dinsdag, augustus 17, 2004

Waarom verzamelen?

Vanmorgen las ik een aardig stuk in de Volkskrant over verzamelen. Merel Bem schreef over de tentoonstelling "Snapshots", waarbij 500 foto’s van de amateurfotoverzamelaar Christian Raoul Skrein von Bumbala worden getoond (van de meer dan een miljoen die hij er heeft). Het gaat hier dus om foto’s, en niet om boeken, maar het idee is hetzelfde.

Bem schrijft: "Het begint met één of twee foto’s, en voor je het weet ben je hard op weg een verzamelaar te worden." En verder: "Maar daarnaast omdat het karakter van de verzamelaar altijd doorschemert in zijn verzameling. Hoe compleet en veelomvattend hij daarin ook heeft geprobeerd te zijn - hij geeft zich altijd bloot."

Dat roept inderdaad de vraag op: hoe komt het toch dat ik verzamel, en waarom eigenlijk? Ed van Eeden vindt dat je die vraag niet mag stellen. In zijn prachtige boekje "Boekenwurmen en ander ongedierte. Over de omgang met boeken" uit 1992 schrijft hij: "Waarom verzamelt iemand boeken? Wie die vraag stelt is geen verzamelaar. Een verzamelaar verzamelt wat hem fascineert".


Boudewijn Büch heeft zich ook vaak het hoofd gebroken over zijn drijfveren. In "Bibliotheken" schrijft hij: "Toen ik in een der eerste dagen van het jaar 1984 het Amsterdamse Rijksmuseum bezocht en mijn oogpartij op twintig centimeter afstand zich bevond van het Book of Kells besefte ik op een bijna schokkende wijze hoe de schatten uit overheidsbibliotheken van een derderangsverzamelaartje een nederig mens maken". Büch een derderangs verzamelaartje? Hoeveelste rangs ben ik dan wel niet, met mijn bescheiden metertjes boek, en zonder botje van de dodo?
Büch schrijft ook: "Wanhoop is het centrale thema van iedere bibliofiel. De bibliofiel is een extreme boekenvriend. Hij houdt van boeken en bezit het liefst boeken waar hij een verhouding mee heeft."

Het principe van uitdijende verzamelingen, waar Bem over schreef en waar Büch ook slachtoffer van is geworden (en ik ook, als ik niet fors de rem op mezelf zet), wordt in Bibliotheken als volgt verwoord: "Wat boekencollectioneurs tot échte maniakken maakt is hun streven naar volledigheid, wat niet zelden de aanschaf van enorme hoeveelheden inhoudt."

Maar wanneer overschrijdt je de grens van liefhebber naar verzamelaar? Ook daar heeft Büch een antwoord op, in Bibliotheken uiteraard: "Als de boeken achter glazen deurtjes komen dan is het stadium van de boekenkast verlaten en het tijdperk van de bibliotheek aangebroken (p. 178)." Niet dat je daar blij mee moet zijn, want: "Het inrichten van een eigen particuliere bibliotheek heeft, afgezien van het prestigedoel slechts weinig voordelen. Het is een vermoeiend beroep onbezoldigd bibliothecaris van je eigen bibliotheek te zijn. Vooral omdat het boekbezit de gehele woning gaat terroriseren (p. 177)."

Maar hoe dan ook: "De best denkbare bibliotheek maak je zelf (p. 175)." En zo is het maar net. Dus daar ga ik onverdroten mee verder. Ook al heb ik nog geen glazen deurtjes, ik noem het "mijn bibliotheek". En ik zal er verslag van blijven doen. Op deze plek.

Sneuper

Lezend: Rakelings - K.L. Poll

Geen opmerkingen: