zondag, juni 18, 2006

De gulheid van Zutphen

Onlangs moest ik voor een cursus in Zutphen zijn. Een cursus heeft op zichzelf weinig met boeken te maken: je zit in een zaal, cursisten in U-vorm, en aan de hand van een powerpointpresentatie wordt een onderwerp doorgewerkt. De enige boeken die voorbij komen zijn de cursusboeken.

Maar deze keer was het bezoek in Zutphen heel speciaal, om twee redenen. De eerste reden is dat Zutphen een paar fantastische boekhandels heeft. Zutphen is klein, dus de lunchpauzes bieden voldoende tijd om een rondje boekhandels te doen. Vaste prik zijn Hautvast en Nuis en Van Someren en Ten Bosch (geen eigen website helaas), maar ook de antiquariaten Matthys de Jongh of Sigma. Ik koos deze keer voor Someren en Ten Bosch, mede door het mooie interieur. Wat mij verraste was de vriendelijkheid en gulheid in de boekhandel. Ik wist wat ik wilde hebben en kocht De Kegelwerper van Margriet de Moor en Eetgeenvlees van Hugo Brandt Corstius. Alsof de verkoopster wist dat ik nog een lange reis voor de boeg had, kreeg ik vervolgens een aantal promotie-exemplaren mee: Het verhaal Achter de horizon van Rosie Swale, een cadeautje voor als je boeken uit de Hollandia-Dominicusserie koopt (wat ik niet had gedaan, maar toch bedankt), ter promotie van de "In een notendop"-serie het boekje Kennis in een notendop van Dap Hartmann en tot slot het verhaal Waar de herinnering woont van Cees Nooteboom. Al met al was de stapel gratis boeken net zo groot als de stapel gekochte boeken. Dat noem ik nog eens Zutphense gulheid!

Maar daarmee was het nog niet op. "Waar de herinnering woont", dat is een mooie beschrijving van een bijzondere plek in Zutphen: De Librije. Eén van de medewerkers in het cursusinstituut blijkt vrijwilliger te zijn in de Sint Walburgskerk in Zutphen. In de Sint Walburgskerk bevindt zich de Librije. Of liever: er bevinden zich twéé Librijes, maar er is er maar één toegankelijk voor het publiek.

De Librije is een voor Nederland unieke leeszaal uit de zestiende eeuw. Destijds door de kanunniken bedoeld om de mensen voor het "ware" geloof te behouden door hen "goede" boeken te laten lezen. De vrome studie, de “lectio divina”, was van groot belang onder meer om de nodige kennis te verkrijgen en zich te kunnen verweren tegen “dwaalleren” zoals de reformatie en om tot goed gedrag te komen. Daarom werd tussen 1561 en 1564 de Librije gebouwd. Het bijzondere aan de Librije is dat alles nog in originele staat is: de vloeren, de wanden, de boeken en de lessenaars. Er is geen elektrisch licht, geen stromend water en geen andere voorziening. Dat betekent dat je in de Librije alleen kan lezen bij voldoende daglicht; 's winters is hij dus dicht.

Als je er binnenkomt waan je je in één klap in de zestiende eeuw. Er hangt een gewijde stilte en er valt een sereen licht door de ramen. De boeken - sommige in schitterende banden - liggen aan kettingen; dat was gebruikelijk in die tijd om diefstal van de kostbare boeken te voorkomen. De muren zijn maar beperkt verlevendigd met beeldjes en andere versierselen; het gaat tenslotte om de boeken. De Librije herbergt 741 titels: 7 handschriften, 85 incunabelen (boeken gedrukt voor 1500), 501 titels uit de zestiende eeuw, 134 onderwerpen uit de zeventiende eeuw en tenslotte 13 uit de achttiende eeuw. Naast schitterende exemplaren zoals een eerste gedrukt exemplaar van wetteksten van Justinianus en een eerste druk van Copernicus, "De revolutionibus orbium coelestium", herbergt men ook enkele eeuwenoude schoolboekjes, waarvan de Librije de enig bekende exemplaren bezit.


Verder zijn er onder meer een handgeschreven missaal, afkomstig uit een Deventer scriptorium, maar geschreven voor het Zutphense convent Isendoorn, een tweetal liturgische handschriften uit de vijftiende eeuw.


Bijzonder was het te zien dat ook in die tijd scholieren van alles en nog wat tekenden en krabbelden in de boekjes. Zoals de cursisten van nu ook van allerlei tekeningetjes maken in hun aantekenblok.

Er zijn mooie verhalen te vertellen over de Librije. Zoals dat de bibliotheek in de vergetelheid raakte, maar in de 19e eeuw "herontdekt" werd. Er werd een bibliothecaris aangesteld (K.O. Meinsma) die in zijn dissertatie over de Librije schreef:
“Want het lezen van goede boeken schenkt genot. En ‘t is beter in de boekerij zijne toevlucht te zoeken dan in gezelschappen, waar lustig de beker rondgaat.”
Of hoe de boeken werden beschermd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om roof door de Duitsers te voorkomen.
Of over de pootafdruk in één van de vloerplavuizen. Die afdruk zou herinneren aan de legendarische jonge monnik Jaromir. Hij brak de vasten door stiekem een hanenboutje te eten. De duivel sloot hem voor een nacht op in de librije. De dichter A.C.W. Staring heeft de legende verwerkt in zijn verhaal in dichtvorm: Jaromir te Zutphen.

Zoals gezegd is dit de beneden Librije. Er is ook nog een boven-Librije: kleiner, maar ook prachtig. In de kerk is nu een fototentoonstelling die van beide Librijes iets laat zien en de historie vertelt.

Hoe mooi de Librije ook is, boeken aanraken mag er niet. Eigenlijk mag je er helemaal niets aanraken. De gedachte dat in tegenstelling tot de meeste Librijes, dit één van de weinigen in Europa is die nog zo uniek is bewaard, maakt dat je het ook niet stiekem gaat doen: een plek die als door een wonder zo mooi bewaard is gebleven, ga ik als 21e eeuwer niet alsnog beschadigen door met mijn handen aan kwetsbare boeken en spullen te komen.

Het waren mooie dagen in Zutphen. En ik ben niet de enige die nu alweer met weemoed terugdenkt aan Zutphen. Wim de Bie ook.

sneuper