zondag, december 31, 2006

Sneupen in 2006: een overzicht

Traditioneel geef ik op deze plek een jaaroverzicht van wat ik het afgelopen jaar allemaal met boeken heb beleefd. Zie hier de jaaroverzichten over 2005 en 2004.

Dit jaar was een goed boekenjaar. Tot mijn grote vreugde kon ik in totaal 68 titels aan mijn bezit toevoegen, dus ruim één exemplaar per week (2005: 41, 2004: 61). Maar het gaat niet alleen om kwantiteit, het gaat vooral om kwaliteit.


En met kwaliteit bedoel ik natuurlijk in de eerste plaats Nescio: drie titels kwamen mijn kant op. Natuurlijk de nieuwe uitgave van De uitvreter, geïllustreerd door Joost Swarte en daarnaast Nesico in Nijmegen van Bert Vanheste. Erg blij ben ik dat ik eindelijk een mooi exemplaar van Over Nescio. Beschouwingen en interviews heb gevonden. Over de eerste twee schreef ik hier, over de laatste hier.

Maar 2006 was ook een goed Bordewijk-jaar. Eén nieuwe uitgave, namelijk Vrouwenhaar, en via Marktplaats heb ik eerste drukken van Apollyon en Noorderlicht gevonden. Het zijn niet de allerbeste edities (de binnenzijde van Noorderlicht laat wat los en beide zijn zonder stofomslag) maar de prijs was dan ook laag.

Marktplaats en Ebay blijven toch geweldige plekken om boeken te vinden. Bordewijk en Nescio staan beide ook in mijn bijzondere exemplaar van Kristal 1935, waarin de handtekening van Bordewijk staat. Jammer dat zoveel andere Nederlanders ook toegang tot Marktplaats hebben, daarom gaat er ook nog wel eens wat aan m'n neus voorbij. 2006 Had namelijk ook een zeer goed Hugo Brandt Corstius-jaar kunnen worden, maar een aantal titels die ik al lang zocht gingen aan mijn neus voorbij naar een andere HBC-verzamelaar. Wel ben ik zeer blij met het al wat oudere Vormen en woorden van hem en het dit jaar verschenen Eetgeenvlees. Maar het had dus het dubbele kunnen zijn...

Een ander walhalla voor verzamelaars is boekwinkeltjes.nl. Daar heb ik één van mijn drie aanwinsten van Margriet de Moor vandaan, een mooie eerste druk van De virtuoos. Ook De kegelwerper en Op de rug gezien (de uitgave in de serie literaire juweeltjes) haalde ik binnen.

De laatste die speciale vermelding verdient is Marcel Möring. Ook van hem drie aanwinsten: zijn nieuwste roman Dis, de maand-van-de-filosofie-uitgave Lijdenslust en een bijzondere uitgave van De Kotzker. Daarmee komt mijn totaal aantal exemplaren van dit vroege verhaal van Möring op vier: twee in de speciale uitgave van de Februari-boekhandels (totaaloplage 4400, ik heb exemplaren van Het Martyrium in Amsterdam en Den Boer in Baarn), één als speciale uitgave van Bureau Obelon (jaarwisselingsgeschenk 1996-1997) en nu één als speciale uitgave van dagblad De Morgen.

Verdere Nederlandse literatuur aanwinsten: alle twaalf de deeltjes van Literaire Juweeltjes van dit jaar (ja, ook die van Vonne van der Meer. Daarover later meer. Bedankt Rick!), alle uitgaven in het kader van de Boekenweek, de Kinderboekenweek, de Maand van het Spannende Boek en natuurlijk de uitgave van Dubbelspel van Arion in het kader van Nederland Leest. Het geschenk in het kader van Gedichtendag van Menno Wigman (zie hier mijn verslag) ontbrak niet dit jaar evenals boeken van Bril, Campert, Dantzig, Adriaan van Dis, Haasse, Van der Heijden, Hermans, Abel Hertzberg, Noordervliet, Nooteboom, Pos, Springer en de verhalenbundels Oudergewoonte en Over X-jes (etc.) die ik in grote dankbaarheid ontving van een lezer van dit weblog.

Maar ook buitenlandse literatuur stroomde binnen. Dit jaar heb ik Meir Shalev gecompleteerd, mede naar aanleiding van een bijdrage van Bibliofilos. Ik besloot de paar missende titels aan te vullen, dus kocht ik (wederom via boekwinkeltjes.nl) eerste drukken van De Bijbel nu, Vooral over de liefde en De geest van het verhaal. Tot mijn grote vreugde kwam er ook een nieuwe roman van hem af, Een duif en een jongen. Verder titels van Hosseini, Baudelaire, Echenoz en Diderot, Flaubert, de Maupassant, Swale, Amos Oz, Manzoni en Martorell, Owen Gingerich, Potok en Philip Roth.

Heerlijk al die boeken. Als ik de opsomming zie ben ik weer helemaal tevreden. Alleen lijd ik aan het tegenovergestelde van Boekengek. Hij is verhuisd en heeft nu meer reistijd (en dus meer leestijd) maar minder energie om te schrijven. Ik heb momenteel veel reistijd en leestijd, maar weinig energie. Dus ga ik verhuizen. Dus heb ik, net als boekengek, al mijn boeken moeten inpakken, een planning moeten maken waar het allemaal komt te staan (is nog niet gelukt: te veel boekenkasten voor te weinig vierkante meters) en wacht ik het moment af tot ik mijn schatten weer kan uitpakken.

Hopelijk leidt dit volgend jaar tot meer bijdragen. Want dit jaar waren het er (inclusief deze) 30, in 2005 konden jullie 52 nieuwe berichten lezen. Het aantal bezoekers is wederom gestegen: dit jaar heb ik ruim 14.000 hits mogen tellen tegen ongeveer 13.500 in het jaar ervoor. Traditioneel blijkt november de beste maand te zijn, maandag de beste dag en tussen 9 en 10 uur 's avonds het beste moment. Ik verwacht dan ook op de avonden van 5, 12, 19 en 26 november 2007 weer veel bezoekers.

Gezien het aantal reacties op de berichten wordt het blog gelukkig ook nog gelezen door de mensen die erop verdwalen. Dat komt onder meer doordat ik steeds hoger score bij Google. Wie bijvoorbeeld zoekt naar De Slegte vindt mijn weblog als 4e hit na het intoetsen van "slegte". Erg trots ben ik echter dat iedereen die zoekt op "boeken weblog" via Google mij als eerste hit krijgt (daarmee 1.489.999 verwijzingen achter mij latend). Het doet mij goed dat ik het nummer één weblog ben op het web! Niet verwonderlijk dat het zoekwoord "boeken" in ruim 11% van de verwijzingen van zoekmachines naar mij voorkomt.
Hoog scoren ook de zoekwoorden "boek", "dis", "nescio", "slegte" en "recensie". Bezoekers aan mijn website kwamen dus vaak via Google, Ilse en Altavista tot mij maar ook via verzamelaars.pagina.nl, boeken.pagina.nl en antiquariaten.startkabel.nl. Enkele honderden hits kreeg ik van lezers van het boek Wembley van Richard Osinga, waarvan de verschillende delen in weblogs verschenen. Lezers van Wembley kwamen via Ik en mijn Lada bij mij (voor deel 12) en gingen vervolgens door naar rolsjebolsjeblog.
Het meest blij ben ik natuurlijk met de hits via bibliofilos, boekengek, ricksbooks, jan coucke, kapitein en lezenetcetera: mijn collega-bloggers die ik, samen met alle andere lezers, een voorspoedig, boekenvol en verrassend 2007 toewens.

Tot volgend jaar!

sneuper

donderdag, december 21, 2006

Cadeautips voor mij

Voor al die mensen die staan te springen om mij cadeaus te geven, maar die per se een keertje géén boek willen geven, heb ik de volgende ideeën. Het hoeft namelijk niet altijd een boek te zijn als je mij iets geeft, ik heb een brede smaak en iets heel anders is ook goed:

Zitten op/in mijn eigen bibliotheek: de boekenstoel (bibliochaise)

Niet de tijd vergeten als ik lees: een boekenklok

Voor een verfrissing tijdens het lezen: de boekenmok

Natuurlijk de onvermijdelijke stropdas, voor als ik nieuwe boeken ga halen


Die ik op deze onzichtbare boekenplanken wil leggen, de selfshelf

Gezellig muziekje erbij tijdens het lezen, maar zonder opvallende boxen.


Nog meer meubeltjes, voor als er bezoek is

Maar als dat allemaal wat te omslachtig is: graag toch een boek. Of twee. Of meer. Leg ze daar maar neer.

Fijne feestdagen!

sneuper

vrijdag, december 08, 2006

Flonkerend en gesigneerd Kristal uit 1935

Sint Nicolaas heeft dit jaar buitensporig zijn best gedaan. Dat wil zeggen: pakjesavond zelf was zeer bevredigend (de nieuwe Möring, de nieuwe Shalev, om maar wat te noemen. Beide verwoestend besproken in de Volkskrant, maar ik waag het er toch maar op) maar het was vooral ook het pakje dat ’s middags in de bus plofte dat mijn grote vreugde wekte.

