dinsdag, september 26, 2006

De Slegte verramsjt

In de Volkskrant van 16 september 2006 stond een paginagroot artikel over de problemen bij De Slegte. Het artikel bevestigt wat iedereen wel kon vermoeden: het gaat niet goed met De Slegte.
En dat is een conclusie die de ware sneuper in zijn hart raakt. Want De Slegte is een baken in het bestaan van de boekenzoeker. Het is een verplichte tussenstop bij elk bezoek aan een stad die een vesitiging rijk is. En het belangrijkste is: De Slegte stelt je nooit teleur; het is onmogelijk dat je er met lege handen weggaat. Want als je al niet vindt wat je daadwerkelijk zoekt, dan ben je in je zoektocht al op zoveel ander moois gestuit, dat je desondanks zwaarbeladen, materieel verarmd maar geestlijk verrijkt, huiswaarts keert.
Ik herken veel in het artikel. Zoals de opmerkingen van schrijver Kees ’t Hart, die ook nooit een filiaal verlaat zonder aankoop. Of van journalist Ewoud Sanders, die bekent dat hij wekelijks boeken via Internet koopt, maar slechts zelden binnenloopt bij De Slegte. Of van Bert Wagendorp, de auteur van het Volkskrantartikel, die schrijft: “de afdeling tweedehands van een goede De Slegte is een magisch privétheater waar de tijd is stilgezet. (…) Langvergeten hypes sudderen in het halfduister. (…) De Slegte is de oerhollandse versie van Carlos Ruiz Zafóns ‘kerkhof van vergeten boeken’ uit De schaduw van de wind”. Wie van boeken houdt heeft sympathie voor De Slegte, heeft de winkel lief maar ergert zich ook: aan de chaos, aan de hoeveelheid boeken (en dus de onoverzichtelijkheid), aan de onmogelijkheid via internet bij De Slegte te zoeken. Het is mij meer dan eens gebeurd dat ik via internet een boek kocht en het vervolgens ook bij De Slegte zag staan, meestal voor minder. En dat is toch een gemiste kans.

Informatief was het artikel ook. Volgend jaar bestaat De Slegte een eeuw, want in 1907 begon de lantaarnopsteker Jan de Slegte een handel in tweedehandsboeken met een boekenkar. Zouden ze het jubileum ondanks de moeilijkheden waardig vieren, met een mooie ramsjuitgave bijvoorbeeld? Het blijkt dat er nog steeds een de Slegte aan het hoofd staat van het bedrijf, een achterkleinzoon van Jan. En ik lees over hoop, namelijk dat de vooraad tweedehands boeken inderdaad binnenkort digitaal te doorzoeken is. Als De Slegte het slim aanpaakt, met de voorraad die er is, worden ze een geduchte concurrent van Antiqbook, boekwinkeltjes of Addall. Er schijnt een samenwerking met Marktplaats geprobeerd te worden, allen lees ik hier dat de systemen het niet toelaten... De huidige website van De Slegte is dan ook een ramp, totaal onbruikbaar voor de ware verzamelaar, waarbij de andere genoemde sites uitblinken door bruikbaarheid: twee klikken en je hebt het boek waar je al jaren naar zocht.
Er blijven gelukkig nog achttien De Slegtes over in Nederland, en negen in België. Ik durf niet te schatten hoeveel van mijn boeken ik aan De Slegte heb te danken, maar het zijn er veel. Dat wil zeggen: te weinig. Want het is daar een paleis vol schatten. Van veel boeken heb ik bij De Slegte eerste een latere druk gekocht en vervolgens een eerste, omdat ik ontdekte dat ik het belangrijk vond een oorspronkelijke versie van bepaalde boeken te bezitten. Ik heb mij staan vergapen bij de kasten waar achter de glazen deurtjes de echt kostbare literaire werken stonden.
Ik heb voor menige verjaardag vers verramsjte kook- en tuinboeken bij De Slegte gekocht en daar mensen blij mee gemaakt. Ik heb echter ook - net als Kees ’t Hart vertelt over Clarel van Herman Melville - te vaak een boek laten staan omdat ik nog “even moest nadenken”. Om vervolgens, nadat ik zoals altijd had besloten het tóch te kopen, te moeten constateren dat het boek verkocht was.

Het zou interessant zijn te turven in welke filialen van De Slegte ik ben geweest. Uit mijn hoofd: Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Maastricht, Rotterdam, Arnhem en Leiden. Dat betekent dat ik er nog een paar heb te gaan. In de Belgische filialen ben ik überhaupt nog nooit geweest.

