zaterdag, april 22, 2006

Bijvangst

Het mooiste van het zoeken naar boeken is de bijvangst. Bijvangst, dat is de onverwachte oogst waarmee je verrijkt naar huis gaat. Het zijn de boeken die je niet op je zoeklijst had staan, maar waarvan bij nader inzien bleek dat ze onvermijdelijk tot je verzameling moesten behoren. Volgens Wikipedia gaat het om "de vangst van andere vissoorten of dieren waarop niet bedoeld gevist wordt"

Eigenlijk is de bijvangst spannender dan de hoofdvangst. Dat geldt zeker als je een specifiek boek gaat kopen omdat je op een of andere manier weet dat het boek in kwestie op een bepaalde plek aanwezig is. Er kan dan de gezonde spanning zijn dat je eindelijk, na al die tijd, het nieuwe pronkstuk in handen gaat houden, afrekenen en mee naar huis nemen. Maar je kent vooraf het resultaat van je tocht al, een verrassing zit er niet in. Als je op dat soort momenten de tijd neemt om nog even verder te zoeken in de boekenberg en een paar juweeltjes ontdekt waarvan je het bestaan niet zou hebben gekend als je niet op dat moment op die plek was geweest, is de dag weer helemaal goed.

Soms bestaat het resultaat van een zoektocht alleen maar uit bijvangst. Er zijn van die dagen dat ik in een willekeurige stad een paar antiquariaten bezoek, gewoon om eens te kijken wat hun assortiment is, hoe de inrichting is en wat voor sfeer er hangt. Ik probeer dan na binnenkomst een indruk te krijgen van de indeling van het antiquariaat – waar staat de literatuur, welke specialiteiten aanwezig, hoe is de loop van de boekenkasten – en doe een soort van check om te zien wat het prijsniveau en de kwaliteit van de boeken is. Ik bekijk dan wat er van mijn lievelingsauteurs aanwezig is en wat de prijzen zijn. De uitkomst van deze check bepaalt hoe lang ik blijf hangen en hoe gedetailleerd ik door het aanbod ga. Is de prijs/kwaliteit verhouding gunstig, dan kan het zijn dat ik met veel bijvangst naar huis ga, omdat er zich tal van gunstig geprijsde boeken bevinden die ik soms wel, soms niet kende, maar die bij nader inzien thuishoren in mijn boekenkast.

Wanneer ik naar reguliere boekhandels ga, is de bijvangst vaak afkomstig uit de bakken met boeken die opgeruimd worden. Het vergt wat geduld om daar doorheen te graven, maar niet zelden blijkt dat er tussen alle afgeprijsde pulp zich toch nog wat serieuze titels bevinden waar de boekhandel in kwestie kennelijk geen raad mee wist. Dat is mooie bijvangst, omdat je weet dat je boeken verplaatst van een plek waar ze eigenlijk misplaatst zijn, naar een plek waar ze het respect krijgen dat ze verdienen, namelijk in mijn boekenkast.

een lezende Charles Baudelaire

Afgelopen week was ik in een boekhandel om het boekje van Marcel Möring te kopen dat ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie was verschenen, Lijdenslust. Het bleek dat de boekhandel op het punt stond te verhuizen. Dat was al de tweede keer in korte tijd dat ik in een verhuizende boekhandel terechtkom, en kennelijk is het goedkoper om in zo’n situatie boeken voor een habbekrats weg te doen, dan ze netjes in dozen in te pakken en mee te nemen naar de fonkelnieuwe boekenplanken. Maar je hoort mij er verder niet over klagen. Dit keer was de bijvangst op zich beperkt, het bestond uit drie deeltjes van de de serie “Perlouses” van uitgeverij Voetnoot, een aantal korte teksten van Franse auteurs. Voor een euro per stuk waren deze prachtexemplaren voor mij, wat mij de gelegenheid biedt om ook eens van deze auteurs kennis te maken. Als het gaat om Franse auteurs kom ik niet veel verder dan Flaubert, Camus, Sartre en Stendhal (waarmee ik alle Fransen heb genoemd waarvan ik meer dan één titel bezit) dus deze aanvulling is. Nu heb ik dus ook de deeltjes 4, 5 en 6 van de serie “Perlouses” verworven, waarmee ik Jean Echenoz, Denis Diderot, Charles Baudelaire van harte welkom heet in mijn boekenkast. Ik zie dat de serie inmiddels uit twaalf deeltjes bestaat, ik vrees dan ook dat er een nieuwe collectie geboren is.

Sneuper

donderdag, april 06, 2006

Plots een Pos

Rondlopend op de boekenmarkt op het Plein in Den Haag stuitte ik afgelopen donderdag zomaar op een boek van Hugo Pos. Hoewel, niet zomaar een boek maar zijn debuut. Voor wie het niet weet: Het prozadebuut van Pos vond plaats op zijn 71e...



Ik heb op één of andere manier altijd sympathie voor Pos gevoeld. Door zijn achtergrond, zijn levensverhaal, zijn manier van schrijven... ik weet het niet. Maar soms heb je gewoon een zacht plekje voor een bepaalde schrijver, en bij mij is dat Pos.