Ik had namelijk onlangs in een zenuwslopende veiling bij eBay een boek gewonnen. De veiling was zenuwslopend omdat ik – nadat ik eerst in mijn ogen had gewreven om te zien of er stond wat ik dacht dat er stond – ten onrechte dacht dat er weinig meebieders zouden zijn voor het boek dat ik op het oog had. Dus nadat ik een bod had gedaan met een stevig maximum (dat zoals jullie weten dan automatisch door eBay wordt aangepast als anderen gaan bieden) keek ik kalmpjes vijf minuten voor tijd naar de actuele stand. Toen bleek dat ik overboden was. Ik wist dat ik 10 seconden voor de slottijd mijn finale hogere bod zou moeten doen (want dan had mijn tegenstrever die kennelijk ook online was geen tijd meer om mij te overbieden) maar dat bod moest dan wel hoog genoeg zijn. En het maximum van mijn tegenstander kende ik natuurlijk niet. Dat vereiste een goede gok van mijn kant. Tot mijn grote vreugde was ik enkele minuten de trotse bezitter van een boek. Het kostte me al met al € 43.

Het boek in kwestie is een exemplaar van Kristal 1935, een niet zo heel zeldzame uitgave uit 1935 waarin een staalkaart wordt gegeven van Nederlandse auteurs van dat moment. Alle auteurs hebben nieuw werk ingeleverd; het boek bestaat dus uitsluitend uit voor het eerst gepubliceerde stukken. Het zijn er tientallen, waaronder bekende namen als Nescio, Bordewijk, Jan Campert, Bloem, Nijhoff, De Perron, Vestdijk etc. Maar ook inmiddels vergeten auteurs als W.A. Wagener, A.J.D. van Oosten, Victor Varangot, Halbo Kool en E. Raedt-De Canter.
Wat deze uitgave bijzonder maakt is echter dat het boek is gesigneerd door een aantal auteurs die erin staan. Volgens de advertentie waren dat Jan Engelman, Marianne Philips, Henrëtte van Eyk, Emmy van Lokhorst, A. Roland Holst, M. Nijhoff, Mien Proost, de eerdergenoemde E. Raedt-De Canter en … Bordewijk. Dat laatste is waar ik op aansloeg want gesigneerde boeken van Bordewijk zijn zeldzaam. Ik heb er nog maar weinig voorbij zien komen in catalogi. Het feit dat een handtekening van Bordewijk stond in een boek waarin ook een verhaal van Nescio staat (die helaas niet mee signeerde) maakte dat ik zonder enige twijfel in het bezit moest komen van dit boek. Vandaar mijn zenuwslopende eBay-sessie en mijn grote vreugde bij het succes.

Een vergelijkbaar boek als deze wordt aangeboden door één van mijn favoriete antiquariaten, Fokas Holthuis. Lees hier wat de omschrijving bij Fokas is:
"Afgezien van het feit dat in Kristal veel belangrijk werk in eerste druk te vinden is, maken met name de vaak elders niet gepubliceerde portretten en karikaturen deze uitgave bovengemiddeld interessant.
Dit exemplaar draagt als toegevoegde weelde op pagina 8 de handtekeningen van Emmy van LOKHORST, Martinus NIJHOFF, A. ROLAND HOLST, Mien PROOST, Henriëtte van EYK, Marianne PHILIPS, Eva RAEDT de CANTER en Jan ENGELMAN."

De aandachtige lezer merkt dat het boek dat ik heb gekocht gelijk is aan dat van Fokas: alle handtekeningen uit dat exemplaar staan ook in de mijne. Met één verschil: de handtekening van Bordewijk. Het is goed te bedenken dat de waarde van een exemplaar zonder Bordewijk’s handtekening volgens Fokas al € 95 is. En dan heeft dat boek nog een gevlekte en beschadigde omslag, in tegenstelling tot de mijne.

Ik moest natuurlijk wel zeker weten dat ik een authentieke handtekening van Bordewijk te pakken had. Gelukkig had de verkoper foto’s bijgevoegd. Dit is de foto van de pagina met handtekeningen van mijn exemplaar (pijl digitaal toegevoegd):

Zoekend op het internet vond ik bij het Utrechtse antiquariaat Boek2 een andere gesigneerde Bordewijk, een exemplaar van Meneer en mevrouw Richebois. Ook hiervan is een foto gemaakt.

Jullie zien: geen twijfel mogelijk, ik heb een handtekening van Bordewijk. Het is goed te weten dat Boek2 voor dit gesigneerde exemplaar € 350 vraagt, waarbij ik mij afvraag of hier sprake is van een tikfout, of dat een handtekening van Bordewijk nog zeldzamer is dan ik dacht. Maar hoe dan ook, er is maar weer eens onderstreept wat een goede aankoop ik heb gedaan. Ik ga er ook van uit dat mijn handtekening uit de jaren '30 stamt. Of zou een latere lezer dit boek aan Bordewijk hebben voorgelegd in zijn hoogtijdagen na de oorlog?

Toch is de waarde van het boek uiteindelijk tamelijk irrelevant: ik zal het boek nooit meer verkopen. Het zal vooral door mij bewonderd worden en het is leuk te weten dat ik een goede koop heb gedaan. Samen met de originele boze brief van de zoon van Bordewijk (daarover schreef ik hier) is dit boek inmiddels een pronkstuk in mijn verzameling.

sneuper

donderdag, november 09, 2006

Boek over boeken

Van alle boeken om te lezen zijn de boeken die over boeken gaan eigenlijk mijn favorieten. We kennen in Nederland de boeken van onze eigen Boudewijn Büch over zijn onverzadigbare speurtocht naar boeken. In het Engelse taalgebied verschijnen de laatste jaren steeds meer boeken van boekenliefhebbers: Nicholas Basbanes, het koppel Goldstone en Harold Rabinowitz zijn voorbeelden. Het lezen van boeken van auteurs die vertellen hoe zij op zoek zijn naar boeken, omgaan met boeken, wat zij tegenkomen in de wereld van het antiquarische boek: ik vind het allemaal om te smullen en het zijn boeken waardoor je je eindelijk eens echt begrepen voelt. Deze auteurs hebben emoties die ik ook heb, teleurstellingen die ik herken en juichen om gebeurtenissen waar ik om juich. Kortom: boeken over boeken zijn fantastische literatuur.
Zojuist heb ik het boek van Owen Gingerich uit: The book nobody read. In dit boek beschrijft Gingerich zijn zoektocht naar alle eerste en tweede drukken van Copernicus' meesterwerk De Revolutionibus Orbium Coelestium Libri Sex. Gingerich, een Harvard-professor in de geschiedenis van de astronomie, heeft tientallen jaren over de wereld gereisd om waar hij maar kon persoonlijk exemplaren van De Revolutionibis te bekijken en de annotaties erin te onderzoeken.

Het resultaat van die zoektocht is beschreven in een apart boek, het bij uitgeverij Brill in Leiden verschenen boek An Annotated Census of Copernicus' De revolutionibus waarin alle bekende exemplaren gedetailleerd worden beschreven: de huidige en vroegere eigenaren (zoals Galileo, Kepler en Tycho Brahe), de aantekeningen die erin zijn gemaakt en wat dat zegt over de ideeënontwikkeling in de astronomie in de 16e en 17e eeuw, et cetera.

Maar in The book nobody read is de zoektocht zelf beschreven. En het boek leest als een thriller. Gingerich is in staat hoofdstuk na hoofdstuk een wereld open te vouwen waarin hij tal van onderwerpen beschrijft die op één of andere manier samenhangen met de publicatie van het boek van Copernicus. Hij vertelt over de historie van de boekdrukkunst, hij verklaart de 16e eeuwse Europese politiek, de wetenschapsontwikkeling, de kerkelijke tradities. Hij maakt ingewikkelde astronomische, natuurkundige en wiskundige ideeën inzichtelijk. En terwijl hij dat doet heb je helemaal niet het idee dat je een complex boek aan het lezen bent. Integendeel: zoals Gingerich het beschrijft lijkt het een verzameling eenvoudige onderwerpen. Het is een adembenemend verslag waarin stukje voor stukje de geschiedenis van één boek, zijn lezers en de betekenis voor de wereld wordt neergezet.

Het hart van het boek vormt natuurlijk de beschrijving van de reizen: hoe Gingerich exemplaren van De Revolutionibis vindt op de meest onmogelijke plekken, hoe de boeken (na soms een spoor van oorlogen en diefstallen) op de plek gekomen zijn waar ze gekomen zijn, hoe hij in bibliotheken in (toen nog) het Oostblok binnenkomt om zijn werk te doen... het is allemaal even fascinerend. Door zijn werk en zijn bekendheid als Harvard professor is Gingerich deskundige geworden met betrekking tot dit boek. Dat betekent dat hij met enige regelmaat door veilinghuizen gevraagd werd om exemplaren te inspecteren. Hij heeft elke vlek en elke aantekening in alle bekende exemplaren beschreven en gefotografeerd. Daarom kan hij vrijwel elk individueel exemplaar herkennen. Meer dan eens bleken de ter veiling aangeboden exemplaren te zijn die gestolen waren uit armlastige bibliotheken ergens in Europa. En tragisch genoeg kwamen die exemplaren niet altijd weer terug op de plek waar ze hoorden. Daarmee krijg je ook een inkijkje in de wereld van de handel in zeer zeldzame boeken, de wereld van gefortuneerde verzamelaars die soms tonnen overhebben voor zeldzame boeken. En nu haalt Gingerich er af en toe een gestolen De Revolutionibis uit, maar je moet er niet aan denken wat er nog meer aan gestolen boeken wordt verhandeld, waarvan de diefstal door de betreffende bibliotheek nog niet eens is opgemerkt omdat het boeken zijn die misschien eens in de paar jaar door een lezer worden opgevraagd...

Gingerich beschrijft ook de wording van zijn census van alle door hem bekeken exemplaren. Mooi is dat hij bekent dat die census niet compleet is. Sinds de publicatie daarvan heeft hij nog enkele exemplaren van De Revolutionibus getraceerd, onder meer door te kijken in catalogi die hij eerder over het hoofd zag. Bovendien is onbekend hoeveel exemplaren nog onontdekt zijn - bijvoorbeeld bij particulieren of in gesloten museumcollecties ofzo. Dat weerhoudt uitgeverij Brill niet om de census aan te kondigen met de woorden "The Annotated Census lists and describes - on the basis of direct examination - all of the 560 located copies of the first and second editions of Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium that survive". Ondanks deze niet helemaal correcte omschrijving roept dit boek een grote begeerte in mij op na lezing van het andere boek van Gingerich. Zo gaat het natuurlijk altijd: je neemt het enthousiasme van een auteur over en volgt zijn spoor. Jammer genoeg is het boek een beetje te prijzig.

In mijn onwetende periode was ik zelf heel dichtbij één van de exemplaren van De Revolutionibis. In de Librije in Zutphen, waar ik een paar maanden geleden was, bevindt zich één van de vijf exemplaren in Nederland van de eerste druk. Ter vergelijking: België heeft er vier en Duitsland 46. Overigens bezitten zowel Mexico als de Filippijnen een eerste druk en Japan zelfs zes. Hoe dan ook, ik schreef al dat de boeken in Zutphen verboden aan te raken waren, maar de Copernicus ligt natuurlijk helemaal achter slot en grendel. Jammer genoeg wordt het Zutphense exemplaar niet separaat in The book nobody read beschreven, kennelijk was het niet van een bijzondere eigenaar en bevatte het geen bijzondere aantekeningen. Maar de Librije is te feliciteren met dit prachtige bezit!

Voor wie verder wil lezen: hier een interview met Gingerich. En hier een fraai artikel over Gingerich en zijn zoektocht, met mooie foto's uit verschillende exemplaren van De Revolutionibus. Het boek van Gingerich verscheen in het Nederlands bij uitgeverij Ambo, zie hier een Nederlandstalige recensie.

sneuper

zondag, oktober 29, 2006

Nog een keer De Slegte

Al eerder schreef ik over de berichten dat het niet zo goed ging met De Slegte, naar aanleiding van een paginagroot artikel in de Volkskrant. Ik blijk niet de enige te zijn geweest, want ik zag wederom in de Volkskrant een brief van een telg van De Slegte: de op Tenerife wonende Jeanne Mary.
Ik citeer de brief:

"Naar aanleiding van het artikel over boekhandel de Slegte (Vervolg, 16 september) zou ik graag het volgende willen opmerken.
Mijn in 1944 overleden grootvader J. de Slegte was lantaarnopsteker en handelde in oude boeken en prenten. Mijn vader, J.C.G. de Slegte (1899-1961) ging inderdaad met een handkar met tweedehandsboeken naar de markt, echter niet als 8-jarige schooljongen in 1907 maar als 11-jarige in 1910.
Hij wilde graag zelfstandig handelen en opende in 1920 zijn eerste winkel. Het 100-jarig bestaan zal dus echt tot 2020 moeten wachten, in tegenstelling tot wat in het artikel staat. Hij was de eerste die op het idee kwam uitgeversrestanten op te kopen. Dat bleek een succesformule te zijn en wat in de loop der jaren leidde tot het openen van meerdere winkels.
Hij was er trots op omdat hij zelf de gehele verantwoording droeg en de zaken niet onderbracht in een NV of BV.
Ook in dezen blijkt de oude stelregel van toepassing te zijn: de vader richt een bedrijf op door keihard te werken. De zoon plukt de vruchten ervan en de kleinzoon brengt jammer genoeg het bedrijf in de problemen.
Ik had het liever anders gezien.
Tenerife, Jeanne Mary de Slegte"

Tja, kleinzoons en bedrijven, het is een combinatie die vaker mislukt, zoals uit dit artikel blijkt, of uit deze bijdrage. Het kan ook anders: de kleinzoon van de oprichter van het automerk Borgward probeert bijvoorbeeld het merk nieuw leven in te blazen.
Uitgevers hebben ook wel eens kinderen die de uitgeverij voortzetten, meest bekend zijn natuurlijk vader en zoon Van Oorschot (beide op de fondslijst van de eigen uitgeverij, Wouter met één boek, Geert met twee) maar een ander voorbeeld is Waanders. Het lijken succesvolle opvolgingen te zijn.
En het thema komt ook vaak in romans voor, zoals in "Armoede" van Ina Boudier-Bakker, de zeer controversiële roman "Danslessen" van Pieter Waterdrinker, "Afzondering" van Chang-rae Lee en natuurlijk "De Buddenbrooks" van Thomas Mann - om alleen nog maar de bovenste van een hele hoge stapel te noemen. Kortom, het is een thema dat eindeloos weet te boeien.


Dat het met De Slegte niet goed gaat, dat weten we nu wel. Ik heb in elk geval de afgelopen tijd geprobeerd de balans voor het bedrijf wat positiever te maken. Of de huidige neergang aan de kleinzoon van de oprichter ligt is de vraag, het artikel suggereert het en Jeanne Mary stelt het. Met haar had ik de ontwikkelingen bij De Slegte graag anders gezien. Ik hoop in elk geval niet dat het bedrijf eindigt als het verhaal van één van bovengenoemde romans. Want waar moet die roman vervolgens heen als hij verramsjt wordt?

sneuper

vrijdag, oktober 20, 2006

Waar is Niemand op heel Vlieland

Dat verzamelaars een afwijking hebben, is zo onderhand wel bekend. Wat die afwijking precies is, laat zich moeilijk omschrijven. Maar het heeft iets te maken met de drang naar compleetheid, naar overzicht, naar controle. Verzamelaars hebben de behoefte aan fysieke nabijheid van datgene waar ze van genieten: het moet er staan en aanraakbaar zijn. Dat geldt voor boeken, maar ook voor postzegels, Swarovski-kristal en legeruniformen.

Het is altijd weer de vraag wanneer iets een verzamelobject wordt of niet. Hoewel: uiteindelijk is álles een verzamelobject, alleen worden sommige zaken intensiever verzameld dan andere. Er zijn gewoonweg minder verzamelaars van glazen ogen en navelpluis (hoe gaat een navelpluisruilbeurs eigenlijk in zijn werk?) dan van boeken bijvoorbeeld.

Maar neem nou boeken. Ik vind het fascinerend om te zien hoe eigenlijk in korte tijd de serie Literaire Juweeltjes een verzamelobject is geworden. De Literaire Juweeltjes zijn kleine boekjes van literaire auteurs, waarvan er elke maand één verschijnt, uitsluitend bij Bruna te koop en na die maand niet meer. Dat betekent dat deze boekjes voldoen aan alle eisen waar een goed verzamelobject aan moet voldoen: beperkte verkrijgbaarheid, door veel mensen gewild, in beginsel heel goedkoop maar als je te lang wacht: onvindbaar en dus schaars. In feite gaat het zo ook met boekenweekgeschenken: als je er niet snel genoeg bij bent zijn ze weg, en zie dan nog maar eens je verzameling compleet te krijgen (hoewel dat tegenwoordig met oplages van bijna 800.000 toch ook weer niet zo heel ingewikkeld is).

Maar goed, Literaire Juweeltjes dus. Ook ik probeer ze natuurlijk compleet te houden, maar dat vereist toch een zekere discipline. En die discipline is niet altijd makkelijk. Daarom heb ik in februari van dit jaar niet goed opgelet toen van Vonne van der Meer "Niemand op heel Vlieland" verscheen. En tja, een serie die niet compleet is, is geen serie.

Wat mij dan fascineert is hoe kennelijk veel meer mensen wakker zijn geworden en aan het verzamelen zijn geslagen. Normaal zijn dergelijke boekjes zonder al te veel kosten op de gebruikelijke sites - eBay, Marktplaats, Antiqbook, Boekwinkeltjes - te verkrijgen. Maar dat geldt nou net niet voor Vonne van der Meer. Zo af en toe verschijnt een exemplaar van Niemand op heel Vlieland ter veiling en in no-time schiet de prijs dan naar 15 euro. Er zijn mensen die per se op de kortst mogelijk termijn de serie compleet willen hebben.

