsaers... Hij beschrijft de effecten van het programma op het koopgedrag van kijkers. En hij hekelt uitgevers vanwege de manier waarop zij met auteurs omgaan en de smaak van het publiek proberen te sturen. Ook hekelt hij de omroepen, omdat ze te weinig geduld hebben om een boekenprogramma tot bloei te laten komen. Dit in tegenstelling tot zijn geliefde Frankrijk, waar wel zeven boekenprogramma's op televisie zijn. "Alleen op de Avonden mogen de letteren nog wat knetteren. Kan het geluid wat zachter? Het is al bijna stil."

Een driedubbele verrijking voor mijn bibliotheek. Drie boeken voor nog geen 25 euro, zo wordt het leed van de kosten van De Moor verzacht met de prachtige Grunberg en de onbetaalbare Van Dis. Geweldig attent van mijn omgeving om mij zoveel plezier te geven. Dank!

sneuper

p.s. Inmiddels heb ik tóch een vermelding van Op de televisie gevonden, Joost Nijsen is ook een gelukkige bezitter!

maandag, juni 25, 2007

Bedelboek over Bordewijk

Als boekenverzamelaar ben ik er een groot voorstander van dat mensen mij gratis boeken geven. Er moet toch niets zo leuk zijn voor een boekenbezitter om te weten dat er ergens een verzamelaar is die dolblij is met datgene wat overbodig staat te zijn in andermans boekenkast. Daarom herinner ik met enige regelmaat mensen aan de vreugde van het geven en dat leidt tot een gestage stroom boeken mijn kant op. Maar niet alleen bekenden geven mij boeken, ook bedrijven doen dat.

Als tegenprestatie voor deze ruimhartigheid roep ik de lezers van dit blog op uitsluitend zaken te doen met bedrijven die mij hebben voorzien van gratis boeken.

Dat betekent voor u als lezer het volgende:
En dit zijn nog maar een paar voorbeelden... Afgelopen week was het in elk geval weer raak: ik ontving het jubileumboek van advocatenkantoor Schaap en Partners. Een bedelmail van mij naar het kantoor had direct succes. Het had mij enkele jaren van zoeken kunnen besparen als ik hier eerder op was gekomen. Maar sneupers vragen niet snel om hulp, pas als zij ten einde raad zijn... Gelukkig was Schaap en Partners genereus. Mijn oproep is dus: heeft u een juridisch geschil, meld u zich dan in Rotterdam!

Waarom is dit jubileumboek zo speciaal? Het kantoor Schaap en Partners is de plek waar Bordewijk in zijn advocatenbestaan enkele jaren heeft gewerkt. Hij kreeg een jaar na zijn promotie een plaats als junior bij Mr. J.G. Schürmann, aan de Wijnhaven 48. In 1916 werd het kantoor aan de Boompjes 10 betrokken, en dit is het gebouw dat Bordewijk beschrijft in Karakter: "Een hoog gebouw, smal, een oud herenhuis geweest, hij zag het dadelijk...".

Bordewijk heeft tot 1919 bij Schürmann gewerkt. In het jubileumboek wordt uitgezocht waarom de biograaf van Bordewijk, Reinold Vugs, het in zijn boek uit 1995 verkeerd had; er was verwarring met adresboeken in Rotterdam. Desalniettemin vestigde Bordewijk zich in 1919 als zelfstandig advocaat.

Veel ervaringen uit de jaren bij Schürmann zijn in Bordewijk's werk verwerkt. Zoals de beschrijving van een kantoor, maar ook verschillende van zijn tegenstanders in de rechtszaal zijn zichtbaar in zijn romans of in zijn eigen herinneringen aan de advocatuur (in het boek Geachte Confrère).

Een mooi detail vind ik dat de secretaresse van Schürmann, mevrouw Elizabeth Cornelia Schade, model stond voor juffrouw Te George in Karakter: "En ze gaf hem een hand, het was de eerste handdruk die ze wisselden, haar hand was zo koel van de zee, het voelde verrukkelijk aan." Katadreuffe en Te George horen wel en niet bij elkaar: "Maar die twee jonge mensen waren bestemd elkaar beurtelings aan te trekken." Er is een ontmoeting tussen Katadreuffe en Te George op een mooie dag in de Hoek, samen met Katadreuffe's vriend Jan Maan. Maan beschrijft Te George als volgt: "Wat een schat van een meid zeg... Hoe ken je die?... Is dat iemand van je kantoor?... Een hele dame...".