Hugo Pos werd in 1913 in Paramaribo geboren. Zijn familie behoorde daar tot de Joodse gemeenschap. In de jaren twintig van de vorige eeuw verhuisde hij naar Nederland, waar hij in Alkmaar het gymnasium volgde en in Leiden rechten studeerde. Hij bracht een half jaar door in Parijs en maakte er kennis met artiesten en anarchisten. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij diverse malen te ontsnappen. Het lukte hem om via Delfzijl met de boot naar Finland te gaan, waar hij droste en van de Russische consul een visum voor Japan verkreeg. Uiteindelijk belandde hij in Engeland, waar hij een officiersopleiding volgde. Via Australië kwam hij tot slot in Nieuw-Guinea terecht.
Na de oorlog hielp hij bij de opsporing en berechting van Japanse oorlogsmisdadigers; hij werd aangesteld als aanklager van oorlogsmisdaden van het Internationaal Tribunaal in Tokio. Hij was ook betrokken bij de berechting van Indonesische opstandelingen, hoewel hij later toegaf de revolutie en de motieven van de Indonesiërs verkeerd te hebben ingeschat. Hij trouwde met de Japanse Yoshiko. Van 1950 tot 1964 was hij werkzaam als rechter en openbaar aanklager in Suriname, later was hij ook rechter in Amsterdam en raadsheer in Den Haag.


Over zijn leven en werk vertelt Pos in zijn autobiografie In Triplo (1995), die hij op uitnodiging van het Fonds voor de Letteren schreef. Voor dit boek kreeg hij de E. Du Perron-prijs. Maar hij heeft veel meer titels op zijn naam staan. Na zijn pensionering besloot Pos te gaan schrijven.
Zijn prozadebuut was Het doosje van Toeti (1985), dat ik dus op de Haagse boekenmarkt vond. Maar al eerder publiceerde hij poëzie en toneelteksten. In zijn naoorlogse, Surinaamse tijd schreef hij onder de schuilnaam Ernesto Albin gedichten in het tijdschrift Soela (1963-1964) en een aantal toneelstukken, onder meer het door hemzelf geregisseerde Vive la Vida (1957). Zijn hoorspel Black and White uit deze tijd werd bekroond. Hij begon pas laat met het schrijven van proza. Zijn eerste gedichten gaf hij in eigen beheer uit, later zijn die verzameld in Een uitroep zonder uitroepteken (1987) en verschillende andere bundels. Ook was hij literair recensent van verschillende kranten.

Met name in zijn verhalenbundels komt zijn achtergrond als rechter nadrukkelijk naar voren, zijn “rechter Pos-verhalen” werden tamelijk bekend. Weinig auteurs kunnen als hij weergeven hoe rechters denken en werken. Weinigen schrijven ook zo zorgvuldig en afgewogen als Pos. Zie bijvoorbeeld zijn verhalenbundels De ongewisse tijd (1999), Voorbij Confucius (1996) of Van het een (1992). Van het verhaal In retrospectief, uit de verhalenbundel Het mausoleum van de innerlijke vrede (1989) is een televisiefilm gemaakt. Kort voor zijn overlijden schreef Pos het verhaal De oude Stam dat op 17 november 2000 werd gepubliceerd in Trouw. Hugo Pos overleed op 11 november 2000. Zijn boeken zijn verkrijgbaar bij uitgeverij In de Knipscheer.

Hier een passend kwatrijn van hem:
Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn
en geurt de kamperfoelie. Erger zou het wezen
als zij verdwenen waren, - ik er nog zou zijn.

Over Pos zijn mooie anekdotes te vertellen. Bijvoorbeeld dat hij in 1998 - op vijfentachtigjarige leeftijd - het jaarlijkse schrijverstennistoernooi in Dordrecht won, waarna de wisselbeker naar hem vernoemd werd. Of dat hij mede-oprichter was van het Landelijk Bureau Discrimatiebestrijding. Hier lees ik dat hij in 1941 nadat hij in Paramaribo over zijn ontsnapping uit Nederland vertelde vijfhonderd vrijwilligers zover kreeg dat zij zich aanmeldden voor de Prinses Irene Brigade om te helpen bij de bevrijding van Nederland. Pos laat dit weten aan de Nederlandse regering in Londen, maar krijgt geen reactie omdat de minister van Oorlog bang was dat de zwarte Surinamers aanstoot zouden geven aan de blanke vrijwilligers en dienstplichtigen uit Zuid-Afrika in dit leger.
Hij wordt als volgt gekarakteriseerd:
Jood, neger, dichter, tenniskampioen
daar moet hij het voorlopig maar mee doen

(Karel van het Reve)


Drie jaar geleden kocht ik het eerste werk van Pos, het boekje Het verlaten koninkrijk, uitgegeven door het Instituut voor leerplanontwikkeling in 1996. En sindsdien kijk ik altijd uit naar werk van hem, maar vind het maar weinig. Weliswaar staan er bij antiqbook.nl en boekwinkeltjes.nl genoeg boeken van hem aangeboden, maar dat vind ik te makkelijk. Leuker is om ze tegen te komen op onverwachte plekken, zoals donderdag in Den Haag. Net zoals je hem niet vaak vindt tussen de tweedehands boeken is Pos ook niet de meest aanwezige schrijver op internet. Maar op deze site vind je een radioportret van hem en op deze site heeft Michiel van Kempen een prachtig portret over hem geschreven.

sneuper

lezend: Extreem luid en ongelooflijk dichtbij - Jonathan Safran Foer