Kijk, en dat is mij weer te gortig. De sport is om een exemplaar van Niemand op heel Vlieland te bemachtigen zonder er meer dan een euro voor te betalen. En als rasechte verzamelaar weet ik dat ik op een dag in een willekeurig antiquariaat - of op een boekenmarkt, of tijdens de vrijmarkt op Koninginnedag bij een deken vol spulletjes - zal staan en dan ligt het boekje gewoon voor me klaar. Waarom dan nu al 15 euro betalen, als ik tot die tijd bovendien veel meer plezier kan hebben van het zoeken? Maar ik moet wel scherp blijven, want op 1 november verschijnt "De brief" van Cees Nooteboom en op 1 december "Heblust" van Ronald Giphart. En dan zijn er precies 12 verschenen: het hele jaar rond. 12 Juweeltjes, waarvan ik er dan 11 heb.

Mocht iemand trouwens nu al een exemplaar van Niemand op heel Vlieland over hebben: voel je niet bezwaard om mijn zoektocht te verkorten.

sneuper

dinsdag, september 26, 2006

De Slegte verramsjt

In de Volkskrant van 16 september 2006 stond een paginagroot artikel over de problemen bij De Slegte. Het artikel bevestigt wat iedereen wel kon vermoeden: het gaat niet goed met De Slegte.
En dat is een conclusie die de ware sneuper in zijn hart raakt. Want De Slegte is een baken in het bestaan van de boekenzoeker. Het is een verplichte tussenstop bij elk bezoek aan een stad die een vesitiging rijk is. En het belangrijkste is: De Slegte stelt je nooit teleur; het is onmogelijk dat je er met lege handen weggaat. Want als je al niet vindt wat je daadwerkelijk zoekt, dan ben je in je zoektocht al op zoveel ander moois gestuit, dat je desondanks zwaarbeladen, materieel verarmd maar geestlijk verrijkt, huiswaarts keert.
Ik herken veel in het artikel. Zoals de opmerkingen van schrijver Kees ’t Hart, die ook nooit een filiaal verlaat zonder aankoop. Of van journalist Ewoud Sanders, die bekent dat hij wekelijks boeken via Internet koopt, maar slechts zelden binnenloopt bij De Slegte. Of van Bert Wagendorp, de auteur van het Volkskrantartikel, die schrijft: “de afdeling tweedehands van een goede De Slegte is een magisch privétheater waar de tijd is stilgezet. (…) Langvergeten hypes sudderen in het halfduister. (…) De Slegte is de oerhollandse versie van Carlos Ruiz Zafóns ‘kerkhof van vergeten boeken’ uit De schaduw van de wind”. Wie van boeken houdt heeft sympathie voor De Slegte, heeft de winkel lief maar ergert zich ook: aan de chaos, aan de hoeveelheid boeken (en dus de onoverzichtelijkheid), aan de onmogelijkheid via internet bij De Slegte te zoeken. Het is mij meer dan eens gebeurd dat ik via internet een boek kocht en het vervolgens ook bij De Slegte zag staan, meestal voor minder. En dat is toch een gemiste kans.

Informatief was het artikel ook. Volgend jaar bestaat De Slegte een eeuw, want in 1907 begon de lantaarnopsteker Jan de Slegte een handel in tweedehandsboeken met een boekenkar. Zouden ze het jubileum ondanks de moeilijkheden waardig vieren, met een mooie ramsjuitgave bijvoorbeeld? Het blijkt dat er nog steeds een de Slegte aan het hoofd staat van het bedrijf, een achterkleinzoon van Jan. En ik lees over hoop, namelijk dat de vooraad tweedehands boeken inderdaad binnenkort digitaal te doorzoeken is. Als De Slegte het slim aanpaakt, met de voorraad die er is, worden ze een geduchte concurrent van Antiqbook, boekwinkeltjes of Addall. Er schijnt een samenwerking met Marktplaats geprobeerd te worden, allen lees ik hier dat de systemen het niet toelaten... De huidige website van De Slegte is dan ook een ramp, totaal onbruikbaar voor de ware verzamelaar, waarbij de andere genoemde sites uitblinken door bruikbaarheid: twee klikken en je hebt het boek waar je al jaren naar zocht.
Er blijven gelukkig nog achttien De Slegtes over in Nederland, en negen in België. Ik durf niet te schatten hoeveel van mijn boeken ik aan De Slegte heb te danken, maar het zijn er veel. Dat wil zeggen: te weinig. Want het is daar een paleis vol schatten. Van veel boeken heb ik bij De Slegte eerste een latere druk gekocht en vervolgens een eerste, omdat ik ontdekte dat ik het belangrijk vond een oorspronkelijke versie van bepaalde boeken te bezitten. Ik heb mij staan vergapen bij de kasten waar achter de glazen deurtjes de echt kostbare literaire werken stonden.
Ik heb voor menige verjaardag vers verramsjte kook- en tuinboeken bij De Slegte gekocht en daar mensen blij mee gemaakt. Ik heb echter ook - net als Kees ’t Hart vertelt over Clarel van Herman Melville - te vaak een boek laten staan omdat ik nog “even moest nadenken”. Om vervolgens, nadat ik zoals altijd had besloten het tóch te kopen, te moeten constateren dat het boek verkocht was.

Het zou interessant zijn te turven in welke filialen van De Slegte ik ben geweest. Uit mijn hoofd: Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Maastricht, Rotterdam, Arnhem en Leiden. Dat betekent dat ik er nog een paar heb te gaan. In de Belgische filialen ben ik überhaupt nog nooit geweest.

Ik vertrouw erop dat ik in de komende jaren nog talloze parels uit de boekenzee weet op te vissen. Tot het moment dat al mijn boeken – onvermijdelijk – ook weer bij De Slegte terechtkomen. De filiaalchef Utrecht vertelt daarover: “Dan pak je wel een stuk van iemands leven. Dat blijf ik moeilijk vinden”. Ik heb al eerder geschreven over de het feit dat wij verzamelaars profiteren van de teloorgang van de verzameling van anderen. Dat is iets waar ik maar liever niet bij stiltsta, maar Bert Wagendorp heeft natuurlijk wel gelijk als hij De Slegte kenmerkt als “een lange boulevard van gebroken dromen, van hoop en illusies en eindigheid. Zoveel boeken, zoveel getuigen van vergeefsheid en vergankelijkheid.”

sneuper

zaterdag, september 09, 2006

Groot nieuws! Swarte doet Nescio voor de derde keer

Die Nescio-mailinglist is dan niet zo heel druk, Bert Rodiers weet toch altijd weer de belangrijkste berichten naar boven te halen. Zoals het belangrijkste boekennieuws van de afgelopen weken: Joost Swarte heeft na Dichtertje en Titaantjes nu ook De Uitvreter van Nescio geïllustreerd.

Direct na het bekend worden van dit nieuws heb ik de twee andere uitgaven van Swarte erbij gepakt. Het blijkt dat zijn Dichtertje alweer uit 1997 stamt en zijn Titaantjes uit 2002. Hij zit dus op een ritme van ongeveer één boek per vijf jaar. Bij het doorbladeren werd ik weer getroffen door de mooie tekeningen van Swarte. Hij weet de sfeer van de verhalen heel goed weer te geven. Tekst en tekeningen vullen elkaar goed aan, en dat is natuurlijk ook het knappe van deze kunstenaar.

Op maandag 11 september wordt het boek gepresenteerd in Haarlem, zie hier de uitnodiging. Inmiddels is via de mailinglist ook bekend geworden dat Swarte het boek op 16 september signeert in Athenaeum, in de Haarlemse vestiging. Jammer dat ik daar niet kan zijn. Anders kon ik het hele reeksje van drie laten signeren.

Overigens meldde diezelfde mailinlist een tijdje geleden het verschijnen van het boek van Bert Vanheste, Nescio in Nijmegen, bij Uitgeverij Flanor. Dat boek bevat een leeswandeling door Nijmegen, want over die stad schreef Nescio veel. Bekend is natuurlijk de passage uit De Uitvreter, waarbij Japi van de Waalbrug stapt, "op een zomermorgen om half vijf, toen de zond prachtig opkwam". Trouw schreef er ook over (en levert een handig kaartje erbij!). Ik ben benieuwd hoe Swarte deze passage heeft uitgebeeld.

Het zou mooi zijn als Swarte zich ook eens aan Nescio´s natuurdagboek zou wagen. De beschrijvingen van Nescio in dat dagboek lenen zich volgens mij voor tal van fraaie vergezichten. Ter gelegenheid van de boekpresentatie en als aanmoediging van Swarte, bijgaand een passage uit het Natuurdagboek van 11 september. 1950 wel te verstaan, toen was het trouwens ook een maandag.