Kortom, in dit jubileumboek is voor de Bordewijk-liefhebber veel terug te vinden over achtergronden van Bordewijk en over details in zijn werk. Maar natuurlijk ook over de ontwikkeling van het kantoor van Schürmann naar het kantoor Schaap en partners dat nu nog gevestigd is aan de Parklaan 17 in Rotterdam.

Een fraai boek dat een mooie plaats krijgt in mijn Bordewijk-collectie.

sneuper

dinsdag, juni 19, 2007

Opmars van de papiervisjes

Een alarmerend bericht op Nu.nl:
Papiervisje richt vaker schade aan in boekenkast

Uitgegeven: 19 juni 2007 08:32

WAGENINGEN - Nederlanders doen er goed aan de boekenkast in te duiken om te controleren of hun literatuur er nog ongeschonden bijstaat. Volgens het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) in Wageningen is het papiervisje bezig met een opmars.


Het kleine insect is moeilijk te bestrijden en richt vooral grote schade aan in boekenkasten, stelt directeur Nico Vonk dinsdag. Hij bevestigde daarmee een verhaal van soortgelijke strekking in het AD. Het diertje voedt zich met cellulose, een stof die vooral in papier voorkomt. Het doet zich naast oude boeken ook te goed aan behang, foto's en schilderijen. Het papiervisje komt vooral in stedelijke gebieden voor.


Vonk noemt de steeds beter geïsoleerde huizen als oorzaken van de opmars. "Het papiervisje gedijt het best in droge en warme ruimtes. Ze planten zich hier in rap tempo voort." Ook de stijgende temperatuur draagt mogelijk bij aan de opmars van het ongedierte.


Ongediertebestrijder Vonk raadt mensen aan om tweedehands- en bibliotheekboeken uit te kloppen. "De gevolgen zijn pas na langere tijd zichtbaar. Veel mensen zijn zich dus niet bewust van het gevaar en de overlast. Ze denken: ach dat beest sla ik wel dood." Om de beesten te verwijderen is een inzet van een ongediertebestrijder met chemische middelen noodzakelijk. Volgens Vonk kan zo'n behandeling behoorlijk ingrijpend zijn. "Je bent er niet met een chemische behandeling. Het hele huis moet bekeken worden. En als je in een flat of rijtjeshuis woont, moeten alle buren er ook aan geloven."


Wortelvormig

Het lichaam van een papiervisje kan twee centimeter lang worden en ziet er wortelvormig uit. Het visje is familie van het ovenvisje en het zilvervisje.
Op deze site staat dat het rotbeest pas sinds 2002 in Nederland als soort bekend is. Zie hier het artikel waarin de verschillen met de andere soorten worden beschreven. Aanvullende informatie van de website van het KAD:
Papiervisje (Ctenopepisma longicaudatum)

Uiterlijk: Wordt vaak verward met het zilvervisje. Voor het onderscheiden van het verschil is een microscoop nodig. Heeft drie staartdraden. Het papiervisje is ongeveer 13 mm lang. Schade aan etsen, postzegels (eten lijm).
Het papiervisje gedijt het best bij een temperatuur van circa 37 °C. Wordt daarom vooral aangetroffen op warme droge plaatsen, b.v. in de boekenkast of bij de CV.
Een (blok)bestrijding met chemische middelen door een deskundige ongediertebestrijder is noodzakelijk (zie ook bij de duitse kakkerlak). Determinatie van de soort is gewenst.

Zilvervisje (Lepisma saccharina)

Uiterlijk: Heeft drie staartdraden aan het achterlijf. Lengte 7-11,5 mm. Ze zijn meestal een aanwijzing voor een vochtprobleem, zoals een lekkage in gootsteenkastjes, of een ventilatieprobleem.
Bestrijding/wering: Scheppen van een droge atmosfeer in de woning. Bij droog weer zoveel mogelijk luchten.

Ik zie deze beestjes met enige regelmaat rondkruipen in ons huis. Natuurlijk dood ik ze altijd, maar ze zitten onder vloeren, achter muren en in nissen. Behang hebben we niet, maar dit kan ook een nadeel zijn: misschien komen ze nu nog sneller uit bij mijn prachtige boekencollectie.

Wat moet ik doen? Koel en droog houden doe ik al en ik stofzuig regelmatig. Maar wat nog meer? Lijmstroken op de planken leggen zodat ze gevangen worden? Mijn boeken dichtsealen in plastic? Is er een natuurlijke vijand die ik kan loslaten op dit probleem? Hebben andere bibliotheekbezitters nog tips?

Wie redt mijn boeken van deze monsters?

sneuper