Ik vertrouw erop dat ik in de komende jaren nog talloze parels uit de boekenzee weet op te vissen. Tot het moment dat al mijn boeken – onvermijdelijk – ook weer bij De Slegte terechtkomen. De filiaalchef Utrecht vertelt daarover: “Dan pak je wel een stuk van iemands leven. Dat blijf ik moeilijk vinden”. Ik heb al eerder geschreven over de het feit dat wij verzamelaars profiteren van de teloorgang van de verzameling van anderen. Dat is iets waar ik maar liever niet bij stiltsta, maar Bert Wagendorp heeft natuurlijk wel gelijk als hij De Slegte kenmerkt als “een lange boulevard van gebroken dromen, van hoop en illusies en eindigheid. Zoveel boeken, zoveel getuigen van vergeefsheid en vergankelijkheid.”

sneuper

zaterdag, september 09, 2006

Groot nieuws! Swarte doet Nescio voor de derde keer

Die Nescio-mailinglist is dan niet zo heel druk, Bert Rodiers weet toch altijd weer de belangrijkste berichten naar boven te halen. Zoals het belangrijkste boekennieuws van de afgelopen weken: Joost Swarte heeft na Dichtertje en Titaantjes nu ook De Uitvreter van Nescio geïllustreerd.

Direct na het bekend worden van dit nieuws heb ik de twee andere uitgaven van Swarte erbij gepakt. Het blijkt dat zijn Dichtertje alweer uit 1997 stamt en zijn Titaantjes uit 2002. Hij zit dus op een ritme van ongeveer één boek per vijf jaar. Bij het doorbladeren werd ik weer getroffen door de mooie tekeningen van Swarte. Hij weet de sfeer van de verhalen heel goed weer te geven. Tekst en tekeningen vullen elkaar goed aan, en dat is natuurlijk ook het knappe van deze kunstenaar.

Op maandag 11 september wordt het boek gepresenteerd in Haarlem, zie hier de uitnodiging. Inmiddels is via de mailinglist ook bekend geworden dat Swarte het boek op 16 september signeert in Athenaeum, in de Haarlemse vestiging. Jammer dat ik daar niet kan zijn. Anders kon ik het hele reeksje van drie laten signeren.

Overigens meldde diezelfde mailinlist een tijdje geleden het verschijnen van het boek van Bert Vanheste, Nescio in Nijmegen, bij Uitgeverij Flanor. Dat boek bevat een leeswandeling door Nijmegen, want over die stad schreef Nescio veel. Bekend is natuurlijk de passage uit De Uitvreter, waarbij Japi van de Waalbrug stapt, "op een zomermorgen om half vijf, toen de zond prachtig opkwam". Trouw schreef er ook over (en levert een handig kaartje erbij!). Ik ben benieuwd hoe Swarte deze passage heeft uitgebeeld.

Het zou mooi zijn als Swarte zich ook eens aan Nescio´s natuurdagboek zou wagen. De beschrijvingen van Nescio in dat dagboek lenen zich volgens mij voor tal van fraaie vergezichten. Ter gelegenheid van de boekpresentatie en als aanmoediging van Swarte, bijgaand een passage uit het Natuurdagboek van 11 september. 1950 wel te verstaan, toen was het trouwens ook een maandag.

"Maandagavond met de fiets. Tegen 7 uur weer aan den dijk van de Zuiderzee. Bewolkt, druilering, aanvankelijk in het Noorden nog iets gebroken met wat gouden streepjes. Sterke geur van riet en water. Zacht en melancholiek en troostend water. Links donker, midden wit, rechs weer donkerder. Beperkt zicht, slechts een flauw vermoeden van Muiden, Durgerdam en de IJdoorn. Water, streep van den strekdam, een smal streepje wit (water) en een flauw iets geaccidenteerd streepje (de IJdoorn) met den vuurtoren aan het oostelijk eind. Een heimachine lag te stoomen op het water en de donkere rook, een lange, dunne veeg, woei naar het Weten, langs het licht van den vuurtoren dat er door heen knipperde. Très fin de saison.
Beauté mourante in een wereld van plurken."

De IJdoorn is voor wie het niet weet een schiereiland bij Durgerdam, dat buitendijks ligt (omdat de Zuiderzee er te hard op beukte en men het stuk land "opgaf"), maar dat er toch nog steeds ligt en nu een vogelparadijs is.



Is het geen schilderijtje zo'n vertelling? Hier zou Swarte vast iets moois van kunnen maken.

sneuper