"Maandagavond met de fiets. Tegen 7 uur weer aan den dijk van de Zuiderzee. Bewolkt, druilering, aanvankelijk in het Noorden nog iets gebroken met wat gouden streepjes. Sterke geur van riet en water. Zacht en melancholiek en troostend water. Links donker, midden wit, rechs weer donkerder. Beperkt zicht, slechts een flauw vermoeden van Muiden, Durgerdam en de IJdoorn. Water, streep van den strekdam, een smal streepje wit (water) en een flauw iets geaccidenteerd streepje (de IJdoorn) met den vuurtoren aan het oostelijk eind. Een heimachine lag te stoomen op het water en de donkere rook, een lange, dunne veeg, woei naar het Weten, langs het licht van den vuurtoren dat er door heen knipperde. Très fin de saison.
Beauté mourante in een wereld van plurken."

De IJdoorn is voor wie het niet weet een schiereiland bij Durgerdam, dat buitendijks ligt (omdat de Zuiderzee er te hard op beukte en men het stuk land "opgaf"), maar dat er toch nog steeds ligt en nu een vogelparadijs is.



Is het geen schilderijtje zo'n vertelling? Hier zou Swarte vast iets moois van kunnen maken.

sneuper

dinsdag, augustus 29, 2006

Over Potok en verwante auteurs

Bibliofilos schreef in een recent bericht over haar ontdekking van de helaas overleden schrijver Chaim Potok, waarvan ze een door een vakantieganger in Griekenland achtergelaten boek vond. Ik geniet altijd erg van de bijdragen van Bibliofilos: zij struint over haar Griekse eiland en laat zich verrassen door wat reizigers aan literatuur achterlaten, en doet soms de mooiste vondsten. Gelukkig schrijft ze er vervolgens uitvoerig over. Het leuke is dat ik tijdens mijn vakantie ook een boek van Potok bij me had, namelijk de door hem (mede) geschreven biografie van Isaac Stern, Mijn eerste 79 jaar. Helaas voor Bibliofilos-achtige zoekers in Hessen en omgeving: ik heb het daar niet achtergelaten.

Het ontroerde me dat Bibliofilos nu pas Potok ontdekte. Zoals één van de schrijvers in de reacties op haar bericht zei: je bent te benijden als je nu pas de wereld van Potok binnenstapt. Je stapt in een wereld die je niet kent, mysterieus, met strikte codes, met onbekende waarden en met hele mooie verhalen en geschiedenissen, met Europese wortels en Amerikaanse actualiteit.

Ik lees Potok al heel lang. Mijn eerste aankoop van een boek van hem was op 1 september 1989. Dat zou een paar jaar later mijn trouwdag worden, maar dat wist ik toen nog niet. Wel heel mooi bijpassend is de titel van het boek dat ik toen kocht: De belofte (The promise). De belofte behoort samen met Uitverkoren tot het mooiste dat Potok heeft geschreven. Dat neemt niet weg dat zijn andere werk ook verrukkelijk is. Daarom heb ik destijds besloten alles van Potok te kopen - zo gaat dat met verzamelaars. En ik heb het allemaal in vertaling gekocht, want het werk van Potok werd trouw door uitgeverij Bzztôh in Nederland uitgegeven, soms zelfs voordat de boeken in die vorm in het Engels werden uitgebracht. Kennelijk bestond er een uitstekende band tussen Potok en Bzztôh die tot menig primeur leidde. Dit geldt bijvoorbeeld voor de titels Het cijfer zeven, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van uitgeverij Bzztôh en een bundeling van oudere maar niet eerder in samenhang gepubliceerde korte verhalen is. En ook voor het verhaal Op zoek naar Ruth, ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van de uitgeverij verscheen.


Twee decennia verzamelen leverde het volgende op (ja, in dit stukje staan foto's uit mijn eigen bibliotheek!):
Uitverkoren. Bzztôh, 1989. 7e druk. Gekocht op 3 april 1990.
De belofte. Bzztôh, 1989. 3e druk. Gekocht op 1 september 1989.
Mijn naam is Asjer Lev. Bzztôh, 1989. 4e druk. Gekocht op 25 augustus 1990.
In den beginne. Bzztôh, 1990. 2e druk. Gekocht op 28 maart 1990.
Omzwervingen. Bzztôh, 1989. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Het boek van het licht. Bzztôh, 1988. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Davita's harp. Bzztôh, 1989. 5e druk. Gekocht op 19 april 1990.
De gave van Asjer Lev. Bzztôh, 1990. 1e druk. Gekocht op 12 juli 1990.
Het cijfer zeven. Bzztôh, 1990. 1e druk. Uitgave t.g.v. 20-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 25 april 1990.
Het stof der aarde. Bzztôh, 1991. 1e druk. Gekocht op 25 mei 1991.
De troop-leraar. Bzztôh, 1992. 1e druk. Gekocht op 20 november 1992.
Het kanaal. Bzztôh, 1993. 1e druk. Gekocht op 22 november 1993.
De hand van de golem. Bzztôh, 1995. 1e druk. Gekocht op 18 juni 1995.
De familie Slepak. Bzztôh, 1996. 1e druk. Gekocht op 30 juni 1996.
Isabel en andere verhalen. Bzztôh, 1998. 1e druk. Gekocht op 25 maart 1996.
Isaac Stern. Mijn eerste 79 jaar. Bzztôh, 1999. 1e druk. Gekocht op 23 juni 2006.
Op zoek naar Ruth. Bzztôh, 2000. 1e druk. Uitgave t.g.v. 30-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 29 maart 2000.
De arkenbouwer. Bzztôh, 2001. 1e druk. Gekocht op 19 december 2001. Dit was het laatste boek van Potok voordat hij in 2002 overleed.
Potok heeft ook twee kinderboeken geschreven:
Mijn vriend de boom. Bzztôh, 1993. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht in 1993.
Mijn oom de piloot. Bzztôh, 1996. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht op 30 oktober 1996.
En als achtergrondinformatie heb ik er nog bij staan:
Bzzlletin, november 1986, Joods Amerikaanse literatuur. Bzztôh, 1986.

Ik heb van al Potok's boeken genoten. Ik was erg onder de indruk van Omzwervingen omdat het me voor het eerst een goed beeld gaf van de geschiedenis van het Joodse volk vanaf het begin van onze jaartelling en het ontstaan van diverse Joodse tradities. Ook gaf het een nieuwe blik op het Oude Testament. Heel knap is dat Potok in dat boek de Tweede Wereldoorlog in één alinea afdoet, dat maakt meer indruk dan dat daar pagina's over worden vol geschreven. Maar ook de Asjer Lev-boeken zijn geweldig, zijn beschrijving van de Stalin-tijd in De familie Slepak is indrukwekkend door de onderkoeldheid, en zo heeft elk boek zijn eigen kwaliteit.

In een reactie op de reacties vroeg Bibliofilos welke aan Potok verwante schrijvers er aan te raden zijn. Genoemd werd al Isaac Bashevis Singer (lees Shosha!), maar ik wil daar nog twee namen aan toevoegen.

Als het gaat om het schrijven over orthodox-Joodse milieus is de inmiddels ook al overleden Henry Roth een must. Lees zijn magistrale boek Noem het slaap (Call it sleep) en word overtuigd. Henry Roth is de man met het langste writer's block dat ik ken: tussen zijn eerste (Call it sleep) en tweede roman (A star shines over Mt. Morris Park. Mercy of a rude stream, volume 1) liggen ruim 60 jaren. Call it sleep had een lange aanloop nodig, het werd een bestseller in de jaren '60, nadat het 30 jaar min of meer vergeten is geweest. De vertaling die ik heb stamt uit 1966, de uitgave zelf is van Bzztôh uit 1989, toen er weer een korte Roth-opleving was. In 1996 heeft Bzztôh een nieuwe druk uitgebracht.
Van The Ledge neem ik de volgende omschrijving van het boek over: "Gebaseerd op herinneringen en indrukken, die de jonge Roth had van zijn aankomst in New York en zijn eerste jaren daar, beschrijft hij minutieus de prille jeugdjaren van de gevoelige jonge mysticus David Schearl. De roman is opgedeeld in vier delen, ofwel boeken met eigen titels, die tegelijkertijd de verschillende stadia in het leven van David symboliseren. 'De kelder' in hun eerste huis in Brooklyn is synoniem aan angst, donker en vuil, 'Het schilderij' vertegenwoordigt het verleden, 'De gloeiende kool' is voor hem het goddelijk licht, waar hij naar op zoek is, en het laatste boek 'De rail', waar hij zich bijna electrocuteert door een lepel op de rails van de tram te leggen, is de plaats waar hij verlost wordt van zijn angsten en zijn verleden, dat vraagtekens kent omtrent zijn afkomst en juiste geboortedatum, ook bij Roth is dat het geval. De relatie met zijn vader is slecht, vandaar dat hij zijn heil zoekt bij zijn moeder, een door taalproblemen geïsoleerd levende vrouw." Noem het slaap is kortom een machtig, mooi geschreven en indrukwekkend boek, dat je gelezen móet hebben. Een onvervalste klassieker.

De tweede naam is van een auteur die ook in Nederland bij Bzztôh debuteerde, maar zijn meeste boeken bij Vassalucci publiceerde maar inmiddels is overgedaan aan Rothschild & Bach: Meir Shalev.
Meir Shalev schrijft niet over orthodox-Joodse milieus zoals Roth en Potok, maar zijn boeken geven wel een mooie kijk op het Joodse leven in Israël en Palestina. Zijn eersteling in Nederland, Een Russische roman, zorgde dat ik dagen van de kaart was. Zó prachtig geschreven, zó schitterend taalgebruik. Shalev schrijft dromerig, maar duidelijk. De beschrijvingen die hij gebruikt - van mensen, plaatsen, dingen - zijn schitterend. Zijn verhalen zijn fantasie, zonder bizar te worden, hoewel zeker niet alledaags. De woorden en zinnen stromen en laten je niet meer los. Het ene verhaal lokt het andere uit, en al die verhalen samen vormen een kroniek. En elk boek van hem is een nieuwe verzameling schitterende verhalen. Van al zijn titels springen er wat mij betreft twee uit: De vier maaltijden (steevast op mijn lijstjes met "beste boeken aller tijden", lees hier wat passages) en het recente Fontanel. Ik was door Fontanel aangenaam verrast omdat de tussenliggende roman De grote vrouw mij wat tegenviel en ik bang was dat Shalev zijn gave van het vertellen van verhalen had verloren. Maar nee, Fontanel bracht mij weer in de aangename roes die ook De vier maaltijden had en liet mij verrukt achter. Het is zo'n boek waarvan je blij bent dat het dik is, zodat het verhaal niet snel stopt, maar waarvan de laatste van de 459 bladzijden toch weer veel te snel naderbij komt... Zo'n boek waarvan je aan willekeurige mensen passages gaat voorlezen omdat je ze in al dat moois wilt laten delen.
Zoekend naar een plaatje van Shalev vind ik tot mijn vreugde hier het bericht dat volgende maand een nieuwe roman van Shalev verschijnt. Heerlijk! Ik reserveer vast leestijd. Bovendien is hij in oktober in Nederland, misschien kan ik dan al mijn boeken laten signeren!

Dus, Bibliofilos, als geen van de vakantiegangers op Kreta Roth of Shalev voor je achterlaat, vrees ik dat je komende winter in Nederland weer boekhandels moet gaan plunderen. Reserveer maar vast een flink bedrag!

sneuper

vrijdag, augustus 11, 2006

De boeken van Oscar Steens horen bij mij!

Wat is dat toch, dat sommige mensen zo lijken te koketteren met hun aversie van boeken? Neem nu de laatste editie van Rails, het gratis magazine van NS. Elk nummer van Rails heeft een thema, en het thema van de maand augustus 2006 is “Op = op! Grandioze opruiming”. Alle artikelen zijn volgens dit thema vormgegeven, met hele mooie schreeuwerige prijsstickertjes en al.


Oscar Steens

Het blad opent met een soort prijzenactie: er zijn prijzen geselecteerd die te winnen zijn door het insturen van een kaartje. Zo is er een stapel boeken die uit het bezit van hoofdredacteur Oscar Steens zouden komen. Dat iemand boeken weggeeft is zeer te prijzen natuurlijk, maar verdienen deze boeken nu echt een trap na? Rails schrijft:
“Of hij ze allemaal heeft gelezen, is de vraag, maar dat ze allemaal uit de boekenkast van de hoofdrecacteur komen is een feit. Te winnen inclusief gratis leesoren!

Noot van de hoofdredactuer: “Boeken, tijdschriften en kranten doe je nooit zomaar weg, heb ik altijd geleerd. Want je weet het maar nooit. Het kan gebeuren dat je plotseling iets wilt weten over – zeg – de belevingswereld van Philips-meisjes (6e boek van boven), de pikante realtie tussen Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt (1e boek van boven) of de vrachtwagens van Van Gend en Loos in 1901 (2e boek van onder). Dan is het handig dat je niet in weer en wind naar boekhandel of bibliotheek moet afreizen, maar dat een bezoek aan de eigen zolder / werkkamer voldoende is.

Maar er zijn grenzen aan het bewaren van papier. Bijvoorbeeld als er lekkages ontstaan door overgewicht op de vloeren, de ongediertebestrijdingsdienst adviseert om de papierberg chemisch te reinigen en een kinderfeestje afgelast moet worden omdat een jaargang NRC Handelsblad over de jarige heenvalt. Weg met die rotzooi! Ik lees nooit meer een boek, tijdschriften stuur ik per omgaande retrour afzender en met de krant ga ik gewoon weer de vis inpakken.”

Bij het stukje staat een foto van de aangeboden boeken. Ik tel er 29 (Van 473,- voor NOP, is de vermelding bij de aanbieding) en ik zie onder andere boeken van Ilja Leonard Pfeijffer (Het grote baggerboek), Piet Piryns (Praten als ambacht), Sjoerd Venema (Een man met suikerhaar), Marco Kamphuis (Succes), Jennie Erdal (Altijd een ander), Moderne poëzie uit Azië, Bob van der Burg (Camera), Richard Ellmann (Oscar Wilde) en Peter Esterhazy (Verbeterde editie)

Oscar’s boeken dus. Harteloos weggedaan door iemand die beweert dat het rotzooi is en dat hij nooit meer een boek gaat lezen...

Gelukkig weten boeken dat ze bij mij een onderdak kunnen vinden. Ze worden afgestoft, geknuffeld, getroost, geregistreerd en krijgen een plekje naast lotgenoten op een stevige boekenplank. Enkele worden hoofdpersoon in dit blog, alle anderen worden in elk geval aandachtig gelezen. En allemaal worden ze geliefd en van tijd tot tijd met trots bekeken. Nooit worden ze weggedaan.

Soms overweeg ik een opvanghuis te starten voor verworpen boeken. Ik heb in mijn leven al veel prachtexemplaren van straat geraapt (aan het eind van Koninginnedag bijvoorbeeld), uit oud-papiercontainers gehaald, van bekenden gekregen die boekenkasten met inhoud en al wegdeden... Het stapeltje boeken van Oscar past daar ook wel bij (evenals de rest van zijn bibliotheek trouwens).


sneuper

donderdag, augustus 03, 2006

Nog meer smakelijke boeken

Het is toch merkwaardig dat na het schrijven van een stukje over het eten van boeken, een ongewoon thema als dat je toch blijft bezighouden.

Ik dank degenen die gereageerd hebben op mijn vorige bijdrage. Met name de verwijzing van Rick is heel speciaal. Hij stuurde mij deze link, met een televisie-optreden van de ADHD-kok Pierre Wind die een heus eetbaar boek heeft gemaakt. Zijn creatie is de ultieme droom voor bibliofagen. Het is namelijk zowel een oorspronkelijk kookboek, d.w.z. als kookboek te gebruiken en in de kast te zetten, maar ook naar wens op te eten, met een omslag van marsepein en bladzijden van ouwel. Wind gaat dus nog een stapje verder dan de deelnemers aan het "International Edible Book Festival", want de creaties daar líjken hooguit op een boek. Maar wat Wind maakt ís een boek, en nog eetbaar ook.


In het boek Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel dat ik nu met groot plezier lees (later daarover meer) komt het eten van teksten terzijde ook terug. In het hoofdstuk “leren lezen” beschrijft Manguel de ontwikkeling van het leesonderwijs door de eeuwen heen. Zo beschrijft hij ook de middeleeuwse Joodse gemeenschap: “Het ritueel van lezen werd uitvoerig gevierd. Bij het Wekenfeest, Sjavoeot, wanneer herdacht wordt dat Mozes de Thora uit Gods handen heeft ontvangen, werd de jongen die ingewijd zou worden, omhuld met een gebedskleed en door zijn vader naar de leraar gebracht. De leraar nam de jongen op schoot en liet hem een lei zien waarop het Hebreeuwse alfabet was geschreven, een passage uit de schrift en de woorden: “Moge de Thora je werk zijn.” De leraar las de woorden voor, en het kind herhaalde ze stuk voor stuk. Vervolgens werd de lei met honing bestreken, en het kind likte die op, waardoor het de heilige woorden lijfelijk in zich opnam. Ook werden Bijbelteksten geschreven op gepelde hardgekookte eieren en op honingkoeken, die het kind dan opat nadat het de verzen hardop aan de leraar had voorgelezen."

Het eten van heilige teksten, dat lijkt een beetje op wat ik in mijn vorige stukje schreef over de profeten Ezechiël en Johannes.

Woordenaar wees terecht op het boekje Eetlezen van Remco Campert, dat ik nota bene zelf bezit. Campert gebruikt het verorberen van boeken als metafoor voor zijn verwijzingen naar anders schrijvers, en een dergelijk metafoor is niet ongebruikelijk. Wederom Manguel schrijft in het hoofdstuk “metaforen van lezen” het volgende:
“Zoals schrijvers spreken van het in elkaar flansen van een verhaal, het opwarmen van een tekst, halfgare ideeën voor een intrige, het peperen van een scène of een sausje voor naakte feiten, de ingrediënten van broodschrijverij in klef proza veranderen, van een stevig brok vol toespelingen waarin de lezers hun tanden kunnen zetten, zo spreken wij, de lezers, van het smaken van een boek, we zeggen dat we er voedsel in vonden, dat we een boek in één keer hebben verslonden, dat we een tekst opbraken of uitspuwen, dat we een passage herkauwen, de woorden van een dichter over onze tong laten rollen, dat we onszelf trakteren op poëzie, dat we leven op een dieet van detectiveverhalen. In een essay over de kunst van het studeren heeft de zestiende-eeuwse Engelse geleerde Francis Bacon [interessante naam trouwens in dit verband!] het proces samengevat: “Sommige boeken zijn bedoeld om van te proeven, andere om in te slikken en enkele om te kauwen en te verteren.” (…) Uiteindelijk, toen de kunst van het lezen zich ontwikkelde en verbreidde, werd de gastronomische metafoor een algemene retorische kunstgreep. In de tijd van Shakespeare verwachtte men deze in literaire gesprekken en koningin Elizabeth I maakte er zelf ook gebruik van bij de beschrijving van het lezen van heilige boeken: “Ik wandel vele malen in de aangename weiden van de Heilige Schrift, waar ik de gezonde groene kruiden van zinnen pluk, ze eet door ze te lezen en ze naderhand kauw en langdurig plaats in de zetel van het geheugen […] opdat ik minder de bitterheid van dit ellendig leven moge proeven.” Omstreeks 1695 was deze metafoor zozeer opgenomen in de taal dat William Congreve er een parodie op kon maken in de openingsscène van Love for Love, waar de pedante Valentine tegen zijn lijfknecht zegt: “Lezen, lezen, kerel! En verfijn je trek; leer te leven van onderricht; laat je verstand genieten en kastijd het vlees; lees en neem je voedsel tot je dor de ogen; hou je mond gesloten en herkauw hetgeen je begrepen hebt.” “U zult verduiveld dik worden van zo’n papieren dieet”, zo luidt het commentaar van de knecht.

Lezen en eten, Eetlezen zo je wilt, het blijkt een lange literaire traditie te zijn. Als ik binnenkort de stevige maaltijd van Manguel verorberd heb zal ik verder berichten over verrassende ingrediënten die ik daarin heb aangetroffen.

sneuper

vrijdag, juli 07, 2006

Smakelijke boeken

Nee, ik wil het niet hebben over Sonja Bakker, sonjabakkeren, montignaccen, Laura Esquivel of enig andere wijze waarop in boeken aandacht wordt besteed aan eten.

Vandaag wil ik het hebben over het eten van boeken. Het eten van boeken kan twee vormen aannemen: het feitelijk eten van een boek (het kauwen op papier dus) en het eten van zaken die verwijzen naar boeken.

Het feitelijk eten van boeken is niet zo opzienbarend, hooguit irritant, wanneer het de activiteit van allerlei ongedierte betreft: zilvervisjes, boekenwurmen, muizen en andere beesten die je liever kwijt dan rijk bent in je bibliotheek knagen al eeuwenlang aan boeken. Het wordt pas bijzonder als mensen over gaan tot het eten van boeken, een verschijnsel dat bekend staat als bibliofagie. Bekend zijn voorbeelden uit de Bijbel, zoals die waarin de profeet Ezechiël wordt opgedragen een boekrol te eten (Ezechiël 2:8 - 3:3) evenals Johannes (Openbaringen 10:8-11). In beide gevallen smaakt het boek naar honing, maar bij Johannes brandt het vervolgens in zijn maag. Buiten deze profeten wordt bibliofagie vooral toegepast bij wijze van straf: auteurs werden soms gedwongen hun manuscript waarvan de inhoud de autoriteiten niet aanstond op te eten, het alternatief was bijvoorbeeld onthoofding. Theodore Reinking koos hier in 1644 bijvoorbeeld voor en verorberde zijn "Dania ad exteros de perfidia Suecorum" na het boek eerst gekookt te hebben.

Het eten van zaken die verwijzen naar boeken is al met al een smakelijker onderwerp. Ik kwam erop doordat ik op de site van boekendrop terecht kwam, waar drop in de vorm van boeken wordt aangeboden.

Boekendrop wordt omschreven als zacht-zoete drop in de vorm van een boekje. Ik ben dol op drop en op boeken, dat betekende dat ik deze combinatie niet kon laten liggen. Op de site staan winkels waar het te koop is, en omdat ik toch in Amsterdam was besloot ik een paar zakjes te halen bij antiquariaat JOOT, aan de Hartenstraat in Amsterdam.

De adviesprijs van de zakjes is € 1,25 maar JOOT vraagt er rustig € 1,50 voor. Daarvoor krijg je dan een zakje met 150 gram drop, middelbruin van kleur en in de vorm van een op zijn rug liggend opengeslagen boek. Probeer je het boek dicht te slaan dan breekt de rug helaas, maar heb je vervolgens wel twee aparte dropjes, en dat is ook niet weg. De openliggende pagina's zijn beschreven, dat wil zeggen er staan kringeltjes op die regels moeten voorstellen.
De smaak van de drop is prima, redelijk neutraal. De substantie is stevig genoeg, het is geen echt zachte drop gelukkig, maar het kauwt wel lekker weg.
Kortom, ik heb met recht drie zakjes gekocht waarvan de eerste inmiddels verorberd is tijdens het schrijven van deze bijdrage.

Het eten van boekendrop kan voortaan in het bijzonder plaatsvinden op 1 april, dat is namelijk sinds 1999 de internationale boekeneetdag.
Deze dag is ingesteld door Judith A. Hoffberg en Béatrice Coron op de geboortedag van de Franse gastronoom Jean-Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826). De bedoeling is dat allerlei lekkers wordt bereid rond het thema boek, en vervolgens gezamenlijk opgegeten.
Zie deze website die aan deze dag is gewijd en waar foto's van allerlei creaties staan. Lees hier het inmiddels vermaarde essay van Blake Elskin in de New York Times over bibliofagie en boekeneetdag. Ed Schilders schrijft hier (wel even omlaag scrollen) over bibliofagie en verbaast zich over de kwestie van de beer die wel of niet een exemplaar van de brieven van Augustinus aan Hiëronymus heeft opgegeten. Waarom zou een beer dat doen? Welnu, de Bijbel laat al zien dat sommige manuscripten naar honing smaken.

Smakelijk lezen!

sneuper

zondag, juni 18, 2006

De gulheid van Zutphen

Onlangs moest ik voor een cursus in Zutphen zijn. Een cursus heeft op zichzelf weinig met boeken te maken: je zit in een zaal, cursisten in U-vorm, en aan de hand van een powerpointpresentatie wordt een onderwerp doorgewerkt. De enige boeken die voorbij komen zijn de cursusboeken.

Maar deze keer was het bezoek in Zutphen heel speciaal, om twee redenen. De eerste reden is dat Zutphen een paar fantastische boekhandels heeft. Zutphen is klein, dus de lunchpauzes bieden voldoende tijd om een rondje boekhandels te doen. Vaste prik zijn Hautvast en Nuis en Van Someren en Ten Bosch (geen eigen website helaas), maar ook de antiquariaten Matthys de Jongh of Sigma. Ik koos deze keer voor Someren en Ten Bosch, mede door het mooie interieur. Wat mij verraste was de vriendelijkheid en gulheid in de boekhandel. Ik wist wat ik wilde hebben en kocht De Kegelwerper van Margriet de Moor en Eetgeenvlees van Hugo Brandt Corstius. Alsof de verkoopster wist dat ik nog een lange reis voor de boeg had, kreeg ik vervolgens een aantal promotie-exemplaren mee: Het verhaal Achter de horizon van Rosie Swale, een cadeautje voor als je boeken uit de Hollandia-Dominicusserie koopt (wat ik niet had gedaan, maar toch bedankt), ter promotie van de "In een notendop"-serie het boekje Kennis in een notendop van Dap Hartmann en tot slot het verhaal Waar de herinnering woont van Cees Nooteboom. Al met al was de stapel gratis boeken net zo groot als de stapel gekochte boeken. Dat noem ik nog eens Zutphense gulheid!

Maar daarmee was het nog niet op. "Waar de herinnering woont", dat is een mooie beschrijving van een bijzondere plek in Zutphen: De Librije. Eén van de medewerkers in het cursusinstituut blijkt vrijwilliger te zijn in de Sint Walburgskerk in Zutphen. In de Sint Walburgskerk bevindt zich de Librije. Of liever: er bevinden zich twéé Librijes, maar er is er maar één toegankelijk voor het publiek.

De Librije is een voor Nederland unieke leeszaal uit de zestiende eeuw. Destijds door de kanunniken bedoeld om de mensen voor het "ware" geloof te behouden door hen "goede" boeken te laten lezen. De vrome studie, de “lectio divina”, was van groot belang onder meer om de nodige kennis te verkrijgen en zich te kunnen verweren tegen “dwaalleren” zoals de reformatie en om tot goed gedrag te komen. Daarom werd tussen 1561 en 1564 de Librije gebouwd. Het bijzondere aan de Librije is dat alles nog in originele staat is: de vloeren, de wanden, de boeken en de lessenaars. Er is geen elektrisch licht, geen stromend water en geen andere voorziening. Dat betekent dat je in de Librije alleen kan lezen bij voldoende daglicht; 's winters is hij dus dicht.

Als je er binnenkomt waan je je in één klap in de zestiende eeuw. Er hangt een gewijde stilte en er valt een sereen licht door de ramen. De boeken - sommige in schitterende banden - liggen aan kettingen; dat was gebruikelijk in die tijd om diefstal van de kostbare boeken te voorkomen. De muren zijn maar beperkt verlevendigd met beeldjes en andere versierselen; het gaat tenslotte om de boeken. De Librije herbergt 741 titels: 7 handschriften, 85 incunabelen (boeken gedrukt voor 1500), 501 titels uit de zestiende eeuw, 134 onderwerpen uit de zeventiende eeuw en tenslotte 13 uit de achttiende eeuw. Naast schitterende exemplaren zoals een eerste gedrukt exemplaar van wetteksten van Justinianus en een eerste druk van Copernicus, "De revolutionibus orbium coelestium", herbergt men ook enkele eeuwenoude schoolboekjes, waarvan de Librije de enig bekende exemplaren bezit.


Verder zijn er onder meer een handgeschreven missaal, afkomstig uit een Deventer scriptorium, maar geschreven voor het Zutphense convent Isendoorn, een tweetal liturgische handschriften uit de vijftiende eeuw.


Bijzonder was het te zien dat ook in die tijd scholieren van alles en nog wat tekenden en krabbelden in de boekjes. Zoals de cursisten van nu ook van allerlei tekeningetjes maken in hun aantekenblok.

Er zijn mooie verhalen te vertellen over de Librije. Zoals dat de bibliotheek in de vergetelheid raakte, maar in de 19e eeuw "herontdekt" werd. Er werd een bibliothecaris aangesteld (K.O. Meinsma) die in zijn dissertatie over de Librije schreef:
“Want het lezen van goede boeken schenkt genot. En ‘t is beter in de boekerij zijne toevlucht te zoeken dan in gezelschappen, waar lustig de beker rondgaat.”
Of hoe de boeken werden beschermd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om roof door de Duitsers te voorkomen.
Of over de pootafdruk in één van de vloerplavuizen. Die afdruk zou herinneren aan de legendarische jonge monnik Jaromir. Hij brak de vasten door stiekem een hanenboutje te eten. De duivel sloot hem voor een nacht op in de librije. De dichter A.C.W. Staring heeft de legende verwerkt in zijn verhaal in dichtvorm: Jaromir te Zutphen.

Zoals gezegd is dit de beneden Librije. Er is ook nog een boven-Librije: kleiner, maar ook prachtig. In de kerk is nu een fototentoonstelling die van beide Librijes iets laat zien en de historie vertelt.

Hoe mooi de Librije ook is, boeken aanraken mag er niet. Eigenlijk mag je er helemaal niets aanraken. De gedachte dat in tegenstelling tot de meeste Librijes, dit één van de weinigen in Europa is die nog zo uniek is bewaard, maakt dat je het ook niet stiekem gaat doen: een plek die als door een wonder zo mooi bewaard is gebleven, ga ik als 21e eeuwer niet alsnog beschadigen door met mijn handen aan kwetsbare boeken en spullen te komen.

Het waren mooie dagen in Zutphen. En ik ben niet de enige die nu alweer met weemoed terugdenkt aan Zutphen. Wim de Bie ook.

sneuper

zondag, mei 28, 2006

Nieuwe roman van Richard Osinga

Weer eens iets anders: de nieuwe roman van Richard Osinga wordt in stukjes op weblogs geplaatst. Ik heb stukje 12 gekregen (van de 300). Op 1 juni ligt het in de winkel, dus de komende 3 dagen is dit nog een exclusieve preview.

sneuper
wembley
Dit is fragment nummer 12 van het boek "Wembley" van Richard Osinga.


Tv met Aleida


Aleida is een mooie vrouw. Ze is groot en wit als een ibis en haar vlees is zacht. Hoewel we getrouwd zijn, gedraagt ze zich bij mij als een meisje van twaalf. Ik raak haar niet aan, zij raakt mij niet aan.
Ik lach vriendelijk, maar zij kijkt weg, naar de televisie. We kijken samen naar het tv-programma, een quiz, je kunt bellen naar de televisie en vragen beantwoorden. Onderin het beeld staan bedragen. 250 euro, 1000 euro. Dat zijn de prijzen. Mooie prijzen.
De presentatrice is wulps. Ze lijkt op die vrouwen in de hoofdstad die hun huid laten bleken in dure salons. In Europa worden alle negers vanzelf wit. Kijk naar de voetballers, kijk naar Reiziger. Is dat nog een neger?
Ze lacht veel, ze lonkt naar de kijkers alsof ze ze kan zien, alsof die iets tegen haar zouden kunnen zeggen: 'Ik wil je, kom bij me.' Maar ze kan niets horen en niemand zegt iets.
Soms pakt Aleida de telefoon en toetst ze een nummer in. Ze luistert geduldig aan de hoorn, ze drukt op toetsen, wacht, luistert, drukt weer. Ze zegt niets en hangt uiteindelijk weer op. Ze zucht en kijkt naar mij. Ik glimlach. Ik weet niet of ze wel eens een prijs wint, maar ze belt steeds weer.

woensdag, mei 17, 2006

Onverwachte hiaten

Niet al te lang geleden schreef ik over het compleet raken van verzamelingen en mijn twijfel dat dat waarschijnlijk toch nooit echt zo is.

Die waarheid werd recentelijk onderstreept door een mailtje dat ik kreeg van een lezer. Die had mijn bijdragen over Adriaan van Dis goed gelezen en wees mij fijntjes op twee (twee!) titels waarvan hij vermoedde dat ik die waarschijnlijk niet zou hebben.

Nou, dat had deze lezer goed gezien. En zo werd ik, die tot op dat moment nogal tevreden had gekeken naar mijn collectie, ineens geconfronteerd met twee hiaten. Het waren:
  1. De uitgave "Een nieuwe politiek", uitgegeven ter gelegenheid van een politieke avond in 1998. Het betreft hier een gedicht van Van Dis. Zie hier een verwijzing naar deze avond.
  2. Het verhaal "Naar het ballet" in de afscheidsbundel van Meulenhoff-redacteur Maarten Asscher, eveneens uit 1998.
Allebei uit 1998, het jaar waarin ik volgens mijn boekhouding wel eerste drukken van "Het beloofde land" kocht en de 4-mei lezing "Een deken van herinnering", maar deze beide andere uitgaven volstrekt over het hoofd zag. Ik was dat jaar natuurlijk druk met het kopen allerlei vroeg werk, zoals de eerste bundel Fantastische Vertellingen van Bordewijk uit 1919, het proefschrift van Hugo Brandt Corstius "Exercises in computational linguistics" uit 1970 en de uitgave "Kind tussen vier vrouwen" van Vestdijk. Maar dat is geen excuus voor verontachtzaming.

Gelukkig ben ik op mijn falen gewezen. De lezer in kwestie bleek vervolgens de ideale lezer te zijn:
  • Hij stuurde mij een kopie van "Een nieuwe politiek", zodat ik in elk geval weet waar ik naar zoek. Al vind ik dit exemplaar nimmer: een gesigneerd exemplaar met een opdracht aan een vermaard links politica: een uniek exemplaar. Maar ik ben al blij als ik de reguliere uitgave vindt. Gelukkig tipte hij ook een mogelijke verblijfplaats en daarmee ben ik nu aan de slag. Totdat ik succes heb verklap ik niet waar dat is.
  • Hij stuurde mij een exemplaar van de afscheidsbundel van Maarten Asscher met het Van Dis-verhaal.
Werkelijk diep onder de indruk ben ik van deze geste. De lezer is namelijk een verzamelaar en verzot op mooie bibliofiele werken, dat blijkt wel uit zijn kennis van deze zeldzame titels. Voor mijn eigen gemoedsrust bleek ik nog een tegenzet te hebben. Ik zag ooit in de etalage van De Slegte in Amsterdam een soort gevouwen kaart met een tekst van Van Dis, gesigneerd ook nog. Ik liep erlangs, nam mij voor later terug te gaan om het te kopen en ben het vergeten. Tot deze e-mailconversatie, want ik vermoedde dat ik "Een nieuwe politiek" in de etalage had gezien. Dat bleek echter niet zo, wist de lezer mij te verzekeren. En nu zijn wij allebei iets wijzer over de bibliografie van Van Dis, maar kennen nu ook het bestaan van een raadselachtige andere uitgave.

Wat een geluk dat verzamelingen nooit volledig zijn.

sneuper

lezend: De heetste dag van het jaar - Martin Bril